2007-10-12 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

This commit is contained in:
Coornhert 2007-10-12 12:00:00 +00:00
parent e19bad0888
commit fa2e9b3d17

View file

@ -199,12 +199,10 @@ Het verzoek om als convenanthouder te worden toegelaten tot de verkorte mvv-proc
Om gebruik te kunnen maken van de verkorte mvv-procedure gelden voor bedrijven de volgende voorwaarden:
1. het bedrijf moet staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hiertoe dient een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel te worden overgelegd dat op het moment van het verzoek om tot de verkorte mvv-procedure te worden toegelaten niet ouder is dan 30 dagen.
2. de bedrijfsleiding dient desgevraagd aan te tonen dat het bedrijf solvabel is. Dit moet blijken uit het financiële jaarverslag met daarin de jaarrekeningen en belastinggegevens van het bedrijf.
3. in het jaar voorafgaand aan de datum waarop een bedrijf om toelating tot de verkorte mvv-procedure verzoekt, dienen via de reguliere procedure ten minste tien mvv-aanvragen voor het verrichten van arbeid in loondienst of stage bij dat bedrijf te zijn ingediend en ingewilligd. Deze voorwaarde geldt niet voor bedrijven die op 10 oktober 2001 reeds tot de verkorte mvv-procedure waren toegelaten.
4. per jaar dienen ten minste tien mvv-aanvragen via de verkorte mvv-procedure te worden ingediend voor het verrichten van arbeid in loondienst of stage bij dat bedrijf. Deze aanvragen moeten uiteindelijk ook zijn ingewilligd. Het gaat daarbij om het bedrijf waaraan de TWV is afgegeven en waar de vreemdeling ook daadwerkelijk zijn werkzaamheden zal gaan verrichten.
5. het bedrijf moet ervoor garant staan, door middel van ondertekening van het betreffende inlichtingenformulier en de garantstelling dat de vreemdeling voor wie de mvv-aanvraag via de verkorte mvv-procedure wordt ingediend, voldoet aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning (zie B1/4) en aan de specifieke voorwaarden voor het verrichten van arbeid in loondienst (zie B5/2 en B5/3) of stage (zie B5/5) bij dat bedrijf.
6. indien de vreemdeling niet langer bij het bedrijf werkzaam is, zorgt het bedrijf ervoor dat daarvan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de IND.
1. het bedrijf moet staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hiertoe dient een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel te worden overgelegd dat op het moment van het verzoek om tot de verkorte mvv-procedure te worden toegelaten niet ouder is dan 30 dagen;
2. de bedrijfsleiding dient desgevraagd aan te tonen dat het bedrijf solvabel is. Dit moet blijken uit het financiële jaarverslag met daarin de jaarrekeningen en belastinggegevens van het bedrijf;
3. het bedrijf moet ervoor garant staan, door middel van ondertekening van het betreffende inlichtingenformulier en de garantstelling dat de vreemdeling voor wie de mvv-aanvraag via de verkorte mvv-procedure wordt ingediend, voldoet aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning (zie B1/4) en aan de specifieke voorwaarden voor het verrichten van arbeid in loondienst (zie B5/2 en B5/3) of stage (zie B5/5) bij dat bedrijf;
4. indien de vreemdeling niet langer bij het bedrijf werkzaam is, zorgt het bedrijf ervoor dat daarvan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de IND.
###### 1.5.1.2. Voorwaarden voor onderwijsinstellingen
@ -730,6 +728,8 @@ Onregelmatige inkomsten (overwerkvergoeding, onregelmatigheidstoeslag en fooien)
De middelen van bestaan moeten ingevolge artikel 3.74 Vb voldoende zijn.
Ingevolge artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag getoetst aan artikel 3.74 Vb zoals de betekenis was ten tijde van de ontvangst van de aanvraag. Derhalve is de toepasselijke inkomensnorm de norm die geldt op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen tenzij de inkomensnorm op een later tijdstip gunstiger is.
Ingevolge artikel 3.103 Vb wordt de aanvraag, indien deze is ontvangen vóór 1 november 2004, getoetst aan artikel 3.74 Vb, zoals dat luidde vóór die datum.
Artikel 3.74 Vb zoals dat luidde direct voorafgaand aan 1 november 2004, bepaalde dat de in artikel 16, eerste lid, onder c, Vw bedoelde middelen van bestaan voldoende zijn, indien het netto inkomen gelijk is aan:
@ -746,9 +746,9 @@ In geval van gezinsvorming wordt het netto-inkomen vergeleken met 120% van het r
Deze inkomenseis impliceert niet dat de hoogte van de bijstandsuitkering krachtens de Wwb ontoereikend is voor het gewone levensonderhoud, maar stelt veilig dat in individuele gevallen is uitgesloten dat een beroep wordt gedaan op andere uit de algemene middelen gefinancierde inkomensafhankelijke regelingen. Voorts heeft het een immigratiebeperkende werking.
Een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm, waarmee de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden voldaan, waarborgt namelijk niet dat de betrokkenen geen beroep doen of kunnen doen op uit algemene middelen gefinancierde inkomensafhankelijke regelingen. De aanspraak op bijzondere bijstand is maximaal voor mensen met een inkomen op het sociaal minimum en loopt voor echtparen en gezinnen af tot nul bij een inkomen van ongeveer 120% à 130% van het minimumloon in de zin van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. Het recht op kwijtschelding van gemeentelijke heffingen wordt voor echtparen en gezinnen afgebouwd op het inkomenstraject tot ongeveer 120% Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag.
Een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm, waarmee de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden voldaan, waarborgt namelijk niet dat de betrokkenen geen beroep doen of kunnen doen op uit algemene middelen gefinancierde inkomensafhankelijke regelingen. De aanspraak op bijzondere bijstand is maximaal voor mensen met een inkomen op het sociaal minimum en loopt voor echtparen en gezinnen af tot nul bij een inkomen van ongeveer 120% à 130% van het minimum loon in de zin van de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag. Het recht op kwijtschelding van gemeentelijke heffingen wordt voor echtparen en gezinnen afgebouwd op het inkomenstraject tot ongeveer 120% Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag.
Er wordt in dit kader aangesloten bij het minimumloon voor personen van 23 jaar en ouder. Er wordt niet aangesloten bij de desbetreffende minimumjeugdlonen. Deze bedragen voor 21- en 22-jarigen 72½ respectievelijk 85 procent van het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (zie artikel 2, eerste lid, van het Besluit minimumjeugdloonregeling). Ook van de 21- en 22-jarige gezinshereniger die een nieuwe partner wil laten overkomen, wordt verwacht dat hij zijn financiële verantwoordelijkheden daarvoor duurzaam kan waarmaken. Indien daar in een bijzonder geval, bijvoorbeeld omdat internationale verplichtingen daartoe nopen, toch toestemming toe moet worden verleend, wordt ingeval van een 18-, 19- of 20-jarigen uiteraard niet een inkomen verlangd ter hoogte van 45½, respectievelijk 52½ en 61½ procent van het minimumloon bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Deze zouden ook na verhoging met 20% nog aanzienlijk lager zijn dan de voorheen geldende norm van 100% van het bijstandsniveau dat thans voor gezinshereniging wordt gehanteerd. Aansluiting bij de lagere minimumjeugdlonen zou derhalve het effect van de regeling teniet doen en de mogelijkheden van een beroep op de inkomensafhankelijke regelingen vergroten.
Er wordt in dit kader aangesloten bij het minimumloon voor personen van 23 jaar en ouder. Er wordt niet aangesloten bij de desbetreffende minimumjeugdlonen. Deze bedragen voor 21- en 22-jarigen 72½ respectievelijk 85 procent van het minimumloon, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (zie artikel 2, eerste lid, van het Besluit minimumjeugdloonregeling). Ook van de 21- en 22-jarige gezinshereniger die een nieuwe partner wil laten overkomen, wordt verwacht dat hij zijn financiële verantwoordelijkheden daarvoor duurzaam kan waarmaken. Indien daar in een bijzonder geval, bijvoorbeeld omdat internationale verplichtingen daartoe nopen, toch toestemming moet worden verleend, wordt ingeval van een 18-, 19- of 20-jarigen uiteraard niet een inkomen verlangd ter hoogte van 45½, respectievelijk 52½ en 61½ procent van het minimumloon bedoeld in de artikelen 8, eerste lid en 14 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Deze zouden ook na verhoging met 20% nog aanzienlijk lager zijn dan de voorheen geldende norm van 100% van het bijstandsniveau dat thans voor gezinshereniging wordt gehanteerd. Aansluiting bij de lagere minimumjeugdlonen zou derhalve het effect van de regeling teniet doen en de mogelijkheden van een beroep op de inkomensafhankelijke regelingen vergroten.
##### 4.3.4. Inkomsten uit arbeid als zelfstandige
@ -1526,7 +1526,7 @@ De EG-status als langdurig ingezetene kan na intrekking in sommige gevallen word
##### 7.1.4. Middelen van bestaan
Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden afgewezen indien de vreemdeling, al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan
Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden afgewezen indien de vreemdeling, al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. Wanneer de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam over middelen van bestaan beschikt ter hoogte van minimaal de norm voor alleenstaanden kan het duurzame en zelfstandige inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft worden meegeteld. Dan geldt wel de toepasselijke gezinsnorm.
Voor de beoordeling of er *zelfstandig* over middelen wordt beschikt wordt verwezen naar artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1.
@ -1537,7 +1537,7 @@ Voor de beoordeling of er over *voldoende* middelen wordt beschikt wordt verweze
Onder gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft, wordt hier verstaan:
de echtgeno(o)t(e) en de al dan niet geregistreerde partner van de vreemdeling met wie de vreemdeling samenwoont en een gemeenschappelijke huishouding voert; of
het andere gezinslid bij wie de vreemdeling oorspronkelijk in het kader van (verruimde) gezinshereniging verblijf was toegestaan en bij wie de vreemdeling nog steeds verblijft.
het andere gezinslid bij wie de vreemdeling oorspronkelijk in het kader van (verruimde) gezinshereniging verblijf was toegestaan en bij wie de vreemdeling nog steeds verblijft. Hierbij is van belang dat, indien bij de toelating in het kader van (verruimde) gezinshereniging, het inkomen van de hoofdpersoon en diens echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner voor de beoordeling van het middelenvereiste als uitgangspunt is genomen, dit zelfde uitgangspunt ook nu van toepassing is.
Voor het verkrijgen van de vergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene met toepassing van artikel 21 Vw gelden geen vrijstellingen inzake het beschikken over voldoende en duurzame middelen van bestaan.
@ -1664,7 +1664,6 @@ Ingevolge artikel 21a, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw wordt de aanvraag
gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a of l, Vw heeft gehad (zie artikel 21a, eerste lid, onder a, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen;
of indien de vreemdeling:
als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad;
de gezinsband niet binnen een jaar na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (als bedoeld in artikel 14 Vw) is verbroken;
de vreemdeling sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst;
@ -1672,14 +1671,12 @@ of indien de vreemdeling:
de vreemdeling ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 21, vijfde lid, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen;
of indien de vreemdeling:
in Nederland is geboren of voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef;
sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en
inmiddels achttien jaar is; in afwijking van artikel 21, eerste lid onder a, Vw behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn (zie artikel 21a, tweede lid, Vw);
of indien de vreemdeling:
duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.93, derde lid, Vb); en
duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.93, derde lid, Vb); of
gebruik kan maken van de in artikel 3.92, eerste lid, Vb geregelde terugkeeropties.
##### 7.2.5. Openbare orde
@ -2794,7 +2791,7 @@ Ingevolge artikel 3.17, onder a, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend indien
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij dienen ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever, de belastingdienst en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres te voeren. Daarnaast dienen de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de GBA te staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf aanvragen, geldt dat zij direct nadat zij in Nederland over de verblijfsvergunning beschikken met hun echtgeno(o)t(e) dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in Nederland met hun echtgeno(o)t(e) dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld.
Het voorstel tot opheffing van de samenwoningsverplichting voor echtgenoten in het Burgerlijk Wetboek laat onverlet dat samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding in andere regelgeving als voorwaarde kan worden gesteld voor het laten intreden van bepaalde rechtsgevolgen. Dat is in de toelichting op genoemd wetsvoorstel nadrukkelijk veilig gesteld.
@ -3175,7 +3172,7 @@ Ook indien de in Nederland verblijvende hoofdpersoon met een andere man of vrouw
De vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven moeten feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Zij dienen ook naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever, de belastingdienst en de zorgverzekeraar, hetzelfde adres te voeren. Daarnaast dienen de vreemdeling en de persoon bij wie deze wil verblijven op hetzelfde adres in de GBA te staan ingeschreven.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf aanvragen, geldt dat zij direct nadat zij in Nederland over de verblijfsvergunning beschikken met hun (huwelijks)partner dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld.
Voor vreemdelingen die vanuit het buitenland verblijf (mvv) aanvragen, geldt dat zij direct na inreis in Nederland met hun (huwelijks)partner dienen te gaan samenwonen als hier bedoeld.
#### 4.10. Openbare orde beleid
@ -4843,6 +4840,10 @@ Indien er sprake is van inmenging, wordt beoordeeld of die inmenging gerechtvaar
Indien het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven noopt tot aanvaarding van (voortgezet) verblijf, wordt een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM bij (naam hoofdpersoon met wie het gezinsleven moet worden toegestaan).
#### 10.3. Ambtshalve wijziging
#### 10.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening
## 3. Adoptiekinderen en pleegkinderen
### 1. Inleiding
@ -7582,7 +7583,7 @@ Uitgangspunt is dat degenen die verblijfsrecht genieten als economisch niet-acti
#### 4.1. Verblijfsrecht economisch niet-actieven algemeen, gepensioneerden
Economisch niet-actieve EU/EER-onderdanen en dito Zwitserse onderdanen komen voor verblijf als gemeenschapsonderdaan in aanmerking, indien en zolang zij over toereikende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van de publieke middelen. Tevens geldt dat zij voor zichzelf en voor zover van toepassing hun familieleden moeten beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risicos in Nederland dekt (zie artikel 8.12, eerste lid, onder b, Vb).
Economisch niet-actieve EU/EER-onderdanen en dito Zwitserse onderdanen komen voor verblijf als gemeenschapsonderdaan in aanmerking, indien en zolang zij over voldoende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van de publieke middelen. Tevens geldt dat zij voor zichzelf en voor zover van toepassing hun familieleden moeten beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risicos in Nederland dekt (zie artikel 8.12, eerste lid, onder b, Vb).
##### 4.1.1. Voldoende middelen van bestaan
@ -7938,7 +7939,7 @@ Ter zake van de afdoening van deze aanvragen leiden de legesbepalingen van de ar
#### 8.7. Seksuele dienstverlening
Terzake van het verrichten van arbeid in loondienst, geheel of ten dele bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden, geldt ingevolge artikel 2 Wav, in samenhang met artikel 3 Besluit uitvoering Wav, een verbod op tewerkstelling doordat een TWV wordt geweigerd. Zolang dit geldt, wordt terzake van het door onderdanen van bedoelde acht toetredende lidstaten verrichten van zodanige werkzaamheden geen verblijfsdocument EU/EER afgegeven.
Terzake van het verrichten van arbeid in loondienst, geheel of ten dele bestaande uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden, geldt ingevolge artikel 2 Wav, in samenhang met artikel 3 Besluit uitvoering Wav, een verbod op tewerkstelling doordat een TWV wordt geweigerd. Zolang dit geldt, wordt terzake van het door onderdanen van Bulgarije en Roemenië verrichten van zodanige werkzaamheden geen verblijfsdocument EU/EER afgegeven.
Met betrekking tot het verrichten van dergelijke arbeid, anders dan in loondienst, gelden de regels van B10/3.3.2.