From f944cf2da23e738c01ae474753577792db6e2c3a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Aug 2000 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2000-08-01 | BWBR0005441 | Formatiebesluit WPO --- .../formatiebesluit-wpo/BWBR0005441/README.md | 131 +++++++++--------- 1 file changed, 65 insertions(+), 66 deletions(-) diff --git a/amvb/formatiebesluit-wpo/BWBR0005441/README.md b/amvb/formatiebesluit-wpo/BWBR0005441/README.md index b02b38784eb..4884160d553 100644 --- a/amvb/formatiebesluit-wpo/BWBR0005441/README.md +++ b/amvb/formatiebesluit-wpo/BWBR0005441/README.md @@ -43,8 +43,8 @@ leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling: a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep, b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije, c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba, -d. van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000, -e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië; +d. van wie ten minste een van de ouders of voogden door Onze Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 15 van de Vreemdelingenwet (Stb. 1965, 40), +e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië;. formatiebudget: het formatiebudget, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van de wet. @@ -58,15 +58,14 @@ formatiebudget: het formatiebudget, bedoeld in artikel 123, eerste lid, van de w Het formatiebudget waarop het bevoegd gezag van een basisschool per schooljaar aanspraak heeft, bestaat uit: -a. de basisformatie, bedoeld in artikel 120, eerste lid onderdeel *a*, van de wet, -b. in voorkomende gevallen formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel 120, eerste lid onderdeel *b*, van de wet, -c. in voorkomende gevallen groeiformatie en bijzondere groeiformatie als bedoeld in de artikelen 15c tot en met 15c3, -d. in voorkomende gevallen aanvullende formatie als bedoeld in artikel 120, vijfde lid, van de wet, en -e. in voorkomende gevallen formatie als bedoeld in artikel 70a van de wet. +a. de basisformatie, bedoeld in artikel 120, eerste lid onderdeel a, van de wet, +b. in voorkomende gevallen formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel 120, eerste lid onderdeel b, van de wet, +c. in voorkomende gevallen groeiformatie en bijzondere groeiformatie als bedoeld in de artikelen 15c tot en met 15c3, en +d. in voorkomende gevallen aanvullende formatie als bedoeld in artikel 120, vijfde lid, van de wet. **2.** De omvang van het formatiebudget is de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals voor de school berekend op grond van de artikelen 2 tot en met 15c3. -**3.** De omvang van het formatiebudget van een basisschool die nog geen leerlingen heeft, bedraagt 227 formatierekeneenheden voor een periode van ten hoogste acht weken. +**3.** De omvang van het formatiebudget van een basisschool die nog geen leerlingen heeft, bedraagt 233 formatierekeneenheden voor een periode van ten hoogste acht weken. **4.** Onverminderd het derde lid, heeft een basisschool die op de teldatum geen leerlingen heeft, geen aanspraak op formatierekeneenheden. @@ -143,21 +142,21 @@ toeslag voor kleine scholen = 350 – (aantal leerlingen op de teldatum x 2,57) Het salaire deel van de toeslag voor de schoolleiding wordt vastgesteld op basis van 103% van het aantal leerlingen op de teldatum, naar beneden afgerond op een geheel getal, volgens onderstaand schema: -| 103% van het aantal leerlingen op de teldatum, naar beneden afgerond op een geheel getal | Aantal formatierekeneenheden | +| 103% van het aantal leerlingen op de teldatum, naar beneden afgerond op een geheel getal | aantal formatierekeneenheden | | --- | --- | -| 1 tot en met 99 | 48 | -| 100 tot en met 199 | 70 | -| 200 tot en met 399 | 94 | -| 400 tot en met 899 | 138 | -| 900 en hoger | 183 | +| 1 tot en met 99 | 54 | +| 100 tot en met 199 | 86 | +| 200 tot en met 399 | 118 | +| 400 tot en met 899 | 140 | +| 900 en hoger | 213 | -**4.** Voor een basisschool in een samenwerkingsverband dat de instemming, bedoeld in artikel 18, zevende lid, van de wet, heeft verkregen, wordt het salaire deel van de toeslag voor de schoolleiding voor 2% van het aantal leerlingen van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal, verhoogd met 0,16 formatierekeneenheid per leerling. +**4.** Voor een basisschool in een samenwerkingsverband dat de instemming, bedoeld in artikel 18, zevende lid, van de wet, heeft verkregen, wordt het salaire deel van de toeslag voor de schoolleiding voor 2% van het aantal leerlingen van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal, verhoogd met 0,2 formatierekeneenheid per leerling. ### Artikel 13b -Vanwege herbezetting in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, wordt het aantal formatierekeneenheden dat voor een basisschool is berekend op grond van de artikelen 8, 13, 13a en 15a, verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen. +Vanwege herbezetting in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, wordt het aantal formatierekeneenheden dat voor een basisschool is berekend op grond van de artikelen 8, 13, 13a, 15 en 15a, verhoogd met het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van de betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen. ### Artikel 13c @@ -167,11 +166,14 @@ Vervallen ### Artikel 14 -De formatie voor speciale doeleinden van een basisschool omvat de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, bedoeld in artikel 120 van de wet. +De formatie voor speciale doeleinden van een basisschool omvat: + +a. de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie, en +b. de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, bedoeld in artikel 120 van de wet. ### Artikel 15 -Vervallen +De formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en innovatie van een basisschool wordt berekend door de som van het aantal leerlingen op de teldatum en het schoolgewicht, bedoeld in artikel 15b, te vermenigvuldigen met 0,29. ### Artikel 15a @@ -251,17 +253,17 @@ b. het bevoegd gezag van die school het aantal leerlingen op grond waarvan het b ### Artikel 15d -**1.** De gezamenlijke zorgformatie voor de basisscholen in een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 132 van de wet, wordt berekend door de som van het aantal leerlingen van de afzonderlijke basisscholen op de teldatum te vermenigvuldigen met 0,463. +**1.** De gezamenlijke zorgformatie voor de basisscholen in een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 132 van de wet, wordt berekend door de som van het aantal leerlingen van de afzonderlijke basisscholen op de teldatum te vermenigvuldigen met 0,434. -**2.** In een samenwerkingsverband dat de in artikel 18, zevende lid, van de wet bedoelde instemming heeft verkregen, wordt de in het eerste lid bedoelde formatie voor 2% van het aantal leerlingen van elke basisschool op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal, verhoogd met 12,6 formatierekeneenheden per leerling. +**2.** In een samenwerkingsverband dat de in artikel 18, zevende lid, van de wet bedoelde instemming heeft verkregen, wordt de in het eerste lid bedoelde formatie voor 2% van het aantal leerlingen van elke basisschool op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal, verhoogd met 13,5 formatierekeneenheden per leerling. **3.** Het totale aantal formatierekeneenheden dat is berekend op grond van het eerste en het tweede lid, wordt per school rekenkundig afgerond op een geheel getal. -## Hoofdstuk 4. Formatie leerlinggebonden budget +## Hoofdstuk 4. (Vervallen) ### Artikel 16 -Voor een op de basisschool of de speciale school voor basisonderwijs ingeschreven leerling die toelaatbaar is verklaard tot een van de onderwijssoorten, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder b of c, van de Wet op de expertisecentra dan wel tot het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid onder d, van genoemde wet wordt het volgende aantal formatierekeneenheden toegekend en geldt een herbestedingsverplichting met betrekking tot het aangegeven aantal formatierekeneenheden: +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Formatie speciale scholen voor basisonderwijs @@ -273,13 +275,12 @@ Het formatiebudget waarop het bevoegd gezag van een speciale school voor basison a. de basisformatie, bedoeld in artikel 122, eerste lid onderdeel a, van de wet, b. in voorkomende gevallen formatie voor speciale doeleinden, bedoeld in artikel 122, eerste lid onderdeel b, van de wet, -c. de zorgformatie, bedoeld in artikel 122, eerste lid onderdeel c, van de wet, -d. de formatie, bedoeld in artikel 122, vijfde lid, van de wet, en -e. in voorkomende gevallen formatie als bedoeld in artikel 70a van de wet. +c. de zorgformatie, bedoeld in artikel 122, eerste lid onderdeel c, van de wet en +d. de formatie, bedoeld in artikel 122, vierde lid, van de wet. **2.** De omvang van het formatiebudget is de som van de aantallen formatierekeneenheden, zoals voor de school berekend op grond van de artikelen 16b tot en met 16e. -**3.** Het formatiebudget van een speciale school voor basisonderwijs die nog geen leerlingen heeft, bedraagt 251 formatierekeneenheden voor een periode van ten hoogste acht weken. +**3.** Het formatiebudget van een speciale school voor basisonderwijs die nog geen leerlingen heeft, bedraagt 265 formatierekeneenheden voor een periode van ten hoogste acht weken. **4.** Onverminderd het derde lid, heeft een speciale school voor basisonderwijs die op de teldatum geen leerlingen heeft, geen aanspraak op formatierekeneenheden. @@ -292,18 +293,17 @@ e. in voorkomende gevallen formatie als bedoeld in artikel 70a van de wet. De formatie, bedoeld in artikel 16a, eerste lid onderdeel d, van een speciale school voor basisonderwijs bestaat uit: a. het aantal formatierekeneenheden voor schoolleiding en -b. het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van een betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in titel 16 van hoofdstuk 1 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op een geheel getal. +b. het aantal formatierekeneenheden dat behoort bij het gedeelte van een betrekkingsomvang dat kan worden herbezet in verband met toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, bedoeld in hoofdstuk I-V van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op een geheel getal. **3.** Het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde aantal formatierekeneenheden voor schoolleiding wordt berekend volgens het onderstaande schema: -| Aantal leerlingen op de teldatum | aantal formatierekeneenheden | +| aantal leerlingen op de teldatum | aantal formatierekeneenheden | | --- | --- | -| 1 tot en met 99 | 56 | -| 100 tot en met 199 | 73 | -| 200 tot en met 399 | 145 | -| 400 en hoger | 151 | +| 1 tot en met 99 | 65 | +| 100 tot en met 199 | 98 | +| 200 en hoger | 171 | ### Artikel 16c @@ -313,7 +313,7 @@ Vervallen **1.** De formatie voor speciale doeleinden van een speciale school voor basisonderwijs omvat de formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, bedoeld in artikel 122 van de wet. -**2.** De formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt berekend door het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond boven het aantal van 4 te vermenigvuldigen met 8,1 formatierekeneenheden. Het aldus berekende aantal formatierekeneenheden wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. +**2.** De formatie voor de bestrijding van onderwijsachterstanden wordt berekend door het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond boven het aantal van 4 te vermenigvuldigen met 8,3 formatierekeneenheden. Het aldus berekende aantal formatierekeneenheden wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. ### Artikel 16e @@ -358,31 +358,31 @@ Verbruikstabel functies schoolleiding, onderwijsgevend en onderwijsondersteunend | Functie (normbetrekking) | Maximumschaal behorende bij een functie (*) | Verbruik van formatie-rekeneenheden | | --- | --- | --- | | a. schoolleiding en leraren | | | -| 1. directeur | 10 | 227 | -| 2. directeur | 11 | 251 | -| 3. directeur | 12 | 284 | -| 4. adjunct-directeur | 9 | 201 | -| 5. adjunct-directeur | 10 | 212 | -| 6. adjunct-directeur | 11 | 251 | +| 1. directeur | 10 | 233 | +| 2. directeur | 11 | 265 | +| 3. directeur | 12 | 306 | +| 4. adjunct-directeur | 9 | 211 | +| 5. adjunct-directeur | 10 | 233 | +| 6. adjunct-directeur | 11 | 265 | | 7. leraar | 9 | 179 | -| 8. leraar | 10 | 195 | -| 9. leraar in opleiding basisschool | vast salarisbedrag | 72 | -| 10. leraar in opleiding speciale school voor basisonderwijs | vast salarisbedrag | 75 | +| 8. leraar | 10 | 200 | +| 9. leraar in opleiding basisschool | vast salarisbedrag | 76 | +| 10. leraar in opleiding speciale school voor basisonderwijs | vast salarisbedrag | 81 | | b. onderwijsondersteunend personeel | | | -| 1. administratief medewerker | 3 | 117 | -| 1a. administratief medewerker | 4 | 122 | -| 2. psychologisch assistent | 4 | 122 | -| 3. conciërge | 3 | 117 | -| 4a. klassenassistent | 3 | 117 | -| 4b. klassenassistent | 4 | 122 | -| 5. logopedist/akoepedist | 8 | 168 | -| 6. maatschappelijk deskundige | 8 | 168 | -| 7. orthopedagoog/psycholoog | 11 | 227 | -| 8. onderwijsassistent | 4 | 122 | +| 1. administratief medewerker | 3 | 137 | +| 1a. administratief medewerker | 4 | 144 | +| 2. psychologisch assistent | 4 | 144 | +| 3. conciërge | 3 | 137 | +| 4a. klassenassistent | 3 | 137 | +| 4b. klassenassistent | 4 | 144 | +| 5. logopedist/akoepedist | 8 | 188 | +| 6. maatschappelijk deskundige | 8 | 188 | +| 7. orthopedagoog/psycholoog | 11 | 265 | +| 8. onderwijsassistent | 4 | 144 | -**4.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel 112 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is. +**4.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel I-P78 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is. -**5.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid of bedoeld in het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel 112 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is. +**5.** Bij het opnemen van andere functies in de formatie van de school dan genoemd in de tabel in het derde lid of bedoeld in het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de tabel in artikel I-P78 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel van toepassing is. **6.** Het totale verbruik van formatierekeneenheden van de school wordt berekend door de som te bepalen van het verbruik van formatierekeneenheden per functie die in de formatie is opgenomen en de uitkomst daarvan af te ronden op de wijze als is aangegeven in artikel 16, derde lid. @@ -404,21 +404,21 @@ Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt va ### Artikel 17d -**1.** Het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in artikel 125, eerste en tweede lid, van de wet bedraagt voor elk schooljaar volgend op het schooljaar van de toelating van de leerling tot de speciale school voor basisonderwijs 13,5 formatierekeneenheden, met dien verstande dat dit aantal in het eerste schooljaar volgend op de toelating 22,6 formatierekeneenheden bedraagt indien de toelating heeft plaatsgevonden in de periode van 2 oktober tot 1 augustus daaropvolgend. +**1.** Het aantal formatierekeneenheden, bedoeld in artikel 125, eerste en tweede lid, van de wet bedraagt voor elk van de vier schooljaren volgend op het schooljaar van de toelating van de leerling tot de speciale school voor basisonderwijs 13,5 formatierekeneenheden, met dien verstande dat dit aantal in het eerste schooljaar volgend op de toelating 22,6 formatierekeneenheden bedraagt indien de toelating heeft plaatsgevonden in de periode van 2 oktober tot 1 augustus daaropvolgend. **2.** Het op grond van het eerste lid berekende aantal formatierekeneenheden wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. ### Artikel 18 -**1.** Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar van het beschikbare formatiebudget formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag dan wel het bestuur van een centrale dienst. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in de eerste volzin, is een geheel getal. +**1.** Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar van het beschikbare formatiebudget formatierekeneenheden overdragen aan een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs”“onderwijs”” moet zijn “onderwijs,”. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag dan wel het bestuur van een centrale dienst. Het aantal formatierekeneenheden bedoeld in de eerste volzin, is een geheel getal. **2.** Overdracht van formatierekeneenheden anders dan op grond van de overdrachtsverplichtingen ingevolge de artikelen 124 en 125 van de wet en artikel XLIV van de wet van 2 april 1998 tot wijziging van enkele onderwijswetten en technische wijziging van enkele andere wetten in verband met het totstandbrengen van onder meer een Wet op het primair onderwijs en een Wet op de expertisecentra (Stb. 1998, 228) mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. -**3.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, deelt het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school, instelling of centrale dienst voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar aan Onze Minister mee hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. +**3.** Indien overdracht van formatierekeneenheden als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt, deelt het bevoegd gezag van de overdragende school en dat van de ontvangende school, instelling of centrale dienst voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar aan Onze Minister mee hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden overgedragen. ### Artikel 18a -**1.** Het bestuur van een centrale dienst kan telkens voor de periode van een schooljaar overeenkomstig het zorgplan formatierekeneenheden overdragen aan een school, of indien het andere formatie betreft dan bedoeld in artikel 132 van de wet, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of een instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. Indien het formatie betreft als bedoeld in artikel 132 van de wet is de overdracht, bedoeld in de eerste volzin, uitsluitend mogelijk indien dit in overeenstemming is met het zorgplan. +**1.** Het bestuur van een centrale dienst kan telkens voor de periode van een schooljaar overeenkomstig het zorgplan formatierekeneenheden overdragen aan een school, of indien het andere formatie betreft dan bedoeld in artikel 132 van de wet, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of een instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs. Indien het formatie betreft als bedoeld in artikel 132 van de wet is de overdracht, bedoeld in de eerste volzin, uitsluitend mogelijk indien dit in overeenstemming is met het zorgplan. **2.** Overdracht van formatierekeneenheden mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. @@ -426,7 +426,7 @@ Indien het verbruik van het aantal formatierekeneenheden in een maand afwijkt va **4.** -Het bestuur van de centrale dienst kan voor 1 oktober en voor 1 februari van het desbetreffende schooljaar aan Onze Minister meedelen dat de overdracht, bedoeld in het derde lid wordt gewijzigd. Indien het formatie betreft als bedoeld in artikel 132 van de wet, is dit uitsluitend mogelijk indien dit in overeenstemming is met het zorgplan en het gevolg is van +Het bestuur van de centrale dienst kan tot 1 oktober van het desbetreffende schooljaar aan Onze Minister meedelen dat de overdracht, bedoeld in het derde lid wordt gewijzigd. Indien het formatie betreft als bedoeld in artikel 132 van de wet, is dit uitsluitend mogelijk indien dit in overeenstemming is met het zorgplan en het gevolg is van a. een vacature die niet meteen kan worden vervuld, b. een verklaring van een accountant dat de opgave van de leerlingenaantallen moet worden bijgesteld, @@ -444,19 +444,18 @@ Indien een bevoegd gezag alle scholen in een samenwerkingsverband in stand houdt Het bevoegd gezag van een school kan telkens voor de periode van een schooljaar beslissen minder formatierekeneenheden te besteden dan voor die school mogelijk zou zijn op grond van het beschikbare formatiebudget, tot ten hoogste: -a. 10% van het voor de school beschikbare formatiebudget, daaronder niet begrepen het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel 32, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en daaronder wat betreft een basisschool niet begrepen de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en personeelsinnovatie, +a. 10% van het voor de school beschikbare formatiebudget, daaronder niet begrepen het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel I-C41, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel en daaronder wat betreft een basisschool niet begrepen de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en personeelsinnovatie, b. wat betreft een basisschool de formatie voor personeelsbeleid, kwaliteitsverbetering en personeelsinnovatie, -c. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor het betalen van vergoedingen aan een school voor voortgezet onderwijs voor de inzet van personeel, -d. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel 32, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC, en -e. het aantal formatierekeneenheden per personeelslid voor meer werken als bedoeld in artikel 107, tweede lid, in samenhang met artikel 295a van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC dat wordt berekend door het totaal aantal uren dat meer is gewerkt, te delen door 1659 en de uitkomst van die deling te vermenigvuldigen met het aantal formatierekeneenheden dat voor de betreffende functie bij een normbetrekking wordt verbruikt, bedoeld in artikel 112 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. +c. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor het betalen van vergoedingen aan een school voor voortgezet onderwijs voor de inzet van personeel, en +d. het aantal formatierekeneenheden dat nodig is voor de bekostiging van de vervanging van het personeel dat gebruik maakt van het verlof op grond van artikel I-C41, zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag uit dat overeenkomt met de geldswaarde van de gedurende het schooljaar niet verbruikte formatierekeneenheden. **2.** Het verzilveren van formatierekeneenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, mag niet leiden tot kosten van ontslaguitkeringen krachtens het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. -**3.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt voor die datum aan Onze Minister mee hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober en voor 1 februari van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die data aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissingen niet kunnen inhouden dat minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan voor 15 mei of voor 1 oktober aan Onze Minister is meegedeeld. +**3.** Het bevoegd gezag neemt een beslissing als bedoeld in het eerste lid voor 15 mei voorafgaande aan het desbetreffende schooljaar en deelt voor die datum aan Onze Minister mee hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd. Het bevoegd gezag kan voor 1 oktober van een schooljaar een nadere beslissing als bedoeld in het eerste lid nemen en voor die datum aan Onze Minister meedelen hoeveel formatierekeneenheden worden verzilverd, met dien verstande dat deze nadere beslissing niet kan inhouden dat in totaal minder formatierekeneenheden worden verzilverd dan overeenkomstig de eerste volzin is medegedeeld aan Onze Minister. -**4.** De geldswaarde van de verzilverde formatierekeneenheden voor speciale doeleinden wordt besteed aan de speciale doeleinden waarvoor de formatierekeneenheden waren bestemd. +**4.** De geldswaarde van de verzilverde formatierekeneenheden voor speciale doeleinden wordt besteed aan de speciale doeleinden waarvoor de formatierekeneenheden waren bestemd. De geldswaarde van de verzilverde formatierekeneenheden groepsformatie ten behoeve van het onderwijs aan leerlingen in de leeftijd van 4 tot en met 7 jaar wordt in het schooljaar waarvoor die rekeneenheden zijn toegekend, besteed ten behoeve van het onderwijs in de eerste vier leerjaren. **5.** Het bestuur van een centrale dienst kan telkens voor de periode van een schooljaar overeenkomstig het zorgplan tot ten hoogste 10% minder formatierekeneenheden besteden dan voor die dienst mogelijk zou zijn op grond van de door de dienst krachtens artikel 132 van de wet ontvangen formatierekeneenheden. De laatste volzin van het eerste lid en het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de mededeling en de nadere mededeling in overeenstemming dienen te zijn met het zorgplan. @@ -474,7 +473,7 @@ In dat geval keert Onze Minister aan het bevoegd gezag van de school een bedrag **1.** Indien de meetwaarde van een basisschool voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, zoals berekend op grond van het tweede lid, lager is dan de referentiewaarde van de basisschool zoals berekend op grond van het derde lid, komt zij in aanmerking voor overgangsformatie in aanvulling op de formatie zoals die is berekend op grond van de artikelen 4 tot en met 15d. -**2.** De meetwaarde voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, wordt berekend door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals die voor het desbetreffende schooljaar zijn berekend op grond van de artikelen 8, 13a, tweede lid, en 15a, te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De meetwaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. +**2.** De meetwaarde voor het schooljaar 2000–2001, onderscheidenlijk 2001–2002, wordt berekend door de som van de aantallen formatierekeneenheden zoals die voor het desbetreffende schooljaar zijn berekend op grond van de artikelen 8, 13a, tweede lid, 15 en 15a, te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op de voor het desbetreffende schooljaar geldende teldatum. De meetwaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen. **3.** De referentiewaarde wordt aan de hand van het aantal leerlingen op 1 oktober 1999 berekend door de som van de formatie voor de vervulling van reguliere taken van de school en de formatie voor speciale doeleinden te verminderen met de som van de opslag in verband met de toepassing van de regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen, het in formatierekeneenheden uitgedrukte deel van de formatie voor de schoolleiding, de vermeerdering van de basisformatie ten behoeve van basisscholen met een of meer nevenvestigingen en de toeslag voor kleine scholen, en de uitkomst van deze berekening te delen door de som van het aantal leerlingen en het schoolgewicht op 1 oktober 1999. In geval van samenvoeging van basisscholen wordt voor de toepassing van de eerste volzin onder het aantal leerlingen verstaan het aantal leerlingen van de samengevoegde scholen tezamen. De referentiewaarde wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.