2020-04-23 | BWBR0043404 | Verzamelbesluit Toeslagen

This commit is contained in:
Coornhert 2020-04-23 12:00:00 +00:00
parent 6d1349eaf6
commit f931eb6ee8

View file

@ -10,13 +10,55 @@ citeertitel: Verzamelbesluit Toeslagen
# Verzamelbesluit Toeslagen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**De Staatssecretaris van Financiën heeft in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het volgende besloten.**
*In dit besluit staat beleid met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Hierin is het beleid rondom het proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag en het matigen van de terugvordering van toeslagen opgenomen. Tevens zijn drie goedkeuringen opgenomen voor specifieke situaties met betrekking tot kwijtscheldingswinsten, de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen tussen partners in relatie tot de vermogenstoets in de huurtoeslag en de termijn voor het indienen van een verzoek om rekening te houden met bijzondere situaties voor de huurtoeslag.*
## 1. Inleiding
### 1.1. Opzet besluit
Dit besluit omvat beleid met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Onderdeel 2 bevat beleid dat geldt voor alle toeslagen, dus voor zowel de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag als het kindgebonden budget. De onderdelen 3 en 4 bevatten aanvullend beleid met betrekking tot specifiek de kinderopvangtoeslag (onderdeel 3) en de huurtoeslag (onderdeel 4).
### 1.2. Wijzigingen besluit
Dit besluit is een actualisering van het besluit van 20 december 2019, nr. 2019-215337 (Stcrt. 2019, 70486). Hieronder staan de wijzigingen ten opzichte van het besluit van 20 december 2019:
De structuur van het besluit is gewijzigd om duidelijk te maken welk beleid voor welke toeslagen geldt. Daarnaast zijn enkele redactionele wijzigingen aangebracht.
In onderdeel 2.1 is invulling gegeven aan de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die inhoudt dat de Belastingdienst/Toeslagen enige ruimte heeft bij de vaststelling van het bedrag dat wordt teruggevorderd.1ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3536.
In onderdeel 2.2 is een goedkeuring opgenomen op basis waarvan in bepaalde omstandigheden ook een onherroepelijk vaststaande terugvorderingsbeschikking in het voordeel van belanghebbende kan worden herzien.
In onderdeel 2.3 is een goedkeuring opgenomen voor de specifieke situatie waarin een kwijtscheldingswinst doorwerkt in het toetsingsinkomen voor de toeslagen, omdat er ook sprake is van openstaande te verrekenen verliezen.
In onderdeel 4.1 is een goedkeuring opgenomen voor de specifieke situatie waarin de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen tussen fiscale partners leidt tot verlies van het recht op huurtoeslag.
In onderdeel 4.2 is een goedkeuring opgenomen waarmee de termijn voor het indienen van een verzoek om rekening te houden met bijzondere situaties voor de huurtoeslag wordt verruimd.
In onderdelen 2.1 en 3.1 is bepaald dat en in welke gevallen een onherroepelijk vaststaande tegemoetkoming (vaststellingsbeschikking) of terugvorderingsbeschikking met betrekking tot de kinderopvangtoeslag in het voordeel van belanghebbende kan worden herzien.
### 1.3. Gebruikte begrippen en afkortingen
- *Awb:*
Algemene wet bestuursrecht
- *Awir:*
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- *Berekeningsjaar:* Berekeningsjaar als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, Awir
- *Bht:*
Besluit op de huurtoeslag
- *Gastouderopvang:* Gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 Wko
- *Kinderopvang:* Kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 Wko
- *Kinderopvangorganisatie:* Gastouderbureau of kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 Wko
- *Kinderopvangtoeslag:* Kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.1 Wko
- *Ouder:* Ouder als bedoeld in artikel 1.1 Wko
- *Regeling Wko:*
Regeling Wet kinderopvang
- *Toeslagen:* Zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
- *UR Awir:*
Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- *Wet IB 2001:*
Wet inkomstenbelasting 2001
- *Wko:*
Wet kinderopvang
## 2. Gemeenschappelijk beleid voor toeslagen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Dit onderdeel bevat het beleid dat geldt voor alle toeslagen, dus zowel de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag als het kindgebonden budget.
### 2.1. Matiging van de terugvordering van toeslagen
@ -68,6 +110,10 @@ Ik keur vooruitlopend op wetgeving goed dat artikel 21a Awir en artikel 5a UR Aw
### 2.3. Toetsingsinkomen bij kwijtscheldingswinsten
In de praktijk doen zich situaties voor waarin de kwijtscheldingswinstvrijstelling in de Wet IB 2001 niet volledig doorwerkt in het toetsingsinkomen voor de toeslagen. Dit kan het geval zijn als schuldeisers hun niet voor verwezenlijking vatbare rechten prijsgeven (schulden kwijtschelden) en een belastingplichtige daarnaast openstaande te verrekenen verliezen heeft. Voor het toetsingsinkomen wordt doorgaans aangesloten bij het verzamelinkomen uit de Wet IB 2001.4Artikel 2.18 Wet IB 2001. Eventuele openstaande te verrekenen verliezen maken geen deel uit van het verzamelinkomen.5Artikel 3.1, eerste lid, Wet IB 2001 jo. artikel 2.18 Wet IB 2001. Hierdoor zal in een situatie waarin de belastingplichtige openstaande te verrekenen verliezen heeft de kwijtscheldingswinst geheel of gedeeltelijk leiden tot een verhoging van het verzamelinkomen in de Wet IB 2001 en het toetsingsinkomen voor diverse toeslagen.6Indien geen sprake is van te verrekenen verliezen, zal de kwijtscheldingswinst doorgaans op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 worden vrijgesteld van de winst uit onderneming. Belanghebbende kan door dit papieren inkomen het recht op toeslagen verliezen of minder toeslagen krijgen. Hij wordt dan geconfronteerd met een terugbetalingsverplichting van toeslagen zonder dat hij over dit inkomen heeft kunnen beschikken.
Ik keur daarom vooruitlopend op wetgeving goed dat in de situatie waarin de kwijtscheldingswinst als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 het toetsingsinkomen verhoogt omdat de in dit artikel opgenomen vrijstelling deze winst niet geheel vrijstelt ten gevolge van openstaande te verrekenen verliezen in box 1 van de inkomstenbelasting de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van belanghebbende voor de vaststelling van het toetsingsinkomen kan uitgaan van het verzamelinkomen zonder de hiervoor bedoelde kwijtscheldingswinst.
## 3. Kinderopvangtoeslag
Dit onderdeel bevat aanvullend beleid met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.
@ -119,8 +165,44 @@ In bijzondere gevallen waarin de betaling niet tijdig is verricht aan de kindero
## 4. Huurtoeslag
Dit onderdeel bevat aanvullend beleid met betrekking tot de huurtoeslag.
### 4.1. Overschrijding vermogensgrens door toerekening gezamenlijke grondslag sparen en beleggen
De door fiscale partners voor de inkomstenbelasting gekozen toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen12Artikel 2.17 Wet IB 2001. kan er in bepaalde situaties onbedoeld toe leiden dat een van die partners door overschrijding van de vermogensgrens het recht op huurtoeslag verliest.13Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 november 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5310. Het gaat dan om de situatie waarin de fiscale partners geen, of niet het gehele jaar, toeslagpartner voor de huurtoeslag zijn14Er wordt dan niet voldaan aan de inschrijvingseis van artikel 1a, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag, omdat de partner niet op hetzelfde adres als de huurder in de basisregistratie personen staat ingeschreven. en de huurder het recht op huurtoeslag verliest door overschrijding van de vermogensgrens als gevolg van de tot stand gekomen onderlinge verhouding van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in de aanslag inkomstenbelasting. In voorkomende gevallen hebben de fiscale partners deze gevolgen bij het invullen van de aangifte inkomstenbelasting niet onderkend. In deze situatie staan de financiële gevolgen van het verlies aan recht op huurtoeslag niet in verhouding tot het voordeel dat door de gekozen verdeling mogelijk wordt genoten in de inkomstenbelasting.
Ik keur daarom vooruitlopend op wetgeving goed dat in genoemde situatie op verzoek van belanghebbende de Belastingdienst/Toeslagen uitsluitend voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag mag uitgaan van een zodanige toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen dat bij belanghebbende geen sprake meer is van een overschrijding van de vermogensgrens. Op die wijze kan de belanghebbende zijn recht op huurtoeslag behouden. De goedkeuring heeft dus geen gevolgen voor de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in de inkomstenbelasting en ook geen gevolgen voor het toetsingsinkomen voor de toeslagen.
Hierbij stel ik de volgende voorwaarden:
De aanslag inkomstenbelasting van belanghebbende en die van zijn fiscale partner staan onherroepelijk vast. Indien de aanslag niet onherroepelijk vaststaat, bestaat voor de inkomstenbelasting de mogelijkheid om de onderlinge verhouding van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen nog aan te passen.
Belanghebbende dient bij de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek in om voor de toepassing van de vermogenstoets in de huurtoeslag uit te gaan van een andere verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen.
Er is geen sprake van een structurele toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen met onbedoelde gevolgen voor de huurtoeslag. Van de belanghebbende wordt verwacht dat hij in de volgende jaren bij de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen rekening houdt met de gevolgen voor het recht op huurtoeslag.
### 4.2. Termijn verzoek bijzondere situaties
In hoofdstuk 2 Bht zijn enkele bijzondere situaties opgenomen voor de huurtoeslag. Voor het toekennen van een huurtoeslag kan een huurder, diens partner of een medebewoner in bepaalde situaties van langdurig verblijf buitenshuis buiten beschouwing blijven.15Artikel 2 Bht. Ook kan een partner of een medebewoner buiten beschouwing blijven als sprake is van een verzorgingsbehoefte bij de huurder, diens partner of een medebewoner.16Artikel 2a Bht.
Daarnaast is het mogelijk om bij het bepalen van het toetsingsinkomen van de huurtoeslag in een vijftal situaties specifieke inkomensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing te laten.17Artikel 2b, eerste lid, Bht. De belanghebbende kan voor deze situaties een verzoek indienen bij de Belastingdienst/Toeslagen. Dit verzoek kan worden ingediend totdat de huurtoeslag voor het betreffende jaar onherroepelijk vaststaat.18Artikel 2c, eerste lid, Bht. In veel gevallen blijkt dat deze termijn te kort is. De financiële gevolgen van het te laat indienen van een dergelijk verzoek zijn groot voor de belanghebbende. Het kan ertoe leiden dat belanghebbende de huurtoeslag volledig moet terugbetalen.
Ik keur daarom vooruitlopend op regelgeving goed dat in afwijking van artikel 2c, eerste lid, Bht een verzoek als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 2a, eerste lid, en 2b, eerste lid, Bht kan worden gedaan totdat vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop het verzoek betrekking heeft.
Een verzoek dat ziet op berekeningsjaar 2020 kan tot en met 31 december 2025 worden ingediend.
In beginsel is een herziening in het voordeel van belanghebbende van een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden niet mogelijk als die herziening voortvloeit uit beleid dat is uitgevaardigd nadat de vaststellingsbeschikking onherroepelijk is geworden. Zo nodig kan de Minister van Financiën, in overeenstemming met de ministers die het aangaat, anders bepalen.
Over de toepassing van artikel 5a, onderdeel c, UR Awir en in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, bepaal ik het volgende. Bij wijze van uitzondering is herziening van een toegekende of herziene tegemoetkoming die voorafgaande aan de uitvaardiging van dit besluit onherroepelijk is geworden wel mogelijk als die herziening van het recht op huurtoeslag voortvloeit uit onderdeel 4.2 van dit besluit en belanghebbende hiertoe een verzoek indient. Deze herzieningsmogelijk zal namelijk ook worden opgenomen in de wijziging van het besluit op de huurtoeslag. Door de herzieningsmogelijkheid in dit besluit kan hier in de uitvoering al rekening mee worden gehouden.
Gelet op de aanstaande wijziging van de regelgeving zal ik bij de herziening artikel 5a, onderdeel d, UR Awir niet tegenwerpen. Artikel 5a UR Awir blijft voor het overige onverkort van toepassing. Dit betekent dat herziening op basis van dit besluit in ieder geval niet meer mogelijk is indien vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de huurtoeslag betrekking heeft.
## 5. Ingetrokken besluit
Het besluit van 20 december 2019, nr. 2019-215337 (Stcrt. 2019, 70486) is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
## 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat onderdelen 2.1, 2.2 en 3 terugwerken tot en met 23 oktober 2019.
## 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Verzamelbesluit Toeslagen.