2015-01-13 | BWBR0028987 | Besluit rechtspositie leden met rechtspraak belast en gerechtsauditeurs CRvB en CBb

This commit is contained in:
Coornhert 2015-01-13 12:00:00 +00:00
parent a78893d080
commit f98861786e

View file

@ -22,7 +22,7 @@ c. de eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van een enkelvoudige of meervo
d. het formulier volgens welke de eed of belofte wordt afgelegd na het afleggen hiervan wordt ondertekend door het lid met rechtspraak belast alsmede het lid met rechtspraak belast dat zitting heeft in de enkelvoudige kamer, bedoeld in onderdeel c, dan wel voorzitter is van de meervoudige kamer, bedoeld in onderdeel c;
e. het bestuur van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven een register bijhoudt waarin de besluiten betreffende de benoeming van de daar beëdigde leden met rechtspraak belast en de formulieren betreffende de door die leden met rechtspraak belast afgelegde eed of belofte worden bewaard;
f. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 2e, tweede en derde lid, en 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren van wie het een benoeming in een bij een gerechtshof of rechtbank te vervullen ambt betreft;
g. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 4, 6d, tweede lid, 8, 33d, 33g, 33l, vierde lid, 33n, zesde lid, 33o, vierde lid, 37a, derde lid, en 38b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren;
g. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 4, 6d, tweede lid, 8, 33d, 33g, 33l, vierde lid, 33n, zesde lid, 33o, vierde lid, 37a, derde lid, en 38b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren;
h. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 9, 14, vijfde lid, 14a, tweede lid, 16 en 27b, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren dan wel gewezen rechterlijke ambtenaren die laatstelijk bij een gerechtshof of rechtbank werkzaam zijn geweest; en
i. voor de overeenkomstige toepassing van artikel 37b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren onder functionele autoriteit het bestuur van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven, uitgezonderd het niet-rechterlijk lid, wordt verstaan.
@ -35,7 +35,7 @@ b. de eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van een enkelvoudige of meervo
c. het formulier volgens welke de eed of belofte wordt afgelegd na het afleggen hiervan wordt ondertekend door de senior-gerechtsauditeur en gerechtsauditeur alsmede het lid met rechtspraak belast dat zitting heeft in de enkelvoudige kamer, bedoeld in onderdeel b, dan wel voorzitter is van de meervoudige kamer, bedoeld in onderdeel b;
d. het bestuur van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven een register bijhoudt waarin de besluiten betreffende de benoeming van de daar beëdigde senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs en de formulieren betreffende de door die senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs afgelegde eed of belofte worden bewaard;
e. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 2e, tweede en derde lid, en 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren van wie het een benoeming in een bij een gerechtshof of rechtbank te vervullen ambt betreft;
f. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 4, 6d, tweede lid, 8, 33d, 33g, 33l, vierde lid, 33n, zesde lid, 33o, vierde lid, 34c, tweede lid, 34h, vierde lid, 36a, derde lid, 37a, derde lid, en 38b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit sociale maatregelen herziening gerechtelijke kaart worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren; en
f. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 4, 6d, tweede lid, 8, 33d, 33g, 33l, vierde lid, 33n, zesde lid, 33o, vierde lid, 34c, tweede lid, 34h, vierde lid, 36a, derde lid, 37a, derde lid, en 38b van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren; en
g. zij voor de overeenkomstige toepassing van de artikelen 9, 14, vijfde lid, 14a, tweede lid, 16 en 27b, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren dan wel gewezen rechterlijke ambtenaren die laatstelijk bij een gerechtshof of rechtbank werkzaam zijn geweest.
### Artikel 3