2022-04-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
23ce6e5546
commit
f9b8f1f476
1 changed files with 60 additions and 50 deletions
|
|
@ -1179,21 +1179,19 @@ Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toe
|
|||
|
||||
### 6. Verlenging en einde ophouding
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV stelt vast of de inbewaringstelling van de opgehouden persoon de aangewezen vervolgstap is. De verlenging van de ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, is in het belang van het onderzoek als deze vaststelling nog niet mogelijk is. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, Vw is niet mogelijk.
|
||||
De verlenging van de ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, is mogelijk, als het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, Vw is niet mogelijk.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV kan de ophouding in ieder geval verlengen als:
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.
|
||||
|
||||
• een groep vreemdelingen is staande gehouden;
|
||||
• de gebruikelijk beschikbare capaciteit niet voldoende is om de inbewaringstelling voor te bereiden; en
|
||||
• voorzienbaar niet binnen de termijn van zes uur een afweging gemaakt kan worden over het in bewaring stellen van de opgehouden persoon.
|
||||
Op het moment van de verlenging van de termijn van ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw moet duidelijk zijn, welk onderzoek naar het rechtmatig verblijf nog moet plaatsvinden en waarom dit onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV kan de ophouding ook verlengen als onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheid om minder dwingende alternatieven dan bewaring toe te passen.
|
||||
Een reden dat het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond, kan gelegen zijn in de omstandigheid dat een (relatief) grote groep vreemdelingen is staandegehouden, waardoor capaciteitsproblemen zijn ontstaan en niet alle noodzakelijke onderzoekshandelingen binnen de oorspronkelijke ophoudingstermijn kunnen worden verricht.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
|
||||
|
||||
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV legt vast welke stappen gedurende de verlengde ophouding zijn verricht. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
|
||||
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken. Ook als de opgehouden persoon een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of heeft ingediend, kan de ophouding onder omstandigheden worden verlengd. Daarbij is de stand van zaken van de asielprocedure van belang. Deze ambtenaar kan de ophouding onder meer verlengen als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen of dat rechtmatig verblijf wordt onthouden op grond van artikel 3.1 Vb. Deze ambtenaar treedt hierover, voor zover nodig, in contact met de IND. Immers, deze ambtenaar kan het nodig achten met de IND te overleggen over de stand van die procedure.
|
||||
Ook als de opgehouden persoon een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient of heeft ingediend, kan de ophouding onder omstandigheden worden verlengd. Daarbij is de stand van zaken van de procedure van belang. Deze ambtenaar kan de ophouding onder meer verlengen als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen of dat rechtmatig verblijf wordt onthouden op grond van artikel 3.1 Vb. Deze ambtenaar treedt hierover, voor zover nodig, in contact met de IND. Immers, deze ambtenaar kan het nodig achten met de IND te overleggen over de stand van die procedure.
|
||||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1202,12 +1200,11 @@ De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV moet bij de verlenging van de ophoudi
|
|||
• een afschrift van de beschikking tot verlenging aan de opgehouden persoon uitreiken;
|
||||
• de opgehouden persoon meedelen dat hij tegen deze beslissing een rechtsmiddel kan aanwenden;
|
||||
• het origineel van de beschikking tot verlenging van de ophouding van de persoon in het archief van de eigen organisatie opbergen;
|
||||
• het tijdstip waarop de verlenging van een ophouding van de persoon ingaat in de vreemdelingenadministratie registreren.
|
||||
• het tijdstip waarop de verlenging van een ophouding van de persoon ingaat in de vreemdelingenadministratie registreren en benoemen in het model M105-E;
|
||||
• in het model M105-A aangeven welke handelingen zijn verricht in het kader van onderzoek naar de verblijfsrechtelijke status van de opgehouden persoon.
|
||||
|
||||
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV de opgehouden persoon niet te horen.
|
||||
|
||||
Bij het opheffen van de ophouding van de persoon moet de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV het model M113 opmaken, tenzij aansluitend een maatregel van bewaring wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
### 7. Kennisgeving aan derden
|
||||
|
||||
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
|
||||
|
|
@ -1556,7 +1553,12 @@ De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is ver
|
|||
• de grondslag voor de signalering is komen te vervallen;
|
||||
• de vreemdeling toont aan dat de signalering berust op onterechte gronden;
|
||||
• aan de vreemdeling wordt verblijf in Nederland toegestaan;
|
||||
• aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan. Als aan de vreemdeling verblijf in een andere lidstaat wordt toegestaan moet het Bureau SIRENE van het betreffende Schengenland aan Nederland verzoeken de signalering op te heffen. Het Bureau SIRENE van Nederland stuurt het verzoek om opheffing van de signalering door naar de IND. De IND verwijdert de signalering uit het (N)SIS en gaat na of de signalering vervolgens in het E&S wordt opgenomen. Met opneming van de signalering van de vreemdeling in E&S, moet de IND rekening houden met het verblijfsdoel van de vreemdeling in het land waar hem verblijf wordt toegestaan, als de vreemdeling onder de werking van het Unierecht komt te vallen.
|
||||
• aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan. Als aan de vreemdeling verblijf in een andere lidstaat wordt toegestaan moet het Bureau SIRENE van het betreffende Schengenland aan Nederland verzoeken de signalering op te heffen. Het Bureau SIRENE van Nederland stuurt het verzoek om opheffing van de signalering door naar de IND. De IND wist de signalering uit het (N)SIS en gaat na of de signalering vervolgens in het E&S wordt opgenomen. Dit is afhankelijk van de reden van de signalering. Als de vreemdeling is gesignaleerd vanwege een:
|
||||
|
||||
• ongewenstverklaring: wist de IND de signalering uit (N)SIS en neemt de IND deze op in E&S.
|
||||
• inreisverbod: beoordeelt de IND aan de hand van A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. Naar aanleiding van deze beoordeling wordt de signalering in (N)SIS opgeheven en opgenomen in E&S als dit van toepassing is.
|
||||
|
||||
Met opneming van de signalering van de vreemdeling in E&S, moet de IND rekening houden met het verblijfsdoel van de vreemdeling in het land waar hem verblijf wordt toegestaan, bijvoorbeeld als de vreemdeling onder de werking van het Unierecht komt te vallen.
|
||||
|
||||
##### 12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
|
||||
|
||||
|
|
@ -1628,23 +1630,19 @@ Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsv
|
|||
– door de KMAR in het kader van veiligheid van de vlucht; of
|
||||
– door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies.
|
||||
|
||||
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
|
||||
|
||||
Een terugkeerbesluit wordt niet uitgevaardigd aan een vreemdeling met internationale bescherming in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). De IND kan deze vreemdelingen wel ongewenst verklaren. Om de andere lidstaat hierover te informeren, vindt er een consultatie, zoals hieronder beschreven, plaats. De vreemdeling kan al ongewenst worden verklaard en in E&S worden gesignaleerd, terwijl de consulatie nog niet volledig is doorlopen.
|
||||
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
|
||||
|
||||
Als een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND, dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw, ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen als bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen.
|
||||
|
||||
Opname in E&S volgt totdat zekerheid is omtrent de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat; na intrekking van het verblijfsrecht volgt signalering in (N)SIS.
|
||||
|
||||
Een licht inreisverbod wordt alleen opgelegd door de IND, KMAR, politie of ZHP als het verblijfsrecht in de andere lidstaat is ingetrokken.
|
||||
Als wordt overwogen aan een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat die een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt een licht inreisverbod op te leggen, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat en de vraag of zij naar aanleiding van het eventuele inreisverbod over gaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat.
|
||||
|
||||
Als wordt overwogen aan een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat die een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt een licht inreisverbod op te leggen, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat en de vraag of zij naar aanleiding van het eventuele inreisverbod over gaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van het verblijfsrecht in de andere lidstaat.
|
||||
Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een regulier verblijfsrecht heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om een terugkeerbesluit uit te reiken en overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een inreisverbod op te leggen. De vreemdeling wordt overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS gesignaleerd. De IND, KMar, politie of ZHP kan alleen een licht inreisverbod opleggen als een verblijfsrecht door een andere lidstaat is ingetrokken.
|
||||
|
||||
Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een regulier verblijfsrecht heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een terugkeerbesluit en een inreisverbod op te leggen en de vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS te signaleren.
|
||||
Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan een SIS-signalering. Signalering (of het laten voortduren van signalering) in E&S kan wel.
|
||||
|
||||
Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan een SIS signalering.
|
||||
|
||||
Signalering (of het laten voortduren van signalering) in het E&S kan wel.
|
||||
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland internationale bescherming geniet, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Een terugkeerbesluit wordt niet uitgevaardigd aan een vreemdeling met internationale bescherming in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). De IND kan deze vreemdelingen wel ongewenst verklaren, naast het geven van een bevel tot terugkeer. Om de andere lidstaat hierover te informeren, vindt er een consultatie, zoals hieronder beschreven, plaats. De vreemdeling kan al ongewenst worden verklaard en in E&S worden gesignaleerd, terwijl de consulatie nog niet volledig is doorlopen.
|
||||
|
||||
In afwijking van de richtlijn 2008/115/EG wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1951,15 +1949,26 @@ Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het
|
|||
|
||||
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
|
||||
|
||||
• als door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd;
|
||||
• als de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de voorgenomen uitzetting en de uitspraak op de voorlopige voorziening in Nederland mag worden afgewacht;
|
||||
• als een vreemdeling tenminste aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
• de vreemdeling is als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd;
|
||||
• de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist;
|
||||
• de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan;
|
||||
• aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan.
|
||||
a. als door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd;
|
||||
b. als de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de voorgenomen uitzetting en de uitspraak op de voorlopige voorziening in Nederland mag worden afgewacht;
|
||||
c. als een vreemdeling tenminste aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
|
||||
|
||||
In de hier genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat.
|
||||
1. de vreemdeling is als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd;
|
||||
2. de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist;
|
||||
3. de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan;
|
||||
4. aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan.
|
||||
|
||||
In de onder het vierde punt genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat.
|
||||
d. als er voor de vreemdeling:
|
||||
|
||||
– een beletsel bestaat om terug te keren naar het land van herkomst in verband met ernstige schade (artikel 3 EVRM) of een reëel risico op vervolging; en
|
||||
– er ook geen ander land kan worden aangewezen waarnaar de vreemdeling kan terugkeren.
|
||||
|
||||
In de situatie gemeld onder d. wordt in het terugkeerbesluit opgenomen dat:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland moet verlaten binnen een gestelde vertrektermijn;
|
||||
• de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst; en
|
||||
• het voornemen tot uitzetting wel blijft bestaan (zie ook paragraaf C2/10.3.2 Vc).
|
||||
|
||||
#### 6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
|
||||
|
||||
|
|
@ -2149,7 +2158,14 @@ Dit is van belang in die gevallen waarin het BMA in het medisch advies:
|
|||
• heeft geconcludeerd dat het achterwege blijven van de medische behandeling naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot een medische noodsituatie; en
|
||||
• heeft aangegeven, dat de medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf beschikbaar is.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. De IND kan een aanvraag tot uitstel van vertrek of de aanvraag om medische behandeling afwijzen als wegens het ontbreken van documenten niet beoordeeld kan worden of de medische behandeling in het land van herkomst niet toegankelijk is.
|
||||
Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. Dit is anders als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling wel een (kopie van een) verlopen paspoort heeft overgelegd, of zijn identiteit en nationaliteit is aannemelijk geacht in een voorgaande asiel en/of reguliere procedure; en
|
||||
• nadien geen redelijke twijfel is ontstaan over de nationaliteit of identiteit van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Het enkele ontbreken van identiteitsdocumenten is geen reden om de toegankelijkheid van de zorg niet te beoordelen.
|
||||
|
||||
In het besluit moet worden gemotiveerd om welke reden er niet kan worden getoetst aan de feitelijke toegankelijkheid van de zorg vanwege het ontbreken van een originele documenten, die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling aantonen
|
||||
|
||||
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2173,9 +2189,9 @@ De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletse
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling heeft gereageerd op het verzoek van de IND en daarbij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg voor hem niet toegankelijk is, dan vraagt de IND in beginsel aan de DT&V te onderzoeken of de vreemdeling direct aansluitend op zijn terugkeer feitelijke toegang tot medische zorg zal kunnen krijgen.
|
||||
|
||||
De IND zal in een dergelijk geval in het besluit opnemen dat uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wordt verleend in afwachting van het uitvoeren van de in dat besluit genoemde voorwaarden (zie verder paragraaf A3/7.3.2.2 Vc.)
|
||||
De IND zal in een dergelijk geval in het besluit opnemen dat uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wordt verleend in afwachting van het uitvoeren van de in dat besluit genoemde voorwaarden (zie verder paragraaf A3/7.3.2.2 Vc).
|
||||
|
||||
Als er sprake is van een vertrek moratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is.
|
||||
Als er sprake is van een vertrekmoratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is.
|
||||
|
||||
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -2854,7 +2870,7 @@ Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet o
|
|||
|
||||
##### 3.5.1. Inleiding
|
||||
|
||||
Bij de toepassing van artikel 6.6 lid 2 Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
|
||||
Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
|
||||
|
||||
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2862,7 +2878,7 @@ Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
|
||||
|
||||
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND laat het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
|
||||
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND kan het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
|
||||
|
||||
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3230,7 +3246,7 @@ Bewaring op grond van artikel 59b Vw is mogelijk voor de vreemdeling die een aan
|
|||
• een kenbare belangenafweging, en
|
||||
• één of meerdere gronden, als bedoeld in artikel 59b, eerste lid, Vw.
|
||||
|
||||
De bewaring van een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, of wenst in te dienen, dient zo beperkt mogelijk te geschieden. Bewaring op grond van artikel 59b Vw mag uitsluitend plaatsvinden en voortduren op grond van een daartoe strekkende belangenafweging. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV neemt over de belangenafweging contact op met de IND. Als overleg met de IND niet mogelijk is, wordt dit vermeld. In model M109-B wordt gemotiveerd aangegeven waarom de vreemdeling in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b Vw, ondanks de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd, dan stuurt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV een afschrift van het model M109B ter informatie door aan de IND.
|
||||
|
||||
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
|
||||
|
||||
|
|
@ -3249,7 +3265,7 @@ Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan
|
|||
|
||||
• de vreemdeling gedurende zijn strafrechtelijke detentie een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend;
|
||||
• de vreemdeling gedurende de periode van overbrenging en ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend; of
|
||||
• de vreemdeling is overgedragen aan Nederland krachtens Verordening (EU) nr. 604/2013.
|
||||
• de vreemdeling is overgedragen aan Nederland krachtens Verordening (EU) nr. 604/2013.
|
||||
|
||||
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb zich voordoen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3277,13 +3293,13 @@ Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 5
|
|||
|
||||
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
|
||||
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
|
||||
|
||||
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
|
||||
|
||||
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep niet in Nederland mag afwachten, kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen. Als een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder h, Vw. Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
|
||||
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder h, Vw. Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel zo spoedig als mogelijk te behandelen.
|
||||
|
||||
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
|
||||
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
|
||||
|
||||
• er na afloop van de beroepstermijn geen beroep is ingesteld; of
|
||||
• het beroep door de rechtbank ongegrond wordt verklaard.
|
||||
|
|
@ -4188,8 +4204,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M108-A. Maatregel ex
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
|
@ -4212,8 +4226,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M109a. Maatregel van bewaring als bedoeld in
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
|
@ -4222,8 +4234,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M109b. Maatregel van bewaring als bedoeld in
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
|
@ -4234,8 +4244,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
|
@ -4292,8 +4300,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
|
@ -4318,7 +4324,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M120. (Voortgangs) gegevens met betrekking tot uitzetting
|
||||
## Bijlage M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue