2010-02-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
This commit is contained in:
parent
662eb05df4
commit
f95ec4f1cb
1 changed files with 15 additions and 26 deletions
|
|
@ -123,26 +123,26 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z
|
|||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:
|
||||
|
||||
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 649,52;
|
||||
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 649,52;
|
||||
b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
|
||||
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.169,14;
|
||||
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 909,33;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 746,75;
|
||||
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 655,04.
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.169,14;
|
||||
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 909,33;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 746,75;
|
||||
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 655,04.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
|
||||
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.135,84;
|
||||
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 851,35;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 631,02;
|
||||
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 346,53.
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.135,84;
|
||||
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 851,35;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 631,02;
|
||||
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 346,53.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -665,17 +665,6 @@ d. door het college opgeschort indien uit houding en gedragingen van de alleenst
|
|||
|
||||
**9.** Op verzoek van de alleenstaande ouder die beschikt over een startkwalificatie en aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, vult het college de voorziening in met een opleiding, als bedoeld in artikel 7.2.2., tweede lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.
|
||||
|
||||
**10.**
|
||||
|
||||
De alleenstaande ouder met een kind tot vijf jaar die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders op grond van artikel 37a, eerste lid, tijdelijk ontheven is van een of meer verplichtingen als bedoeld in artikel 37, behoudt die tijdelijke ontheffing:
|
||||
|
||||
a. tot het tijdstip dat in de desbetreffende beschikking is bepaald, doch uiterlijk tot twaalf maanden na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders, dan wel
|
||||
b. indien vóór het bereiken van het van toepassing zijnde tijdstip, bedoeld onder a, door de alleenstaande ouder een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend, tot het tijdstip waarop op dat verzoek door het college is beslist.
|
||||
|
||||
**11.** Indien de alleenstaande ouder een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid heeft ingediend binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders stelt het college, in afwijking van het zevende lid, uiterlijk twaalf maanden na inwerkingtreding van die wet een plan van aanpak op als bedoeld in dat lid.
|
||||
|
||||
**12.** Het tiende en elfde lid en dit lid vervallen met ingang van de eerste dag van de dertiende kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de Wet verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
Het college kan ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, degene die uitkering op grond van deze wet ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. Artikel 10a, tweede tot en met zesde en achtste tot en met tiende lid, van de Wet werk en bijstand alsmede de regels, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen e en f, van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
|
@ -690,7 +679,7 @@ Gereserveerd
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 4 van dit hoofdstuk en paragraaf 4 van hoofdstuk V, in de plaats van de betrokken burgemeesters en wethouders.
|
||||
Indien bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen de uitvoering van deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van die wet, treedt dat bestuur voor de toepassing van deze wet, met uitzondering van paragraaf 4 van dit hoofdstuk en paragraaf 4 van hoofdstuk V, in de plaats van de betrokken burgemeesters en wethouders.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,11 +730,11 @@ n. Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie betreffende de toepassing van
|
|||
|
||||
De in het eerste en het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
|
||||
|
||||
a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5;
|
||||
a. van wie kosten van uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5;
|
||||
b. die hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs kan worden vermoed, als degene:
|
||||
|
||||
1°. te wiens behoeve een uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
|
||||
2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5.
|
||||
2°. van wie kosten van uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 5.
|
||||
|
||||
**5.** De in het eerste en het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst van het verzoek hiertoe, verstrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -953,9 +942,9 @@ De artikelen 3, zevende en achtste lid, en 4, tweede lid, zijn niet van toepassi
|
|||
|
||||
Artikel 9, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de Wet tot invoering en wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (Stb. PM), blijft van toepassing met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
|
||||
b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
|
||||
c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.
|
||||
a. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan;
|
||||
b. een recht op uitkering dat voor 1 december 2009 is ontstaan, daarna is geëindigd en na 1 december 2009 op grond van artikel 7 van die wet is herleefd, of;
|
||||
c. personen die voor 1 december 2009 voldoen aan artikel 2 maar die voor die datum geen recht hebben op een uitkering.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue