From f88f445d1e7d09eb0c13bf8bc5599070ca4c6dbe Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-01-01 | BWBR0002471 | Wet op de loonbelasting 1964 --- .../BWBR0002471/README.md | 102 +++++++----------- 1 file changed, 41 insertions(+), 61 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md index 02380f8d62d..574d538ce7a 100644 --- a/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md +++ b/wet/wet-op-de-loonbelasting-1964/BWBR0002471/README.md @@ -300,7 +300,7 @@ b. een bij ministeriële regeling, zonodig onder het stellen van voorwaarden, aa ### Artikel 11c -Bij de bepaling van de omvang van het loon wordt geen rekening gehouden met de omstandigheid dat met toepassing van artikel 34, tweede lid, of artikel 41 van de Wet financiering sociale verzekeringen bedragen op de werknemer worden verhaald of met de omstandigheid dat met toepassing van artikel 59, zevende lid, van die wet de op de voet van hoofdstuk 3 van die wet verschuldigde premies worden nageheven van de werknemer. +Bij de bepaling van de omvang van het loon wordt geen rekening gehouden met de omstandigheid dat met toepassing van artikel 34, tweede lid, of artikel 41 van de Wet financiering sociale verzekeringen bedragen op de werknemer worden verhaald of met de omstandigheid dat met toepassing van artikel 59, achtste lid, van die wet de op de voet van hoofdstuk 3 van die wet verschuldigde premies worden nageheven van de werknemer. ### Artikel 11d @@ -318,7 +318,7 @@ Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waa a. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking; b. het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen; -c. € 47.000. +c. € 48.000. **2.** Indien de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat het hoogste bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, wordt het loon in afwijking van het eerste lid gesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, met dien verstande dat het loon ten minste wordt gesteld op het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of, indien het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan dat bedrag, op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. @@ -391,7 +391,7 @@ b. 35% van de waarde van de auto indien de auto meer dan 15 jaar geleden voor he De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. -**2.** Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op kalenderjaarbasis verlaagd met 10% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO_2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging ten hoogste € 4.000 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geïntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek. +**2.** Het voordeel, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, wordt op kalenderjaarbasis verlaagd met 6% van de waarde van de auto indien uit het kentekenregister blijkt dat de CO_2-uitstoot 0 gram per kilometer is, met dien verstande dat het bedrag van de verlaging ten hoogste € 2.100 bedraagt tenzij de auto wordt aangedreven door een motor die kan worden gevoed met waterstof of de auto is voorzien van geïntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek. **3.** Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt woon-werkverkeer geacht niet voor privédoeleinden plaats te vinden. Indien uit een rittenregistratie of anderszins blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt, wordt het voordeel gesteld op nihil. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waaraan een rittenregistratie moet voldoen. Tevens kunnen regels worden gesteld over het anderszins laten blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. @@ -557,7 +557,7 @@ c. waarvan als verzekeraar optreedt een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eers Onder pensioenregeling wordt mede verstaan een regeling die: -a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 41 ^1/_3 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen); +a. het ouderdomspensioen na het bereiken van 41^7/_12 deelnemingsjaren aanvult (deelnemingsjarenpensioen); b. het partnerpensioen dan wel het wezenpensioen aanvult in verband met het ontbreken van uitkeringen ingevolge de Algemene nabestaandenwet en het verschil in verschuldigde premie voor de volksverzekeringen over het pensioen voor en na de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet (nabestaandenoverbruggingspensioen). **3.** Ingeval een regeling voldoet aan de in het eerste lid opgenomen voorwaarden doch niet blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen, is de regeling een pensioenregeling voorzover blijkt dat zij blijft binnen de in of krachtens dit hoofdstuk opgenomen begrenzingen. De inhoudingsplichtige verzoekt de inspecteur uiterlijk op het eerste moment van overschrijding van de bedoelde begrenzingen vast te stellen welk deel van de desbetreffende aanspraak blijft binnen die begrenzingen. Bij toepassing van de eerste volzin geeft de inhoudingsplichtige bij elke te zijner tijd op basis van de regeling te verstrekken pensioenuitkering overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels aan welk deel daarvan tot het loon van de werknemer behoort. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. @@ -666,16 +666,16 @@ e. aanpassing van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ou Een deelnemingsjarenpensioen is een levenslang pensioen dat: a. ingaat op hetzelfde tijdstip als het ouderdomspensioen; -b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 64^1/_3-jarige leeftijd wordt bereikt; -c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 41^1/_3 deelnemingsjaren heeft bereikt. +b. met inbegrip van het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde pensioengevend loon tot dat tijdstip ingeval het ouderdomspensioen ingaat op de eerste dag van de maand waarin de 64^7/_12-jarige leeftijd wordt bereikt; +c. niet eerder wordt opgebouwd dan vanaf het tijdstip waarop de werknemer 41^7/_12 deelnemingsjaren heeft bereikt. -**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 64^1/_3-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd. +**2.** Ingeval het deelnemingsjarenpensioen later ingaat dan bij het bereiken van de 64^7/_12-jarige leeftijd mag het deelnemingsjarenpensioen na het bereiken van die leeftijd met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen worden verhoogd. -**3.** Indien het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 64^1/_3-jarige leeftijd wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. +**3.** Indien het deelnemingsjarenpensioen eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de 64^7/_12-jarige leeftijd wordt bereikt, wordt het herrekend ten opzichte van die datum met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen. **4.** Artikel 18d is van overeenkomstige toepassing. -**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 66^1/_3-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. +**5.** Het in het eerste lid opgenomen maximum wordt voor de periode vanaf het bereiken van de 66^7/_12-jarige leeftijd opgevat met inbegrip van een bedrag dat ten minste wordt gesteld op de uitkeringen voor gehuwde personen zonder toeslag als omschreven in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en vijfde lid, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag. ### Artikel 18f @@ -706,7 +706,7 @@ e. de situatie waarin het loon wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidson ### Artikel 18ga -**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 112.189 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. +**1.** Als pensioengevend loon als bedoeld in de artikelen 18a, 18b, 18c, 18d en 18e wordt ten hoogste een bedrag van € 114.866 in aanmerking genomen. Bij dienstbetrekkingen in deeltijd wordt dit bedrag verminderd overeenkomstig de deeltijdfactor. **2.** Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de contractloonontwikkelingsfactor, bedoeld in artikel 10.2b, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. @@ -821,9 +821,9 @@ De belasting over een loontijdvak van een jaar wordt bepaald aan de hand van de | Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | | | --- | --- | --- | --- | | I | II | III | IV | -| – | € 35.129 | – | 9,45% | -| € 35.129 | € 68.507 | € 3.319 | 37,10% | -| € 68.507 | – | € 15.702 | 49,50% | +| – | € 35.472 | – | 9,42% | +| € 35.472 | € 69.398 | € 3.341 | 37,07% | +| € 69.398 | – | € 15.917 | 49,50% | @@ -838,9 +838,9 @@ In afwijking van artikel 20a, eerste lid, wordt indien de werknemer vóór 1 ja | Bij een belastbaar loon van meer dan | maar niet meer dan | bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare loon dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat | | | --- | --- | --- | --- | | I | II | III | IV | -| – | € 35.941 | – | 9,45% | -| € 35.941 | € 68.507 | € 3.396 | 37,10% | -| € 68.507 | – | € 15.477 | 49,50% | +| – | € 36.409 | – | 9,42% | +| € 36.409 | € 69.398 | € 3.429 | 37,07% | +| € 69.398 | – | € 15.658 | 49,50% | **2.** De in het eerste lid vermelde bedragen worden bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door de bedragen die krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden vastgesteld ter vervanging van de in artikel 2.10a, eerste lid, van die wet vermelde bedragen. @@ -873,7 +873,7 @@ e. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c). **1.** Voor de werknemer is de algemene heffingskorting van toepassing. -**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.837, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 5,977% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan € 21.043. +**2.** De algemene heffingskorting bedraagt € 2.888, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 6,007% van het gedeelte van het belastbare loon dat meer bedraagt dan € 21.317. ### Artikel 22a @@ -883,10 +883,10 @@ e. de alleenstaande ouderenkorting (artikel 22c). De arbeidskorting wordt berekend over het loon uit tegenwoordige arbeid en bedraagt: -a. 4,581% van dat loon met een maximum van € 463, vermeerderd met: -b. 28,771% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 10.108, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 3.837, alsmede vermeerderd met: -c. 2,663% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 21.835, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a, b en c niet meer bedraagt dan € 4.205, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: -d. 6% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 35.652. +a. 4,541% van dat loon met een maximum van € 470, vermeerderd met: +b. 28,461% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 10.350, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a en b niet meer bedraagt dan € 3.887, alsmede vermeerderd met: +c. 2,610% van het arbeidsinkomen voor zover dat meer bedraagt dan € 22.356, waarbij de som van de bedragen berekend op de voet van de onderdelen a, b en c niet meer bedraagt dan € 4.260, en verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met: +d. 5,86% van dat loon voorzover dit bij een tijdvakloon op jaarbasis meer bedraagt dan € 36.649. **3.** @@ -905,19 +905,19 @@ Vervallen **1.** Voor de werknemer die een uitkering geniet op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van die wet, is de jonggehandicaptenkorting van toepassing. De korting kan tevens worden toegepast ten aanzien van de werknemer die ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, doch welke uitkering ingevolge artikel 1a:4, 2:40, 2:46, 3:8, 3:8b, 3:50 of 3:51 van die wet niet wordt betaald. -**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 761. +**2.** De jonggehandicaptenkorting bedraagt € 771. ### Artikel 22b **1.** Voor de werknemer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, is de ouderenkorting van toepassing. -**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.703, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 15% van het tijdvakloon op jaarbasis voor zover dat meer bedraagt dan € 37.970. +**2.** De ouderenkorting bedraagt € 1.726, verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met 15% van het tijdvakloon op jaarbasis voor zover dat meer bedraagt dan € 38.464. ### Artikel 22c **1.** Voor de werknemer die een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet geniet, of deze zou genieten indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet, is de alleenstaande ouderenkorting van toepassing. -**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 443. +**2.** De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 449. ### Artikel 22ca @@ -1270,7 +1270,8 @@ g. gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparat 2°. de werknemer geen werkzaamheden verricht in de functie van bestuurder of commissaris van de inhoudingsplichtige; h. bij ministeriële regeling aan te wijzen voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op een bij die ministeriële regeling aan te wijzen werkplek worden gebruikt of verbruikt; i. branche-eigen producten van het bedrijf van de inhoudingsplichtige of van het bedrijf van een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap, tot een bedrag van ten hoogste 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar; -j. een in het kader van de dienstbetrekking aangevraagde verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring. +j. een in het kader van de dienstbetrekking aangevraagde verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens of daarmee vergelijkbare buitenlandse verklaring; +k. thuiswerken in het kader van de dienstbetrekking tot € 2 per thuiswerkdag, daaronder begrepen een gedeelte van een thuiswerkdag, met dien verstande dat ingeval voor thuiswerken een vaste vergoeding wordt gegeven aan een werknemer die op ten minste 128 dagen per kalenderjaar thuiswerkt, deze vergoeding mag worden berekend alsof de werknemer op ten hoogste 214 dagen per kalenderjaar thuiswerkt. **3.** @@ -1287,13 +1288,10 @@ b. 1,18% van het loon waarover met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 2 **7.** -Voor de berekening van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde vaste vergoeding ter zake van vervoer worden de in dat onderdeel genoemde aantallen dagen: +Voor de berekening van de in het tweede lid, onderdelen a en k, bedoelde vaste vergoeding ter zake van vervoer, onderscheidenlijk thuiswerken, worden de in die onderdelen genoemde aantallen dagen: -a. vermenigvuldigd met vier vijfde, drie vijfde, twee vijfde of een vijfde ingeval de werknemer een vierdaagse, een driedaagse, een tweedaagse onderscheidenlijk een eendaagse werkweek heeft; -b. naar tijdsgelang herrekend bij: - -1°. een wijziging van de reisafstand in de loop van het kalenderjaar; -2°. het aanvangen of beëindigen van de vergoeding in de loop van het kalenderjaar. +a. vermenigvuldigd met vier vijfde, drie vijfde, twee vijfde of een vijfde ingeval de werknemer in de regel vier dagen, drie dagen, twee dagen, onderscheidenlijk een dag, per week naar een vaste plaats van werkzaamheden reist, onderscheidenlijk thuiswerkt; +b. naar tijdsgelang herrekend bij het aanvangen of beëindigen van de betreffende vergoeding, dan wel bij een wijziging in de grondslag voor de berekening van de vergoeding, in de loop van het kalenderjaar. **8.** Voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen groepen werknemers die door een inhoudingsplichtige van buiten Nederland in dienstbetrekking worden genomen, geldt, onder daarbij te stellen voorwaarden, dat vergoedingen van kosten en verstrekkingen van verblijf buiten het land van herkomst gedurende ten hoogste vijf jaar ten minste worden beschouwd als vergoeding voor extraterritoriale kosten tot ten hoogste 30% van het daarbij aan te wijzen gedeelte van het loon, alsmede tot het bedrag van de daarbij aan te wijzen schoolgelden. @@ -1303,16 +1301,20 @@ b. naar tijdsgelang herrekend bij: **11.** Het tweede lid, onderdeel g, onder 2°, is niet van toepassing voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat de voorziening een voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking van de desbetreffende werknemer gebruikelijke voorziening is. -**12.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt, in afwijking van artikel 13, zevende lid, de ingevolge artikel 13, eerste tot en met zesde lid, in aanmerking te nemen waarde van verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, verminderd met het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van die verstrekkingen in totaal aan zijn werknemers in rekening heeft gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld. +**12.** Indien op een dag zowel naar een vaste plaats van werkzaamheden wordt gereisd als wordt thuisgewerkt kan voor die dag slechts een van de vergoedingen of verstrekkingen ter zake of in de vorm van vervoer in het kader van de dienstbetrekking naar een vaste plaats van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk thuiswerken in het kader van de dienstbetrekking als bedoeld in het tweede lid, onderdeel k, worden gegeven. Indien op een dag naar een vaste plaats van werkzaamheden wordt gereisd met een door de inhoudingsplichtige ter beschikking gestelde auto als bedoeld in artikel 13bis, kan voor die dag niet een vergoeding of verstrekking ter zake of in de vorm van thuiswerken in het kader van de dienstbetrekking als bedoeld in het tweede lid, onderdeel k, worden gegeven. -**13.** +**13.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het tweede lid, onderdeel k, genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande kalenderjaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. + +**14.** Bij de toepassing van het tweede lid wordt, in afwijking van artikel 13, zevende lid, de ingevolge artikel 13, eerste tot en met zesde lid, in aanmerking te nemen waarde van verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, verminderd met het bedrag dat de inhoudingsplichtige ter zake van die verstrekkingen in totaal aan zijn werknemers in rekening heeft gebracht, met dien verstande dat de aldus verminderde waarde ten minste op nihil wordt gesteld. + +**15.** Bij de bepaling van het in het derde lid bedoelde loon wordt buiten beschouwing gelaten: a. loon uit vroegere dienstbetrekking indien de inhoudingsplichtige in meer dan bijkomstige mate loon uit vroegere dienstbetrekking verstrekt; b. loon ter zake waarvan de inhoudingsplichtige uitsluitend ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, inhoudingsplichtige is. -**14.** De verschuldigde belasting, bedoeld in het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 27a, tweede lid, uiterlijk aangegeven en afgedragen tegelijk met de aangifte, onderscheidenlijk afdracht, over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Ingeval de inhoudingsplicht is geëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt voor het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar, bedoeld in de eerste volzin, gelezen: het tijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd. +**16.** De verschuldigde belasting, bedoeld in het tweede lid, wordt, in afwijking van artikel 27a, tweede lid, uiterlijk aangegeven en afgedragen tegelijk met de aangifte, onderscheidenlijk afdracht, over het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar. Ingeval de inhoudingsplicht is geëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt voor het tweede tijdvak van het volgende kalenderjaar, bedoeld in de eerste volzin, gelezen: het tijdvak waarin de inhoudingsplicht is geëindigd. ### Artikel 32 @@ -1374,7 +1376,7 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze afdeling kunnen bij ministeri **6.** Onder een regeling voor vervroegde uittreding wordt verstaan een regeling die of een gedeelte van een regeling dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft voorafgaand aan het ingaan van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling of de Algemene Ouderdomswet te voorzien in een of meer uitkeringen of verstrekkingen ter overbrugging van de periode tot het ingaan van het pensioen of de uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet dan wel tot het aanvullen van uitkeringen ingevolge een pensioenregeling. In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet, een beroepspensioenregeling inhoudt als bedoeld in de Wet verplichte beroepspensioenregeling of een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e of 38f. -**7.** Een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid wordt voor de toepassing van het eerste lid niet als zodanig aangemerkt, voor zover die regeling voorziet in een of meer uitkeringen in de periode van 36 maanden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die in totaal niet hoger zijn dan een bedrag van € 1.847 vermenigvuldigd met het op hele maanden naar boven afgeronde aantal maanden tussen de eerste uitkering in die periode en het bereiken van die pensioengerechtigde leeftijd. Voor de toepassing van de eerste zin worden alle regelingen voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid samengevoegd. +**7.** Een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid wordt voor de toepassing van het eerste lid niet als zodanig aangemerkt, voor zover die regeling voorziet in een of meer uitkeringen in de periode van 36 maanden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, die in totaal niet hoger zijn dan een bedrag van € 1.874 vermenigvuldigd met het op hele maanden naar boven afgeronde aantal maanden tussen de eerste uitkering in die periode en het bereiken van die pensioengerechtigde leeftijd. Voor de toepassing van de eerste zin worden alle regelingen voor vervroegde uittreding in de zin van het zesde lid samengevoegd. **8.** Bij het begin van het kalenderjaar wordt het in het zevende lid genoemde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door een ander bedrag. Dit bedrag wordt gesteld op het bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, gelijk is aan het netto-ouderdomspensioen per maand, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, onderdeel a, van die wet, waarbij de nodig geachte afronding wordt aangebracht. @@ -1386,7 +1388,7 @@ Ter bevordering van een goede uitvoering van deze afdeling kunnen bij ministeri **1.** In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt een door een inhoudingsplichtige aan een werknemer toegekende vertrekvergoeding als bedoeld in het vierde lid voor zover die vergoeding meer bedraagt dan het toetsloon, bedoeld in het derde lid, van de werknemer, aangemerkt als loon dat als een eindheffingsbestanddeel wordt belast naar een tarief van 75%. -**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 568.000. +**2.** Dit artikel is niet van toepassing ingeval het toetsloon van de werknemer niet meer bedraagt dan € 576.000. **3.** @@ -1692,7 +1694,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor buitenlandse gezelsc ### Artikel 35o -**1.** De artikelen 10a, negende, tiende en elfde lid, en 12a, derde, vierde en tiende lid, vervallen met ingang van 1 januari 2022. +**1.** Artikel 12a, derde, vierde en tiende lid, vervalt met ingang van 1 januari 2023. **2.** Artikel 13bis, tweede lid, vervalt met ingang van 1 januari 2026. @@ -1704,9 +1706,7 @@ Artikel 10a zoals dat luidde op 31 december 2004 blijft van toepassing op vóór ### Artikel 36a -**1.** Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof is artikel 10, derde lid en artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1°, niet van toepassing. - -**2.** De aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd ingevolge een regeling voor verlofsparen worden aangemerkt als aanspraken opgebouwd ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde. +Met betrekking tot op 31 december 2000 bestaande rechten op vakantieverlof en compensatieverlof is artikel 10, derde lid en artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1°, niet van toepassing. ### Artikel 36b @@ -1891,27 +1891,7 @@ Vervallen ### Artikel 39d -**1.** - -Voor de werknemer die op 31 december 2011 een aanspraak had ingevolge een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, zoals dit artikel op 31 december 2011 luidde, waarvan de waarde in het economische verkeer op die datum € 3000 of meer bedroeg, blijven de artikelen 11, eerste lid, onderdeel j, onder 5°, en onderdeel r, onder 4°, en derde lid, 19g, met uitzondering van het tweede lid, 21c, onderdeel f, 22a, zesde lid, 22ca, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, en 22d, artikel 25, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en artikel 4, zesde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965, zoals deze artikelen op 31 december 2011 luidden, tot en met 31 oktober 2021 van toepassing, met dien verstande dat: - -a. bij de toepassing van artikel 22ca, tweede lid, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde, kalenderjaren die na 31 december 2011 zijn geëindigd buiten beschouwing blijven; -b. de op artikel 19g, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde, gebaseerde bepalingen van toepassing blijven met inachtneming van de omstandigheid dat artikel 19g, tweede lid, zoals dat op 31 december 2011 luidde, niet meer van toepassing is. - -**2.** - -Bij toepassing van dit artikel wordt artikel 19g, achtste lid, zoals dat luidde op 31 december 2011, vanaf 1 januari 2013 als volgt gelezen: - -8. De ingevolge de levensloopregeling opgebouwde voorziening wordt op de dag voorafgaand aan de dag waarop de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, maar uiterlijk op de dag voorafgaand aan het ingaan van het ouderdomspensioen aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer. - -**3.** - -Het eerste lid is voor de werknemer niet van toepassing ingeval: - -a. het tweede lid, zoals dat op 31 december 2013 luidde, is toegepast; of -b. het vierde lid, zoals dat op 31 december 2015 luidde, is toegepast. - -**4.** Ingeval de waarde in het economische verkeer van de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, niet vóór 1 november 2021 met toepassing van het eerste lid als loon in aanmerking is genomen, wordt de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bij de aanvang van die dag, zonder toepassing van de standaardloonheffingskorting, als loon uit tegenwoordige arbeid van de werknemer of gewezen werknemer in aanmerking genomen en wordt de kredietinstelling, de verzekeraar, de beheerder van een beleggingsinstelling of het lichaam, bedoeld in artikel 19g, vierde lid, onderdelen a, onderscheidenlijk b, c en d, zoals dat artikel op 31 december 2011 luidde, in zoverre in afwijking van het bepaalde in artikel 6, ter zake van dat loon als inhoudingsplichtige aangemerkt. Het ingevolge de eerste zin in aanmerking te nemen loon wordt niet in aanmerking genomen als loon in de zin van de artikelen 42 en 43 van de Zorgverzekeringswet. +Vervallen ### Artikel 39e