2025-06-05 | BWBR0047689 | Subsidieregeling JTF 2021–2027
This commit is contained in:
parent
f6489c3489
commit
f8817ba63e
1 changed files with 217 additions and 52 deletions
|
|
@ -94,6 +94,10 @@ De Minister van SZW legt de rechtvaardiging en de gronden waarop de rechtvaardig
|
|||
|
||||
**7.** Indien de Europese Commissie niet instemt met het programma zoals voorgelegd, kan de Minister van SZW de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma JTF 2021–2027, dat door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 23, vierde lid, van de GB-verordening is goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de Europese Commissie op het tijdstip van subsidieverlening nog niet heeft ingestemd met de definitieve toewijzing van het flexibiliteitsbedrag voortvloeiend uit artikel 18 van de GB-verordening of de programmawijziging voortvloeiend uit artikel 24 van de GB-verordening, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verleend onder de voorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de definitieve toewijzing van het flexibiliteitsbedrag of de programmawijziging.
|
||||
|
||||
**9.** In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in het achtste lid, kan de Minister van SZW de subsidieverlening aanpassen aan het gewijzigde Programma JTF 2021–2027, dat de instemming van de Europese Commissie heeft verkregen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.5
|
||||
|
||||
Subsidieaanvrager als bedoeld in deze regeling is degene die als zodanig is aangewezen in de hoofdstukken 2 tot en met 8.
|
||||
|
|
@ -412,7 +416,7 @@ c. de te realiseren doelstellingen;
|
|||
d. de financiering van het project; of
|
||||
e. de planning of looptijd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 50.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
|
||||
**5.** Indien de subsidieontvanger subsidie aanwendt voor het verlenen van een opdracht waarbij de totale kosten bij één opdrachtnemer hoger zullen zijn dan € 70.000, toont hij de marktconformiteit van de beprijzing van de opdracht aan.
|
||||
|
||||
**6.** De Minister van SZW kan op verzoek van de subsidieontvanger of de penvoerder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het vijfde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2551,6 +2555,184 @@ De subsidie kan staatssteun bevatten en kan gerechtvaardigd worden door de in ar
|
|||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Titel 2.16. Een nieuwe, groene economie met marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.1
|
||||
|
||||
In deze titel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen:* activiteiten gericht op her-, om-, en bijscholing die samenhangen met het marktgedreven onderzoeks- en investeringsproject en een duidelijke toegevoegde waarde bieden;
|
||||
– *marktgedreven:* een actieve rol van private bedrijven als projectpartner, waarbij minimaal 20 procent van de totale subsidiabele projectkosten door private bedrijven gedragen wordt;
|
||||
– *milieu-investering:* een investering in activa, technologieën, processen of infrastructuur die gericht is op het voorkomen, beperken of herstellen van milieuschade, het verbeteren van de energie- of hulpbronnenefficiëntie, het bevorderen van hernieuwbare energie, de circulaire economie, of het realiseren van een transitie naar een koolstofarme en milieuvriendelijke economie;
|
||||
– *onderzoeksproject:* een systematisch, gestructureerd en afgebakend proces, waarbij onderzoek wordt uitgevoerd om nieuwe kennis, producten of productieprocessen te ontwikkelen, of bestaande producten of productieprocessen aanmerkelijk te verbeteren;
|
||||
– *productieve investering:* een investering in vaste of immateriële activa die hoofdzakelijk wordt aangewend voor de productie van goederen die aan derden verkocht worden of in het eigen productieproces worden verbruikt;
|
||||
– *TJTP Groningen-Emmen:* het Territorial Just Transition Plan, bedoeld in artikel 11 van de JTF-verordening met betrekking tot de JTF-regio Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.2
|
||||
|
||||
**1.** Het doel van subsidie op grond van deze titel is om uitvoering te geven aan Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen door het ondersteunen van marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten of combinaties van deze activiteiten, die langs de lijnen van de RIS3 2021–2027 zorgen voor een nieuw, economisch, groen perspectief.
|
||||
|
||||
**2.** Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen uit het programma JTF 2021–2027 en dragen hoofdzakelijk bij aan een nieuw economisch perspectief voor de regio of een groen perspectief voor de regio.
|
||||
|
||||
**3.** Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 1 richten zich op het vernieuwen van de regionale economie langs de lijnen van de RIS3.
|
||||
|
||||
**4.** Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 1 richten zich op de versterking van het kennis- en innovatiesysteem in de regio. Versterking van de kennisinfrastructuur wordt gezien als de basis van de economie door de bestaande samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven te versterken voor nieuwe innovatietrajecten, voor zover deze marktgedreven zijn. Er is speciale aandacht binnen deze lijn voor de samenwerking met het mkb en het mkb onderling.
|
||||
|
||||
**5.** Marktgedreven investeringsprojecten binnen Spoor 2 zien op het stimuleren van transformatie van de industrie richting groene productieprocessen.
|
||||
|
||||
**6.** Marktgedreven onderzoeksprojecten binnen Spoor 2 richten zich specifiek op het vergroten van kennis en innovatiekracht om de transitie naar nieuwe vormen van energie en duurzame grondstoffen naar nieuwe (circulaire) waardeketens te versnellen, en op de vervaardiging van nieuwe functies en de inzet van digitale en systeemgerichte toepassingen ter ondersteuning daarvan.
|
||||
|
||||
**7.** Om de transformatie naar een nieuwe, groene economie mogelijk te maken, is het van groot belang dat de aankomende en huidige beroepsbevolking over de juiste vaardigheden beschikt. Het is mogelijk om binnen marktgedreven investerings- en onderzoeksprojecten die vallen onder Spoor 1 of 2, flankerende onderwijs- en of arbeidsmarktmaatregelen in te brengen, voor zover die een duidelijke toegevoegde waarde bieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.3
|
||||
|
||||
De Minister van SZW verstrekt op aanvraag subsidie voor een project aan:
|
||||
|
||||
a. een rechtspersoon;
|
||||
b. een natuurlijk persoon ingeschreven in het handelsregister;
|
||||
c. een penvoerder namens de afzonderlijke partijen in een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.4
|
||||
|
||||
**1.** Subsidie op basis van deze titel kan worden verstrekt voor marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten die passen binnen Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, of Spoor 2, een groen perspectief van het TJTP Groningen-Emmen.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvullend kan op basis van deze titel subsidie worden verstrekt voor direct met het project samenhangende flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen, voor zover deze niet als hoofddoel van het project aan te merken zijn.
|
||||
|
||||
**3.** De projecten en activiteiten, bedoeld in het eerste en tweede lid, dienen in belangrijke mate te worden verricht ten behoeve van het primaire werkingsgebied de provincie Groningen of de gemeente Emmen, met dien verstande dat de onderwijs- en arbeidsmarktregio in Noord-Nederland (overige gemeenten in de provincie Drenthe en de provincie Fryslân) nauw met elkaar is verbonden.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Subsidiabele activiteiten binnen marktgedreven onderzoeks- en investeringsprojecten omvatten één of meerdere van de onderstaande activiteiten, gekoppeld aan het TJTP Groningen-Emmen:
|
||||
|
||||
a. productieve investeringen;
|
||||
b. onderzoeks- en innovatietrajecten;
|
||||
c. investeringen in digitalisering of robotisering;
|
||||
d. investeringen in het gebruik van technologie of in systemen en infrastructuur gericht op betaalbare schone energie, waaronder ook verstaan investeringen in technologieën voor energieopslag en investeringen in technologieën ter vermindering van broeikasgasemissies;
|
||||
f. investeringen in het bevorderen van een circulaire economie, waaronder het voorkomen en verminderen van afval, efficiënt gebruik van hulpbronnen, hergebruik, herstel en recycling;
|
||||
g. investeringen in en bij de oprichting van nieuwe bedrijven, niet zijnde via financieringsinstrumenten, inclusief de realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
|
||||
h. flankerende onderwijs- of arbeidsmarktmaatregelen bestaande uit her-, om- of bijscholingstrajecten.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De subsidiabele activiteiten, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met h, sluiten aan bij een of meerdere beoogde concrete acties, benoemd in het TJTP Groningen-Emmen, of sluiten aan bij de doelstellingen onder Sporen 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen:
|
||||
|
||||
a. digitalisering en robotisering in relatie tot de RIS3-transities;
|
||||
b. nieuwe technologie in clusters en individuele bedrijven in en rondom de proces- en maakindustrie;
|
||||
c. realisatie van ‘demonstrators at scale’ voor eerste commerciële toepassingen van innovatieve technologie in de proces- en maakindustrie;
|
||||
d. (door)ontwikkeling van marktgedreven innovaties waar bedrijven en kennisinstellingen kennis delen en overdragen om tot innovatie te komen;
|
||||
e. het uitvoeren van systeemstudies gericht op het in kaart brengen van kansrijke modaliteiten in de energie-infrastructuur;
|
||||
f. haalbaarheids- of engineerstudies voor de ombouw van bestaande industrie of realisatie van nieuwe waardeketens;
|
||||
g. productie van hernieuwbare energie;
|
||||
h. versneld terugdringen van gebruik fossiele brandstoffen als energiebron bij het mkb en groot bedrijf;
|
||||
i. investeringen van bedrijven in productie van duurzame energiedragers, met name hernieuwbare gassen als grondstof voor de industrie en duurzame biobrandstoffen, uitgezonderd biobrandstoffen waar al een bijmengverplichting van kracht is;
|
||||
j. projecten gericht op de (versnelde) omschakeling naar groene grondstoffen, duurzame waterstof, circulariteit, CCU en CCS en daarmee ook de aanpassing van hun productieprocessen;
|
||||
k. acties gericht op de implementatie van de toepassing van nieuwe grondstoffen en daarmee samenhangende businessmodellen;
|
||||
l. demonstratieprojecten gericht op het realiseren van toegang tot hernieuwbare energie;
|
||||
m. her- om- en bijscholing van werknemers en toekomstig personeel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 50.000.000.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 14 juli 2025 vanaf 9.00 uur tot en met 13 februari 2026 vóór 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is in het www.jtf-webportal.nl/mijn/ of via www.snn.nl.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.7
|
||||
|
||||
**1.** Voor projecten binnen Spoor 1 of 2 bedraagt de totale samengestelde maximale subsidie € 10.000.000 voor marktgedreven onderzoeksactiviteiten en investeringen, bedoeld in het tweede en derde lid. In afwijking van het voorgaande kan de totale te verlenen subsidie € 11.000.000 bedragen, indien additionele flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen worden ingebracht als bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Voor onderzoeksactiviteiten binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten € 4.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**3.** Voor investeringen binnen projecten bedraagt de subsidie maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten, waarbij het maximaal te verlenen subsidiebedrag voor deze activiteiten maximaal € 10.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**4.** Voor flankerende onderwijs- en arbeidsmarktmaatregelen als onderdeel van projecten binnen Spoor 1 of 2 kan een aanvullende subsidie aangevraagd worden voor maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten en met een maximale omvang van 10 procent van de totaal te verlenen subsidie op basis van de combinatie van de subsidies op grond van het tweede en derde lid, waarbij de aanvullende subsidie maximaal € 1.000.000 bedraagt.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste, tweede en derde lid wordt de totaal te verlenen subsidie naar beneden bijgesteld, indien de AGVV hiertoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.8
|
||||
|
||||
**1.** Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde onderzoeks- of investeringsprojecten wordt gestart binnen drie maanden na de subsidieverlening bij onderzoeksprojecten en binnen zes maanden na de subsidieverlening voor investeringsprojecten.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, kan de subsidie verleend worden onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk zes maanden na de subsidieverlening zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is uiterlijk op 29 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Het vaststellingsverzoek van het project dient uiterlijk binnen vier weken na 29 juni 2029 te zijn ingediend.
|
||||
|
||||
**5.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijnen, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.9
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. het project inhoudelijk niet aansluit bij de doelstellingen van Spoor 1 of 2 van het TJTP Groningen-Emmen;
|
||||
b. het project niet als marktgedreven valt aan te merken, conform de begripsdefinitie in deze titel;
|
||||
c. door een aanvrager niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het project financieel, juridisch of anderszins obstakelvrij is;
|
||||
d. het aangevraagde project de vorm van een financieringsinstrument heeft;
|
||||
e. de aangevraagde en te verlenen subsidie minder dan € 1.000.000,- bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.10
|
||||
|
||||
**1.** Projecten worden beoordeeld door het toekennen van punten op de criteria, bedoeld in het artikel 1.20.
|
||||
|
||||
**2.** De toelichting op de gehanteerde criteria verschilt tussen projecten gericht op Spoor 1, een nieuw economisch perspectief, en Spoor 2, een groen economisch perspectief.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de kwalificatie als Spoor 1 of 2 project wordt gekeken naar de doelstelling van het project in combinatie met de te leveren bijdrage aan de programma-indicatoren.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Voor projecten die vallen onder Spoor 1 en 2 van het TJTP Groningen-Emmen, worden de onderstaande criteria en weging gehanteerd:
|
||||
|
||||
a. de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027: 30 punten;
|
||||
b. de mate waarin het project meer sociaaleconomisch integraal is: 0 punten;
|
||||
c. de mate waarin het technische en sociale innovatiegehalte hoger is: 20 punten;
|
||||
d. de mate waarin het economisch of financieel toekomstperspectief hoger is: 20 punten;
|
||||
e. de mate waarin de kwaliteit van het projectplan beter is: 15 punten;
|
||||
f. de mate waarin het project meer bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan maatschappelijke-sociale impact: 15 punten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.11
|
||||
|
||||
**1.** De Minister van SZW verleent op aanvraag vooruitlopend op het starten van de projectactiviteiten een voorschot van 10 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, kan op gemotiveerd verzoek van de aanvrager een voorschot worden verleend tot maximaal 40 procent van de verleende subsidie, mits:
|
||||
|
||||
a. de aanvraag voldoende is gemotiveerd; en
|
||||
b. de intermediaire instantie de risicoanalyse op uitbetaling van het voorschot positief heeft afgerond.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW kan onderbouwd afwijken van de in het eerste lid genoemde verstrekking van het voorschot. In ieder geval wordt geen voorschot verleend, wanneer de verleningsbeschikking één of meerdere opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
|
||||
|
||||
**4.** De Minister van SZW verleent op aanvraag opvolgende voorschotten op basis van gemaakte en betaalde kosten, conform artikel 1.31. In afwijking van artikel 1.31 bedraagt het totaalbedrag aan voorschotten maximaal 80 procent van het verleende subsidiebedrag.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het derde lid, kan voor een project een voorschot tot een maximum van 100 procent van de maximaal verleende subsidie worden verstrekt, indien:
|
||||
|
||||
a. het zeer aannemelijk is dat het project conform de subsidievoorwaarden op afzienbare termijn kan worden afgerond;
|
||||
b. het aannemelijk is dat de kosten die nog gemaakt worden subsidiabel gesteld zullen worden; en
|
||||
c. het niet toekennen van het voorschot onredelijke gevolgen voor de liquiditeitspositie van de aanvragende onderneming of van één of meer leden van het consortium heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.12
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 1.22 bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:
|
||||
|
||||
a. een volledig ingevuld aanvraagformulier;
|
||||
b. de bij het aanvraagformulier behorende documenten als bijlagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.13
|
||||
|
||||
De subsidie kan staatssteun bevatten en wordt gerechtvaardigd door de in artikel 1.4 opgenomen artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.16.14
|
||||
|
||||
Deze titel vervalt met ingang van 31 december 2029, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Subsidies JTF-regio IJmond
|
||||
|
||||
### Titel 3.1. Regionale subsidies voor het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio IJmond
|
||||
|
|
@ -3379,10 +3561,11 @@ Deze titel en bijlage 4 vervallen met ingang van 1 januari 2027, met dien verst
|
|||
De Minister van SZW kan, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30, op aanvraag een voorschot verlenen voor aanvragen die zijn ingediend voor:
|
||||
|
||||
a. titel 5.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 8 juli 2023;
|
||||
b. titel 5.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023;
|
||||
c. titel 5.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
b. titel 5.1, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 29 september 2023;
|
||||
c. titel 5.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023;
|
||||
d. titel 5.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Noord-Brabant tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Titel 5.1. Subsidietitel voor steun onder Spoor 1 uit het Territorial Just Transition Plan voor de regio West-Noord-Brabant
|
||||
|
||||
|
|
@ -3521,7 +3704,7 @@ sociale impact: 20 punten.
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Noord-Brabant tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3737,15 +3920,15 @@ e. Geertruidenberg.
|
|||
|
||||
### Artikel 5.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 6.800.000 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 30 september 2024.
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 16 juni 2025.
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 30 januari 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 16 december 2024 10.00 uur tot en met 28 mei 2025 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 12 december 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3753,9 +3936,7 @@ e. Geertruidenberg.
|
|||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten per project.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 5.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -3767,7 +3948,7 @@ In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten n
|
|||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2027 voltooid.
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede lid of derde lid verlengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3776,8 +3957,7 @@ In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten n
|
|||
Onverminderd artikel 1.25 beslist de Minister van SZW afwijzend op een aanvraag, indien:
|
||||
|
||||
a. de voor de uitvoering van de aanvraag benodigde vergunningen niet zijn aangevraagd voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag;
|
||||
b. aanvrager een grote onderneming is en subsidie vraagt voor het doen van productieve investeringen; of
|
||||
c. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
|
||||
b. de aan het project te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 200.000.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.4.11
|
||||
|
||||
|
|
@ -3808,7 +3988,7 @@ f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan ma
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Noord-Brabant tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3836,9 +4016,10 @@ De Minister van SZW kan, vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel
|
|||
a. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 1 april 2023;
|
||||
b. titel 6.1, zoals die luidde in de periode van 22 juni 2023 tot 31 december 2023;
|
||||
c. titel 6.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
d. titel 6.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
d. titel 6.2, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 12 september 2023;
|
||||
e. titel 6.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Zeeland tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Titel 6.1. Steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost
|
||||
|
||||
|
|
@ -3986,7 +4167,7 @@ e. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan ma
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Zeeland tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4104,25 +4285,17 @@ f. andere activiteiten dan genoemd in de onderdelen d en e op het gebied van ond
|
|||
|
||||
### Artikel 6.4.5
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 5.750.000 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget:
|
||||
**2.** Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is tot en met 31 augustus 2025 uitsluitend beschikbaar voor aanvragen met betrekking tot Spoor 3 arbeidsmarkt gerelateerde projecten.
|
||||
|
||||
a. uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 15 december 2023 17.00 uur;
|
||||
b. uit artikel 6.1.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 7 juli 2023 17.00 uur;
|
||||
c. uit artikel 6.1.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 31 maart 2023 17.00 uur;
|
||||
d. uit artikel 6.2.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 11 september 2023 17.00 uur;
|
||||
e. uit artikel 6.2.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 22 mei 2023 17.00 uur;
|
||||
f. uit artikel 6.3.5. voor de aanvraagperiode die sloot op 29 september 2023 17.00 uur; en
|
||||
g. uit artikel 6.4.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 30 september 2024 17.00 uur.
|
||||
**3.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 16 juni 2025.
|
||||
**4.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 30 januari 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 17 februari 2025 10.00 uur tot en met 28 mei 2025 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 12 december 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4130,9 +4303,7 @@ g. uit artikel 6.4.5 voor de aanvraagperiode die sloot op 30 september 2024 17.
|
|||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie bedraagt ten hoogste € 10.000.000 per project.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.4.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -4144,7 +4315,7 @@ In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten n
|
|||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4174,7 +4345,7 @@ f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan ma
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Zeeland tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4201,9 +4372,10 @@ De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te m
|
|||
|
||||
a. titel 7.1, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
b. titel 7.2, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 23 mei 2023;
|
||||
c. titel 7.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
c. titel 7.2, zoals die luidde in de periode van 15 augustus 2023 tot 12 september 2023;
|
||||
d. titel 7.3, zoals die luidde in de periode van 7 januari 2023 tot 30 september 2023.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Limburg tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
### Titel 7.1. Subsidietitel voor steun onder spoor 1 uit het Territoriaal Just Transition Plan voor de regio Zuid-Limburg
|
||||
|
||||
|
|
@ -4387,7 +4559,7 @@ f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan ma
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Limburg tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW verleent op aanvraag een voorschot op grond van gerealiseerde projectactiviteiten als bedoeld in artikel 1.31.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4535,15 +4707,15 @@ d. aantrekken en behoud van talent voor de groene chemie.
|
|||
|
||||
### Artikel 7.4.5
|
||||
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 8.000.000 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 30 september 2024.
|
||||
**1.** Het subsidieplafond bedraagt ten minste € 3.698.070 en kan worden verhoogd met onbenut budget dat resteert uit het budget uit dit artikel voor de aanvraagperiode die sloot op 28 mei 2025.
|
||||
|
||||
**2.** De Minister van SZW verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst overeenkomstig artikel 1.18.
|
||||
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 16 juni 2025.
|
||||
**3.** De Minister van SZW maakt verschuivingen van het beschikbare budget uiterlijk bekend op 30 januari 2026.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 december 2024 10.00 uur tot en met 28 mei 2025 17.00 uur.
|
||||
**1.** Een aanvraag kan worden ingediend van 16 juni 2025 10.00 uur tot en met 12 december 2025 17.00 uur.
|
||||
|
||||
**2.** Aanvragen worden online ingediend door middel van het door de Minister van SZW vastgestelde aanvraagformulier dat beschikbaar is via https://www.jtf-webportal.nl/mijn/.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4551,14 +4723,7 @@ d. aantrekken en behoud van talent voor de groene chemie.
|
|||
|
||||
**1.** De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten per project.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De subsidie bedraagt ten hoogste:
|
||||
|
||||
a. € 5.000.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.4.4, eerste lid, onderdelen a tot en met c en onderdelen e tot en met g;
|
||||
b. € 1.000.000 per project voor activiteiten als bedoeld in artikel 7.4.4, eerste lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig percentage aan subsidie verstrekt dat het totale percentage aan subsidie op grond van deze titel en, indien van toepassing, hoofdstuk 9 samen niet meer bedraagt dan 50 procent.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.4.8
|
||||
|
||||
|
|
@ -4570,7 +4735,7 @@ In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, komen loonverletkosten n
|
|||
|
||||
**2.** Wanneer ten tijde van het indienen van de aanvraag de benodigde vergunningen nog niet zijn verleend, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat alle benodigde vergunningen uiterlijk achttien maanden na ontvangst van de aanvraag zijn verkregen.
|
||||
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is binnen 36 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking voltooid.
|
||||
**3.** De uitvoering van het project is voor 30 juni 2029 voltooid.
|
||||
|
||||
**4.** Op verzoek van de subsidieontvanger kan de Minister van SZW de termijn, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, verlengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4608,7 +4773,7 @@ f. voor de mate waarin het project bijdraagt aan duurzame ontwikkeling en aan ma
|
|||
|
||||
**1.** De Minister van SZW kan op aanvraag een voorschot verlenen vooruitlopend op te maken kosten als bedoeld in artikel 1.30.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van de provincie Limburg tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
**2.** De aanvraag om een voorschot als bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste een garantstelling van een overheidsinstantie tot de hoogte van het gevraagde voorschot.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 1.31, zesde lid, heeft de aanvraag om een voorschot betrekking op maximaal 80 procent van de verleende subsidie.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue