2019-06-01 | BWBR0016664 | Overleveringswet

This commit is contained in:
Coornhert 2019-06-01 12:00:00 +00:00
parent 23273072f5
commit f9ac063ca3

View file

@ -230,7 +230,7 @@ c. het recht op vertolking, bedoeld in artikel 30, en het recht op vertaling, be
d. het recht om gehoord te worden, bedoeld in artikel 24;
e. de in artikel 27c, derde lid, onder g en h, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde rechten.
Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. De artikelen 27e en 488b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Aan de opgeëiste persoon die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt de mededeling van rechten in een voor hem begrijpelijke taal gedaan. De artikelen 27e, 488ab en 488b van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan elke officier van justitie of hulpofficier bevelen dat hij gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. De termijn van inverzekeringstelling kan door de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam éénmaal met drie dagen worden verlengd. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
@ -285,6 +285,8 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve
**9.** Het bevel tot inverzekeringstelling kan te allen tijde zowel door de rechtbank als door de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, worden opgeheven.
**10.** Indien de opgeëiste persoon minderjarig is en de identiteit en verblijfplaats van de ouders of voogd bekend zijn en deze binnen een afzienbare termijn daartoe in de gelegenheid zijn, kan de minderjarige zich tijdens een verhoor als bedoeld in het vierde lid laten vergezellen door de ouders, voogd of een vertrouwenspersoon.
#### Paragraaf Ba. Advocaat in uitvaardigende lidstaat
### Artikel 21a
@ -325,6 +327,8 @@ De opgeëiste persoon die is aangehouden, kan verzoeken een advocaat in de uitva
**3.** In geval de opgeëiste persoon geen raadsman heeft, geeft de voorzitter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman.
**4.** Indien de opgeëiste persoon minderjarig is, wordt de raad voor de kinderbescherming van de tijd en plaats van het verhoor op de hoogte gesteld. Indien de identiteit en verblijfplaats van de ouders of voogd bekend zijn, worden de ouders of voogd eveneens van de tijd en plaats van het verhoor op de hoogte gesteld.
### Artikel 25
**1.** Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar, tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt of de rechtbank om gewichtige, in het proces-verbaal der zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt.
@ -335,6 +339,8 @@ De opgeëiste persoon die is aangehouden, kan verzoeken een advocaat in de uitva
**4.** Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk, dan gelast de rechtbank, rekening houdend met de termijnen genoemd in artikel 22, tegen een door haar te bepalen tijdstip diens dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging.
**5.** Indien de opgeëiste persoon minderjarig is, worden verschenen ouders of voogd en de verschenen vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming in de gelegenheid gesteld de minderjarige bij te staan.
### Artikel 26
**1.** De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de ontvankelijkheid van het Europees aanhoudingsbevel en de mogelijkheid van overlevering. De rechtbank is tevens bevoegd de identiteit van de opgeëiste persoon vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, tweede lid, van dat wetboek, indien over zijn identiteit twijfel bestaat. Artikel 29c, tweede lid, van dat wetboek is van overeenkomstige toepassing.
@ -701,7 +707,7 @@ Personen die krachtens deze wet in verzekering of in bewaring zijn gesteld, of w
### Artikel 62
Artikel 490, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 490, eerste lid, eerste volzin en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 63