2005-11-16 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2005-11-16 12:00:00 +00:00
parent 502167c0c8
commit f9bab9edab

View file

@ -476,10 +476,31 @@ ad c. Uit de wetstekst volgt dat het niet noodzakelijk is dat het derde land ook
#### 3.2. De geloofwaardigheid van de verklaringen
##### 3.2.1. De toetsing
##### 3.2.1. De geloofwaardigheid/aannemelijkheid van het asielrelaas
is het asielrelaas van de asielzoeker als geheel consistent en geloofwaardig?
komen de verklaringen overeen met hetgeen overigens bekend is?
De geloofwaardigheid van het asielrelaas is identiek aan de aannemelijkheid van het asielrelaas.
Bij de beoordeling of het asielrelaas van de vreemdeling geloofwaardig is, spelen de volgende elementen een rol.
de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door de vreemdeling in zijn asielrelaas naar voren gebrachte feiten;
de beoordeling van het realiteitsgehalte van de door de vreemdeling aan die feiten ontleende vermoedens over wat hem als gevolg daarvan bij terugkeer aan behandeling staat te wachten; en
de beoordeling van het realiteitsgehalte van de door de vreemdeling weergegeven verklaringen van derden, welke derden veelal niet als objectieve bron kunnen worden aangemerkt.
Het is mogelijk dat het asielrelaas van de vreemdeling uiteen valt in verschillende opzichzelfstaande delen die elke afzonderlijk kunnen worden beoordeeld. In dat geval is het voorstelbaar dat een deel van het relaas geloofwaardig wordt bevonden, terwijl een ander deel niet geloofwaardig wordt bevonden. Het zal evenwel ook zo kunnen zijn dat de ongeloofwaardigheid van een deel van het relaas, omdat de geloofwaardigheid betrekking heeft op een essentieel onderdeel van het relaas, ook de geloofwaardigheid van alle andere delen van het relaas aantast.
Ten aanzien van de eigen vermoedens van de vreemdeling is van belang dat van de vreemdeling mag worden verwacht dat hij vermoedens die hij ontleent aan door hem gestelde feiten concretiseert en onderbouwt. Het asielrelaas is als geheel geloofwaardig indien de in het asielrelaas naar voren gebrachte feiten geloofwaardig zijn én de daaraan ontleende vermoedens alsmede de weergegeven verklaringen van derden plausibel zijn. De aan de feiten ontleende vermoedens alsmede de weergegeven verklaringen van derden worden als plausibel aangemerkt indien deze een reële onderbouwing zijn over hetgeen de vreemdeling bij terugkeer aan behandeling te wachten staat.
Indien het relaas van de vreemdeling niet geloofwaardig wordt bevonden, kan hij in beginsel geen aanspraken ontlenen aan de asielgronden zoals neergelegd in artikel 29, onder a, b en c, van de Vreemdelingenwet. Indien echter aan de door de vreemdeling naar voren gebrachte feiten niet wordt getwijfeld, maar de ongeloofwaardigheid slechts is gelegen in het realiteitsgehalte van de door de vreemdeling aan die feiten ontleende vermoedens, dient inhoudelijke toetsing van de naar voren gebrachte feiten aan het beleid inzake artikel 29, onder c, van de Vreemdelingenwet nog wel plaats te vinden.
200522114-11-200507-11-20052005/55200522114-11-200507-11-20052005/5516-11-2005
##### 3.2.2. Bewijslast
@ -493,43 +514,56 @@ Artikel
De bewijslast inzake het asielrelaas ligt in beginsel bij de asielzoeker. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de bewoordingen van artikel 4:2, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht en artikel 31, eerste lid en 37, onder c, Vreemdelingenwet en artikel 3.114 Vreemdelingenbesluit.
Ook in het Handboek van de UNHCR, paragrafen 195 tot en met 197 en 210, wordt van dit principe uitgegaan. Het Handboek stelt daarbij wel vast dat een aanvrager vaak niet in staat zal zijn om sluitend bewijs te leveren. De aanvrager en de staat hebben dan een gedeelde taak om de feiten vast te stellen.
Dit betekent dat de asielzoeker is gehouden de waarheid te vertellen en volledig mee te werken aan de vaststelling van het feitencomplex. Hij dient tevens zo spoedig mogelijk de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op de hoogte te stellen van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op de aanvraag.
Daarvoor moet de asielzoeker alle vragen die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden gesteld zo volledig mogelijk beantwoorden en zoveel mogelijk middelen ter staving van het asielrelaas overleggen. Middelen ter staving van de asielaanvraag zijn met name documenten, waarbij het gaat om documenten in de breedste zin van het woord (zowel officiële documenten als indicatief bewijs zoals bijvoorbeeld reisbiljetten die de reisroute onderbouwen).
Daarnaast heeft het bestuursorgaan op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht een eigen onderzoeksplicht. Het dient de nodige kennis omtrent de aangedragen relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren. Dit kan soms inhouden dat de beslisser moet trachten bewijs te vinden dat in het voordeel van de aanvraag werkt.
Bij de beoordeling van het asielrelaas gaat het meestal niet om de vraag, of en in hoeverre de verklaringen over de feiten die de vreemdeling aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd als vaststaand moeten worden aangenomen. De vreemdeling is immers veelal niet in staat, en van hem kan ook redelijkerwijs niet worden gevergd, zijn relaas met overtuigend bewijsmateriaal te staven.
Bij een gebrek aan middelen ter staving van het asielrelaas dient de asielzoeker een bevredigende verklaring te geven voor het gebrek aan bewijs. Waar mogelijk heeft de asielzoeker de inspanningsverplichting om aanvullende middelen ter staving van het asielrelaas te vergaren. Indien de asielzoeker hierin niet slaagt, zullen hogere eisen worden gesteld aan zijn verklaringen.
200522114-11-200507-11-20052005/55200522114-11-200507-11-20052005/5516-11-2005
##### 3.2.3. De toetsing van de geloofwaardigheid
De toetsing van de geloofwaardigheid vindt plaats op grond van de verklaringen van de vreemdeling zoals deze onder meer naar voren komen in de gehoren, en van vergelijking van het relaas met al datgene, wat bekend is over de situatie in het land van herkomst uit ambtsberichten (zoals ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken) en andere objectieve bronnen en wat eerder is onderzocht en overwogen naar aanleiding van de gehoren van andere vreemdelingen in een vergelijkbare situatie.
Voor de toetsing van de geloofwaardigheid van het relaas is van belang of afbreuk wordt gedaan aan die geloofwaardigheid doordat sprake is van een omstandigheid als genoemd in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder a t/m f, Vreemdelingenwet.
Indien zulks niet aan de orde is, wordt het relaas in beginsel geloofwaardig bevonden indien de vreemdeling op alle vragen zo volledig mogelijk heeft geantwoord én het relaas innerlijk consistent én niet onaannemelijk is én strookt met wat er over de algemene situatie in het land van herkomst bekend is.
Indien wel sprake is van een omstandigheid als genoemd in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder a t/m f, Vreemdelingenwet, mogen in het relaas ook geen hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen en tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden voorkomen. Kortom, van het relaas moet dan een positieve overtuigingskracht uitgaan.
##### 3.2.4. Medische aspecten
###### 3.2.4.1. Inleiding
Het komt in asielzaken regelmatig voor dat een asielzoeker stelt medische klachten te ondervinden die zijn aanvraag om een verblijfsvergunning zouden ondersteunen of die (mede) tot een verblijfsvergunning zouden moeten leiden. Daarbij zijn ten minste drie categorieën van gevallen te onderscheiden:
1.
de asielzoeker stelt, als gevolg van gebeurtenissen die hem in het land van herkomst zouden zijn overkomen, medische klachten te ondervinden respectievelijk littekens te hebben;
2.
de asielzoeker wenst mede verblijf in Nederland in verband met een medische behandeling die hij hier te lande wil ondergaan;
3.
de asielzoeker stelt in verband met zijn gezondheidstoestand niet te kunnen worden uitgezet.
Bij de omstandigheden genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdelen a tot en met f, Vreemdelingenwet (zie C1/5), gaat het om situaties die van invloed zijn op de geloofwaardigheid van het vluchtverhaal. Hoewel deze omstandigheden op zich niet reeds behoeven te leiden tot afwijzing van de aanvraag. Indien de asielzoeker desondanks meent dat hij bescherming behoeft, wordt van hem een grotere inspanning verwacht om de noodzaak hiertoe aannemelijk te maken.
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
Voor deze paragraaf is alleen de situatie bedoeld onder 1 van belang. De situatie als bedoeld onder 2 valt onder het reguliere beleid en wordt behandeld in B8; de situatie onder 3 wordt behandeld in A4.
200522114-11-200507-11-20052005/55200522114-11-200507-11-20052005/5516-11-2005
##### 3.2.3. Medische aspecten
###### 3.2.3.1. Inleiding
1. de asielzoeker stelt, als gevolg van gebeurtenissen die hem in het land van herkomst zouden zijn overkomen, medische klachten te ondervinden respectievelijk littekens te hebben;
2. de asielzoeker wenst mede verblijf in Nederland in verband met een medische behandeling die hij hier te lande wil ondergaan;
3. de asielzoeker stelt in verband met zijn gezondheidstoestand niet te kunnen worden uitgezet.
###### 3.2.3.2. Beoordeling
###### 3.2.4.2. Beoordeling
Bij de beoordeling van een asielaanvraag spelen de medische aspecten in beginsel geen rol, aangezien er medisch gezien (meestal) geen zekere uitspraken zijn te doen over de oorzaak van medische klachten en/of littekens.
Statusdeterminatie vindt op de gebruikelijke wijze plaats, waarbij de behandelend ambtenaar ten aanzien van de gestelde medische aspecten uitsluitend beziet of deze in het asielrelaas passen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de artsen van Bureau Medische Advisering worden ingeschakeld om de inhoudelijke beoordeling te steunen of over te nemen. Het vragen om advies aan Bureau Medische Advisering om zekerheid te krijgen over causaliteit tussen een gestelde gebeurtenis en bijvoorbeeld littekens of medische stoornissen zal in beginsel geen toegevoegde waarde hebben.
Heeft de asielzoeker de gestelde medische aspecten gestaafd met een rapportage van de medische onderzoeksgroep van Amnesty International, dan wordt deze rapportage ter advisering voorgelegd aan Bureau Medische Advisering. De inhoudelijke beoordeling van de asielmotieven blijft een zaak van de behandelend beslismedewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND20016430-03-200102-03-20015073884/01/IND01-04-2001
200522114-11-200507-11-20052005/55200522114-11-200507-11-20052005/5516-11-2005
#### 3.3. Beoordeling of een verblijfsvergunning asiel wordt verleend