diff --git a/amvb/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen/BWBR0005206/README.md b/amvb/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen/BWBR0005206/README.md index 70440c34e1f..5fa5508cd88 100644 --- a/amvb/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen/BWBR0005206/README.md +++ b/amvb/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen/BWBR0005206/README.md @@ -149,7 +149,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de omstandigheden ### Artikel 12b -**1.** Het is verboden door Onze Minister aangewezen planten te telen of te bewaren op grond waarvoor de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister, na officieel onderzoek overeenkomstig Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat het perceel vrij is of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje. +**1.** Het is verboden door Onze Minister aangewezen planten te telen of te bewaren op grond waarvoor de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister, na officieel onderzoek overeenkomstig Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat het perceel vrij is of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen en onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, indien geen aanwijsbaar risico bestaat op de aanwezigheid of verspreiding van het aardappelcysteaaltje. @@ -166,10 +166,13 @@ De eigenaar of houder van een ruimte, aan wie door Onze Minister is medegedeeld Onze Minister kan, ter voorkoming van het optreden en de verbreiding van schadelijke organismen en ter bestrijding daarvan regels stellen omtrent: a. het toepassen van ontsmettingsmaatregelen door personen die terreinen of ruimten betreden of verlaten; -b. het voor de teelt van planten te gebruiken of gebruikt water, en +b. het voor de teelt van planten te gebruiken of gebruikt water; c. het treffen van voorzieningen in of aan ruimten; d. het oogsten of rooien, bewaren, voorhanden of in voorraad hebben, verhandelen, verplaatsen, vervoeren, zich ontdoen van of vernietigen, bewerken en behandelen van een partij; -e. het telen van planten. +e. het telen van planten; +f. het verschaffen van informatie aan derden omtrent de aanwezigheid van een schadelijk organisme op een terrein of perceel; +g. het verschaffen van informatie aan Onze Minister omtrent de overdracht van de eigendom dan wel het gebruik van een terrein of perceel waar zich een schadelijk organisme bevindt; +h. het houden en bewaren van een administratie door degene die een terrein of perceel in gebruik heeft. ### Artikel 15 @@ -230,9 +233,9 @@ b. planten die gevaar kunnen opleveren voor de vermeerdering of de verspreiding **7.** Vrijstellingen en ontheffingen verleend op grond van artikel 10 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 en nog van kracht bij het in werking treden van dit besluit, worden geacht te zijn gegeven op grond van artikel 19. -**8.** Verklaringen afgegeven krachtens artikel 5 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn afgegeven op grond van artikel 12b en zijn, tenzij ze voortijdig worden ingetrokken of de geldigheid verstrijkt, geldig tot en met het moment dat op het voor de verklaring relevante perceel voor de eerste maal door Onze Minister op grond van artikel 12b aangewezen planten worden geteeld. +**8.** Verklaringen afgegeven krachtens artikel 5 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn afgegeven op grond van artikel 12b en zijn, tenzij ze voortijdig worden ingetrokken of de geldigheid verstrijkt, geldig tot en met het moment dat op het voor de verklaring relevante perceel voor de eerste maal door Onze Minister op grond van artikel 12b aangewezen planten worden geteeld. -**9.** Aanwijzingen van terreinen gedaan krachtens artikel 6 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn gedaan op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 17. +**9.** Aanwijzingen van terreinen gedaan krachtens artikel 6 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn gedaan op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 17. ### Artikel 21