2014-04-01 | BWBR0018450 | Zorgverzekeringswet
This commit is contained in:
parent
67bfe1adf1
commit
f9cc5deb96
1 changed files with 202 additions and 160 deletions
|
|
@ -34,7 +34,7 @@ m. instelling:
|
|||
2°. een organisatorisch verband dat gevestigd is buiten het grondgebied van het Europese deel van Nederland en overeenkomstig de daar geldende wetgeving rechtmatig gezondheidszorg verstrekt als bedoeld bij en krachtens artikel 11;
|
||||
n. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||||
o. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
|
||||
p. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid;
|
||||
p. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid;
|
||||
q. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel 39;
|
||||
r. eerste richtlijn schadeverzekering: richtlijn nr. 73/239/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche en de uitoefening daarvan (PbEG L 228);
|
||||
s. vervallen;
|
||||
|
|
@ -43,7 +43,9 @@ u. inspecteur: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij r
|
|||
v. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
w. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
x. premie: de premie, bedoeld in afdeling 3.3.1;
|
||||
y. bestuursrechtelijke premie: de premie, bedoeld in de artikelen 18d en 18e.
|
||||
y. bestuursrechtelijke premie: de premie, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
|
||||
z. professionele standaard: richtlijnen, modules, normen, zorgstandaarden dan wel organisatiebeschrijvingen die betrekking hebben op het gehele zorgproces of een deel van een specifiek zorgproces en die vastleggen wat noodzakelijk is om vanuit het perspectief van de cliënt goede zorg te verlenen;
|
||||
aa. meetinstrument: een middel waarmee een indicatie kan worden verkregen van de kwaliteit van de geleverde zorg.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. De plicht tot het sluiten van een zorgverzekering
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,45 +189,45 @@ e. of voor de verzekerde op die dag een vrijwillig eigen risico gold en zo ja, m
|
|||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen gaat op basis van vergelijking van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanden na welke verzekeringsplichtigen in weerwil van hun verzekeringsplicht niet krachtens een zorgverzekering verzekerd zijn.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut gaat op basis van vergelijking van bij ministeriële regeling aan te wijzen bestanden na welke verzekeringsplichtigen in weerwil van hun verzekeringsplicht niet krachtens een zorgverzekering verzekerd zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen zendt een verzekeringsplichtige als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke aanmaning om zich binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aanmaning, alsnog op grond van zo'n verzekering te verzekeren of te laten verzekeren.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut zendt een verzekeringsplichtige als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke aanmaning om zich binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aanmaning, alsnog op grond van zo'n verzekering te verzekeren of te laten verzekeren.
|
||||
|
||||
**3.** De aanmaning bevat een overzicht van de gevolgen indien betrokkene niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn verzekerd zal zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9b
|
||||
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie een aanmaning als bedoeld in artikel 9a is verzonden, niet binnen drie maanden na verzending daarvan verzekerd is, legt het College zorgverzekeringen hem dan wel, indien de verzekeringsplichtige minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent, een bestuurlijke boete op.
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie een aanmaning als bedoeld in artikel 9a is verzonden, niet binnen drie maanden na verzending daarvan verzekerd is, legt het Zorginstituut hem dan wel, indien de verzekeringsplichtige minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent, een bestuurlijke boete op.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de boete is gelijk aan driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 5:53, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor de oplegging van de boete, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen kan de boete bij dwangbevel invorderen.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut kan de boete bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**5.** Tegelijk met de oplegging van de boete deelt het College zorgverzekeringen mee wat de gevolgen zullen zijn indien de verzekeringsplichtige niet binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van verzending van de beschikking tot oplegging van de boete, alsnog verzekerd zal zijn.
|
||||
**5.** Tegelijk met de oplegging van de boete deelt het Zorginstituut mee wat de gevolgen zullen zijn indien de verzekeringsplichtige niet binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van verzending van de beschikking tot oplegging van de boete, alsnog verzekerd zal zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 9c
|
||||
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie de boete, bedoeld in artikel 9b, is opgelegd, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 9b, vijfde lid, alsnog verzekerd is, legt het College zorgverzekeringen hem dan wel, indien hij minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent nogmaals een bestuurlijke boete op.
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie de boete, bedoeld in artikel 9b, is opgelegd, niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 9b, vijfde lid, alsnog verzekerd is, legt het Zorginstituut hem dan wel, indien hij minderjarig is, degene die het gezag over hem uitoefent nogmaals een bestuurlijke boete op.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 9b, tweede tot en met vierde lid, zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** De boetebeschikking, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een last, inhoudende dat de verzekeringsplichtige binnen drie maanden na de verzending van de last alsnog krachtens een zorgverzekering verzekerd dient te zijn, bij gebreke waarvan het College zorgverzekeringen artikel 9d zal toepassen.
|
||||
**3.** De boetebeschikking, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een last, inhoudende dat de verzekeringsplichtige binnen drie maanden na de verzending van de last alsnog krachtens een zorgverzekering verzekerd dient te zijn, bij gebreke waarvan het Zorginstituut artikel 9d zal toepassen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9d
|
||||
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie de bestuurlijke boete en de last, bedoeld in artikel 9c, is opgelegd, niet binnen drie maanden na verzending van de beschikking tot oplegging daarvan alsnog verzekerd is, sluit het College zorgverzekeringen namens hem een zorgverzekering waarin hij hem verzekert.
|
||||
**1.** Indien een verzekeringsplichtige aan wie de bestuurlijke boete en de last, bedoeld in artikel 9c, is opgelegd, niet binnen drie maanden na verzending van de beschikking tot oplegging daarvan alsnog verzekerd is, sluit het Zorginstituut namens hem een zorgverzekering waarin hij hem verzekert.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen kiest de zorgverzekeraar waarmee een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, met dien verstande dat het zorgt voor een spreiding van zorgverzekeringen als bedoeld in dat lid over alle zorgverzekeraars, naar evenredigheid van het aantal verzekerden bij iedere zorgverzekeraar.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut kiest de zorgverzekeraar waarmee een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid wordt gesloten, met dien verstande dat het zorgt voor een spreiding van zorgverzekeringen als bedoeld in dat lid over alle zorgverzekeraars, naar evenredigheid van het aantal verzekerden bij iedere zorgverzekeraar.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een zorgverzekeraar verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, sluit het College zorgverzekeringen een zorgverzekering overeenkomstig de variant met de laagste premie, maar zonder collectiviteitskorting als bedoeld in artikel 18 en zonder vrijwillig eigen risico.
|
||||
**3.** Indien een zorgverzekeraar verschillende varianten van de zorgverzekering aanbiedt, sluit het Zorginstituut een zorgverzekering overeenkomstig de variant met de laagste premie, maar zonder collectiviteitskorting als bedoeld in artikel 18 en zonder vrijwillig eigen risico.
|
||||
|
||||
**4.** Op de last, bedoeld in artikel 9c, derde lid, en op het uitvoeren van de last als bedoeld in het eerste lid, is afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de artikelen 5:25 en 5:27 tot en met 5:30 van die wet, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die op grond van het eerste lid door het College zorgverzekeringen verzekerd is, kan de desbetreffende verzekering gedurende een periode van twee weken, te rekenen vanaf de datum waarop dat college hem daarvan mededeling heeft gedaan, vernietigen, indien hij jegens dat college alsmede jegens de zorgverzekeraar bij wie die zorgverzekering is gesloten, aantoont in de periode, bedoeld in dat lid, reeds krachtens een andere zorgverzekering verzekerd te zijn geraakt.
|
||||
**5.** Degene die op grond van het eerste lid door het Zorginstituut verzekerd is, kan de desbetreffende verzekering gedurende een periode van twee weken, te rekenen vanaf de datum waarop dat instituut hem daarvan mededeling heeft gedaan, vernietigen, indien hij jegens dat instituut alsmede jegens de zorgverzekeraar bij wie die zorgverzekering is gesloten, aantoont in de periode, bedoeld in dat lid, reeds krachtens een andere zorgverzekering verzekerd te zijn geraakt.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van artikel 931 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is een zorgverzekeraar bevoegd een met hem gesloten verzekeringsovereenkomst wegens dwaling te vernietigen, indien achteraf blijkt dat degene die het College zorgverzekeringen bij hem verzekerde op dat moment niet verzekeringsplichtig was.
|
||||
**6.** In afwijking van artikel 931 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is een zorgverzekeraar bevoegd een met hem gesloten verzekeringsovereenkomst wegens dwaling te vernietigen, indien achteraf blijkt dat degene die het Zorginstituut bij hem verzekerde op dat moment niet verzekeringsplichtig was.
|
||||
|
||||
**7.** Zonodig in afwijking van artikel 7, kan, tenzij het vierde lid van dat artikel van toepassing is, een verzekeringnemer een zorgverzekering als bedoeld in het eerste lid niet opzeggen gedurende de eerste twaalf maanden waarover deze loopt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -426,7 +428,7 @@ b. deze, indien deze zorgverzekering bij dezelfde zorgverzekeraar is gesloten, t
|
|||
|
||||
### Artikel 18c
|
||||
|
||||
**1.** Indien ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een premieschuld ter hoogte van zes of meer maandpremies is ontstaan, meldt de zorgverzekeraar dit, onder vermelding van de voor de heffing van de bestuursrechtelijke premie alsmede voor de uitvoering van artikel 34a noodzakelijke persoonsgegevens van de verzekeringnemer en de verzekerde, aan het College zorgverzekeringen, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, aan de verzekerde.
|
||||
**1.** Indien ten aanzien van een zorgverzekering, rente en incassokosten buiten beschouwing latend, een premieschuld ter hoogte van zes of meer maandpremies is ontstaan, meldt de zorgverzekeraar dit, onder vermelding van de voor de heffing van de bestuursrechtelijke premie alsmede voor de uitvoering van artikel 34a noodzakelijke persoonsgegevens van de verzekeringnemer en de verzekerde, aan het Zorginstituut, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, aan de verzekerde.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -441,13 +443,13 @@ d. ingeval de verzekeringnemer zich heeft aangemeld bij een schuldhulpverlener a
|
|||
|
||||
### Artikel 18d
|
||||
|
||||
**1.** De verzekeringnemer is aan het College zorgverzekeringen een bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin dat college de melding, bedoeld in artikel 18c, heeft ontvangen tot de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de datum, bedoeld in het derde lid, ligt.
|
||||
**1.** De verzekeringnemer is aan het Zorginstituut een bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin dat instituut de melding, bedoeld in artikel 18c, heeft ontvangen tot de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin de datum, bedoeld in het derde lid, ligt.
|
||||
|
||||
**2.** De bestuursrechtelijke premie bedraagt per maand 130% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De zorgverzekeraar stelt het College zorgverzekeringen, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, met het oog op de toepassing van het eerste lid onverwijld op de hoogte van de datum waarop:
|
||||
De zorgverzekeraar stelt het Zorginstituut, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, met het oog op de toepassing van het eerste lid onverwijld op de hoogte van de datum waarop:
|
||||
|
||||
a. de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of tenietgaan,
|
||||
b. de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in de Faillissementswet, op de verzekeringnemer van toepassing wordt, of
|
||||
|
|
@ -455,48 +457,48 @@ c. door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is de verzekeringnemer wederom aan het College zorgverzekeringen bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand:
|
||||
In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is de verzekeringnemer wederom aan het Zorginstituut bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand:
|
||||
|
||||
a. waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 350, derde lid, onderdeel c, d, e, f, of g, van de Faillissementswet, is beëindigd;
|
||||
b. waarin hij zich, blijkens een mede door de schuldhulpverlener ondertekende melding van zijn zorgverzekeraar, aan deelname aan de in het derde lid, onderdeel c, bedoelde regeling heeft onttrokken voordat hij de in die regeling neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is nagekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 18e
|
||||
|
||||
Gedurende de eerste twaalf maanden waarover een verzekering als bedoeld in artikel 9d loopt, is de verzekeringnemer vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin hij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt aan het College zorgverzekeringen een bestuursrechtelijke premie verschuldigd, die per maand 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt.
|
||||
Gedurende de eerste twaalf maanden waarover een verzekering als bedoeld in artikel 9d loopt, is de verzekeringnemer vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgende op de maand waarin hij de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt aan het Zorginstituut een bestuursrechtelijke premie verschuldigd, die per maand 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 18f
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen heft en int de bestuursrechtelijke premie.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut heft en int de bestuursrechtelijke premie.
|
||||
|
||||
**2.** In opdracht van het College zorgverzekeringen houdt de inhoudingsplichtige de bestuursrechtelijke premie geheel of voor een door dat college te bepalen gedeelte in op door hem aan de verzekeringnemer verschuldigd loon als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarna hij het ingehouden bedrag aan het college afdraagt.
|
||||
**2.** In opdracht van het Zorginstituut houdt de inhoudingsplichtige de bestuursrechtelijke premie geheel of voor een door dat instituut te bepalen gedeelte in op door hem aan de verzekeringnemer verschuldigd loon als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, waarna hij het ingehouden bedrag aan het instituut afdraagt.
|
||||
|
||||
**3.** De inhouding geschiedt onmiddellijk nadat de krachtens een ander wettelijk voorschrift of krachtens een arbeidsovereenkomst verplicht in te houden belastingen, premies of andere bijdragen zijn ingehouden, met dien verstande dat bij ministeriële regeling op socialezekerheidsuitkeringen te verrichten inhoudingen of verrekeningen kunnen worden aangewezen waarvoor een andere volgorde geldt.
|
||||
|
||||
**4.** Een inhoudingsplichtige die het door het College zorgverzekeringen aan te geven bedrag niet of niet geheel heeft ingehouden, is gehouden het gehele bedrag aan dat college af te dragen, zonder dat het niet ingehouden bedrag alsnog op de verzekeringnemer kan worden verhaald.
|
||||
**4.** Een inhoudingsplichtige die het door het Zorginstituut aan te geven bedrag niet of niet geheel heeft ingehouden, is gehouden het gehele bedrag aan dat instituut af te dragen, zonder dat het niet ingehouden bedrag alsnog op de verzekeringnemer kan worden verhaald.
|
||||
|
||||
**5.** Indien op loon waarop bestuursrechtelijke premie is ingehouden tevens derdenbeslag ligt, is het bedrag dat de inhoudingsplichtige ten minste aan de verzekeringnemer uitbetaalt gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verminderd met het in opdracht van het College zorgverzekeringen ingehouden bedrag.
|
||||
**5.** Indien op loon waarop bestuursrechtelijke premie is ingehouden tevens derdenbeslag ligt, is het bedrag dat de inhoudingsplichtige ten minste aan de verzekeringnemer uitbetaalt gelijk aan de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verminderd met het in opdracht van het Zorginstituut ingehouden bedrag.
|
||||
|
||||
**6.** In opdracht van het College zorgverzekeringen wordt een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag of een voorschot daarop, in afwijking van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan het College zorgverzekeringen uitbetaald.
|
||||
**6.** In opdracht van het Zorginstituut wordt een aan de verzekeringnemer of zijn partner uit te betalen zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag of een voorschot daarop, in afwijking van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, als tegemoetkoming in de bestuursrechtelijke premie aan het Zorginstituut uitbetaald.
|
||||
|
||||
**7.** Het College zorgverzekeringen kan de bestuursrechtelijke premie of het door de werkgever af te dragen bedrag, bedoeld in het vierde lid, bij dwangbevel invorderen.
|
||||
**7.** Het Zorginstituut kan de bestuursrechtelijke premie of het door de werkgever af te dragen bedrag, bedoeld in het vierde lid, bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**8.** Het College zorgverzekeringen heeft terzake van de bestuursrechtelijke premie die op andere wijze dan bij wege van inhouding wordt geïnd, een voorrecht op alle goederen van de verzekeringnemer, welk voorrecht onmiddellijk na het voorrecht, bedoeld in artikel 21 van de Invorderingswet 1990, kan worden uitgeoefend.
|
||||
**8.** Het Zorginstituut heeft terzake van de bestuursrechtelijke premie die op andere wijze dan bij wege van inhouding wordt geïnd, een voorrecht op alle goederen van de verzekeringnemer, welk voorrecht onmiddellijk na het voorrecht, bedoeld in artikel 21 van de Invorderingswet 1990, kan worden uitgeoefend.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het College zorgverzekeringen ter zake van de inning van de bestuursrechtelijke premie beslag laat leggen onder een derde die de verzekeringnemer periodieke betalingen, niet zijnde periodieke betalingen ter zake van het levensonderhoud van diens kinderen, verschuldigd is, is de derde-beslagene verplicht om, zolang het college dit verlangt, het door het college aangegeven achterstallige bedrag en telkens de nieuw vervallende termijnen van de bestuursrechtelijke premie of door het college te bepalen gedeelten daarvan, tot welker verhaal het beslag is gelegd, aan het college uit te betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden wegens vorderingen van hogere of gelijke rang.
|
||||
**9.** Indien het Zorginstituut ter zake van de inning van de bestuursrechtelijke premie beslag laat leggen onder een derde die de verzekeringnemer periodieke betalingen, niet zijnde periodieke betalingen ter zake van het levensonderhoud van diens kinderen, verschuldigd is, is de derde-beslagene verplicht om, zolang het instituut dit verlangt, het door het instituut aangegeven achterstallige bedrag en telkens de nieuw vervallende termijnen van de bestuursrechtelijke premie of door het instituut te bepalen gedeelten daarvan, tot welker verhaal het beslag is gelegd, aan het instituut uit te betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden wegens vorderingen van hogere of gelijke rang.
|
||||
|
||||
**10.** Indien een beslag als bedoeld in het negende lid is gelegd op een vordering tot een periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van die wet, louter ten aanzien van de vordering van het College zorgverzekeringen ter zake waarvan het beslag is gelegd, in aanvulling op het vijfde lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel verlaagd met het verschil tussen de bestuursrechtelijke premie en het reeds ingehouden bedrag van die premie.
|
||||
**10.** Indien een beslag als bedoeld in het negende lid is gelegd op een vordering tot een periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt de beslagvrije voet, bedoeld in artikel 475d van die wet, louter ten aanzien van de vordering van het Zorginstituut ter zake waarvan het beslag is gelegd, in aanvulling op het vijfde lid, onderdeel a, van laatstgenoemd artikel verlaagd met het verschil tussen de bestuursrechtelijke premie en het reeds ingehouden bedrag van die premie.
|
||||
|
||||
**11.** De derde die meer aan het College zorgverzekeringen heeft betaald dan waarop deze recht heeft, is jegens de verzekeringnemer bevrijd, voor zover dat voortvloeit uit artikel 34 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
**11.** De derde die meer aan het Zorginstituut heeft betaald dan waarop deze recht heeft, is jegens de verzekeringnemer bevrijd, voor zover dat voortvloeit uit artikel 34 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
### Artikel 18g
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen gebruikt het burgerservicenummer van de in de artikelen 18c, eerste lid, en 18e bedoelde personen, met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van deze afdeling en artikel 34a te verwerken persoonsgegevens op die personen betrekking hebben.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut gebruikt het burgerservicenummer van de in de artikelen 18c, eerste lid, en 18e bedoelde personen, met het doel te waarborgen dat de in het kader van de uitvoering van deze afdeling en artikel 34a te verwerken persoonsgegevens op die personen betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gegevensuitwisseling tussen het College zorgverzekeringen en de in de artikelen 18f, 88 en 89 bedoelde personen en instanties wordt, voor de uitvoering van deze afdeling en voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt.
|
||||
**2.** Bij gegevensuitwisseling tussen het Zorginstituut en de in de artikelen 18f, 88 en 89 bedoelde personen en instanties wordt, voor de uitvoering van deze afdeling en voor zover die personen en instanties tot gebruik van dat nummer bevoegd zijn, het burgerservicenummer gebruikt.
|
||||
|
||||
**3.** Het College zorgverzekeringen is bevoegd schulden ter zake van de bestuursrechtelijke premie die hem nog niet zijn voldaan nadat artikel 18d of 18e niet meer op de verzekeringnemer van toepassing is, kwijt te schelden.
|
||||
**3.** Het Zorginstituut is bevoegd schulden ter zake van de bestuursrechtelijke premie die hem nog niet zijn voldaan nadat artikel 18d of 18e niet meer op de verzekeringnemer van toepassing is, kwijt te schelden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop het College zorgverzekeringen de bestuursrechtelijke premie int en wordt bepaald welk gedeelte van de geïnde bestuursrechtelijke premie door dat college in ’s Rijks kas wordt gestort.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop het Zorginstituut de bestuursrechtelijke premie int en wordt bepaald welk gedeelte van de geïnde bestuursrechtelijke premie door dat college in ’s Rijks kas wordt gestort.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3.4. Het eigen risico
|
||||
|
||||
|
|
@ -589,7 +591,7 @@ c. het op grond van onderdeel b berekende bedrag wordt gedeeld door het aantal d
|
|||
|
||||
**2.** De zorgautoriteit zendt de verzekeraar onverwijld een bewijs van ontvangst, waarin die datum is vermeld.
|
||||
|
||||
**3.** De zorgautoriteit zendt het College zorgverzekeringen onverwijld een afschrift van de melding, de modelovereenkomsten of de wijzigingen in de modelovereenkomsten, onder vermelding van de datum van ontvangst ervan.
|
||||
**3.** De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld een afschrift van de melding, de modelovereenkomsten of de wijzigingen in de modelovereenkomsten, onder vermelding van de datum van ontvangst ervan.
|
||||
|
||||
**4.** De zorgautoriteit zendt de beheerder van het register van zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 14 van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, onverwijld een afschrift van de melding onder vermelding van de datum van ontvangst ervan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -627,17 +629,17 @@ c. sluiten iedere verplichting van de verzekeringnemers, verzekerden, gewezen ve
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Indien jegens een zorgverzekeraar of een voormalige zorgverzekeraar de noodregeling is uitgesproken krachtens afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel toezicht of een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het College zorgverzekeringen aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of artikel 13.
|
||||
**1.** Indien jegens een zorgverzekeraar of een voormalige zorgverzekeraar de noodregeling is uitgesproken krachtens afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel toezicht of een voormalige zorgverzekeraar failliet is verklaard, voldoet het Zorginstituut aan de verzekerden jegens die zorgverzekeraar of voormalige zorgverzekeraar bestaande vorderingen ter zake van een recht op vergoeding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, of artikel 13.
|
||||
|
||||
**2.** De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het College zorgverzekeringen over voor zover dat college deze heeft voldaan.
|
||||
**2.** De vorderingen, bedoeld in het eerste lid, gaan bij wijze van subrogatie op het Zorginstituut over voor zover dat instituut deze heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het Rijk is tegenover het College zorgverzekeringen aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** Het Rijk is tegenover het Zorginstituut aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4.2. De vereveningsbijdrage en de bijdrage voor het verzekerd houden van verzekerden voor wier verzekering bestuursrechtelijke premie verschuldigd is
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen kent een zorgverzekeraar die voldaan heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 25, voor ieder kalenderjaar waarin hij zorgverzekeringen aanbiedt en uitvoert een vereveningsbijdrage toe.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut kent een zorgverzekeraar die voldaan heeft aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 25, voor ieder kalenderjaar waarin hij zorgverzekeringen aanbiedt en uitvoert een vereveningsbijdrage toe.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -650,9 +652,9 @@ Bij ministeriële regeling:
|
|||
a. wordt voor 1 oktober van ieder jaar bepaald welk bedrag in totaal voor het daaropvolgende kalenderjaar aan de zorgverzekeraars kan worden toegekend;
|
||||
b. kan worden bepaald dat in aanvulling op de criteria, bedoeld in het derde lid, voor de berekening van de hoogte van de vereveningsbijdragen eenmalig rekening wordt gehouden met een bij die regeling te bepalen, voor alle zorgverzekeraars gelijk criterium;
|
||||
c. wordt statistisch onderbouwd aan elk criterium als bedoeld in het derde lid of aan een criterium als bedoeld in onderdeel b een bijdrage gekoppeld;
|
||||
d. worden nadere regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld en wordt geregeld hoe de op grond van het eerste lid toegekende vereveningsbijdragen door het College zorgverzekeringen worden betaald.
|
||||
d. worden nadere regels omtrent de berekening van de vereveningsbijdragen gesteld en wordt geregeld hoe de op grond van het eerste lid toegekende vereveningsbijdragen door het Zorginstituut worden betaald.
|
||||
|
||||
**5.** Het College zorgverzekeringen stelt jaarlijks voor 15 oktober beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het vierde lid bedoelde regels.
|
||||
**5.** Het Zorginstituut stelt jaarlijks voor 15 oktober beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het vierde lid bedoelde regels.
|
||||
|
||||
**6.** De toekenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 november van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de vereveningsbijdrage wordt gegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -668,31 +670,31 @@ a. *catastrofe:* een natuurramp, een pandemie, een kernexplosie of een bij minis
|
|||
b. *catastrofejaar:* het kalenderjaar waarin een catastrofe optreedt;
|
||||
c. *gemiddelde vereveningsbijdrage:* de toegekende vereveningsbijdrage per verzekerde, die wordt berekend door de som van de op grond van artikel 32 met betrekking tot het catastrofejaar aan alle zorgverzekeraars toegekende vereveningsbijdragen te delen door het op het moment van toekenning van die bijdragen verwachte totaalaantal verzekerden in dat jaar.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de kosten voor de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of andere diensten ten gevolge van een catastrofe naar verwachting van het College zorgverzekeringen in het catastrofejaar en het daaropvolgende kalenderjaar tezamen, voor een zorgverzekeraar hoger zullen zijn dan 4% van het product van de gemiddelde vereveningsbijdrage en het op het moment van de toekenning van de vereveningsbijdrage over het catastrofejaar verwachte aantal verzekerden bij die verzekeraar, kent het College zorgverzekeringen de verzekeraar die daar om verzoekt naast de hem voor het catastrofejaar toegekende vereveningsbijdrage een extra bijdrage toe.
|
||||
**2.** Indien de kosten voor de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of andere diensten ten gevolge van een catastrofe naar verwachting van het Zorginstituut in het catastrofejaar en het daaropvolgende kalenderjaar tezamen, voor een zorgverzekeraar hoger zullen zijn dan 4% van het product van de gemiddelde vereveningsbijdrage en het op het moment van de toekenning van de vereveningsbijdrage over het catastrofejaar verwachte aantal verzekerden bij die verzekeraar, kent het Zorginstituut de verzekeraar die daar om verzoekt naast de hem voor het catastrofejaar toegekende vereveningsbijdrage een extra bijdrage toe.
|
||||
|
||||
**3.** Een zorgverzekeraar aan wie een extra bijdrage als bedoeld in het tweede lid is toegekend, houdt een afzonderlijke administratie bij van de in het catastrofejaar en het daaropvolgende kalenderjaar ten gevolge van de catastrofe optredende kosten van verzekerde zorg en andere diensten.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen en kunnen regels worden gesteld over de administratie, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop de toegekende bijdragen door het College zorgverzekeringen worden betaald.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen en kunnen regels worden gesteld over de administratie, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop de toegekende bijdragen door het Zorginstituut worden betaald.
|
||||
|
||||
**5.** Artikel 32, vijfde en zevende lid, zijn, met uitzondering van de in dat vijfde lid opgenomen verplichting de beleidsregels jaarlijks voor 15 oktober vast te stellen, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Uiterlijk op 1 april van het vierde jaar volgende op het kalenderjaar waarvoor de bijdragen, bedoeld in artikel 32 en 33, zijn toegekend, stelt het College zorgverzekeringen de bijdragen vast.
|
||||
**1.** Uiterlijk op 1 april van het vierde jaar volgende op het kalenderjaar waarvoor de bijdragen, bedoeld in artikel 32 en 33, zijn toegekend, stelt het Zorginstituut de bijdragen vast.
|
||||
|
||||
**2.** De vaststelling van een vereveningsbijdrage als bedoeld in artikel 32, houdt in ieder geval in een herberekening van de vereveningsbijdrage op basis van het werkelijke aantal verzekerden dat de zorgverzekeraar in het desbetreffende jaar had en de werkelijke verdeling van de verzekerdenkenmerken als bedoeld in artikel 32, derde lid, over die verzekerden, voor zover de daartoe benodigde gegevens tijdig bij het College zorgverzekeringen zijn aangeleverd.
|
||||
**2.** De vaststelling van een vereveningsbijdrage als bedoeld in artikel 32, houdt in ieder geval in een herberekening van de vereveningsbijdrage op basis van het werkelijke aantal verzekerden dat de zorgverzekeraar in het desbetreffende jaar had en de werkelijke verdeling van de verzekerdenkenmerken als bedoeld in artikel 32, derde lid, over die verzekerden, voor zover de daartoe benodigde gegevens tijdig bij het Zorginstituut zijn aangeleverd.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de berekening van de bijdragen gesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen stelt beleidsregels op waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het derde lid bedoelde regels en op welke wijze een vergoeding voor rentekosten wordt verleend respectievelijk in rekening wordt gebracht.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut stelt beleidsregels op waarin wordt aangegeven op welke wijze toepassing wordt gegeven aan de in het derde lid bedoelde regels en op welke wijze een vergoeding voor rentekosten wordt verleend respectievelijk in rekening wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de vastgestelde bijdrage hoger is dan de toegekende bijdrage betaalt het College zorgverzekeringen de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger het verschil, vermeerderd met de rentekosten, en indien de vastgestelde bijdrage lager is dan de toegekende bijdrage vordert het College zorgverzekeringen het verschil, vermeerderd met de rentekosten, van de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger terug.
|
||||
**5.** Indien de vastgestelde bijdrage hoger is dan de toegekende bijdrage betaalt het Zorginstituut de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger het verschil, vermeerderd met de rentekosten, en indien de vastgestelde bijdrage lager is dan de toegekende bijdrage vordert het Zorginstituut het verschil, vermeerderd met de rentekosten, van de zorgverzekeraar of diens rechtsopvolger terug.
|
||||
|
||||
**6.** Het College zorgverzekeringen is bevoegd het bedrag dat na toepassing van het eerste en vijfde lid aan de zorgverzekeraar dient te worden betaald respectievelijk van de zorgverzekeraar dient te worden teruggevorderd, te verrekenen met een toekenning van een bijdrage als bedoeld in artikel 32 of 33 over een later jaar.
|
||||
**6.** Het Zorginstituut is bevoegd het bedrag dat na toepassing van het eerste en vijfde lid aan de zorgverzekeraar dient te worden betaald respectievelijk van de zorgverzekeraar dient te worden teruggevorderd, te verrekenen met een toekenning van een bijdrage als bedoeld in artikel 32 of 33 over een later jaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen verstrekt een zorgverzekeraar een bijdrage indien hij verzekerden voor wier zorgverzekering de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is, onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering heeft gehouden.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut verstrekt een zorgverzekeraar een bijdrage indien hij verzekerden voor wier zorgverzekering de bestuursrechtelijke premie verschuldigd is, onverminderd onder de dekking van de zorgverzekering heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -704,28 +706,28 @@ c. zich houdt aan zijn verplichting, bedoeld in artikel 18d, derde lid, en desge
|
|||
|
||||
**3.** De periode waarover de bijdrage wordt verstrekt en de hoogte ervan, alsmede de wijze waarop deze wordt verstrekt, worden bij ministeriële regeling bepaald.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen is bevoegd de te verstrekken bijdrage te verrekenen met van de zorgverzekeraar terug te vorderen bedragen aan vereveningsbijdrage.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut is bevoegd de te verstrekken bijdrage te verrekenen met van de zorgverzekeraar terug te vorderen bedragen aan vereveningsbijdrage.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen draagt zorg voor het inrichten en in stand houden van een administratie, waarin van iedere verzekerde wordt opgenomen:
|
||||
Het Zorginstituut draagt zorg voor het inrichten en in stand houden van een administratie, waarin van iedere verzekerde wordt opgenomen:
|
||||
|
||||
a. het burgerservicenummer;
|
||||
b. de zorgverzekeraar waarbij de verzekerde verzekerd is;
|
||||
c. de persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens betreffende de gezondheid als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de berekening van aan de zorgverzekeraar toekomende bijdragen als bedoeld in de artikelen 32 tot en met 34.
|
||||
|
||||
**2.** De zorgverzekeraar meldt het College zorgverzekeringen, onder vermelding van de ingangsdatum ervan, iedere door hem gesloten zorgverzekering, alsmede, indien de zorgverzekering is geëindigd, de datum waarop deze eindigde.
|
||||
**2.** De zorgverzekeraar meldt het Zorginstituut, onder vermelding van de ingangsdatum ervan, iedere door hem gesloten zorgverzekering, alsmede, indien de zorgverzekering is geëindigd, de datum waarop deze eindigde.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het College zorgverzekeringen constateert dat een verzekerde bij twee of meer zorgverzekeraars verzekerd is, stelt hij de betrokken zorgverzekeraars daarvan, onder vermelding van de namen van alle zorgverzekeraars waarbij de verzekerde verzekerd is, terstond op de hoogte.
|
||||
**3.** Indien het Zorginstituut constateert dat een verzekerde bij twee of meer zorgverzekeraars verzekerd is, stelt hij de betrokken zorgverzekeraars daarvan, onder vermelding van de namen van alle zorgverzekeraars waarbij de verzekerde verzekerd is, terstond op de hoogte.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen:
|
||||
|
||||
a. regels worden gesteld over de in de administratie van het College zorgverzekeringen op te nemen persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
|
||||
b. regels worden gesteld over de inrichting van de administratie van het College zorgverzekeringen, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
a. regels worden gesteld over de in de administratie van het Zorginstituut op te nemen persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
|
||||
b. regels worden gesteld over de inrichting van de administratie van het Zorginstituut, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -741,7 +743,7 @@ Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen in deze paragraaf gere
|
|||
|
||||
**3.** De zorgverzekeraar voegt bij de stukken, bedoeld in het eerste of tweede lid, twee afschriften van de accountantsverklaring die hij op grond van het Burgerlijk Wetboek of de Wet op het financieel toezicht over deze stukken dient te laten opstellen.
|
||||
|
||||
**4.** De zorgautoriteit zendt het College zorgverzekeringen onverwijld één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde stukken.
|
||||
**4.** De zorgautoriteit zendt het Zorginstituut onverwijld één exemplaar van de in het eerste tot en met derde lid bedoelde stukken.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -785,7 +787,7 @@ d. een bedrag van iedere rekening, bedoeld in artikel 70, gelijk aan:
|
|||
1°. jaarlijks: de helft van de bijdragevervangende belastingen die degenen wier bijdragevervangende belastingen op die rekening werden gestort, over het voorafgaande kalenderjaar gezamenlijk verschuldigd waren, of zoveel minder als het saldo bedraagt;
|
||||
2°. voor iedere tot een huishouding als bedoeld in artikel 70, tweede lid, behorende gemoedsbezwaarde die alsnog verzekeringsplichtig wordt dan wel overlijdt: het saldo van de rekening gedeeld door het aantal tot de huishouding behorende gemoedsbezwaarden;
|
||||
3°. indien de rekening met toepassing van artikel 70, zevende lid, wordt opgeheven: het saldo van de rekening;
|
||||
e. aan het College zorgverzekeringen betaalde bedragen ter gehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid;
|
||||
e. aan het Zorginstituut betaalde bedragen ter gehele of gedeeltelijke voldoening van vorderingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid;
|
||||
f. de bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 9b en 9c, alsmede de bijdragen en bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 69;
|
||||
g. met uitzondering van het gedeelte, bedoeld in artikel 18g, vierde lid, de bestuursrechtelijke premies, bedoeld in de artikelen 18d en 18e;
|
||||
h. de inkomsten die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
|
||||
|
|
@ -799,7 +801,7 @@ Ten laste van het Zorgverzekeringsfonds komen:
|
|||
|
||||
a. de bijdragen, bedoeld in de artikelen 32, 33, 34 en 34a;
|
||||
b. vervallen;
|
||||
c. door het College zorgverzekeringen voldane vorderingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid;
|
||||
c. door het Zorginstituut voldane vorderingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid;
|
||||
d. uitgaven in verband met molest als bedoeld in artikel 55, inclusief vergoedingen als bedoeld in het derde lid van dat artikel;
|
||||
e. de uitgaven die in verband met deze wet voortvloeien uit internationale overeenkomsten;
|
||||
f. tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 11a en uitkeringen als bedoeld in artikel 118a;
|
||||
|
|
@ -810,32 +812,32 @@ h. de door het College zorgverzekeringen op grond van een ministeriële regeling
|
|||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk het Zorgverzekeringsfonds.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut beheert en administreert afzonderlijk het Zorgverzekeringsfonds.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen houdt de financiële middelen die deel uitmaken van het Zorgverzekeringsfonds, in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut houdt de financiële middelen die deel uitmaken van het Zorgverzekeringsfonds, in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën.
|
||||
|
||||
**3.** Het College zorgverzekeringen kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhoudt.
|
||||
**3.** Het Zorginstituut kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën aanhoudt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid kan het College zorgverzekeringen een deel van de in dat lid bedoelde financiële middelen buiten de in dat lid bedoelde rekening-courant houden.
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid kan het Zorginstituut een deel van de in dat lid bedoelde financiële middelen buiten de in dat lid bedoelde rekening-courant houden.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast.
|
||||
**5.** Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, de omvang van het in het vierde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast.
|
||||
|
||||
**6.** Bij een tekort aan financiële middelen maakt het College zorgverzekeringen uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend.
|
||||
**6.** Bij een tekort aan financiële middelen maakt het Zorginstituut uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het College zorgverzekeringen ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot:
|
||||
Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het Zorginstituut ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de slotstanden per dag;
|
||||
b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de rekening-courant.
|
||||
|
||||
**8.** Het College zorgverzekeringen informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de rekening-courant.
|
||||
**8.** Het Zorginstituut informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de rekening-courant.
|
||||
|
||||
**9.** Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant geen kosten in rekening.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het tweede lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht.
|
||||
**10.** Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het tweede lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**11.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels stellen omtrent het tweede, zevende en achtste lid.
|
||||
**11.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, na overleg met het Zorginstituut, regels stellen omtrent het tweede, zevende en achtste lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.2. De inkomensafhankelijke bijdrage
|
||||
|
||||
|
|
@ -983,13 +985,13 @@ Bij ministeriële regeling wordt bepaald:
|
|||
|
||||
a. welke vormen van zorg of overige diensten voor welk gedeelte met de bijdrage worden betaald;
|
||||
b. ten behoeve van welke personen de bijdrage wordt betaald;
|
||||
c. onder welke voorwaarden en op welke wijze deze zorg of overige diensten door het College zorgverzekeringen worden betaald.
|
||||
c. onder welke voorwaarden en op welke wijze deze zorg of overige diensten door het Zorginstituut worden betaald.
|
||||
|
||||
**3.** In een regeling als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat zorgverzekeraars het College zorgverzekeringen bijstand verlenen bij het uitvoeren van de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, en welke vergoeding daar voor de zorgverzekeraars tegenover staat.
|
||||
**3.** In een regeling als bedoeld in het tweede lid kan worden bepaald dat zorgverzekeraars het Zorginstituut bijstand verlenen bij het uitvoeren van de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, en welke vergoeding daar voor de zorgverzekeraars tegenover staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
Indien de situatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, zich heeft voorgedaan, verstrekt Onze Minister een bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds ter hoogte van het verschil tussen het bedrag aan voldane vorderingen, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, en het bedrag dat het College zorgverzekeringen ter zake van de vorderingen, bedoeld in artikel 31, tweede lid, heeft ontvangen.
|
||||
Indien de situatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, zich heeft voorgedaan, verstrekt Onze Minister een bijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds ter hoogte van het verschil tussen het bedrag aan voldane vorderingen, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, en het bedrag dat het Zorginstituut ter zake van de vorderingen, bedoeld in artikel 31, tweede lid, heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5.5. De bijdragevervangende belasting gemoedsbezwaarden
|
||||
|
||||
|
|
@ -1003,51 +1005,63 @@ Indien de situatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, zich heeft voorgedaan, ve
|
|||
|
||||
**4.** De rijksbelastingdienst stort de belasting, bedoeld in het eerste lid, op de rekening, bedoeld in artikel 70, eerste dan wel tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Het College zorgverzekeringen
|
||||
## Hoofdstuk 6. Het Zorginstituut
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 58
|
||||
|
||||
**1.** Er is een College voor zorgverzekeringen, dat rechtspersoonlijkheid bezit.
|
||||
**1.** Er is een Zorginstituut Nederland, dat rechtspersoonlijkheid bezit.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.
|
||||
|
||||
**3.** Het College zorgverzekeringen is belast met de taken die hem bij of krachtens wet of internationale overeenkomst zijn opgedragen.
|
||||
**3.** Het Zorginstituut is belast met de taken die hem bij of krachtens wet of internationale overeenkomst zijn opgedragen.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.
|
||||
|
||||
**5.** De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op het College zorgverzekeringen van toepassing.
|
||||
**5.** De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op het Zorginstituut van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.
|
||||
|
||||
**2.** Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College zorgverzekeringen alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||||
**2.** Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het Zorginstituut alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||||
|
||||
**3.** De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld in artikel 66 voorbereidt.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut heeft een commissie die rapporten of signalen als bedoeld in artikel 66 voorbereidt.
|
||||
|
||||
**2.** De commissie bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden, waaronder de leden van het College zorgverzekeringen. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de commissie. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
|
||||
**2.** De commissie bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden, waaronder de leden van het Zorginstituut. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de commissie. Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 59, tweede en derde lid, zijn op de leden van de commissie die niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hun benoeming plaatsvindt op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||||
**3.** Artikel 59, tweede en derde lid, zijn op de leden van de commissie die niet tevens leden van het Zorginstituut zijn, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hun benoeming plaatsvindt op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de commissie en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan de leden van de commissie die niet tevens leden van het College zorgverzekeringen zijn, vastgesteld.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan de leden van de commissie die niet tevens leden van het Zorginstituut zijn, vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 59b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het Zorginstituut kent een Adviescommissie Kwaliteit.
|
||||
|
||||
**2.** De Adviescommissie Kwaliteit bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste vijftien leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
**3.** De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de Adviescommissie Kwaliteit.
|
||||
|
||||
**4.** De benoeming van de leden van de Adviescommissie Kwaliteit vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de Adviescommissie Kwaliteit en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
|
||||
|
||||
**5.** De artikelen 59, derde lid, en 59a, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
**7.** Het lidmaatschap van de Adviescommissie Kwaliteit is onverenigbaar met het lidmaatschap van het Zorginstituut en de commissie, bedoeld in artikel 59a.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen stelt een bestuursreglement vast.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut stelt een bestuursreglement vast.
|
||||
|
||||
**2.** Vergaderingen van het College zorgverzekeringen zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
|
||||
**2.** Vergaderingen van het Zorginstituut zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.
|
||||
|
||||
**3.** In het bestuursreglement legt het College zorgverzekeringen in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**3.** In het bestuursreglement legt het Zorginstituut in ieder geval vast hoe hij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
|
|
@ -1065,47 +1079,79 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen bevordert de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut bevordert de eenduidige uitleg van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen kan de zorgverzekeraars met het oog hierop richtlijnen geven.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut kan de zorgverzekeraars met het oog hierop richtlijnen geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen geeft aan zorgverzekeraars, aan zorgaanbieders en aan burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
Het Zorginstituut geeft aan zorgverzekeraars, aan zorgaanbieders en aan burgers voorlichting over de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen rapporteert Onze Minister desgevraagd over voorgenomen beleid inzake aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut rapporteert Onze Minister desgevraagd over voorgenomen beleid inzake aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen van de aard, inhoud en omvang van de prestaties, bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
### Artikel 66a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Onder zorg in de artikelen 66b tot en met 66e wordt verstaan:
|
||||
|
||||
1°. zorg of dienst als omschreven bij of krachtens deze wet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
2°. handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, die niet zijn begrepen onder 1°, ook indien die handelingen een andere strekking hebben dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt.
|
||||
|
||||
### Artikel 66b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het Zorginstituut houdt een openbaar register bij waarin op voordracht van organisaties van cliënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars gezamenlijk dan wel van de Adviescommissie Kwaliteit een professionele standaard of een meetinstrument wordt opgenomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het Zorginstituut stelt een beleidsregel vast op basis waarvan wordt beoordeeld of een professionele standaard kan worden aangemerkt als een verantwoorde beschrijving van de kwaliteit van een specifiek zorgproces en een meetinstrument kan worden aangemerkt als een verantwoord middel om te meten of goede zorg is geleverd.
|
||||
|
||||
**3.** Het Zorginstituut neemt een overeenkomstig het eerste lid voorgedragen professionele standaard of meetinstrument niet op in het openbaar register indien deze niet voldoet aan de beleidsregel, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 66c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het Zorginstituut stelt vast voor welke vormen van zorg een professionele standaard of een meetinstrument nodig is dan wel een overeenkomstig artikel 66b in het openbaar register opgenomen professionele standaard of meetinstrument wijziging behoeft. Hierbij bevordert het Zorginstituut de verspreiding van goede voorbeelden op het gebied van patiëntveiligheid.
|
||||
|
||||
**2.** Het Zorginstituut stelt het een tijdstip vast waarop de professionele standaard of het meetinstrument, bedoeld in het eerste lid, moet zijn opgesteld onderscheidenlijk aangepast.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op het in het tweede lid bedoelde tijdstip geen professionele standaard of meetinstrument is opgesteld onderscheidenlijk aangepast, kan het Zorginstituut de Adviescommissie Kwaliteit verzoeken binnen een nader te bepalen termijn hiervoor zorg te dragen en over de aldus opgestelde onderscheidenlijk aangepaste professionele standaard overleg te plegen met relevante organisaties van cliënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
|
||||
|
||||
### Artikel 66d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het Zorginstituut draagt zorg voor het verzamelen, samenvoegen en beschikbaar maken van informatie over de kwaliteit van verleende zorg:
|
||||
|
||||
a. met het oog op het recht van de cliënt een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen verschillende zorgaanbieders, en
|
||||
b. ten behoeve van het toezicht door de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
|
||||
|
||||
**2.** Zorgaanbieders zijn verplicht de informatie, bedoeld in het eerste lid, te rapporteren op basis van de overeenkomstig artikel 66b in het openbaar register opgenomen meetinstrumenten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister wordt de instantie aangewezen waar zorgaanbieders de in het tweede lid bedoelde informatie aanleveren.
|
||||
|
||||
### Artikel 66e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De Adviescommissie Kwaliteit stelt op een verzoek van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 66c, derde lid, een professionele standaard of een meetinstrument op.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De Adviescommissie Kwaliteit heeft tot taak het Instituut voor Zorg te adviseren over aangelegenheden betreffende de kwaliteit van de zorgverlening, waaronder:
|
||||
|
||||
a. de meerjarenagenda en het werkprogramma van het Zorginstituut,
|
||||
b. de samenhang tussen professionele standaarden en de bekostiging van de zorg, en
|
||||
c. het inzichtelijk maken van informatie over de kwaliteit van zorg.
|
||||
|
||||
**3.** De Adviescommissie Kwaliteit kan ten behoeve van de uitvoering van haar werkzaamheden een of meer deskundigen op het gebied van een specifieke vorm van zorg inschakelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 66f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het Zorginstituut rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid, doeltreffendheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid in verband met vernieuwingen en verbeteringen in de structuur van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg.
|
||||
|
||||
**2.** Het Zorginstituut signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen inzake vernieuwingen en verbeteringen in de structuur van beroepen en opleidingen in de gezondheidzorg.
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen bevordert de afstemming van de uitvoering:
|
||||
Het Zorginstituut bevordert de afstemming van de uitvoering:
|
||||
|
||||
a. van en tussen de zorgverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten, en
|
||||
b. van deze verzekeringen met de uitvoering van het beleid op andere terreinen van de volksgezondheid en op andere terreinen van sociale zekerheid.
|
||||
|
|
@ -1116,30 +1162,30 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
**1.** In het buitenland wonende personen die met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het College zorgverzekeringen aan.
|
||||
**1.** In het buitenland wonende personen die met toepassing van een Verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid in geval van behoefte aan zorg recht hebben op zorg of vergoeding van de kosten daarvan, zoals voorzien in de wetgeving over de verzekering voor zorg van hun woonland, melden zich, tenzij zij op grond van deze wet verzekeringsplichtig zijn, bij het Zorginstituut aan.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste, twaalfde en dertiende lid bedoelde personen zijn een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd, die voor een bij die regeling te bepalen gedeelte, voor de toepassing van de Wet op de zorgtoeslag als premie voor een zorgverzekering wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**3.** Voor zover een pensioen- of renteverstrekkend orgaan aan een in het eerste lid bedoelde persoon loon als bedoeld in artikel 42 verstrekt, is dat orgaan een bij ministeriële regeling te bepalen bijdrage verschuldigd.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen is belast met de administratie voortvloeiend uit het eerste, twaalfde en dertiende lid en de daar genoemde internationale regels, alsmede met het nemen van beschikkingen over de heffing en de inning van de bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut is belast met de administratie voortvloeiend uit het eerste, twaalfde en dertiende lid en de daar genoemde internationale regels, alsmede met het nemen van beschikkingen over de heffing en de inning van de bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien tegen een door het College zorgverzekeringen op grond van dit artikel genomen beschikking bezwaar wordt gemaakt, beslist dat college, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
|
||||
**5.** Indien tegen een door het Zorginstituut op grond van dit artikel genomen beschikking bezwaar wordt gemaakt, beslist dat instituut, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
|
||||
|
||||
**6.** Het College zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de in het eerste lid bedoelde personen.
|
||||
**6.** Het Zorginstituut gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de in het eerste lid bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling:
|
||||
|
||||
a. kan worden bepaald dat organen die pensioen of rente verschuldigd zijn of werkgevers in opdracht van het College zorgverzekeringen werkzaamheden verrichten ter voorbereiding of uitvoering van beschikkingen als bedoeld in het vierde lid, waarbij kan worden bepaald dat die organen of werkgevers de bijdragen die de personen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd zijn, inhouden op een pensioen of een rente dan wel, indien het eerste lid van toepassing is op gezinsleden van een verzekeringsplichtige, op het loon, het pensioen of de rente van die verzekeringsplichtige;
|
||||
b. kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het College zorgverzekeringen zijn taak, bedoeld in het vierde lid, uitoefent of de organen of werkgevers, bedoeld in onderdeel a, de in dat onderdeel bedoelde werkzaamheden uitvoeren.
|
||||
a. kan worden bepaald dat organen die pensioen of rente verschuldigd zijn of werkgevers in opdracht van het Zorginstituut werkzaamheden verrichten ter voorbereiding of uitvoering van beschikkingen als bedoeld in het vierde lid, waarbij kan worden bepaald dat die organen of werkgevers de bijdragen die de personen, bedoeld in het eerste lid, verschuldigd zijn, inhouden op een pensioen of een rente dan wel, indien het eerste lid van toepassing is op gezinsleden van een verzekeringsplichtige, op het loon, het pensioen of de rente van die verzekeringsplichtige;
|
||||
b. kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het Zorginstituut zijn taak, bedoeld in het vierde lid, uitoefent of de organen of werkgevers, bedoeld in onderdeel a, de in dat onderdeel bedoelde werkzaamheden uitvoeren.
|
||||
|
||||
**8.** Artikel 18f, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**9.** Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, niet is geschied binnen vier maanden nadat het recht, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan, legt het College zorgverzekeringen degene die de melding had moeten doen een bestuurlijke boete op ter hoogte van driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag.
|
||||
**9.** Indien de melding, bedoeld in het eerste lid, niet is geschied binnen vier maanden nadat het recht, bedoeld in het eerste lid, is ontstaan, legt het Zorginstituut degene die de melding had moeten doen een bestuurlijke boete op ter hoogte van driemaal de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag.
|
||||
|
||||
**10.** Het College zorgverzekeringen kan de bijdrage, bedoeld in het tweede of derde lid, of een boete als bedoeld in het negende lid bij dwangbevel invorderen.
|
||||
**10.** Het Zorginstituut kan de bijdrage, bedoeld in het tweede of derde lid, of een boete als bedoeld in het negende lid bij dwangbevel invorderen.
|
||||
|
||||
**11.** Artikel 5:53, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldt niet voor de oplegging van de boete, bedoeld in het negende lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1147,25 +1193,17 @@ b. kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop het College zorgverzekering
|
|||
|
||||
**13.** Voor de toepassing van een in het eerste lid bedoeld verdrag wordt de in het eerste lid bedoelde persoon die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt een pensioen of uitkering ontvangt dat op grond van het verdrag is gelijkgesteld met op grond van de Nederlandse wetgeving verschuldigde pensioenen, tot aan de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet aangemerkt als een rechthebbende op een pensioen.
|
||||
|
||||
### Artikel 69b
|
||||
|
||||
**1.** Het Zorginstituut is het nationale contactpunt, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PbEU 2011, L 88).
|
||||
|
||||
**2.** Het Zorginstituut draagt zorg voor de uitvoering van de taken die bij de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, zijn toebedeeld aan het nationale contactpunt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 70
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen opent voor iedere gemoedsbezwaarde, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een rekening, waarop de geheven bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57, eerste lid, wordt gestort.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut opent voor iedere gemoedsbezwaarde, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een rekening, waarop de geheven bijdragevervangende belasting, bedoeld in artikel 57, eerste lid, wordt gestort.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid opent of houdt het College zorgverzekeringen één rekening in stand indien twee of meer gemoedsbezwaarden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een gezamenlijke huishouding voeren, en worden op die rekening de belastingen van ieder van deze gemoedsbezwaarden gestort.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid opent of houdt het Zorginstituut één rekening in stand indien twee of meer gemoedsbezwaarden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, een gezamenlijke huishouding voeren, en worden op die rekening de belastingen van ieder van deze gemoedsbezwaarden gestort.
|
||||
|
||||
**3.** Tot de rekening is geen ander begunstigd dan het College zorgverzekeringen.
|
||||
**3.** Tot de rekening is geen ander begunstigd dan het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Het saldo wordt door het College zorgverzekeringen gebruikt voor het doen van:
|
||||
Het saldo wordt door het Zorginstituut gebruikt voor het doen van:
|
||||
|
||||
a. uitkeringen ter vergoeding van kosten van zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11, voor zover deze zijn verleend aan een gemoedsbezwaarde voor wie de rekening in stand wordt gehouden, of aan een tot zijn huishouding behorend kind, jonger dan achttien jaar;
|
||||
b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d.
|
||||
|
|
@ -1174,55 +1212,59 @@ b. uitkeringen als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel d.
|
|||
|
||||
**6.** De kosten van zorg of overige diensten worden niet vergoed voor zover deze voor een verzekerde op grond van de regels, gesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 11, derde of vierde lid, voor eigen rekening blijven.
|
||||
|
||||
**7.** Het College zorgverzekeringen heft een rekening op indien alle gemoedsbezwaarden voor wie de rekening in stand werd gehouden, verzekeringsplichtig zijn geworden dan wel zijn overleden.
|
||||
**7.** Het Zorginstituut heft een rekening op indien alle gemoedsbezwaarden voor wie de rekening in stand werd gehouden, verzekeringsplichtig zijn geworden dan wel zijn overleden.
|
||||
|
||||
**8.** Indien een gemoedsbezwaarde een gezamenlijke huishouding is gaan vormen met een andere gemoedsbezwaarde, heft het College zorgverzekeringen een van de twee rekeningen op, onder overmaking van het saldo naar de overblijvende rekening.
|
||||
**8.** Indien een gemoedsbezwaarde een gezamenlijke huishouding is gaan vormen met een andere gemoedsbezwaarde, heft het Zorginstituut een van de twee rekeningen op, onder overmaking van het saldo naar de overblijvende rekening.
|
||||
|
||||
**9.** Het College zorgverzekeringen zorgt per gemoedsbezwaarde of huishouding, bedoeld in het tweede lid, voor een ordentelijke administratie van de stortingen op en de uitkeringen ten laste van de rekening.
|
||||
**9.** Het Zorginstituut zorgt per gemoedsbezwaarde of huishouding, bedoeld in het tweede lid, voor een ordentelijke administratie van de stortingen op en de uitkeringen ten laste van de rekening.
|
||||
|
||||
**10.** Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van het bepaalde in het eerste tot en met negende lid nadere regels en uitvoeringsregels worden gegeven.
|
||||
|
||||
**11.** Het College zorgverzekeringen is bevoegd de werkzaamheden, bedoeld bij of krachtens het eerste tot en met tiende lid, onder vergoeding van de daarmee gepaard gaande kosten, uit te besteden aan een of meer zorgverzekeraars.
|
||||
**11.** Het Zorginstituut is bevoegd de werkzaamheden, bedoeld bij of krachtens het eerste tot en met tiende lid, onder vergoeding van de daarmee gepaard gaande kosten, uit te besteden aan een of meer zorgverzekeraars.
|
||||
|
||||
**12.** Het College zorgverzekeringen gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de gemoedsbezwaarde.
|
||||
**12.** Het Zorginstituut gebruikt voor de uitvoering van dit artikel het burgerservicenummer van de gemoedsbezwaarde.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6.3. Planning, verslaglegging en financiering
|
||||
|
||||
### Artikel 71
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die het College zorgverzekeringen voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die het Zorginstituut voornemens is ter uitvoering van zijn taken te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar.
|
||||
**2.** Tegelijk met de begroting, bedoeld in het eerste lid, zendt het Zorginstituut voor de uitvoering van de taken op het gebied van de kwaliteit van de zorg eveneens een meerjarenagenda voor de volgende vier kalenderjaren aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar.
|
||||
|
||||
**4.** In het werkprogramma, bedoeld in het eerste lid, wordt onderscheid gemaakt naar gelang het gaat om de uitvoering van taken op het gebied van de kwaliteit van de zorg en van de taken, bedoeld in artikel 66f, dan wel om andere taken van het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het College zorgverzekeringen voor het volgende kalenderjaar vast.
|
||||
**1.** Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut voor het volgende kalenderjaar vast.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het College zorgverzekeringen te wijzigen.
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut te wijzigen.
|
||||
|
||||
**3.** Het College zorgverzekeringen gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
|
||||
**3.** Het Zorginstituut gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het College zorgverzekeringen bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
**4.** Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is het Zorginstituut bevoegd, teneinde zijn activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan besluiten dat het College zorgverzekeringen in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
**5.** Onze Minister kan besluiten dat het Zorginstituut in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hem voor een geheel jaar is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**6.** Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het College zorgverzekeringen wordt gedekt uit ’s Rijks kas.
|
||||
**6.** Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van het Zorginstituut wordt gedekt uit ’s Rijks kas.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde begroting heeft betrekking op de beheerskosten van het College zorgverzekeringen.
|
||||
**1.** De in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde begroting heeft betrekking op de beheerskosten van het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
**2.** De in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarrekening van het College zorgverzekeringen heeft betrekking op de beheerskosten van het College zorgverzekeringen.
|
||||
**2.** De in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarrekening van het Zorginstituut heeft betrekking op de beheerskosten van het Zorginstituut.
|
||||
|
||||
**3.** Het in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarverslag van het College zorgverzekeringen heeft wat betreft de uitvoering van artikel 122a uitsluitend betrekking op de bedrijfsvoering ter zake.
|
||||
**3.** Het in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bedoelde jaarverslag van het Zorginstituut heeft wat betreft de uitvoering van artikel 122a uitsluitend betrekking op de bedrijfsvoering ter zake.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het College zorgverzekeringen voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van het Zorginstituut voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 73a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 15 april aan Onze Minister:
|
||||
Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 15 april aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. een zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ingericht financieel verslag uitvoeringstaken over het afgelopen kalenderjaar, met een financiële verantwoording over bij ministeriële regeling aan te wijzen, op die uitvoeringstaken betrekking hebbende geldstromen, alsmede het verslag van bevindingen, waarin per geldstroom de bevindingen worden aangegeven;
|
||||
b. een verantwoording over de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 34, verstrekt ten behoeve van het vierde kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verantwoording wordt afgelegd, alsmede een assurance report.
|
||||
|
|
@ -1235,11 +1277,11 @@ b. een verantwoording over de vaststelling van de bijdrage, bedoeld in artikel 3
|
|||
|
||||
### Artikel 74
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 31 december aan Onze Minister met betrekking tot het Zorgverzekeringsfonds een jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 31 december aan Onze Minister met betrekking tot het Zorgverzekeringsfonds een jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, alsmede het verslag van bevindingen, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over:
|
||||
Het Zorginstituut legt in de jaarrekening, die zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingericht, rekening en verantwoording af over:
|
||||
|
||||
a. de baten en lasten van het Zorgverzekeringsfonds,
|
||||
b. de geldstromen, bedoeld in artikel 73a eerste lid, onderdeel a,
|
||||
|
|
@ -1267,12 +1309,12 @@ b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetre
|
|||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de inhoud en de inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 71;
|
||||
a. de inhoud en de inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 71, eerste lid, en de meerjarenagenda, bedoeld in artikel 71, tweede lid;
|
||||
b. de inhoud en de inrichting van de begrotingen, bedoeld in artikel 122a, zevende lid, alsmede in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
|
||||
c. de inhoud en inrichting van het financieel verslag uitvoeringstaken en van de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
d. de inhoud en inrichting van de verantwoording, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel b, en van het in dat onderdeel bedoelde assurance report;
|
||||
e. de inhoud en inrichting van de jaarrekening, bedoeld in artikel 74, alsmede in artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
|
||||
f. de accountantscontrole van het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, en van de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, van het College zorgverzekeringen;
|
||||
f. de accountantscontrole van het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, en van de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, en van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, van het Zorginstituut;
|
||||
g. de bij het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, en de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 74 en artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behorende verslagen van bevindingen alsmede het assurance report, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel b;
|
||||
h. de inhoud en de inrichting van de jaarverslagen, bedoeld in artikel 122a, tiende lid, alsmede in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
|
||||
i. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
|
||||
|
|
@ -1281,7 +1323,7 @@ i. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zel
|
|||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 75, eerste lid, en de goedkeuring, bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, en 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stelt het College zorgverzekeringen de in artikel 75, derde lid, onder a, b, c, e en h, genoemde stukken algemeen verkrijgbaar.
|
||||
Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 75, eerste lid, en de goedkeuring, bedoeld in de artikelen 29, eerste lid, en 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, stelt het Zorginstituut de in artikel 75, derde lid, onder a, b, c, e en h, genoemde stukken algemeen verkrijgbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
|
|
@ -1370,7 +1412,7 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
**1.** Een ieder verstrekt op verzoek aan de zorgverzekeraars, het College zorgverzekeringen, de zorgautoriteit, Onze Minister, de rijksbelastingdienst, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het college van burgemeester en wethouders, het CAK, of aan een daartoe door of vanwege een van deze zorgverzekeraars of instanties aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.
|
||||
**1.** Een ieder verstrekt op verzoek aan de zorgverzekeraars, het Zorginstituut, de zorgautoriteit, Onze Minister, de rijksbelastingdienst, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het college van burgemeester en wethouders, het CAK, of aan een daartoe door of vanwege een van deze zorgverzekeraars of instanties aangewezen persoon kosteloos alle inlichtingen en gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het eerste lid bedoelde verzoek.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1382,7 +1424,7 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde
|
|||
|
||||
**1.** De in artikel 88, eerste lid, bedoelde zorgverzekeraars en instanties zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek binnen een bij dat verzoek genoemde termijn, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan elkaar, aan een daartoe door of vanwege hen aangewezen persoon of aan een door Onze Minister aangewezen persoon, kosteloos, de gegevens, waaronder persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgverzekeringen of van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** Een zorgverzekeraar verleent op verzoek van het College zorgverzekeringen dan wel van de zorgautoriteit aan door het desbetreffende bestuursorgaan aangewezen personen inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende bestuursorgaan dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
|
||||
**2.** Een zorgverzekeraar verleent op verzoek van het Zorginstituut dan wel van de zorgautoriteit aan door het desbetreffende bestuursorgaan aangewezen personen inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voor zover het desbetreffende bestuursorgaan dit nodig acht voor de uitoefening van zijn taak.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister is bevoegd zorgverzekeraars en zorgaanbieders, ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens het eerste lid, een aanwijzing te geven betreffende de verstrekking van gegevens die het CAK voor de vaststelling van het recht op en de verstrekking van de tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 11a en van de uitkeringen, bedoeld in artikel 118a, eerste lid, nodig heeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1390,7 +1432,7 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde
|
|||
|
||||
**5.** Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan een in artikel 88, eerste lid, bedoelde zorgverzekeraar of instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden.
|
||||
|
||||
**6.** Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan een zorgverzekeraar, aan het CAK, aan het College zorgverzekeringen of aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de zorgverzekeraar of het desbetreffende bestuursorgaan.
|
||||
**6.** Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan een zorgverzekeraar, aan het CAK, aan het Zorginstituut of aan de zorgautoriteit alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de zorgverzekeraar of het desbetreffende bestuursorgaan.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de verstrekking van gegevens door de rijksbelastingdienst aan de zorgverzekeraars.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1398,7 +1440,7 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
**1.** De zorgautoriteit, onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen kan na overleg met het College zorgverzekeringen, onderscheidenlijk de zorgautoriteit bij regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de zorgverzekeraars moeten worden verstrekt.
|
||||
**1.** De zorgautoriteit, onderscheidenlijk het Zorginstituut kan na overleg met het Zorginstituut, onderscheidenlijk de zorgautoriteit bij regeling bepalen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de zorgverzekeraars moeten worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** De regels kunnen mede omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1406,19 +1448,19 @@ e. in welke gevallen gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, verder worde
|
|||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
**1.** Het College zorgverzekeringen en de zorgautoriteit verstrekken Onze Minister uit eigen beweging inlichtingen over ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat ten behoeve van verzekerden niet vrij kan worden gekozen tussen zorgverzekeraars en de door hen aangeboden varianten van de zorgverzekering of die een rechtmatige en volledige uitvoering van zorgverzekeringen jegens de verzekeringnemers of verzekerden in gevaar kunnen brengen.
|
||||
**1.** Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verstrekken Onze Minister uit eigen beweging inlichtingen over ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat ten behoeve van verzekerden niet vrij kan worden gekozen tussen zorgverzekeraars en de door hen aangeboden varianten van de zorgverzekering of die een rechtmatige en volledige uitvoering van zorgverzekeringen jegens de verzekeringnemers of verzekerden in gevaar kunnen brengen.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen en de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan het College bouw of het College sanering, bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens.
|
||||
**2.** Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verstrekken desgevraagd aan het College bouw of het College sanering, bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen en gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Het College zorgverzekeringen en de zorgautoriteit verlenen aan door een bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, aangewezen personen toegang tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
**3.** Het Zorginstituut en de zorgautoriteit verlenen aan door een bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, aangewezen personen toegang tot en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 92
|
||||
|
||||
**1.** Een zorgverzekeraar maakt voor de verstrekking of ontvangst van gegevens aan of van personen, aan te wijzen door het College zorgverzekeringen, gebruik van een elektronische infrastructuur.
|
||||
**1.** Een zorgverzekeraar maakt voor de verstrekking of ontvangst van gegevens aan of van personen, aan te wijzen door het Zorginstituut, gebruik van een elektronische infrastructuur.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen kan met betrekking tot het eerste lid regels stellen over:
|
||||
Het Zorginstituut kan met betrekking tot het eerste lid regels stellen over:
|
||||
|
||||
a. de aard en omvang van de gegevens en de voorschriften waaraan de verstrekking of ontvangst ten minste moet voldoen;
|
||||
b. de wijze waarop de verstrekking of ontvangst van gegevens plaatsvindt, waaronder begrepen de aansluiting van zorgverzekeraars op de infrastructuur;
|
||||
|
|
@ -1429,9 +1471,9 @@ d. de financiering van het gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de k
|
|||
|
||||
**1.** Het is een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, verboden van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen die ingevolge deze wet dan wel ingevolge titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn verstrekt of verkregen of van De Nederlandsche Bank N.V. of de Stichting Autoriteit Financiële Markten zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van zijn taak of bij of krachtens deze wet wordt geëist.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kunnen de zorgautoriteit en het College zorgverzekeringen met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kunnen de zorgautoriteit en het Zorginstituut met gebruikmaking van vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verkregen bij de uitvoering van hun taken op grond van deze wet, mededelingen doen, indien deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke personen of ondernemingen.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid en in overeenstemming met artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht zijn de zorgautoriteit, het College zorgverzekeringen, De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover dat voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan elkaar en aan Onze Minister vertrouwelijke gegevens of inlichtingen omtrent afzonderlijke verzekeraars te verschaffen.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid en in overeenstemming met artikel 1:89 van de Wet op het financieel toezicht zijn de zorgautoriteit, het Zorginstituut, De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, voor zover dat voor hun taakuitoefening noodzakelijk is, bevoegd aan elkaar en aan Onze Minister vertrouwelijke gegevens of inlichtingen omtrent afzonderlijke verzekeraars te verschaffen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1537,9 +1579,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De onafhankelijke instantie neemt een geschil slechts in behandeling nadat de verzekeringnemer of de verzekerde de zorgverzekeraar heeft verzocht zijn beslissing te heroverwegen, en deze niet binnen redelijke termijn of niet naar tevredenheid van de verzekeringnemer of verzekerde heeft gereageerd.
|
||||
|
||||
**3.** De onafhankelijke instantie vraagt advies aan het College zorgverzekeringen indien het geschil betrekking heeft op de zorg of de overige diensten, bedoeld in artikel 11, dan wel de vergoeding van die zorg of diensten.
|
||||
**3.** De onafhankelijke instantie vraagt advies aan het Zorginstituut indien het geschil betrekking heeft op de zorg of de overige diensten, bedoeld in artikel 11, dan wel de vergoeding van die zorg of diensten.
|
||||
|
||||
**4.** Het College zorgverzekeringen zendt zijn advies binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag aan de onafhankelijke instantie.
|
||||
**4.** Het Zorginstituut zendt zijn advies binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag aan de onafhankelijke instantie.
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
|
|
@ -1612,7 +1654,7 @@ Een zorgverzekeraar wordt, voor zover deze niet kan worden aangemerkt als ondern
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan:
|
||||
Het Zorginstituut verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan:
|
||||
|
||||
a. vreemdelingen als bedoeld in artikel 8, onderdelen f of h, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover het betreft vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, dan wel vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift naar aanleiding van een beslissing als hiervoor bedoeld en deze procedure krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing in Nederland mogen afwachten, en
|
||||
b. vreemdelingen als bedoeld in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
|
@ -1636,21 +1678,21 @@ b. 80% van de kosten in de overige gevallen,
|
|||
|
||||
voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of kunnen worden betaald of buiten beschouwing dienen te blijven.
|
||||
|
||||
**5.** In bijdragen als bedoeld in het eerste lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het College zorgverzekeringen en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten.
|
||||
**5.** In bijdragen als bedoeld in het eerste lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het Zorginstituut en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een zorgaanbieder zowel in zorg als bedoeld in het vierde lid als in zorg als bedoeld in het vijfde lid kan voorzien, kan een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid zich tevens uitstrekken over de in het vierde lid bedoelde zorg en kunnen in die overeenkomst van het vierde lid afwijkende afspraken worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**7.** Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het College zorgverzekeringen daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
**7.** Het Zorginstituut zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het Zorginstituut daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
|
||||
|
||||
**8.** Het voor de bijdragen in een kalenderjaar beschikbare bedrag wordt voor 1 december van het daaraan voorafgaande jaar door Onze Minister vastgesteld.
|
||||
|
||||
**9.** Het bedrag, bedoeld in het achtste lid, wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het College zorgverzekeringen afzonderlijk beheerd en geadministreerd.
|
||||
**9.** Het bedrag, bedoeld in het achtste lid, wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het Zorginstituut afzonderlijk beheerd en geadministreerd.
|
||||
|
||||
**10.** Tegelijk met het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, zendt het College zorgverzekeringen Onze Minister een jaarverslag omtrent het door hem gevoerde beleid bij het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde bijdragen, de doeltreffendheid van dat beleid en de uitvoering van het werkprogramma ter zake in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
**10.** Tegelijk met het financieel verslag uitvoeringstaken, bedoeld in artikel 73a, eerste lid, onderdeel a, zendt het Zorginstituut Onze Minister een jaarverslag omtrent het door hem gevoerde beleid bij het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde bijdragen, de doeltreffendheid van dat beleid en de uitvoering van het werkprogramma ter zake in het afgelopen kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**11.** De artikelen 40, tweede tot en met elfde lid, 72, tweede tot en met vijfde lid, en 75, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**12.** De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het College zorgverzekeringen of door dat College aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.
|
||||
**12.** De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het Zorginstituut of door dat instituut aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.
|
||||
|
||||
### Artikel 123
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue