2006-03-10 | BWBR0003229 | Ambtenarenreglement Staten-Generaal
This commit is contained in:
parent
807525c20d
commit
f893f9d72e
1 changed files with 63 additions and 45 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Ambtenarenreglement Staten-Generaal
|
|||
bwb_id: BWBR0003229
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1979-03-31'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2006-02-03'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003229
|
||||
citeertitel: Ambtenarenreglement Staten-Generaal
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -1105,26 +1105,6 @@ a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
|||
b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt; of
|
||||
c. met ingang van de dag volgende op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
### Artikel 72b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, die voor 1 januari 2011 is herplaatst, ontvangt bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende hoogstens vijf jaar een uitkering van 70% van het verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. zijn bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zoals die zou zijn geweest op de dag voor zijn herplaatsing indien de ambtenaar op die dag niet ongeschikt zou zijn geweest tot werken, en
|
||||
b. zijn bezoldiging na herplaatsing verminderd met eventuele daarna volgende verhogingen op grond van artikel 7 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, en vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de ambtenaar die arbeidsongeschikt is geworden ten gevolge van een beroepsincident, ook nadat de termijn van vijf jaar is verstreken recht op een uitkering.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De uitkering eindigt in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag waarop de ambtenaar ontslag is verleend;
|
||||
b. met ingang van de dag volgend op die waarop de ambtenaar is overleden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij eventuele samenloop van een recht op uitkering op grond van dit artikel en een recht op uitkering op grond van artikel 37a, derde of vierde lid, vervalt het laatstbedoelde recht.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1194,30 +1174,6 @@ De artikelen 72, vierde lid, 72a, tweede tot en met vijfde lid, 73, 73a en 104,
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar en de gewezen ambtenaar hebben geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging:
|
||||
|
||||
a) indien de ziekte is voorgewend, althans zodanig overdreven wordt voorgesteld, dat ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte niet kan worden aangenomen;
|
||||
b) indien de ambtenaar de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt, tenzij hem daarvan op grond van zijn psychische toestand geen verwijt kan worden gemaakt;
|
||||
c) indien de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel b en blijkt dat de ambtenaar onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring van geschiktheid, de aan de desbetreffende functie verbonden werkzaamheden te verrichten, ten onrechte heeft plaatsgevonden, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**2.** De gewezen ambtenaar heeft geen aanspraak op doorbetaling van zijn laatstelijk genoten bezoldiging, indien hij op grond van een aanvaarde andere betrekking aanspraak kan maken op betaling van loon of bezoldiging, dan wel aanspraak kan maken op een ZW-uitkering.
|
||||
|
||||
### Artikel 75b
|
||||
|
||||
**1.** Het tot aanstelling bevoegde gezag is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** De maatregelen en voorschriften, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op duurzame reïntegratie in de eigen arbeid of in andere passende arbeid in de sector Rijk waarvan de voor die arbeid geldende salarisschaal niet meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die voor de ambtenaar geldt en waarbij de resterende mogelijkheden van de ambtenaar volledig worden benut. Indien na overleg tussen het tot aanstelling bevoegde gezag en de ambtenaar vaststaat dat dergelijke arbeid niet voorhanden is, zullen de maatregelen en voorschriften zich richten op duurzame reïntegratie in andere passende arbeid, zo mogelijk binnen een van de overheidssectoren.
|
||||
|
||||
**3.** Zolang duurzame reïntegratie als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag de ambtenaar in de gelegenheid andere passende arbeid te verrichten.
|
||||
|
||||
**4.** Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het tot aanstelling bevoegde gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar die van mening is dat het tot aanstelling bevoegde gezag de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, legt bij zijn verzoek tot nakoming aan het tot aanstelling bevoegde gezag een oordeel van het UWV als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdeel b, van de Wet SUWI over. Het tot aanstelling bevoegde gezag beslist binnen zes weken op het verzoek en deelt daarbij mee tot welke aanpassingen in de reïntegratie-inspanningen het verzoek hem aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf . Geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging en de bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 75
|
||||
|
|
@ -1676,6 +1632,18 @@ b. bij ontslag tijdens het volgen van de scholing en bij ontslag binnen een term
|
|||
|
||||
**3.** Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. Door het tot aanstelling bevoegd gezag kunnen nadere regels omtrent dit verbod worden gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 96a
|
||||
|
||||
**1.** Het tot aanstelling bevoegd gezag wijst de ambtenaren aan die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is. De aangewezen ambtenaar meldt financiële belangen, alsmede het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling kunnen raken, aan een daartoe aangewezen functionaris.
|
||||
|
||||
**2.** Het tot aanstelling bevoegd gezag voert een registratie van de op grond van het eerste lid gedane meldingen.
|
||||
|
||||
**3.** De ambtenaar verstrekt nadere informatie of bescheiden met betrekking tot de financiële belangen of het bezit van of de transacties met effecten, indien daarvoor naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag of de door dit gezag aangewezen functionaris, bedoeld in het eerste lid, aanleiding bestaat op grond van de melding of na de melding gebleken feiten of omstandigheden.
|
||||
|
||||
**4.** De ambtenaar heeft geen financiële belangen, bezit geen effecten of verricht geen effectentransacties waardoor de goede vervulling van zijn functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voorzover dit in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
|
||||
|
||||
**5.** Door het tot aanstelling bevoegd gezag kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de melding, bedoeld in het eerste lid, de registratie, bedoeld in het tweede lid, en het verbod, bedoeld in het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
**1.** Het is de ambtenaar verboden, middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij daarvoor toestemming is verleend.
|
||||
|
|
@ -1806,6 +1774,56 @@ Het is de ambtenaar verboden gedurende de werktijd alcoholhoudende dranken te ge
|
|||
|
||||
**2.** De ambtenaar die een diensttijd heeft van 10 jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van artikel, 126 of 129, eerste lid, onder *f* wordt een diensttijdgratificatie toegekend ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum als bedoeld in het eerste lid. Toekenning vindt niet plaats indien niet binnen een termijn van vijf jaar na de datum van ingang van het ontslag aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou hebben bestaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIIb. Melden van een misstand
|
||||
|
||||
### Artikel 114a
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de ambtenaar werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 114b
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd verplichtingen tot aangifte van strafbare feiten meldt de ambtenaar het vermoeden van een misstand aan de leidinggevende. Indien de ambtenaar melding aan de leidinggevende niet wenselijk acht, meldt hij het vermoeden aan de naast hogere leidinggevende of aan een daartoe aangewezen vertrouwenspersoon.
|
||||
|
||||
**2.** Indien zwaarwegende redenen in de weg staan aan de toepassing van de in het eerste lid bedoelde procedure, meldt de ambtenaar het vermoeden van een misstand schriftelijk rechtstreeks aan de Commissie integriteit overheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 114c
|
||||
|
||||
**1.** De leidinggevende of de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 114b, eerste lid, draagt er zorg voor dat het tot aanstelling bevoegd gezag onverwijld via de hiërarchische lijn schriftelijk op de hoogte wordt gesteld van het gemelde vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding is ontvangen. Indien de melding is gedaan bij de vertrouwenspersoon, vergewist deze zich ervan dat de ambtenaar heeft ingestemd met melding aan het tot aanstelling bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het tot aanstelling bevoegd gezag
|
||||
|
||||
a. bewerkstelligt dat onverwijld een onderzoek wordt ingesteld naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand;
|
||||
b. bevestigt schriftelijk aan de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld het moment van die melding en de inhoud ervan en
|
||||
c. informeert de persoon of personen op wie het gemelde vermoeden van een misstand betrekking heeft, dat een melding is gedaan, tenzij dit het onderzoeksbelang kan schaden.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen acht weken na de melding wordt de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld door het tot aanstelling bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte gesteld van het inhoudelijke standpunt van dat gezag omtrent het gemelde vermoeden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt het tot aanstelling bevoegd gezag de ambtenaar hiervan in kennis en vermeldt het daarbij de termijn waarbinnen een standpunt tegemoet kan worden gezien.
|
||||
|
||||
**5.** Nadat het tot aanstelling bevoegd gezag het standpunt omtrent het gemelde vermoeden heeft bepaald, stelt het de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had schriftelijk op de hoogte van dat standpunt alsmede van de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover met toepassing van het tweede lid, onderdeel c, niet eerder was of waren geïnformeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 114d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand melden bij de Commissie integriteit overheid, indien:
|
||||
|
||||
a. de ambtenaar het niet eens is met het standpunt van het tot aanstelling bevoegd gezag, bedoeld in artikel 114c, derde lid;
|
||||
b. de ambtenaar niet binnen de in artikel 114c, derde lid, gestelde termijn een standpunt of een bericht als bedoeld in artikel 114c, vierde lid, heeft ontvangen, of
|
||||
c. de ambtenaar niet binnen de in artikel 114c, vierde lid, bedoelde termijn een standpunt heeft ontvangen dan wel die termijn onredelijk lang is;
|
||||
|
||||
**2.** De ambtenaar meldt het vermoeden van een misstand bij de Commissie integriteit overheid, indien de situatie, bedoeld in artikel 114b, tweede lid, zich voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Binnen vier weken nadat de Commissie integriteit overheid advies heeft uitgebracht, deelt het tot aanstelling bevoegd gezag de ambtenaar die het vermoeden van een misstand heeft gemeld, schriftelijk gemotiveerd mee of het advies wordt opgevolgd. Een afschrift van deze mededeling wordt gezonden aan de Commissie integriteit overheid.
|
||||
|
||||
**4.** Het tot aanstelling bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie het vermoeden van een misstand betrekking had over het advies, bedoeld in het derde lid, en het gevolg dat daaraan wordt gegeven, alsmede over de melding, indien bedoelde persoon of personen daarover niet eerder was of waren geïnformeerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 114e
|
||||
|
||||
De vertrouwenspersoon wordt op geen enkele wijze benadeeld als gevolg van het uitoefenen van zijn taken op basis van dit hoofdstuk.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue