diff --git a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md index b3e82d15ff0..7ced3074cbc 100644 --- a/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md +++ b/amvb/arbeidstijdenbesluit-vervoer/BWBR0009386/README.md @@ -29,8 +29,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Arbeidstijdenwet. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. *Onze Ministers:* Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; -b. *verordening (EEG) nr. 3820/85:* - verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEG L 370); +b. *verordening (EG) nr. 561/2006:* verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU L 102); c. *verordening (EEG) nr. 3821/85:* verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 betreffende de invoering van een controle-apparaat bij het wegvervoer (PbEG L 370); d. *verordening (EG) nr. 2135/98:* @@ -45,9 +44,10 @@ k. *bestuurderskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, o l. *werkplaatskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85; m. *bedrijfskaart:* tachograafkaart als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85; n. *controlekaart:* tachograafkaart, als bedoeld in bijlage IB, hoofdstuk I, onder o, van verordening (EEG) nr. 3821/85; -o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80). +o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (PbEG L 80); +p. AETR-verdrag: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het Internationale vervoer over de weg (Trb. 1994, 123). -**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder bestuurder, week en rusttijd verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 1, onderdelen 3, 4 en 5, van verordening (EEG) nr. 3820/85. +**2.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder «bestuurder» en «week» verstaan hetgeen onder deze begrippen wordt verstaan in artikel 4, onderdelen c en i, van verordening (EG) nr. 561/2006. ### Paragraaf 2.2. Toepassingsgebied van de wet @@ -55,9 +55,7 @@ o. richtlijn 2002/15/EG: richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de R ### Artikel 2.2:1 -**1.** Artikel 5:7, tweede, derde en vierde lid, van de wet is niet van toepassing op verplaatsing over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen van een vrachtauto, bus of taxi in lege of beladen toestand als bedoeld in artikel 2.3:1, alsmede de daar bedoelde direct daarmee samenhangende werkzaamheden. - -**2.** Artikel 11:3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op overtredingen die zijn geconstateerd na staandehoudingen langs de voor openbaar gebruik toegankelijke wegen van een vrachtauto, bus of taxi in lege of beladen toestand als bedoeld in artikel 2.3:1. +Artikel 11:3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op overtredingen die zijn geconstateerd na staandehoudingen langs de voor openbaar gebruik toegankelijke wegen van een vrachtauto, bus of taxi in lege of beladen toestand als bedoeld in artikel 2.3:1. #### Paragraaf . Uitbreiding van de toepasselijkheid van de wet @@ -71,21 +69,23 @@ Paragraaf 5.1 en – voorzover aangeduid als beboetbare feiten – de paragrafen ### Artikel 2.3:1 -Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van: +Met uitsluiting van het Arbeidstijdenbesluit zijn dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen van toepassing op iedere verplaatsing, die geheel of gedeeltelijk over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen plaats vindt in lege of beladen toestand, alsmede de direct daarmee samenhangende werkzaamheden, van: a. een vrachtauto waarvan het kenteken- of registratiebewijs een laadvermogen van meer dan 500 kilogram vermeldt, alsmede een losse trekker; -b. een bus, voor zover ingezet voor vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is; +b. een bus; c. een taxi, niet zijnde een ambulance. #### Paragraaf . Uitsluiting van de toepasselijkheid van dit hoofdstuk ### Artikel 2.3:2 -**1.** Dit hoofdstuk is niet van toepassing op vervoer met voertuigen als bedoeld in artikel 4, onderdelen 4, 5, 7, 8, 10, 11 en 12 van verordening (EEG) nr. 3820/85. +**1.** Dit hoofdstuk is niet van toepassing op vervoer met voertuigen als bedoeld in artikel 3, onder b tot en met i, van verordening (EG) nr. 561/2006. **2.** Dit hoofdstuk is, behoudens artikel 2.7:4, niet van toepassing op arbeid, verricht door een jeugdige werknemer. -**3.** De artikelen 2.5:1, tweede en derde lid, en 2.5:4, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing ten aanzien van vervoer, verricht onder gezag van een niet in Nederland gevestigde werkgever. +**3.** De artikelen 2.4:1, derde lid, 2.5:1, 2.5:3 en 2.5:6 zijn niet van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, b, c, d, g, h, j, k, l, m, n en p, van verordening (EG) nr. 561/2006. + +**4.** De artikelen 2.4:1, derde lid, 2.5:1, 2.5:3 en 2.5:6 zijn niet van toepassing op vervoer als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel o, van verordening (EG) nr. 561/2006 voor zover het betreft voertuigen binnen hubfaciliteiten voor zover dit vervoer binnen een straal van 5 kilometer plaatsvindt. ### Paragraaf 2.4. Registratie @@ -97,27 +97,38 @@ c. een taxi, niet zijnde een ambulance. **2.** De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 14, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3821/85. -**3.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1, aanhef en onder a en b, zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever. +**3.** De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. -**4.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet. +**4.** De werkgever en de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, handelen in overeenstemming met artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. + +**5.** De werknemer bewaart de gegevens en bescheiden met betrekking tot de in artikel 4:3 van de wet neergelegde registratieverplichting die tijdens zijn werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.3:1 zijn geregistreerd tot het tijdstip van deugdelijke overdracht aan de werkgever. + +**6.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over de wijze van bewaren van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens en bescheiden, en het overbrengen van de in het controleapparaat en op de bestuurderskaart geregistreerde gegevens naar de vestiging van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet. #### Paragraaf . Werkmap ### Artikel 2.4:2 -**1.** Bij taxivervoer heeft de bestuurder gedurende de tijd dat hij arbeid verricht een geldige werkmap bij zich volgens een door Onze Minister vastgesteld model. +**1.** Bij taxivervoer heeft de bestuurder gedurende de tijd dat hij arbeid verricht een geldige werkmap bij zich volgens een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat vastgesteld model. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien een dienstrooster is opgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4:3. +**2.** -**3.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, het gebruik, de vorm, de afgifte en de verlenging van de geldigheidsduur van de werkmap. +Het eerste lid is niet van toepassing indien: + +a. wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd, of +b. een dienstrooster is opgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4:3. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, het gebruik, de vorm, de afgifte en de verlenging van de geldigheidsduur van de werkmap. #### Paragraaf . Dienstrooster ### Artikel 2.4:3 -**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet personenvervoer 2000 waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is en dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen g en h, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 14 van die verordening. +**1.** Bij openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet personenvervoer 2000 dat wordt verricht met een bus, alsmede bij geregeld vervoer als bedoeld in artikel 89, onderdelen g en h, van het Besluit personenvervoer 2000, stelt de werkgever een dienstrooster op als bedoeld in artikel 16 van verordening (EG) nr. 561/2006. -**2.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.4:1 en 2.4:13 en het verbod van artikel 2.4:4 wordt nageleefd. + +**3.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inhoud, de invulling, de bekendmaking en de bewaring van het dienstrooster. #### Paragraaf . Misbruik controlemiddelen @@ -129,7 +140,8 @@ a. in of op controlemiddelen onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stel b. in of op controlemiddelen wijziging aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wijziging wordt aangebracht in vroeger daarin of daarop gestelde gegevens of aantekeningen, deze onleesbaar te maken, te doen maken of toe te laten dat zij onleesbaar gemaakt worden; c. controlemiddelen geheel of ten dele zoek te maken of te doen zoekmaken, ondeugdelijk te maken of te doen maken, te vernietigen of te doen vernietigen, verborgen te houden of te doen verborgen houden, dan wel toe te laten dat deze zoekgemaakt, ondeugdelijk gemaakt, vernietigd of verborgen gehouden worden; d. gebruik te maken van een controlemiddel waarop of waarin onjuiste aantekeningen zijn gesteld, waarop of waarin in de aantekeningen wijzigingen zijn aangebracht dan wel waarop of waarin aantekeningen onleesbaar zijn gemaakt; -e. een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart te gebruiken, met uitzondering van een bedrijfskaart van een werkgever die wordt gebruikt door zijn werknemer. +e. een niet op zijn naam gestelde bestuurderskaart, werkplaatskaart of bedrijfskaart te gebruiken, met uitzondering van een bedrijfskaart van een werkgever die wordt gebruikt door zijn werknemer; +f. in het voertuig een voorziening aanwezig te hebben die voor misbruik als bedoeld in de onderdelen a tot en met e kan worden aangewend. #### Paragraaf . Aanvraag en goedkeuring model tachograafkaart @@ -191,7 +203,7 @@ De werkgever en de persoon bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet gebrui ### Artikel 2.4:12 -Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld over: +Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over: a. de gronden voor goedkeuring, weigering, intrekking of schorsing van een model tachograafkaart; b. het voor goedkeuring van een model tachograafkaart benodigde certificaat; @@ -205,13 +217,15 @@ g. de wijze van verwerking van de op een tachograafkaart of in een controleappar ### Artikel 2.4:13 -**1.** Bij regeling van Onze Ministers kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn. +**1.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kunnen nadere regels worden gesteld, welke voor de uitvoering van verordening (EEG) nr. 3821/85 noodzakelijk zijn. -**2.** Voor zover verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 3, eerste lid, en 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85. +**2.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met de artikelen 1, 3, eerste lid, en 13 tot en met 16 van verordening (EEG) nr. 3821/85. -**3.** Voor zover verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EEG) nr. 3820/85 na. +**3.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, leeft de bestuurder het voorschrift van artikel 12, tweede volzin van verordening (EG) nr. 561/2006 na. -**4.** Voor zover verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is, wordt niet gehandeld in strijd met artikel 2, eerste lid, onder a en b, van verordening (EG) nr. 2135/98. +**4.** Voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is, wordt niet gehandeld in strijd met artikel 2, eerste lid, onder a en b, van verordening (EG) nr. 2135/98. + +**5.** Voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, is het verboden te handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 10 van het AETR-verdrag. #### Paragraaf . Aanwijzing autoriteiten @@ -241,17 +255,7 @@ De werkgever houdt een register bij van alle werknemers die instemming hebben ve **1.** In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. -**2.** - -De werknemer heeft: - -a. een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uren in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het tijdstip dat de werknemer niet vrij is om over zijn eigen tijd te beschikken; -b. per week een onafgebroken rusttijd overeenkomstig artikel 8, derde lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85; -c. een rusttijd van ten minste 228 uren in elke periode van 2 weken. - -**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. - -**4.** De bestuurder handelt overeenkomstig de artikelen 8 en 9 van verordening (EEG) nr. 3820/85. +**2.** De bestuurder en de bijrijder handelen in overeenstemming met de artikelen 8 en 9 van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 8 van het AETR-verdrag. #### Paragraaf . Arbeid op zondag @@ -263,7 +267,7 @@ Voor taxivervoer wordt voor de toepassing van artikel 5:6 van de wet de zondag a ### Artikel 2.5:3 -De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 6 van verordening (EEG) nr. 3820/85. +De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 6, eerste tot en met derde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 6 van het AETR-verdrag. #### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst @@ -273,25 +277,16 @@ De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 6 van verordening (EEG) nr. 3820/85 **2.** -Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur, geldt dat hij: - -a. hetzij ten hoogste 26 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur; -b. hetzij ten hoogste 12 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. - -**3.** Van het tweede lid kan, met inachtneming van het vierde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. - -**4.** - De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: -a. hetzij ten hoogste 35 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur; -b. hetzij ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. +a. ten hoogste 43 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht, of +b. ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. -#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is +#### Paragraaf . Arbeid in nachtdienst ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is ### Artikel 2.5:4a -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is. +**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is. **2.** In plaats van artikel 5:8 van de wet wordt dit artikel toegepast. @@ -317,26 +312,26 @@ c. grensoverschrijdend vervoer van bloembollen, bloemen, planten en boomkwekerij d. vervoer per taxi; e. vervoer ten behoeve van het onderhoud en de aanleg van wegen en railverbindingen. -**2.** In afwijking van artikel 2.5:4, vierde lid, kan dit artikel worden toegepast indien de aard van het vervoer met zich brengt dat dit vervoer hoofdzakelijk gedurende de nacht plaatsvindt en dit door het op een andere wijze organiseren van het vervoer redelijkerwijs niet is te voorkomen. +**2.** In afwijking van artikel 2.5:4, tweede lid, kan dit artikel worden toegepast indien de aard van het vervoer met zich brengt dat dit vervoer hoofdzakelijk gedurende de nacht plaatsvindt en dit door het op een andere wijze organiseren van het vervoer redelijkerwijs niet is te voorkomen. **3.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer: -a. hetzij ten hoogste 42 maal in elke periode van 13 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur; -b. hetzij ten hoogste 38 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. +a. ten hoogste 52 maal in elke periode van 16 achtereenvolgende weken en 140 maal in elke periode van 52 achtereenvolgende weken arbeid in nachtdienst verricht, of +b. ten hoogste 20 uren in elke periode van 2 achtereenvolgende weken arbeid verricht tussen 00.00 en 06.00 uur. #### Paragraaf . Pauze ### Artikel 2.5:6 -**1.** In de plaats van artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet, wordt dit artikel toegepast. +**1.** De bestuurder op wie verordening (EG) nr. 561/2006 en het AETR-verdrag niet van toepassing zijn, handelt overeenkomstig artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet. -**2.** De bestuurder handelt overeenkomstig artikel 7, eerste en tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3820/85. +**2.** De bestuurder op wie het eerste lid niet van toepassing is, handelt in overeenstemming met artikel 7 van verordening (EG) nr. 561/2006 dan wel, voor zover het AETR-verdrag van toepassing is, in overeenstemming met artikel 7 van het AETR-verdrag. **3.** -Behoudens het eerste en tweede lid en artikel 2.5:3, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat indien deze andere werkzaamheden dan rijden omvat dan wel mede omvat, de werknemer, voor zover hij vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is: +Behoudens het eerste en tweede lid en artikel 2.5:3, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat indien deze andere werkzaamheden dan rijden omvat dan wel mede omvat, de werknemer, voor zover hij vervoer verricht waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is: a. geen arbeidstijd langer dan zes uren achtereen zonder pauze heeft; b. ingeval de arbeidstijd zes uren of langer, doch niet meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste 30 minuten heeft, dan wel twee pauzes van elk ten minste 15 minuten; @@ -344,31 +339,35 @@ c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste **4.** Voor de toepassing van het derde lid kan de beschikbaarheidstijd, bedoeld in artikel 3, onder b, van richtlijn 2002/15/EG, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld, niet als pauze worden aangemerkt. -#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is +#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 niet van toepassing is ### Artikel 2.5:7 -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 niet van toepassing is. +**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 561/2006 niet van toepassing is. -**2.** De werknemer verricht in elke periode van 13 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid. +**2.** In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. -**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. +**3.** De werknemer verricht in elke periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid. -**4.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. +**4.** Van het derde lid kan met inachtneming van het vijfde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig. -#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is +**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer in elke periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. + +#### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd ten aanzien van vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is ### Artikel 2.5:8 -**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EEG) nr. 3820/85 van toepassing is. +**1.** In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de werknemer die vervoer verricht waarop verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is. -**2.** De werknemer verricht ten hoogste 60 uren per week arbeid, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. +**2.** In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast. -**3.** Van het tweede lid kan met inachtneming van het vierde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het tweede lid, is nietig. +**3.** De werknemer verricht ten hoogste 60 uren per week arbeid, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. -**4.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uren arbeid verricht, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. +**4.** Van het derde lid kan met inachtneming van het vijfde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig. -**5.** Voor de toepassing van het tweede en het vierde lid wordt niet als arbeidstijd aangemerkt beschikbaarheidstijd als bedoeld in artikel 3, onder b van richtlijn 2002/15/EG naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld. +**5.** De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uren arbeid verricht, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht. + +**6.** Voor de toepassing van het derde en het vijfde lid wordt niet als arbeidstijd aangemerkt beschikbaarheidstijd als bedoeld in artikel 3, onder b, van richtlijn 2002/15/EG naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld. #### Paragraaf . Arbeidstijd en maatwerk @@ -390,8 +389,8 @@ c. ingeval de arbeidstijd meer dan negen uren bedraagt, een pauze van ten minste Onze Ministers kunnen, indien daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, vrijstelling verlenen van: -a. artikel 2.5:4, vierde lid; -b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voorzover dit niet in strijd is met verordening (EEG) nr. 3820/85; +a. artikel 2.5:4, tweede lid; +b. de verplichting tot het installeren van een controlemiddel, voorzover dit niet in strijd is met verordening (EG) nr. 561/2006; c. artikel 2.7:2. **2.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt niet verleend dan nadat de belanghebbende werkgevers of werkgeversorganisaties met volledige rechtsbevoegdheid en werknemersorganisaties met volledige rechtsbevoegdheid in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. @@ -404,13 +403,17 @@ c. artikel 2.7:2. ### Artikel 2.7:1 -Het is de werkgever verboden een werknemer te belonen naar gelang van de afgelegde afstand of de hoeveelheid vervoerde goederen, tenzij deze beloningen de verkeersveiligheid niet in gevaar kunnen brengen. +**1.** Het is de werkgever verboden te handelen in strijd met artikel 10, eerste lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. + +**2.** De werkgever handelt in overeenstemming met artikel 10, tweede en vijfde lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. + +**3.** De bestuurder handelt in overeenstemming met artikel 20 van verordening (EG) nr. 561/2006. #### Paragraaf . Chauffeursvakbekwaamheid ### Artikel 2.7:2 -**1.** De bestuurder van een bus en de bestuurder van een vrachtauto met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 7500 kg, die geboren zijn na 30 juni 1955, hebben een door Onze Ministers erkend getuigschrift van vakbekwaamheid, of een gewaarmerkt afschrift daarvan, bij zich, waaruit blijkt dat zij met goed gevolg een opleiding voor bestuurder van een autobus, onderscheidenlijk van een vrachtauto, hebben gevolgd. +**1.** De bestuurder van een bus en de bestuurder van een vrachtauto met een toegestaan maximumgewicht van meer dan 7500 kg, die geboren zijn na 30 juni 1955, hebben een door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkend getuigschrift van vakbekwaamheid, of een gewaarmerkt afschrift daarvan, bij zich, waaruit blijkt dat zij met goed gevolg een opleiding voor bestuurder van een autobus, onderscheidenlijk van een vrachtauto, hebben gevolgd. **2.** De werkgever ziet toe op het bezit van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift of het gewaarmerkte afschirft daarvan. @@ -418,7 +421,7 @@ Het is de werkgever verboden een werknemer te belonen naar gelang van de afgeleg ### Artikel 2.7:3 -Onze Ministers worden aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van verordening (EEG) nr. 3820/85. +Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt aangewezen als de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 19, tweede lid, en 22, tweede lid, van verordening (EG) nr. 561/2006. #### Paragraaf . Bijrijder @@ -942,9 +945,9 @@ c. rusttijd, exploitatiewijze A1, exploitatiewijze A2 en exploitatiewijze B: het ### Artikel 5.1:2 -**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de tijd waarop de arbeid van het bemanningslid zich beperkt tot de aanwezigheid op het schip, zonder dat hij zijn taken uitoefent, eveneens als rusttijd. +**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarop de arbeid van het bemanningslid zich beperkt tot de aanwezigheid op het schip, zonder dat hij zijn taken uitoefent, eveneens als rusttijd. -**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de tijdsruimten waarin het bemanningslid niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze tijdsruimten niet vooraf bekend is. +**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin het bemanningslid niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is. ### Paragraaf 5.2. Toepasselijkheid van de wet @@ -1004,7 +1007,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud ### Artikel 5.5:3 -**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A1, heeft een ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren. +**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A1, heeft een ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren in een aaneengesloten periode van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 8 uren. **2.** De in het eerste lid bedoelde rusttijd is gelegen buiten de vaartijd. @@ -1012,7 +1015,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud ### Artikel 5.5:4 -**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A2, heeft een rusttijd van ten minste 8 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. +**1.** Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze A2, heeft een rusttijd van ten minste 8 uren, waarvan ten minste 6 uren ononderbroken in een aaneengesloten periode van 24 uren, te rekenen vanaf het einde van iedere ononderbroken rusttijd van ten minste 6 uren. **2.** De in het eerste lid bedoelde ononderbroken rusttijd is gelegen buiten de vaartijd. @@ -1020,7 +1023,7 @@ Voor de toepassing van de artikelen 5.5:3 tot en met 5.5:5 wordt rekening gehoud ### Artikel 5.5:5 -Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten tijdruimte van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren. +Een bemanningslid dat arbeid verricht bij exploitatiewijze B, heeft een rusttijd van ten minste 24 uren, waarvan ten minste tweemaal 6 uren ononderbroken, in een aaneengesloten periode van 48 uren, te rekenen vanaf het begin van een rusttijd van ten minste 6 uren. #### Paragraaf . Maximale wekelijkse arbeidstijd @@ -1185,7 +1188,7 @@ De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige schepeling: a. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht; b. in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 12 uren, waarvan ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen; c. per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht; -d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren; +d. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren; e. op zondag in beginsel geen arbeid verricht. **2.** De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige schepeling een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur. @@ -1207,11 +1210,9 @@ De kapitein organiseert de arbeid zodanig dat de arbeid van de schepeling telken ### Artikel 6.5:5 -**1.** Onder consignatie wordt in dit artikel verstaan een rustperiode of pauze aan boord van een zeeschip, waarin de kapitein of de schepeling uitsluitend verplicht is bereikbaar te zijn om in geval van onvoorziene omstandigheden op oproep zo spoedig mogelijk de bedongen arbeid te verrichten. +**1.** Indien de schepeling tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:2, eerste en tweede lid, en 6.5:3, eerste lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. -**2.** Indien de schepeling tijdens consignatie arbeid moet verrichten krijgt hij, met inachtneming van de artikelen 6.5:2, eerste en tweede lid, en 6.5:3, eerste lid, voldoende rusttijd of pauze ter compensatie. - -**3.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.5:2, 6.5:3, uitgezonderd het eerste lid, onder a, b en c, en 6.5:4 buiten beschouwing gelaten. +**2.** De arbeid die voortvloeit uit een oproep als bedoeld in het eerste lid wordt voor de toepassing van de artikelen 6.5:2, 6.5:3, uitgezonderd het eerste lid, onder a, b en c, en 6.5:4 buiten beschouwing gelaten. #### Paragraaf . Oefeningen @@ -1351,9 +1352,9 @@ f. *rusttijd:* een periode van ten minste een uur waarin geen arbeid wordt verri ### Artikel 6A.1:2 -**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de tijd waarin door de schepeling van een vissersvaartuig door omstandigheden inherent aan de visserij, geen arbeid kan worden verricht hoewel hij volgens zijn werkrooster arbeid zou moeten verrichten, als rusttijd. +**1.** Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt de periode waarin door de schepeling door omstandigheden inherent aan de visserij, geen arbeid kan worden verricht hoewel hij volgens zijn werkrooster arbeid zou moeten verrichten, als rusttijd. -**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de tijdsruimten waarin de schepeling niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze tijdsruimten niet vooraf bekend is. +**2.** In afwijking van het eerste lid worden niet als rusttijd aangemerkt de perioden waarin de schepeling niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en zich gereed houdt tot een onmiddellijke aanvang der werkzaamheden, en waarbij het tijdstip van de aanvang en de duur van deze perioden niet vooraf bekend is. #### Paragraaf . Toepasselijkheid van het hoofdstuk @@ -1512,9 +1513,9 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa ### Artikel 8:1 -**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste, tweede en derde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede, derde en vierde lid, 2.4:15, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:4a, vijfde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede en derde lid, 2.5:7, vierde lid, 2.5:8, vierde lid, 2.5:9, derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een beboetbaar feit op. +**1.** Het niet naleven van de artikelen 2.4:1, eerste tot en met vijfde lid, 2.4:2, eerste lid, 2.4:3, eerste lid, 2.4:4, 2.4:8 tot en met 2.4:10, 2.4:11, derde lid, 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, 2.4:15, 2.5:1, tweede lid, 2.5:3, 2.5:4, tweede lid, 2.5:4a, vijfde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, eerste tot en met derde lid, 2.5:7, vijfde lid, 2.5:8, vijfde lid, 2.5:9, derde lid, 2.6:1, derde lid, 2.7:1, 2.7:2 en 2.7:4, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 2.4:1, derde lid, 2.4:2, derde lid, 2.4:3, tweede lid, 2.4:12, onderdelen e, f en g, of 2.4:13, eerste lid, levert een beboetbaar feit op. -**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede, derde en vierde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd. +**2.** Behoudens de artikelen 2.4:4 en 2.4:13, tweede tot en met vijfde lid, wordt, indien de bestuurder werknemer is, ingeval van het niet naleven van een tot de bestuurder gerichte bepaling de werkgever aangemerkt als degene die die bepaling niet heeft nageleefd. **3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de werkgever aantoont dat door hem de nodige bevelen zijn gegeven, de nodige maatregelen zijn genomen, de nodige middelen zijn verschaft en het redelijkerwijs te vorderen toezicht is gehouden om de naleving van de bepaling te verzekeren. @@ -1522,7 +1523,7 @@ De registerloods mag na 4 aaneengesloten uren loodsen op afstand vanaf de wal pa ### Artikel 8:2 -Het niet naleven van de artikelen 3.2:1, derde lid, en 3.2:2, derde lid, levert een beboetbaar feit op. +Vervallen ### Paragraaf . Beboetbaarstelling luchtvaart @@ -1540,7 +1541,7 @@ Het niet naleven van artikel 5.5:6, vierde lid, levert een strafbaar feit op. ### Artikel 8:4 -**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, tweede lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, eerste en derde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een beboetbaar feit op. +**1.** Het niet naleven van de artikelen 6.4:1, eerste lid, 6.4:2, eerste, tweede en derde lid, 6.4:3, 6.5:2, 6.5:3, 6.5:4, 6.5:5, eerste lid, 6.5:6, 6.5:7, tweede lid, 6.6:3, eerste, vierde en vijfde lid, 6.6:4, 6.6:5, eerste tot en met derde lid, 6.6:6, eerste en derde lid, 6.7:1, 6.7:2, tweede lid, alsmede het bepaalde krachtens de artikelen 6.4:1, tweede lid, en 6.4:2, vierde lid, levert een beboetbaar feit op. **2.** Het niet naleven van de artikelen 6A.1:4, 6A.2:2, 6A.2:3. 6A.2:4, 6A.2:5, 6A.2:6, 6A.2:7, tweede lid, 6A.3:1 en 6A.3:2, tweede lid, levert een beboetbaar feit op.