diff --git a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md index bf07ed7a57e..7b1d07d9c64 100644 --- a/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md +++ b/wet/mededingingswet/BWBR0008691/README.md @@ -25,13 +25,11 @@ f. onderneming: een onderneming in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Ve g. ondernemersvereniging: een ondernemersvereniging in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag; h. onderling afgestemde feitelijke gedragingen: onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de zin van artikel 81, eerste lid, van het Verdrag; i. economische machtspositie: positie van een of meer ondernemingen die hen in staat stelt de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan te verhinderen door hun de mogelijkheid te geven zich in belangrijke mate onafhankelijk van hun concurrenten, hun leveranciers, hun afnemers of de eindgebruikers te gedragen; -j. overtreding: een handeling die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens deze wet; -k. onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan; -l. boete: de bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen; -m. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); -n. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); -o. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen m en n; -p. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten. +j. onderzoek: handelingen die worden verricht met het oog op de vaststelling dat al dan niet een overtreding is begaan; +k. verordening 1/2003: verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1); +l. verordening 139/2004: verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEG L 24); +m. mededingingsverordening: verordening genoemd in de onderdelen k en l; +n. consumentenorganisaties: stichtingen of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die krachtens hun statuten tot taak hebben het behartigen van de collectieve belangen van consumenten. ## Hoofdstuk 2. De Nederlandse Mededingingsautoriteit @@ -654,9 +652,9 @@ De raad kan een besluit als bedoeld in het eerste lid nemen indien naar het oord a. verzekerd is dat de onderneming of ondernemersvereniging als gevolg van het besluit zal handelen in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, of 24, eerste lid, b. de onderneming of de ondernemersvereniging aannemelijk maakt dat zij het besluit op controleerbare wijze zal naleven, en -c. in een concreet geval het nemen van het besluit uit een oogpunt van handhaving van de wet doelmatiger is dan het opleggen van een boete of een last onder dwangsom. +c. in een concreet geval het nemen van het besluit uit een oogpunt van handhaving van de wet doelmatiger is dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom. -**3.** Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid, besluit de raad tevens geen onderzoek te starten, een reeds ingesteld onderzoek niet langer voort te zetten, geen rapport op te maken of af te zien van het opleggen van een boete of een last onder dwangsom. Het besluit bevat geen oordeel over de verenigbaarheid van het gedrag van de onderneming of de ondernemersvereniging met het bepaalde bij of krachtens deze wet. +**3.** Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid, besluit de raad tevens geen onderzoek te starten, een reeds ingesteld onderzoek niet langer voort te zetten, geen rapport op te maken of af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom. Het besluit bevat geen oordeel over de verenigbaarheid van het gedrag van de onderneming of de ondernemersvereniging met het bepaalde bij of krachtens deze wet. **4.** Nadat de raad een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen gedraagt de onderneming of de ondernemersvereniging zich overeenkomstig dat besluit. @@ -724,7 +722,7 @@ De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd om bedrijfsruimte ### Artikel 54a -De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de artikelen 60, 61, 62, 78 en 79 worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 59, eerste lid, onderscheidenlijk 77, eerste lid, bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek. +De werkzaamheden in verband met het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 59, eerste lid, onderscheidenlijk 77, eerste lid, bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek. ### Artikel 55 @@ -792,36 +790,26 @@ g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die zijn binne **1.** -Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, of van artikel 24, eerste lid, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend: +Ingeval van overtreding van artikel 6, eerste lid, of van artikel 24, eerste lid, kan de raad de overtreder: -a. een boete opleggen; +a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen; c. een bindende aanwijzing tot naleving van deze wet opleggen. -**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen te zamen worden opgelegd. - -**3.** De raad legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. - -**4.** Artikel 51 van het wetboek van strafrecht is van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Ingeval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder c, kan de Raad de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend een boete of een last onder dwangsom opleggen. +**2.** Ingeval van overtreding van een bindende aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder c, kan de raad de overtreder een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 57 -**1.** De in artikel 56, eerste lid, onder a, en vijfde lid, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. Indien op grond van artikel 56, vierde lid toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt de boete ten hoogste € 450 000. +**1.** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. Indien op grond van artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt voor de daar bedoelde overtreder de bestuurlijke boete ten hoogste € 450 000. -**2.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt de raad in ieder geval rekening met de ernst en de duur van de overtreding. - -**3.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet. +**2.** De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet. ### Artikel 58 -**1.** Een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder b, strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad. +**1.** Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden inzake het verstrekken van gegevens aan de raad. **2.** Een last geldt voor een door de raad te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren. -**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. - ### Artikel 58a **1.** De last onder dwangsom kan worden opgelegd in de vorm van een structurele maatregel als bedoeld in artikel 7 van Verordening 1/2003, indien die maatregel evenredig is aan de gepleegde overtreding en noodzakelijk is om aan de overtreding daadwerkelijk een einde te maken. Een structurele maatregel kan uitsluitend worden opgelegd indien er niet een even effectieve maatregel ter correctie van de overtreding bestaat of indien een dergelijke maatregel voor de betrokken onderneming of ondernemersvereniging meer belastend zou zijn dan de structurele maatregel. @@ -832,25 +820,15 @@ c. een bindende aanwijzing tot naleving van deze wet opleggen. ### Artikel 59 -**1.** Indien de raad na afloop van het onderzoek een redelijk vermoeden heeft dat een overtreding als bedoeld in artikel 56, eerste lid, is begaan en dat daarvoor een boete of een last onder dwangsom dient te worden opgelegd, doet hij een rapport opmaken. +**1.** Indien de raad na afloop van het onderzoek een redelijk vermoeden heeft dat een overtreding als bedoeld in artikel 56 is begaan en dat daarvoor een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom dient te worden opgelegd, doet hij een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opmaken. -**2.** +**2.** Voor zover het rapport strekt ter voorbereiding van het opleggen van een last onder dwangsom, is afdeling 5.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. -In het rapport worden in ieder geval vermeld: - -a. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan; -b. waar en wanneer de onder a bedoelde feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan; -c. de onderneming of ondernemersvereniging die de overtreding heeft begaan; -d. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overtreding kan worden toegerekend, respectievelijk de natuurlijke persoon die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of die feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding; -e. het overtreden wettelijk voorschrift. - -**3.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden aan de in het tweede lid, onder c, bedoelde onderneming of ondernemersvereniging, en in voorkomend geval aan de natuurlijke persoon, bedoeld in het tweede lid, onder d, die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of die feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding. - -**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +**3.** Van hetgeen mondeling naar voren is gebracht bij het geven van een zienswijze ten aanzien van het rapport wordt een verslag gemaakt. ### Artikel 59a -**1.** Alvorens een boete op te leggen kan de boekhouding van de onderneming of de ondernemersvereniging door bij besluit van de raad aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit worden onderzocht teneinde de voor de oplegging van de boete in aanmerking te nemen financiële gegevens te kunnen bepalen. +**1.** Alvorens een bestuurlijke boete op te leggen kan de boekhouding van de onderneming of de ondernemersvereniging door bij besluit van de raad aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit worden onderzocht teneinde de voor de oplegging van de bestuurlijke boete in aanmerking te nemen financiële gegevens te kunnen bepalen. **2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen zich ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, laten bijstaan door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -858,60 +836,33 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift. ### Artikel 60 -**1.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht worden de belanghebbenden schriftelijk opgeroepen om naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen omtrent het in artikel 59, eerste lid, bedoelde rapport. - -**2.** Het rapport en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken worden gedurende een periode van ten minste vier weken voor belanghebbenden ter inzage gelegd. Bij de in het eerste lid bedoelde oproeping wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen. - -**3.** De artikelen 3:11, tweede en derde lid, en 3:16, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. - -**4.** - -Indien een onderneming of ondernemersvereniging als bedoeld in artikel 59, tweede lid, onder c, haar zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de raad er op verzoek van degene die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de betrokkene bij het horen kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. - -De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing indien degene, bedoeld in artikel 59, tweede lid, onderdeel d, die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of die feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding, zijn zienswijze mondeling naar voren brengt. +Vervallen ### Artikel 61 -**1.** Belanghebbenden worden zo nodig in de gelegenheid gesteld te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen. - -**2.** Van hetgeen mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt. +Vervallen ### Paragraaf 3. Beschikkingen ### Artikel 62 -**1.** De raad beslist bij beschikking omtrent het opleggen van een boete of een last onder dwangsom. - -**2.** - -In de beschikking waarbij een boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd, worden in ieder geval vermeld: - -a. indien een boete wordt opgelegd: de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan, met inachtneming van artikel 57, tweede lid; -b. indien een last wordt opgelegd: de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt; -c. de overtreding ter zake waarvan de boete of last wordt opgelegd, alsmede het overtreden wettelijk voorschrift; -d. de in artikel 59, tweede lid, bedoelde gegevens. - -**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan hem wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +In afwijking van artikel 5:51, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, beslist de raad omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom binnen acht maanden na dagtekening van het rapport. ### Artikel 63 -De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt, voorzover bij die beschikking een boete wordt opgelegd, opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. +De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 56 wordt, voor zover daarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd, opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. ### Artikel 64 -**1.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in artikel 56, eerste lid, onder a, en vijfde lid, vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. +**1.** De vervaltermijn, bedoeld in artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht wordt telkens gestuit door een handeling van de mededingingsautoriteit ter verrichting van een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding, alsmede door een dergelijke handeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie met betrekking tot een overtreding van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag. -**2.** De in het eerste lid bedoelde verjaringstermijn wordt telkens gestuit door een handeling van de mededingingsautoriteit ter verrichting van een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding, alsmede door een dergelijke handeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie met betrekking tot een overtreding van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag. +**2.** De stuiting van de vervaltermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. -**3.** De stuiting van de verjaringstermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. - -**4.** Op het moment van stuiting vangt de verjaringstermijn opnieuw aan. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid vervalt echter uiterlijk tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, verlengd met de periode waarin de verjaringstermijn ingevolge het vijfde lid wordt opgeschort. - -**5.** Indien tegen een besluit tot het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de verjaringstermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. +**3.** Op het moment van stuiting vangt de vervaltermijn opnieuw aan. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid vervalt echter uiterlijk tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, verlengd met de periode waarin de vervaltermijn ingevolge artikel 5:45, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort. ### Artikel 65 -**1.** Een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt, nadat zij is bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de mededingingsautoriteit. De beschikking wordt niet eerder ter inzage gelegd, dan nadat vijf dagen zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking. +**1.** Een beschikking waarbij een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 56 wordt opgelegd wordt, nadat zij is bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de mededingingsautoriteit. De beschikking wordt niet eerder ter inzage gelegd, dan nadat vijf dagen zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking. **2.** Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Gegevens die ingevolge artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet ter inzage gelegd. Van de beschikking wordt niet eerder mededeling gedaan, dan nadat vijf dagen zijn verstreken na de bekendmaking van de beschikking. @@ -921,39 +872,27 @@ De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt, voo **1.** De raad kan een last onder dwangsom wijzigen of intrekken. -**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken. +**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad, alvorens toepassing te geven aan het eerste lid, de overtreder in de gelegenheid schriftelijk of mondeling zijn zienswijze kenbaar te maken. -### Paragraaf 5. Invordering van de boete +### Paragraaf 5. Invordering van de bestuurlijke boete ### Artikel 67 -**1.** Een boete wordt betaald binnen dertien weken nadat de beschikking waarbij de boete is opgelegd, bekend is gemaakt. - -**2.** De boete wordt vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop de in het eerste lid genoemde termijn is verstreken. - -**3.** Indien niet is betaald binnen de in het eerste lid genoemde termijn, wordt degene die de boete is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag van de boete, verhoogd met de krachtens het tweede lid verschuldigde rente en de kosten van de aanmaning, te betalen. - -**4.** Indien een boete is betaald op grond van een beschikking die in bezwaar of beroep is gewijzigd of vernietigd, dan wordt over de termijn tussen de betaling en de terugbetaling wettelijke rente vergoed over het teveel betaalde bedrag. +Een bestuurlijke boete wordt betaald binnen dertien weken nadat de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd, bekend is gemaakt. ### Artikel 68 -**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 67, derde lid, bedoelde termijn van twee weken kan de raad de verschuldigde boete, verhoogd met de krachtens artikel 67, tweede lid, verschuldigde rente en de op de aanmaning en invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel. - -**2.** Het dwangbevel wordt op kosten van degene die de boete is verschuldigd bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. - -**3.** Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van de staat. - -**4.** Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van de staat kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen. +Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de bestuurlijke boete. ### Artikel 68a -**1.** Ingeval de boete is opgelegd aan een ondernemersvereniging, kan de raad bij gebreke van betaling binnen de in artikel 67, derde lid, bedoelde termijn als gevolg van insolventie van de ondernemersvereniging, bij elke onderneming waarvan een vertegenwoordiger deel uitmaakte van het betrokken besluitvormende orgaan van de ondernemersvereniging op het tijdstip dat de beslissing tot het maken van de overtreding werd genomen, de boete invorderen. +**1.** Ingeval de bestuurlijke boete is opgelegd aan een ondernemersvereniging, kan de raad bij gebreke van betaling binnen de in artikel 4:112, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn als gevolg van insolventie van de ondernemersvereniging, bij elke onderneming waarvan een vertegenwoordiger deel uitmaakte van het betrokken besluitvormende orgaan van de ondernemersvereniging op het tijdstip dat de beslissing tot het maken van de overtreding werd genomen, de bestuurlijke boete invorderen. -**2.** Indien na invordering overeenkomstig het eerste lid, de boete niet volledig is betaald, kan de raad van elk van de bij de ondernemersvereniging aangesloten ondernemingen die op de markt waarop de overtreding is begaan in de desbetreffende periode werkzaam waren, het resterende bedrag vorderen. +**2.** Indien na invordering overeenkomstig het eerste lid, de bestuurlijke boete niet volledig is betaald, kan de raad van elk van de bij de ondernemersvereniging aangesloten ondernemingen die op de markt waarop de overtreding is begaan in de desbetreffende periode werkzaam waren, het resterende bedrag vorderen. **3.** Bij toepassing van het eerste en het tweede lid kan van elke onderneming geen hoger bedrag worden gevorderd dan 10% van de omzet over het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. -**4.** Een onderneming waarvan op grond van het eerste of tweede lid een boete wordt gevorderd, is niet verplicht tot betaling indien zij aantoont dat zij de beslissing van de ondernemersvereniging tot het begaan van de overtreding niet heeft uitgevoerd en zij hetzij niet op de hoogte was van die beslissing hetzij actief afstand heeft genomen van die beslissing voordat het onderzoek naar de overtreding was aangevangen. +**4.** Een onderneming waarvan op grond van het eerste of tweede lid een bestuurlijke boete wordt gevorderd, is niet verplicht tot betaling indien zij aantoont dat zij de beslissing van de ondernemersvereniging tot het begaan van de overtreding niet heeft uitgevoerd en zij hetzij niet op de hoogte was van die beslissing hetzij actief afstand heeft genomen van die beslissing voordat het onderzoek naar de overtreding was aangevangen. ## Hoofdstuk 8. Overige overtredingen @@ -961,138 +900,90 @@ De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt, voo ### Artikel 69 -**1.** De raad kan degene die jegens de in artikel 50, eerste lid, artikel 52, eerste lid, of artikel 89g, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 59a, derde lid, 77a, derde lid, of met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000,- of, indien het een onderneming of een ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +**1.** De raad kan degene die jegens de in artikel 50, eerste lid, artikel 52, eerste lid, of artikel 89g, eerste lid, bedoelde ambtenaren in strijd handelt met artikel 59a, derde lid, 77a, derde lid, of met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000,- of, indien het een onderneming of een ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. -**2.** De raad legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. - -**3.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. - -**4.** Artikel 57, derde lid, is van toepassing. +**2.** Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. ### Artikel 70 -**1.** Ingeval de in artikel 69, eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de raad een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden. - -**2.** Een boete als bedoeld in artikel 69, eerste lid, en een last als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kunnen te zamen worden opgelegd. - -**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde last. +Ingeval de in artikel 69, eerste lid, bedoelde overtreding een weigering inhoudt medewerking te verlenen aan de toepassing van artikel 5:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de raad een last onder dwangsom opleggen om inzage te verlenen in in die last aangegeven zakelijke gegevens en bescheiden. ### Paragraaf 1a. Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie ### Artikel 70a -**1.** +De raad kan ingeval van overtreding van artikel 25b, eerste of tweede lid, of van artikel 25e, eerste volzin, de overtreder: -De raad kan ingeval van overtreding van artikel 25b, eerste of tweede lid, of van artikel 25e, eerste volzin, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend: - -a. een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; -b. een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. - -**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd. - -**3.** De raad legt geen boete op indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. - -**4.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het eerste lid, onder b, bedoelde last. - -**5.** Artikel 57, tweede en derde lid, is van toepassing. +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; +b. een last onder dwangsom opleggen. ### Paragraaf 1b. Overtreding verzegeling ### Artikel 70b -**1.** De raad kan degene, die een verzegeling als bedoeld in artikel 54, eerste lid, verbreekt, opheft of beschadigt, of de door de verzegeling bedoelde afsluiting op andere wijze verijdelt, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +**1.** De raad kan degene, die een verzegeling als bedoeld in artikel 54, eerste lid, verbreekt, opheft of beschadigt, of de door de verzegeling bedoelde afsluiting op andere wijze verijdelt, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. -**2.** De raad legt geen boete op indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem ter zake van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. - -**3.** Artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. - -**4.** Artikel 57, tweede en derde lid, is van toepassing. +**2.** Artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding. ### Paragraaf 2. Overtredingen concentratietoezicht ### Artikel 71 -Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie die overtreding kan worden toegerekend, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +Indien op grond van artikel 40, tweede lid, of van artikel 46, tweede lid, aan een ontheffing als in het desbetreffende artikel bedoeld verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. ### Artikel 72 -De raad kan degene, die in strijd handelt met artikel 43, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +De raad kan degene die, in strijd handelt met artikel 43, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. ### Artikel 73 -De raad kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34 of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +De raad kan degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt bij een melding van een concentratie op grond van artikel 34 of bij een aanvraag om een vergunning voor het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. ### Artikel 74 -**1.** - De raad kan ingeval van overtreding van: 1°. artikel 34, 2°. artikel 39, tweede lid, onder a of b, 3°. artikel 40, derde lid, onder a of b, 4°. artikel 41, eerste lid, -5°. artikel 46, derde of vierde lid, de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie de overtreding kan worden toegerekend, +5°. artikel 46, derde of vierde lid, de overtreder, -a. een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; -b. een last onder dwangsom opleggen, die ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken. - -**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen te zamen worden opgelegd. - -**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het eerste lid, onder b, bedoelde last. +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; +b. een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 75 -**1.** +Indien op grond van artikel 37, vierde lid, opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd of op grond van artikel 41 aan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de overtreder: -Indien op grond van artikel 37, vierde lid, opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd of op grond van artikel 41 aan een vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd, kan de raad de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie die overtreding kan worden toegerekend, - -a. een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; -b. een last onder dwangsom opleggen die ertoe strekt alsnog de desbetreffende voorschriften te doen naleven. - -**2.** Een boete en een last onder dwangsom kunnen te zamen worden opgelegd. - -**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing op de in het eerste lid, onder *b*, bedoelde last. +a. een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking; +b. een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 75a -Artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing op overtredingen als bedoeld in de artikelen 69, 70a, 70b en 71 tot en met 75. Indien toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2, van het Wetboek van strafrecht, bedraagt de boete ten hoogste € 450.000. +Indien op grond van artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bij overtredingen als bedoeld in de artikelen 69, 70a, 70b en 71 tot en met 75 toepassing is gegeven aan artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, bedraagt voor de daar bedoelde overtreder de bestuurlijke boete ten hoogste € 450 000. ### Artikel 76 -**1.** Een boete op grond van artikel 71, 72, 73, 74, eerste lid, 75, eerste lid of 75a, wordt niet opgelegd indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt. - -**2.** Artikel 57, tweede en derde lid, is van toepassing ten aanzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid. +Artikel 57, tweede lid, is van toepassing ten aanzien van het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 69, eerste lid, 70a, 70b, 71, 72, 73, 74, 75 of 75a. ### Paragraaf 2a. Overtreding toezeggingsbesluit ### Artikel 76a -De raad kan in geval van overtreding van artikel 49a, vierde lid, de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uit maken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. +De raad kan in geval van overtreding van artikel 49a, vierde lid, de overtreder een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uit maken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. ### Paragraaf 3. Procedure ### Artikel 77 -**1.** Indien een ambtenaar als bedoeld in artikel 52, eerste lid, vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikel 69, eerste lid, 70a, eerste lid, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, of 75, eerste lid, 76a, is begaan, maakt hij daarvan een rapport op. +**1.** Indien een ambtenaar als bedoeld in artikel 52, eerste lid, vaststelt dat een overtreding als bedoeld in artikel 69, eerste lid, 70a, eerste lid, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, 75, eerste lid, of 76a, is begaan, maakt hij daarvan een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op. -**2.** - -In het rapport worden in ieder geval vermeld: - -a. de feiten en omstandigheden op grond waarvan is vastgesteld dat een overtreding is begaan; -b. waar en wanneer de onder a bedoelde feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan; -c. degene die de overtreding heeft begaan; -d. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de overtreding kan worden toegerekend, respectievelijk de natuurlijke persoon die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of die feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding; -e. het overtreden wettelijk voorschrift. - -**3.** Een afschrift van het rapport wordt toegezonden aan de in het tweede lid, onder c, bedoelde persoon, respectievelijk aan degene, bedoeld in het tweede lid, onder d, die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of die feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding. - -**4.** Op verzoek van de belanghebbende die het rapport wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de inhoud van het rapport aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. +**2.** Voor zover het rapport strekt ter voorbereiding van het opleggen van een last onder dwangsom, is afdeling 5.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 77a -**1.** Alvorens een boete op te leggen kan de boekhouding van de onderneming of de ondernemersvereniging door bij besluit van de raad aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit worden onderzocht teneinde de voor de oplegging van de boete in aanmerking te nemen financiële gegevens te kunnen bepalen. +**1.** Alvorens een bestuurlijke boete op te leggen kan de boekhouding van de onderneming of de ondernemersvereniging door bij besluit van de raad aangewezen ambtenaren van de mededingingsautoriteit worden onderzocht teneinde de voor de oplegging van de bestuurlijke boete in aanmerking te nemen financiële gegevens te kunnen bepalen. **2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen zich ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, laten bijstaan door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -1100,51 +991,29 @@ e. het overtreden wettelijk voorschrift. ### Artikel 78 -**1.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht worden de belanghebbenden schriftelijk opgeroepen om naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren te brengen omtrent het in artikel 77, eerste lid, bedoelde rapport. - -**2.** Indien de raad voornemens is een last onder dwangsom op te leggen, stelt hij belanghebbenden tevens in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over de voorgenomen last. - -**3.** Indien de belanghebbende zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de raad er op verzoek van de belanghebbende die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die de belanghebbende kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. +Vervallen ### Artikel 79 -**1.** Een boete als bedoeld in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, 75, eerste lid, onder a, 75a en 76a, en een last als bedoeld in de artikelen 70, eerste lid, 70a, eerste lid, onder b, artikel 74, eerste lid, onder b, en artikel 75, eerste lid, onder b, wordt opgelegd bij beschikking van de raad. - -**2.** - -In de beschikking worden in ieder geval vermeld: - -a. indien een boete wordt opgelegd: de te betalen geldsom, alsmede een toelichting op de hoogte daarvan; -b. indien een last wordt opgelegd: de inhoud van de last en de termijn waarvoor deze geldt; -c. de in artikel 77, tweede lid, bedoelde gegevens. - -**3.** Op verzoek van degene tot wie de beschikking is gericht, die de beschikking wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de raad er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die beschikking vermelde informatie aan de betrokkene wordt meegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal. - -**4.** De beschikking dient te worden gegeven binnen dertien weken nadat een rapport als bedoeld in artikel 77, eerste lid, is opgemaakt. +Vervallen ### Artikel 80 -De werking van een beschikking als bedoeld in artikel 79, eerste lid, wordt, voorzover bij die beschikking een boete wordt opgelegd, opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. +De artikelen 63, 67, 68 en 68a zijn van toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde bestuurlijke boete. ### Artikel 81 -De artikelen 67 tot en met 68a zijn van toepassing op de in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, 75, eerste lid, onder a, 75a en 76a bedoelde boete. +Vervallen ### Artikel 82 -**1.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in de artikelen 69, en 70b, eerste lid, vervalt drie jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. +**1.** De vervaltermijn, bedoeld in artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht wordt voor twee jaren gestuit door het instellen van een onderzoek als bedoeld in artikel 52. -**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van een boete als bedoeld in de artikelen 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, en 75, eerste lid, onder a, 75a en 76a vervalt vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. - -**3.** De verjaringstermijn wordt voor twee jaren gestuit door het instellen van een onderzoek als bedoeld in artikel 52. - -**4.** De stuiting van de verjaringstermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. - -**5.** Indien tegen een boete als bedoeld in het eerste en tweede lid bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de verjaringstermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. +**2.** De stuiting van de vervaltermijn gaat in op de dag waarop tenminste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de overtreding heeft deelgenomen, dan wel één van degenen, bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2° van het Wetboek van Strafrecht, van de handeling schriftelijk in kennis wordt gesteld. ### Artikel 82a -De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 70a, eerste lid, vervalt vijf jaren nadat de overtreding is begaan. +De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 70a vervalt vijf jaren nadat de overtreding is begaan. ## Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom @@ -1152,28 +1021,22 @@ De bevoegdheid tot het opleggen van een boete of een last onder dwangsom als bed **1.** De raad kan een voorlopige last onder dwangsom opleggen, indien naar zijn voorlopig oordeel aannemelijk is dat artikel 6, eerste lid, artikel 24, eerste lid, of artikel 41, eerste lid, is overtreden, en onverwijlde spoed, gelet op de belangen van de door de overtreding getroffen ondernemingen of het belang van instandhouding van een daadwerkelijke mededinging, dat vereist. -**2.** Een voorlopige last verplicht de natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie de overtreding voorshands kan worden toegerekend, tot het verrichten of nalaten van in die last omschreven feitelijke gedragingen of rechtshandelingen. +**2.** Een voorlopige last verplicht de overtreder, tot het verrichten of nalaten van in die last omschreven feitelijke gedragingen of rechtshandelingen. -**3.** De artikelen 5:32, vierde en vijfde lid, 5:33, 5:34, eerste lid, en 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde last. +**3.** Afdeling 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de voorlopige last onder dwangsom. ### Artikel 84 -**1.** De raad deelt zijn voornemen een voorlopige last op te leggen schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbenden. +**1.** De raad deelt zijn voornemen een voorlopige last op te leggen schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de overtreder. -**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over het in het eerste lid bedoelde voornemen. +**2.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de raad de overtreder in de gelegenheid schriftelijk of mondeling hun zienswijze kenbaar te maken over het in het eerste lid bedoelde voornemen. ### Artikel 85 -**1.** De raad beslist zo spoedig mogelijk bij beschikking omtrent het opleggen van een voorlopige last. - -**2.** Indien een voorlopige last wordt opgelegd, kan de raad in zijn beschikking bepalen wanneer deze vervalt. - -**3.** - De voorlopige last vervalt in ieder geval: -a. indien niet binnen zes maanden nadat de beschikking is gegeven een rapport als bedoeld in artikel 59, eerste lid, is opgemaakt, op het tijdstip waarop die zes maanden zijn verstreken; -b. indien binnen de onder *a* bedoelde termijn het daar bedoelde rapport is opgemaakt, zodra een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, is gegeven. +a. indien niet binnen zes maanden nadat de beschikking is gegeven een rapport als bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht is opgemaakt, op het tijdstip waarop die zes maanden zijn verstreken; +b. indien binnen de onder a bedoelde termijn het rapport is opgemaakt, zodra een beschikking is gegeven waarbij een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd. ### Artikel 86 @@ -1326,7 +1189,7 @@ b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden g ### Artikel 92 -**1.** Over een bezwaar tegen een beschikking als bedoeld in artikel 62, eerste lid, adviseert een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. +**1.** Over een bezwaar tegen een beschikking omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom adviseert een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. **2.** De leden van de in het eerste lid bedoelde adviescommissie zijn niet werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken of bij de mededingingsautoriteit. Een lid van de raad kan evenmin deel uitmaken van een dergelijke adviescommissie. @@ -1348,15 +1211,13 @@ b. voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden g **2.** Een vergoeding als bedoeld in het eerste lid is verschuldigd door de aanvrager, dan wel, indien sprake is van een beschikking op grond van de artikelen 37 of 40, door degene die de melding heeft gedaan. -**3.** Indien een ingevolge het eerste lid verschuldigd bedrag niet is betaald binnen de termijn, gesteld bij algemene maatregel van bestuur, wordt het desbetreffende bedrag vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de dag waarop die termijn is verstreken. +**3.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vergoedingen is, voorzover al niet van toepassing, titel 4.4 met uitzondering van de artikelen 4:85 en 4:95 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. -**4.** Indien niet is betaald binnen de termijn bedoeld in het derde lid, wordt degene die het bedrag is verschuldigd schriftelijk bevolen binnen twee weken alsnog het bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de kosten voor de aanmaning, te betalen. +**4.** Het verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel. Artikel 68 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 93b -**1.** Bij gebreke van betaling binnen de in artikel 93a, vierde lid, gestelde termijn kan het verschuldigde bedrag, verhoogd met de wettelijke rente en de op de aanmaning betrekking hebbende kosten, worden ingevorderd bij dwangbevel. - -**2.** Artikel 68, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing. +Vervallen ## Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten