2003-09-01 | BWBR0008212 | Besluit liften

This commit is contained in:
Coornhert 2003-09-01 12:00:00 +00:00
parent b3b9223742
commit fa17f70e08

View file

@ -1,14 +1,14 @@
---
titel: Besluit liften
titel: Warenwetbesluit liften
bwb_id: BWBR0008212
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1996-09-11'
datum_inwerkingtreding: '2003-07-03'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008212
citeertitel: Besluit liften
citeertitel: Warenwetbesluit liften
---
# Besluit liften
# Warenwetbesluit liften
## Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
@ -18,7 +18,7 @@ citeertitel: Besluit liften
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de gevaarlijke werktuigen;
a. wet: Warenwet;
b. richtlijn: richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende liften (PbEG L 213);
c. lift: een vast opgesteld werktuig in gebouwen of bouwwerken dat bepaalde stopplaatsen van een gebouw of bouwwerk bedient, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende leiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van
@ -27,9 +27,12 @@ c. lift: een vast opgesteld werktuig in gebouwen of bouwwerken dat bepaalde stop
uitsluitend goederen indien de kooi betreedbaar is en uitgerust met bedieningsorganen die in de kooi of binnen het bereik van een zich aldaar bevindende persoon zijn gesitueerd;
d. modellift: een representatieve lift waarvan het technisch dossier laat zien hoe de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen in acht worden genomen voor liften die zijn afgeleid van het met behulp van objectieve parameters gedefinieerde model en in welke liften identieke veiligheidscomponenten worden gebruikt;
e. veiligheidscomponenten: de in bijlage IV van de richtlijn genoemde onderdelen van liften die essentieel zijn voor de veilige werking;
f. kooi: een aan alle zijden, met inbegrip van de vloer en het plafond, met volle wanden afgesloten onderdeel van de lift waarin personen of goederen worden vervoerd;
g. Europese Economische Ruimte: het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
h. keuringsinstantie: een ingevolge artikel 5, eerste lid, van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen dienst, instelling, onderzoekings-bureau of onderneming dan wel een door een andere lid-staat bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie.
f. Europese Economische Ruimte: het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
g. aangewezen aangemelde instelling: een krachtens artikel 7a van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instelling, dan wel een door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte in het kader van de richtlijn aangewezen en bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie;
h. aangewezen instelling: een krachtens artikel 7a van de wet met betrekking tot de keuring van liften aangewezen instelling;
i. bouwlift voor personenvervoer: tijdelijk op een bouwwerk opgesteld hefwerktuig dat bepaalde stopplaatsen bedient, dat voorzien is van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende leiders beweegt, en die bestemd is voor het vervoer van personen en goederen;
j. transportsteiger: tijdelijk opgesteld hefwerktuig uitgerust met een geleid bewogen hefvlak, ontworpen voor het vervoer van goederen onder begeleiding van personen dat vaste stopplaatsen bedient, niet zijnde een bouwlift voor personenvervoer;
k. N, NEN of NEN-EN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm, onderscheidenlijk Europese norm.
**2.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder liften: vast opgestelde hefwerktuigen als bedoeld in het eerste lid, onder *c*, die een vaste baan in de ruimte volgen, maar niet langs vaste leiders bewegen.
@ -39,9 +42,7 @@ Voor de toepassing van dit besluit is een kooi betreedbaar indien een persoon er
### Artikel 3
**1.** Als gevaarlijke werktuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *a*, van de wet worden aangewezen liften.
**2.** Als beveiligingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel *b*, van de wet worden aangewezen veiligheidscomponenten.
Vervallen
### Artikel 4
@ -53,14 +54,31 @@ c. mijnliften;
d. toneelhefwerktuigen;
e. liften die in vervoermiddelen zijn ingebouwd;
f. liften die met een machine zijn verbonden en uitsluitend bestemd zijn om de toegang tot de werkplek mogelijk te maken;
g. tandradbanen;
h. bouwliften bestemd voor het vervoer van personen.
g. tandradbanen.
### Artikel 4a
**1.** Met de in dit besluit bedoelde bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers worden gelijkgesteld bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte en die een beschermingsniveau bieden dat gelijkwaardig is aan het in dit besluit gewaarborgde niveau.
**2.** Met het in dit besluit bedoelde certificaat van goedkeuring voor een bouwlift voor personenvervoer of een transportsteiger wordt gelijkgesteld een certificaat van goedkeuring afgegeven door een onafhankelijke instelling in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welk certificaat is afgegeven op basis van onderzoekingen die aan ten minste gelijkwaardige eisen voldoen.
## Hoofdstuk Ia. Verbodsbepalingen
### Artikel 4b
**1.** Het is verboden liften en veiligheidscomponenten, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers te verhandelen, in bedrijf te stellen of te gebruiken, die niet voldoen aan de ten aanzien van de desbetreffende hefwerktuigen bij of krachtens dit besluit gestelde vervaardigingsvoorschriften.
**2.** Het is verboden liften en veiligheidscomponenten, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers te verhandelen of te gebruiken anders dan met inachtneming van de ten aanzien van de desbetreffende hefwerktuigen bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot de aanduiding en het bezigen van vermeldingen.
**3.** Het is verboden liften en veiligheidscomponenten, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers te verhandelen of te gebruiken, indien de bij of krachtens dit besluit ten aanzien van de desbetreffende hefwerktuigen voorgeschreven overeenstemmingsbeoordelings- en keuringsprocedures niet in acht zijn genomen.
**4.** Het is verboden liften en veiligheidscomponenten, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers te gebruiken anders dan met inachtneming van de ten aanzien van de desbetreffende hefwerktuigen bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot het voorhanden zijn van documenten.
## Hoofdstuk II. Vervaardiging
### Artikel 5
**1.** Liften en veiligheidscomponenten zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige vermeldingen voorzien dat zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, wanneer zij op passende wijze zijn geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
**1.** Liften en veiligheidscomponenten zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige vermeldingen voorzien dat zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens of voor de veiligheid van zaken, met uitzondering van huisdieren, wanneer zij op passende wijze zijn geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
**2.** Liften voldoen aan de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen.
@ -72,15 +90,28 @@ h. bouwliften bestemd voor het vervoer van personen.
**2.** De onderlinge overeenkomst tussen een serie voorzieningen of inrichtingen die aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, voldoen, mag met behulp van berekeningen of aan de hand van het ontwerp worden aangetoond.
### Artikel 6a
**1.** Bouwliften voor personenvervoer voldoen aan de vervaardigingsvoorschriften van NEN-EN 12 159:2000.
**2.**
Transportsteigers voldoen aan de volgende voorschriften:
a. zij voldoen aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen betreffende het ontwerp en de bouw van machines en veiligheidscomponenten van bijlage I van richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207). In aanvulling op deze eisen zijn gevaar bij overstappen op hoogte van en naar de laad- en losplaats en gevaar onder de baan van het hefvlak bij de onderste stopplaats op afdoende wijze tegengegaan;
b. de snelheid, waarmee zij worden verplaatst, bedraagt ten hoogste 0,2 m/s;
c. de bediening vindt plaats door middel van zogenaamde vasthoudbesturing;
d. zij zijn overeenkomstig een kenmerkend type dat onderworpen is aan een typeonderzoek door een keuringsinstelling die door een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is aangewezen en aangemeld bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 meter bestaat.
### Artikel 7
Degene die verantwoordelijk is voor de verwezenlijking van het gebouw of het bouwwerk en degene die de lift installeert stellen elkaar in kennis van de nodige gegevens en treffen passende maatregelen teneinde de goede werking van de lift te waarborgen.
Degene die verantwoordelijk is voor de verwezenlijking van het gebouw of het bouwwerk en degene die de lift in of aan het gebouw of bij het bouwwerk installeert stellen elkaar in kennis van de nodige gegevens en treffen passende maatregelen teneinde de goede werking van de lift te waarborgen.
## Hoofdstuk III. Keuring en certificering
### Artikel 8
**1.** Liften worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig dit artikel, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder B, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder B, genoemde gegevens bevat.
**1.** Liften worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig dit artikel, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de aangewezen aangemelde instelling, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder B, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder B, genoemde gegevens bevat.
**2.**
@ -98,7 +129,7 @@ c. liften waarvoor het kwaliteitsborgingssysteem is gehanteerd, bedoeld in bijla
### Artikel 9
**1.** Veiligheidscomponenten worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig het in dit artikel bepaalde, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder A, genoemde gegevens bevat.
**1.** Veiligheidscomponenten worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig het in dit artikel bepaalde, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de aangewezen aangemelde instelling, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder A, genoemde gegevens bevat.
**2.**
@ -114,19 +145,19 @@ c. veiligheidscomponenten waarvoor de procedure van volledige kwaliteitsborging,
**2.** Degene die een EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in artikel 9, eerste lid, afgeeft, bewaart een afschrift daarvan gedurende tien jaar na het in de handel brengen van de lift.
**3.** Afschriften van de EG-verklaring van overeenstemming, alsmede van de verslagen van de proeven in verband met de eindcontrole, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, worden desgevraagd door de fabrikant aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de lid-staten of andere keuringsinstanties ter beschikking gesteld.
**3.** Afschriften van de EG-verklaring van overeenstemming, alsmede van de verslagen van de proeven in verband met de eindcontrole, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, worden desgevraagd door de fabrikant aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de lid-staten of andere aangewezen aangemelde instellingen ter beschikking gesteld.
### Artikel 11
**1.** Van voorgenomen wijzigingen in een lift, het model van een lift of het model van een veiligheidscomponent waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek is afgegeven, wordt de keuringsinstantie die dit certificaat heeft afgegeven onverwijld in kennis gesteld.
**1.** Van voorgenomen wijzigingen in een lift, het model van een lift of het model van een veiligheidscomponent waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek is afgegeven, wordt de aangewezen aangemelde instelling die dit certificaat heeft afgegeven onverwijld in kennis gesteld.
**2.** De in het eerste lid bedoelde keuringsinstantie beoordeelt de wijzigingen en deelt mee of het certificaat van EG-typeonderzoek voor de gewijzigde lift of het gewijzigde model geldig is dan wel aanvullingen behoeft.
**2.** De in het eerste lid bedoelde aangewezen aangemelde instelling beoordeelt de wijzigingen en deelt mee of het certificaat van EG-typeonderzoek voor de gewijzigde lift of het gewijzigde model geldig is dan wel aanvullingen behoeft.
**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde keuringsinstantie van oordeel is dat de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de overeenstemming met de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, wordt de gewijzigde lift of het gewijzigde model aan het in bijlage V van de richtlijn bedoelde EG-typeonderzoek onderworpen en wordt bij goedkeuring een aanvulling op het oorspronkelijke certificaat afgegeven.
**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde aangewezen aangemelde instelling van oordeel is dat de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de overeenstemming met de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, wordt de gewijzigde lift of het gewijzigde model aan het in bijlage V van de richtlijn bedoelde EG-typeonderzoek onderworpen en wordt bij goedkeuring een aanvulling op het oorspronkelijke certificaat afgegeven.
### Artikel 12
Een gedraging in strijd met de artikelen 8, 9, 10 en 11 is verboden.
Vervallen
### Artikel 13
@ -138,9 +169,9 @@ Liften en veiligheidscomponenten die zijn voorzien van de CE-markering en vergez
### Artikel 15
**1.** De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en de minimumaanwijzingen, plaat en instructies, bedoeld in punt 5 van bijlage I van de richtlijn, worden duidelijk zichtbaar in iedere kooi aangebracht.
**1.** De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de aangewezen aangemelde instelling, en de minimumaanwijzingen, plaat en instructies, bedoeld in punt 5 van bijlage I van de richtlijn, worden duidelijk zichtbaar in iedere kooi aangebracht.
**2.** De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, wordt op elke veiligheidscomponent aangebracht. Indien dit niet mogelijk is, wordt de CE-markering aangebracht op een etiket dat vast met de veiligheidscomponent is verbonden.
**2.** De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de aangewezen aangemelde instelling, wordt op elke veiligheidscomponent aangebracht. Indien dit niet mogelijk is, wordt de CE-markering aangebracht op een etiket dat vast met de veiligheidscomponent is verbonden.
**3.** Op liften en veiligheidscomponenten worden geen merktekens aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of grafische vorm van de CE-markering. Andere merktekens mogen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering er niet door worden verminderd.
@ -148,117 +179,195 @@ Liften en veiligheidscomponenten die zijn voorzien van de CE-markering en vergez
### Artikel 16
De keuringsinstantie trekt een door haar afgegeven certificaat van EG-typeonderzoek in, indien de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage I van de richtlijn zodanig zijn gewijzigd dat het model niet voldoet aan de gewijzigde eisen op het tijdstip waarop deze volgens de richtlijn van toepassing zijn.
De aangewezen aangemelde instelling trekt een door haar afgegeven certificaat van EG-typeonderzoek in, indien de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage I van de richtlijn zodanig zijn gewijzigd dat het model niet voldoet aan de gewijzigde eisen op het tijdstip waarop deze volgens de richtlijn van toepassing zijn.
### Paragraaf . Keuring
### Artikel 17
Liften worden vóór de ingebruikneming, ten hoogste twaalf maanden na de ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste achttien maanden gekeurd. Indien bij de keuring blijkt dat een lift ten minste voldoet aan de vervaardigingsvoorschriften van artikel 5 wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven.
**1.** Liften worden vóór de eerste ingebruikneming, ten hoogste twaalf maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste achttien maanden door een aangewezen instelling gekeurd.
**2.** Liften als bedoeld in het eerste lid, die zullen worden gebruikt tijdens de bouwfase van het gebouw of bouwwerk worden vóór de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste drie maanden door een aangewezen instelling gekeurd.
**3.** Bouwliften voor personenvervoer worden vóór de eerste ingebruikneming op de plaats van gebruik door een aangewezen instelling gekeurd. Bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers worden ten hoogste zes maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste zes maanden, op de plaats van gebruik door een aangewezen instelling gekeurd.
**4.** Liften, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers worden vóór de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging door een aangewezen instelling gekeurd.
**5.** Bij de keuring voor de eerste ingebruikneming, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt gecontroleerd of de documenten van de in artikel 8 voorgeschreven procedures aanwezig en juist zijn en of is voldaan aan artikel 19, derde lid. Bij de keuring vóór de eerste ingebruikneming of de ingebruikneming na herstelling of wijziging, bedoeld in het derde, respectievelijk vierde lid, wordt getoetst of ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften van de artikelen 5 of 6a.
**6.** Bij de vervolgkeuringen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt getoetst of nog ten minste is voldaan aan de voor het desbetreffende hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften van de artikelen 5 of 6a en, voor wat betreft liften als bedoeld in het eerste lid, aan artikel 19, derde lid, van dit besluit en artikel 7.21, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
**7.** Indien bij de keuring blijkt dat is voldaan aan de toetsingsmaatstaven, bedoeld in het vijfde of zesde lid, wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, aangegeven.
**8.** Als blijk van goedkeuring brengt de instelling, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, op een duidelijk zichtbare plaats in de kooi of op het hefwerktuig een kenmerk aan, waarop tevens de herkeuringstermijn, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt aangegeven.
## Hoofdstuk IV. Verkeer en gebruik
### Artikel 17a
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder lift mede verstaan: bouwlift voor personenvervoer en transportsteiger. In afwijking van artikel 18, eerste lid, gaat een transportsteiger vergezeld van een onderhoudsboek als bedoeld in punt 4.4.2b van bijlage I van richtlijn nr. 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PbEG L 207).
### Artikel 18
**1.** Een lift gaat vergezeld van een instructieboek en een liftboek als bedoeld in punt 6.2 van bijlage I van de richtlijn.
**1.** Een lift gaat vergezeld van een instructieboek en een liftboek als bedoeld in punt 6.2 van bijlage I van de richtlijn. Deze zijn gesteld in de Nederlandse taal.
**2.** Een veiligheidscomponent gaat vergezeld van een instructieboek als bedoeld in punt 6.1 van bijlage I van de richtlijn.
### Artikel 18a
Een lift die niet geschikt is voor gebruik is op zodanige wijze buiten gebruik gesteld, dat deze niet door een liftgebruiker weer in gebruik te stellen is. Alle nodige veiligheidsmaatregelen zijn genomen om de bescherming van personen te waarborgen.
### Artikel 19
**1.** Degene die een lift voorhanden heeft, die in gebruik of voor gebruik gereed is, of die een lift aflevert of tentoonstelt, is verplicht ervoor te zorgen dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten in goede staat van onderhoud verkeren.
**1.** Degene die een lift voorhanden heeft, die in gebruik of voor gebruik gereed is, of die een lift aflevert of tentoonstelt, zorgt ervoor dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten in goede staat van onderhoud verkeren.
**2.** Degene die een lift voorhanden heeft of gebruikt is verplicht ervoor te zorgen dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
**2.** Degene die een lift voorhanden heeft of gebruikt zorgt ervoor dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de lift hetzij is afgekeurd hetzij is onklaar gemaakt hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik is bestemd.
**3.** Degene die een lift voorhanden heeft, die in gebruik of voor gebruik gereed is, zorgt er voor dat de omgeving van de lift zodanig is ingericht dat onderhoud en keuring veilig kunnen geschieden.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing voor zover de lift hetzij is afgekeurd hetzij is onklaar gemaakt hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik is bestemd.
### Artikel 19a
Degene die een lift zonder kooiafsluiting voorhanden heeft, welke bestemd is voor het vervoer van goederen onder begeleiding van een persoon, zorgt ervoor dat de lift slechts wordt bediend door mensen die met die bediening vertrouwd zijn.
### Artikel 19b
Degene die een lift bedient, bestuurt of belaadt, zorg ervoor dat:
a. de toelaatbare belasting en het aantal toe te laten mensen, aangegeven op opschriften in de kooi, niet worden overschreden;
b. bij vervoer van goederen de belasting zo gelijkmatig mogelijk over het vloeroppervlak van de kooi wordt verdeeld;
c. ingeval van liften zonder kooiafsluiting, wagens voor het vervoer van goederen, benevens beweegbare onderdelen van die wagens, in de kooi zijn vastgezet.
### Artikel 20
Degene die een lift voorhanden heeft, is verplicht ervoor te zorgen dat:
**1.**
Degene die een lift voorhanden heeft, zorgt ervoor dat:
a. in liftschachten geen leidingen of installaties worden aangebracht die niet voor de werking of veiligheid van de lift zijn vereist;
b. machinekamers, schijvenruimten en schachtputten niet worden gebruikt als bergruimte van voorwerpen, welke niet tot de lift behoren;
c. machinekamers, schijvenruimten en luiken, bestemd voor inspectie en onderhoud, zijn afgesloten met slot en sleutel;
d. de onder c bedoelde sleutels zijn voorzien van aanduidingen en op een uitsluitend voor bevoegden toegankelijke plaats worden bewaard;
e. in de machinekamers een aanwijzing is opgehangen, waarin is aangegeven, op welke wijze de machine kan worden getornd.
e. nabij de tornmiddelen een aanwijzing is opgehangen, waarin is aangegeven, op welke wijze de machine kan worden getornd.
**2.** Een bouwlift voor personenvervoer of een transportsteiger wordt bediend door personen die met de bediening vertrouwd zijn.
### Artikel 21
Degene die een lift voorhanden heeft, welke is voorzien van een merk van afkeuring is verplicht er voor te zorgen dat de schachtdeuren van de lift niet zonder bijzondere hulpmiddelen kunnen worden geopend en op of nabij elke schachtdeur van de lift duidelijk en opvallend een opschrift is aangebracht waaruit blijkt dat de lift buiten dienst is gesteld.
Degene die een lift voorhanden heeft, welke is voorzien van een merk van afkeuring zorgt ervoor dat de schachtdeuren van de lift niet zonder bijzondere hulpmiddelen kunnen worden geopend en op of nabij elke schachtdeur van de lift duidelijk en opvallend een opschrift is aangebracht waaruit blijkt dat de lift buiten dienst is gesteld.
### Artikel 21a
Een transportsteiger wordt slechts gebruikt indien:
a. deze zodanig is opgesteld dat de afstand tussen de baan van het hefvlak en enig deel van het gebouw, de installatie of dergelijke niet minder dan 0,5 m bedraagt;
b. het aantal personen niet meer bedraagt dan voor het begeleiden van de goederen noodzakelijk is met een maximum van drie personen;
c. de bedienende persoon tijdens het verplaatsen van het hefvlak goed zicht heeft op alle personen die zich op het hefvlak bevinden.
### Artikel 22
Liften of veiligheidscomponenten die niet in overeenstemming zijn met dit besluit mogen op (jaar-)beurzen, exposities en bij demonstraties worden tentoongesteld en gedemonstreerd, mits op een zichtbaar bord is aangegeven dat de liften en veiligheidscomponenten niet in overeen-stemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde, in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van personen te waarborgen.
Artikel 4b, eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op het tentoonstellen en demonstreren op (jaar-)beurzen, exposities en bij demonstraties van liften of veiligheidscomponenten die niet in overeenstemming zijn met dit besluit, mits op een zichtbaar bord duidelijk is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde, in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties worden alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van de mens te waarborgen.
## Hoofdstuk V. Merk van afkeuring
## Hoofdstuk V. Aanwijzing instellingen
### Paragraaf . Criteria voor aanwijzing
### Artikel 23
**1.** Het is verboden een op een lift of een veiligheidscomponent aangebracht merk van afkeuring te verwijderen, te beschadigen of onleesbaar te maken.
**1.**
**2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van de ambtenaren die op grond van artikel 12, eerste lid, eerste zin, van de wet ten aanzien van liften en veiligheidscomponenten aangewezen zijn.
Als aangewezen instelling of als aangewezen aangemelde instelling kan worden aangewezen een instelling die:
**3.** Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van merken van afkeuring nadere regels gesteld.
a. rechtspersoonlijkheid heeft;
b. haar zetel of een vestiging in Nederland heeft;
c. onafhankelijk is van degenen die bij het resultaat van de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen belang hebben;
d. beschikt over voldoende deskundigheid en outillage om de uitvoering van de taken waarvoor zij is aangewezen, naar behoren te kunnen vervullen;
e. beschikt over een behoorlijke administratie, waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de gekeurde liften, bouwliften voor personenvervoer en transportsteigers alsmede de onderzochte kwaliteitssystemen afdoende te identificeren;
f. naar behoren functioneert.
## Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
**2.** In aanvulling op het eerste lid komen voor een aanwijzing als aangewezen aangemelde instelling slechts in aanmerking instellingen die ten minste voldoen aan de in bijlage VII van de richtlijn neergelegde voorwaarden.
### Paragraaf . Waarschuwingsplicht
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
### Paragraaf . Verstrekken gegevens
### Artikel 24
**1.** Indien naar het oordeel van Onze Minister bepaalde liften of veiligheidscomponenten die voorzien zijn van de CE-markering, op passende wijze zijn geïnstalleerd en worden onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, desondanks gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, kan hij de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, gelasten om de bezitters dan wel de vermoedelijke bezitters van die liften of veiligheidscomponenten, onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar.
**1.** De instelling verstrekt jaarlijks aan Onze Minister een afschrift van de polis van de afgesloten verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid tegen alle risico's die voortvloeien uit de uitoefening van de taken waarvoor zij is aangewezen.
**2.** Indien de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, de krachtens het eerste lid gelaste maatregelen niet onverwijld of niet op doeltreffende wijze uitvoert, kan Onze Minister die maatregelen treffen op kosten van de genoemde personen.
**3.** Onze Minister geeft van de maatregelen of de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.
### Paragraaf . Noodmaatregelen
### Paragraaf . Wijziging, beëindiging werkzaamheden
### Artikel 25
**1.**
**1.** Indien een wijziging plaatsvindt in de gegevens op grond waarvan de instelling is aangewezen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister.
Indien naar het oordeel van Onze Minister bepaalde liften of veiligheidscomponenten die voorzien zijn van de CE-markering, op passende wijze zijn geïnstalleerd en worden onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, kan hij:
**2.** Indien een instelling voornemens is een of meer van de taken waarvoor zij is aangewezen, te beëindigen, doet de instelling hiervan terstond mededeling aan Onze Minister en de certificaathouders. In dat geval worden door de instelling de gegevens, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder e, overgedragen aan Onze Minister dan wel, na toestemming van Onze Minister en de certificaathouders, een andere instelling die voor dezelfde taken is aangewezen.
a. een verbod uitvaardigen tot het vervaardigen, het in Nederland invoeren, verhandelen en in bedrijf stellen van die liften of veiligheidscomponenten, of
b. de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, verplichten om overeenkomstig de daarbij gegeven aanwijzingen passende maatregelen te nemen om die liften en veiligheidscomponenten zoveel mogelijk uit de handel te nemen.
**2.** Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat.
**3.** Onze Minister geeft van de maatregelen of de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.
**4.** Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
### Paragraaf . Keuringsinstanties
### Paragraaf . Aanvraag om aanwijzing
### Artikel 26
**1.** Voor een aanwijzing als keuringsinstantie komen in aanmerking instanties die ten minste voldoen aan de in bijlage VII van de richtlijn neergelegde voorwaarden.
**1.** Een aanvraag om aanwijzing gaat vergezeld van het bewijs dat is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 23, eerste lid, dan wel in geval van artikel 23, tweede lid, tevens van bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, dan wel van een verklaring waaruit de bereidheid blijkt om voor eigen rekening een onderzoek naar het voldoen aan deze criteria dan wel voorwaarden te ondergaan.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen aan de keuringsinstantie nadere voorwaarden worden gesteld.
**2.** Een aanwijzing kan worden geweigerd dan wel worden gewijzigd of ingetrokken indien niet of niet volledig is voldaan aan de bij de wet of bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Een aanwijzing kan worden ingetrokken indien de instelling gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar geen werkzaamheden, waarvoor zij is aangewezen, heeft uitgevoerd.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
## Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
### Artikel 27
Een wijziging van een van de bijlagen van de richtlijn waarnaar in dit besluit wordt verwezen, treedt voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Een wijziging van een van de bijlagen van de richtlijn waarnaar in dit besluit wordt verwezen, treedt voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
## Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 27a
Artikel 10, derde lid, van de wet is mede van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken van een lift in de huishouding.
Dit besluit is mede van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken van een lift in de particuliere huishouding.
### Artikel 28
**1.** Dit besluit is niet van toepassing op liften en veiligheidscomponenten die voor 1 juli 1997 in bedrijf zijn gesteld.
**1.** Dit besluit is niet van toepassing op veiligheidscomponenten die zijn voorzien van het EEG-merkteken en vergezeld gaan van het certificaat van overeenstemming, bedoeld in artikel 6 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987 ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (hef- en verladingsapparatuur; liften met elektrische aandrijving) (*Stcrt.* 1987, 124) en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5.
**2.** Met betrekking tot de veiligheidscomponenten, bedoeld in het eerste lid, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop krachtens een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die veiligheidscomponenten gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het *Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen* bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
### Artikel 28a
**1.** De artikelen 5 en 8 zijn niet van toepassing op liften die zijn vervaardigd in overeenstemming met de vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in artikel 28b en die voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5.
**2.** Met betrekking tot de liften, bedoeld in het eerste lid, waarop de artikelen 5 en 8 niet worden toegepast en waarop krachtens een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die liften gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het *Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen* bekendgemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
### Artikel 28b
De artikelen 5 en 8 zijn niet van toepassing op liften die tussen 16 augustus 1991 en 1 juli 1999 in bedrijf zijn gesteld en die geheel voldoen aan hetgeen ten aanzien van de vervaardiging is bepaald in de hoofdstukken 0 tot en met 16 en bijlage Z van NEN-EN 81-1, tweede druk, uitgegeven in september 1986, zoals gewijzigd in december 1989, in onderscheidenlijk NEN-EN 81-2, eerste druk, uitgegeven in mei 1989, met dien verstande dat in plaats van punt 13.1.1.4 van die normen het volgende geldt:
«De elektrische installatie van liften dient te voldoen aan de eisen vermeld in de geharmoniseerde documenten van het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) welke zijn goedgekeurd door de nationale comités voor de elektrotechniek van de landen van de Europese Economische Gemeenschap».
### Artikel 28c
**1.**
De artikelen 5 en 8 zijn niet van toepassing ten aanzien van liften die vóór 16 augustus 1991 in bedrijf zijn gesteld en die
a. geheel voldoen aan de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, uitgegeven in december 1950, dan wel
b. voldoen aan de hoofdstukken II tot en met X en XII van N 1081, uitgegeven in december 1950, met uitzondering van de artikelen 5, derde lid, 8, tweede lid, 12, vijfde lid, 13, tweede lid, eerste volzin, 16, eerste tot en met vierde lid, 17, tweede en derde lid, 19, eerste lid, 20, derde lid, 21, laatste volzin, 22, tweede lid, 26, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, 27, derde lid, 28, eerste lid, onder *a*, en tweede lid, onder *e*, 32, 34, eerste lid, onder *c*, en tweede lid, onder *a* en *b*, 41, derde lid, onder *b*2, en vierde lid, 42, tweede lid, 43, eerste lid, 48, derde lid, en 49, tweede en vierde lid, vanaf de tweede volzin, mits zij voldoen aan de met de hiervoor genoemde bepalingen van N 1081 overeenkomende bepalingen van NEN 1081, uitgegeven in december 1971, zoals gewijzigd in februari 1989, met dien verstande dat, indien de kooiafsluitingen van een lift mechanisch worden aangedreven, de blokkeerinrichting in de kooi achterwege mag blijven, dan wel
c. geheel voldoen aan de hoofdstukken II tot en met X en XII van NEN 1081, uitgegeven in december 1971, zoals gewijzigd in februari 1989, dan wel
d. geheel voldoen aan de hoofdstukken 0 tot en met 16 van NEN-EN 81-1, eerste druk, uitgegeven in juni 1979.
**2.**
Dit besluit is niet van toepassing op:
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b en c, moeten de daar bedoelde liften die in bedrijf zijn gesteld op of na 24 januari 1978 ten aanzien van kooitoegangen en de vloeroppervlakte van de kooi voldoen aan hetgeen daaromtrent is bepaald in NEN-EN 81-1, eerste druk, uitgegeven in juni 1979, met dien verstande dat voor liften met hydraulische aandrijving in punt 8.2.1 van die norm, in noot *c* onder tabel 1.1 in plaats van «0,16 m^2», geldt: 0,50 m^2.
a. liften en veiligheidscomponenten die zijn vervaardigd in overeenstemming met de bepalingen van het Liftenbesluit I en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5;
b. veiligheidscomponenten die zijn voorzien van het EEG-merkteken en vergezeld gaan van het certificaat van overeenstemming, bedoeld in artikel 6 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987 ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (hef- en verladingsapparatuur; liften met elektrische aandrijving) (Stcrt. 1987, 124) en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5.
Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet ten aanzien van liften voor de levering waarvan opdracht is gegeven vóór 24 oktober 1978 en die voor eerste keuring zijn gereed gekomen vóór 24 juli 1979.
**3.** Met betrekking tot de liften en veiligheidscomponenten, bedoeld in de voorgaande leden, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop ingevolge een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die liften of veiligheidscompo-nenten gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend-gemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.
### Artikel 28d
De artikelen 5 en 8 zijn niet van toepassing op liften die tussen 16 augustus 1991 en 1 juli 1997 in bedrijf zijn gesteld, indien voor de levering daarvan opdracht is gegeven vóór 16 augustus 1991, mits zij voldoen aan artikel 28c, eerste lid, onderdeel c en tevens aan het tweede lid van dat artikel, dan wel in het geval van een lift met elektrische aandrijving aan artikel 28c, eerste lid, onderdeel d.
### Artikel 28e
Door de Arbeidsinspectie op grond van artikel 11 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen verleende ontheffingen van het Liftenbesluit I ten aanzien van liften en bouwliften voor personenvervoer berusten na de inwerkingtreding van dit besluit op artikel 16, tweede lid, van de wet.
### Artikel 29
@ -285,4 +394,4 @@ b. artikel 29, onderdeel B, in werking treedt met ingang van 1 januari 1997.
### Artikel 34
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit liften.
Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit liften.