diff --git a/amvb/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen/BWBR0005238/README.md b/amvb/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen/BWBR0005238/README.md index d10646168c7..df19a31bf43 100644 --- a/amvb/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen/BWBR0005238/README.md +++ b/amvb/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen/BWBR0005238/README.md @@ -20,16 +20,15 @@ In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. voorzitter: voorzitter van een waterschap; -c. bezoldiging: bedrag per maand waarop een voorzitter aanspraak kan maken; -d. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; -e. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO; -f. WAO-conforme uitkering: de met overeenkomstige toepassing van de WAO toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 32 van de Wet privatisering ABP, met uitzondering van de vakantie-uitkering, bedoeld in paragraaf 2*a* van hoofdstuk 2 van de WAO; -g. FAOP: Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel, bedoeld in de Wet financiele voorzieningen privatisering ABP; -h. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de Ziektewet; -i. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; -j. budget: het totaalbedrag aan exploitatielasten van het waterschap in een begrotingsjaar, zoals dat blijkt uit de begroting van het waterschap, uitgedrukt in miljoenen euro’s ; -k. salarisschaal: een als zodanig in bijlage B van Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermelde reeks van genummerde salarissen; -l. tijdsbestedingsnorm: het deel van de werkweek dat de voorzitter in staat dient te worden gesteld aan het voorzitterschap te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie. +c. FPU-uitkering: de uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP, waarbij onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en onder het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt verstaan het reglement van die stichting dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; +d. bezoldiging: bedrag per maand waarop een voorzitter aanspraak kan maken; +e. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; +f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO; +g. passende arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 30 van de Ziektewet; +h. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; +i. budget: het totaalbedrag aan exploitatielasten van het waterschap in een begrotingsjaar, zoals dat blijkt uit de begroting van het waterschap, uitgedrukt in miljoenen euro’s; +j. salarisschaal: een als zodanig in bijlage B van Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermelde reeks van genummerde salarissen; +k. tijdsbestedingsnorm: het deel van de werkweek dat de voorzitter in staat dient te worden gesteld aan het voorzitterschap te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie. **2.** In dit besluit wordt onder het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college van) gedeputeerde staten verstaan het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college of de colleges van) gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin het waterschap is gelegen. @@ -60,7 +59,7 @@ Gedurende een schorsing is het de voorzitter als zodanig niet toegestaan de dien **1.** De voorzitter wordt op zijn aanvraag ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. -**2.** Aan de voorzitter die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van een vut-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onderdeel *e*, van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel op grond van een desbetreffende schriftelijke aanvraag heeft vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die overeenkomst. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op evengenoemde uitkering ontstaat. Met een aanvraag tot ontslag wordt gelijkgesteld een aanvraag om niet te worden herbenoemd. +**2.** Aan de voorzitter die ontslag vraagt met het oog op een FPU-uitkering, wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het ontslag recht bestaat op de FPU-uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de FPU-uitkering ontstaat. Met een aanvraag tot ontslag wordt gelijkgesteld een verzoek om niet te worden herbenoemd. **3.** Het ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. @@ -93,7 +92,7 @@ c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de voorzitter bi **5.** Voor het bepalen van het in het derde lid, onder *a*, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. -**6.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt het dagelijks bestuur van het waterschap het oordeel van een door het FAOP aangewezen arts. Deze arts betrekt bij zijn beoordeling een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen arts en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen arts. +**6.** Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen *a* en *b*, vraagt het dagelijks bestuur van het waterschap het oordeel van een arts, aangewezen door de uitvoeringsinstelling die de WAO uitvoert ten aanzien van de voorzitters. Deze arts betrekt bij zijn beoordeling een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen arts en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen arts. **7.** Het dagelijks bestuur stelt de voorzitter er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zesde lid, wordt ingesteld. Daarbij wordt de voorzitter gewezen op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. @@ -159,7 +158,7 @@ De voorzitter heeft aanspraak op een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels ### Artikel 8h -**1.** Bij besluit van het algemeen bestuur van een waterschap kan de voorzitter een bijdrage in de bijzondere kosten worden toegekend tot een bedrag dat maximaal 3% bedraagt van het maximum van de voor de voorzitter van toepassing zijnde salarisschaal. +**1.** Bij besluit van het algemeen bestuur van een waterschap kan de voorzitter een bijdrage in de bijzondere kosten worden toegekend tot een bedrag dat maximaal 6,25% bedraagt van het maximum van de voor de voorzitter van toepassing zijnde salarisschaal. **2.** Wanneer een voorzitter buitengewoon verlof verzoekt en de duur daarvan een aaneengesloten periode van zes weken te boven gaat, kan het algemeen bestuur bepalen dat gedurende die langere periode de ambtstoelage geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden. @@ -181,13 +180,13 @@ Wanneer een voorzitter buitengewoon verlof verzoekt en de duur daarvan een aanee **2.** Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. -**3.** Indien de voorzitter, bedoeld in het eerste lid, ter zake van het ambt waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een WAO-conforme uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft. +**3.** Indien de voorzitter, bedoeld in het eerste lid, ter zake van het ambt waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een WAO-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft. -**4.** Indien de in het derde lid bedoelde voorzitter uit hoofde van twee of meer ambten recht heeft op één WAO-conforme uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het derde lid toegerekend aan het ambt ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende ambten. +**4.** Indien de in het derde lid bedoelde voorzitter uit hoofde van twee of meer ambten recht heeft op één WAO-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het derde lid toegerekend aan het ambt ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende ambten. -**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter geen WAO-conforme uitkering kan worden toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een WAO-conforme uitkering zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. +**5.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter geen WAO-uitkering kan worden toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een WAO-uitkering zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. -**6.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter de WAO-conforme uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering voor de toepassing van dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten. +**6.** Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering voor de toepassing van dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten. ### Artikel 12 @@ -210,7 +209,7 @@ b. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing naar het oordeel van het algemeen bes **1.** Na de periode van 52 weken, bedoeld in artikel 12, is op de voorzitter wiens bezoldiging wegens ziekte geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald, het verplichtingen- en sanctieregime van hoofdstuk II van de WAO van toepassing. -**2.** Indien ten aanzien van de WAO-conforme uitkering die de voorzitter geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, legt het dagelijks bestuur van het waterschap die verplichting eveneens op dan wel past het die sanctie op overeenkomstige wijze toe op het bedrag waarop de voorzitter recht heeft ingevolge artikel 11, eerste lid, na toepassing van artikel 11, derde lid. +**2.** Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de voorzitter geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, legt het dagelijks bestuur van het waterschap die verplichting eveneens op dan wel past het die sanctie op overeenkomstige wijze toe op het bedrag waarop de voorzitter recht heeft ingevolge artikel 11, eerste lid, na toepassing van artikel 11, derde lid. ### Artikel 14 @@ -218,11 +217,15 @@ Indien een voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte zijn arbeid niet kan v ### Artikel 15 -Ten aanzien van de gewezen voorzitter, of diens nagelaten betrekkingen vinden in geval van ziekte ten laste van het waterschap de artikelen 42, 45, 48, 102*a* en 102*b*, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement overeenkomstige toepassing. +**1.** Ten aanzien van de gewezen voorzitter, of diens nagelaten betrekkingen vinden in geval van ziekte ten laste van het waterschap de artikelen 42, 45, 48, 102a en 102b, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement overeenkomstige toepassing. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP zijn. ### Artikel 16 -Ten aanzien van de voorzitter, aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder *a*, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is de voor het waterschapspersoneel geldende suppletieregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten van overeenkomstige toepassing. +**1.** Ten aanzien van de voorzitter, aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a , en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is de voor het waterschapspersoneel geldende suppletieregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten van overeenkomstige toepassing. + +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP zijn. ### Artikel 17 @@ -284,17 +287,22 @@ Aan de voorzitter wordt een ambtsjubileumgratificatie toegekend overeenkomstig d ### Artikel 26 -**1.** +**1.** De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering bij eervol ontslag of niet-herbenoeming anders dan op eigen aanvraag. -De voorzitter ontvangt van het waterschap wachtgeld volgens een verordening door het provinciaal bestuur opgesteld: +**2.** -a. bij niet herbenoeming anders dan op eigen aanvraag; -b. bij ontslag wegens opheffing van het waterschap; -c. bij ontslag op grond van artikel 8, eerste lid, onder *a*, indien de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage dan 80 is vastgesteld; -d. bij eervol ontslag op grond van artikel 8, eerste lid, onder *b*; -e. bij eervol ontslag wegens benoeming tot voorzitter van een ander waterschap aan welk ambt een lagere bezoldiging is verbonden dan die welke hij laatstelijk vóór zijn ontslag genoot. +De hoogte en de duur van de uitkering ingevolge het eerste lid worden berekend op basis van de Werkloosheidswet en het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, met dien verstande dat bij eervol ontslag wegens opheffing van het waterschap de uitkering: -**2.** De bepalingen van de in het eerste lid bedoelde verordening dienen in overeenstemming te zijn met de voorschriften welke in acht genomen moeten worden bij de toekenning en uitbetaling van wachtgeld aan burgemeesters. +a. voor ten minste twee jaar wordt toegekend; +b. gedurende het eerste jaar na ontslag 100% en vervolgens 6 maanden 80% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt; +c. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 55 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, 6 maanden 80% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijk uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk, bedraagt; +d. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 58 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, het tweede jaar 90% en vervolgens 75% van het voor hem geldend dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk bedraagt. + +**3.** Het verplichtingen- en sanctieregime van de Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing. + +**4.** Indien de voorzitter ter zake van het ontslag, bedoeld in het eerste lid, recht heeft op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet wordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. + +**5.** Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van Wet privatisering ABP zijn. ### Artikel 26a @@ -322,7 +330,7 @@ e. bij eervol ontslag wegens benoeming tot voorzitter van een ander waterschap a **3.** De uitkering wordt als een netto-bedrag aan belanghebbenden uitbetaald. -**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder levenspartner verstaan de echtgenoot of echtgenote van de voorzitter dan wel degene met wie de niet gehuwde voorzitter samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en plichten ter zake daarvan. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. +**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder levenspartner verstaan de echtgenoot, echtgenote of de geregistreerde partner van de voorzitter dan wel degene met wie de niet gehuwde voorzitter samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en plichten ter zake daarvan. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. ## Hoofdstuk VI. Andere aangelegenheden @@ -332,7 +340,7 @@ Vervallen ### Artikel 29 -Op de voorzitter zijn van overeenkomstige toepassing de regelingen ten behoeve van de ambtenaren van het waterschap ten aanzien van verplaatsingskosten, reis- en verblijfkosten en vergoeding van telefoonkosten, alsmede andere aangelegenheden de rechtspositie betreffende, voor zover zij niet voor de voorzitter zijn geregeld bij wet, algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening. +Op de voorzitter zijn van overeenkomstige toepassing de regelingen ten behoeve van de ambtenaren van het waterschap ten aanzien van verplaatsingskosten, reis- en verblijfkosten en vergoeding van telefoonkosten, alsmede andere aangelegenheden de rechtspositie betreffende, voor zover zij niet voor de voorzitter zijn geregeld bij bij wet of bij algemene maatregel van bestuur. ### Artikel 30