diff --git a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md index ed45a0c9499..16aca69f931 100644 --- a/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md +++ b/wet/wet-op-het-kindgebonden-budget/BWBR0022751/README.md @@ -25,7 +25,7 @@ d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het **3.** Artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen is niet van toepassing. -**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.093 dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.093. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**4.** In afwijking van artikel 7, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bestaat geen aanspraak op kindgebonden budget indien de grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.504 dan wel, ingeval de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de ouder en zijn partner in het berekeningsjaar meer bedraagt dan € 82.504. Bij de bepaling van de grondslag, bedoeld in de vorige volzin, wordt geen rekening gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. ### Artikel 2 @@ -35,18 +35,18 @@ d. drempelinkomen: 108% van het twaalfvoud van het voor de maand januari van het Het kindgebonden budget bedraagt voor een berekeningsjaar: -a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind: € 1.032,–; -b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 1.823,–; -c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 2.006,–; -d. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan drie kinderen: € 2.006,–, verhoogd met zoveel maal € 106,– als het aantal kinderen meer bedraagt dan drie. +a. indien de ouder aanspraak heeft voor één kind: € 1.038,–; +b. indien de ouder aanspraak heeft voor twee kinderen: € 1.866,–; +c. indien de ouder aanspraak heeft voor drie kinderen: € 2.150,–; +d. indien de ouder aanspraak heeft voor meer dan drie kinderen: € 2.150,–, verhoogd met zoveel maal € 284,– als het aantal kinderen meer bedraagt dan drie. **3.** Een ouder heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget in een berekeningsjaar voor een kind met ingang van de kalendermaand na de maand waarin dat kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt. -**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 231. +**4.** Voor een kind dat 12 jaar of ouder is, maar jonger is dan 16 jaar bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget € 233,–. -**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 412. +**5.** Voor een kind dat 16 of 17 jaar is, bedraagt de verhoging van het kindgebonden budget met ingang van de kalendermaand na de maand waarin het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt € 415,–. -**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 2.800,– per 1 januari 2015: € 3.050,–. +**6.** De ouder die geen partner heeft, heeft aanspraak op een verhoging van het kindgebonden budget van € 3.066,– . **7.** Bij een gezamenlijk toetsingsinkomen van de ouder en zijn partner van meer dan het drempelinkomen wordt de som van de bedragen waarop recht bestaat op grond van het tweede, vierde, vijfde en zesde lid verminderd met 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het drempelinkomen. @@ -76,11 +76,11 @@ bedraagt het kindgebonden budget een volgens bij ministeriële regeling te stell ### Artikel 3 -**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 1, vierde lid, en 2, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en het bedrag van het gezamenlijke toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 2, zevende lid, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. +**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 1, vierde lid, en 2, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant. **2.** Indien er aanleiding is om de bedragen, bedoeld in het eerste lid, te verhogen op een andere wijze dan op grond van het eerste lid, worden de bedragen vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. -**3.** De overeenkomstig het eerste en tweede lid aangepaste bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, vierde lid, en 2, tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende lid. +**3.** De overeenkomstig het eerste en tweede lid aangepaste bedragen treden in de plaats van de bedragen, genoemd in de artikelen 1, vierde lid, en 2, tweede, vierde, vijfde en zesde lid. **4.** Indien een verhoging als bedoeld in het tweede lid wordt toegepast, vindt deze verhoging plaats nadat het eerste lid toepassing heeft gevonden. @@ -117,9 +117,7 @@ Artikel 2, eerste lid, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtr ### Artikel 7 -**1.** Bij het begin van het jaar 2010 tot en met 2014 worden de bedragen, genoemd in artikel 2, tweede, vierde en vijfde lid, en het bedrag van het gezamenlijke toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 2, zesde lid, voor de berekeningsjaren 2010 tot en met 2014 niet gewijzigd overeenkomstig artikel 3, eerste lid. - -**2.** Bij het begin van het jaar 2015 worden de bedragen, genoemd in artikel 2, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en het bedrag van het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 2, zevende lid, voor het berekeningsjaar 2015 niet gewijzigd overeenkomstig artikel 3, eerste lid. +Vervallen ### Artikel 8 @@ -137,7 +135,7 @@ Wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. **1.** Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -**2.** Deze wet geldt voor berekeningsjaren die aanvangen op of na 1 januari 2008. +**2.** Deze wet geldt voor berekeningsjaren die aanvangen op of na 1 januari 2008. ### Artikel 12