From fa5748f30bcf23b9c8a5368e6a990c1c3f474900 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 31 Mar 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-03-31 | BWBR0009641 | Natuurbeschermingswet 1998 --- .../BWBR0009641/README.md | 241 ++++++++++++++++-- 1 file changed, 220 insertions(+), 21 deletions(-) diff --git a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md index 94a1d7afe1c..067f544d5ee 100644 --- a/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md +++ b/wet/natuurbeschermingswet-1998/BWBR0009641/README.md @@ -226,11 +226,11 @@ Binnen een jaar nadat het ontwerp-besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmon **2.** Als schadelijke handelingen worden in elk geval aangemerkt handelingen die de in het besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument vermelde wezenlijke kenmerken van het beschermde natuurmonument aantasten. -**3.** Voorzover een vergunning als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op het verrichten, doen verrichten of gedogen van handelingen die significante gevolgen kunnen hebben voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor dieren of planten in een beschermd natuurmonument, wordt deze slechts verleend indien met zekerheid vaststaat, dat die handelingen de natuurlijke kenmerken van het beschermde natuurmonument niet aantasten, tenzij dwingende redenen van groot openbaar belang tot het verlenen van een vergunning noodzaken. +**3.** Vervallen. **4.** Het in het eerste lid bedoelde verbod is tevens van toepassing op handelingen als bedoeld in dat lid die buiten het beschermd natuurmonument kunnen worden verricht en die zijn vermeld in het besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument, bedoeld in artikel 10, of een besluit tot voorlopige aanwijzing als bedoeld in artikel 12. Bij de vermelding van handelingen kunnen beperkingen worden gesteld en uitzonderingen worden opgenomen met betrekking tot het tijdvak waarin, de omstandigheden waaronder, de doeleinden waarvoor en met betrekking tot de personen door wie zij worden verricht. -**5.** Dit artikel is niet van toepassing op handelingen die worden verricht overeenkomstig een beheersplan als bedoeld in artikel 17. +**5.** Dit artikel is niet van toepassing op handelingen die worden verricht overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in artikel 17. **6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van bij die maatregel genoemde beschermde natuurmonumenten handelingen worden aangewezen waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door Onze Minister. @@ -288,7 +288,7 @@ c. een andere zwaarwichtige reden bestaat om niet tot verlenging van het beheerp ### Artikel 19a -**1.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met de eigenaars, gebruikers en andere belanghebbenden, voor een op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen gebied of een op grond van artikel 12, derde lid, voorlopig aangewezen gebied een beheerplan vast waarin met inachtneming van de instandhoudingsdoelstelling wordt beschreven welke instandhoudingsmaatregelen getroffen dienen te worden en op welke wijze. Tevens kan het beheerplan beschrijven welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten, in voorkomend geval onder nader in het beheerplan aangegeven voorwaarden en beperkingen, het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengen, mede gelet op de instandhoudingsmaatregelen die worden getroffen. +**1.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met de eigenaars, gebruikers en andere belanghebbenden, voor een op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen gebied of een op grond van artikel 12, derde lid, voorlopig aangewezen gebied een beheerplan vast waarin met inachtneming van de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, wordt beschreven welke instandhoudingsmaatregelen getroffen dienen te worden en op welke wijze. Tevens kan het beheerplan beschrijven welke handelingen en ontwikkelingen in het gebied en daarbuiten, in voorkomend geval onder nader in het beheerplan aangegeven voorwaarden en beperkingen, het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengen, mede gelet op de instandhoudingsmaatregelen die worden getroffen. Het beheerplan kan zulks ook doen ten aanzien van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën projecten en andere handelingen van nationaal belang in het gebied en daarbuiten. **2.** Een beheerplan als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld voor een tijdvak van ten hoogste zes jaren. Een beheerplan kan telkenmale voor een gelijk tijdvak worden verlengd. @@ -309,6 +309,10 @@ b. een overzicht op hoofdlijnen van de in de door het plan bestreken periode noo **8.** Indien een gebied voorlopig is aangewezen op grond van artikel 12, derde lid, wordt in afwijking van het zevende lid, een beheerplan als bedoeld in het eerste lid uiterlijk drie jaar na dagtekening van het besluit tot voorlopige aanwijzing voor het eerst vastgesteld. +**9.** Gedeputeerde staten kunnen in het beheerplan beschrijvingen als bedoeld in het eerste lid opnemen die betrekking hebben op de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid. + +**10.** Voor zover er in een beheerplan projecten worden opgenomen die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, wordt het beheerplan eerst vastgesteld nadat gedeputeerde staten een passende beoordeling hebben gemaakt van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstelling van dat gebied, en is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in de artikelen 19g en 19h. + ### Artikel 19b **1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 19a wordt een beheerplan als bedoeld in dat artikel, voor een op grond van artikel 10a, eerste lid, aangewezen gebied of een gebied dat voorlopig is aangewezen als bedoeld in artikel 12, derde lid, dat geheel of ten dele wordt beheerd door of onder verantwoordelijkheid valt van Onze Minister of één van Onze andere Ministers, voor het geheel onderscheidenlijk het betreffende gedeelte vastgesteld door Onze Minister of door Onze andere Minister in overeenstemming met Onze Minister, en voor zover nodig na overleg met betrokken eigenaren, gebruikers en andere belanghebbenden. @@ -317,31 +321,43 @@ b. een overzicht op hoofdlijnen van de in de door het plan bestreken periode noo **3.** Beheerplannen worden niet vastgesteld dan na overleg met de besturen van provincies, gemeenten en waterschappen op het grondgebied waarvan die beheerplannen betrekking hebben. -**4.** Artikel 19a, tweede, derde, vierde, vijfde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**4.** Artikel 19a, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede, derde, vierde, vijfde, zevende, negende en tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 19c -**1.** In de periode totdat het eerste beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied onherroepelijk is geworden draagt Onze Minister ervoor zorg dat passende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat bestaand gebruik de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied verslechtert en dat er door bestaand gebruik storende factoren optreden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen een significant effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. +**1.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat passende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat bestaand gebruik de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied verslechtert en dat er door bestaand gebruik storende factoren optreden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen een significant effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. **2.** -Ter uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister degene die bestaand gebruik uitoefent in de periode totdat het eerste beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied onherroepelijk is geworden, waardoor de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kan verslechteren of waardoor er storende factoren optreden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen een significant effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen: +Ter uitvoering van het eerste lid kan het bevoegd gezag degene die bestaand gebruik uitoefent waardoor de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kan verslechteren of waardoor er storende factoren optreden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen een significant effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen: -a. verplichten binnen een door Onze Minister te stellen termijn informatie te verstrekken over het gebruik; -b. verplichten binnen een door Onze Minister te stellen termijn en met inachtneming van door Onze Minister te geven instructies de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen; of -c. verplichten dat gebruik binnen een door Onze Minister te stellen termijn te staken of te beperken. +a. verplichten binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn informatie te verstrekken over het gebruik; +b. verplichten binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn en met inachtneming van door het bevoegd gezag te geven instructies de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen; of +c. verplichten dat gebruik binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn te staken of te beperken. -**3.** Onze Minister stelt belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze uit te brengen over een voornemen tot het opleggen van een verplichting als bedoeld in het tweede lid, tenzij de verslechtering of verstoring het opleggen van een verplichting terstond noodzakelijk maakt. +**3.** Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze uit te brengen over een voornemen tot het opleggen van een verplichting als bedoeld in het tweede lid, tenzij de verslechtering of verstoring het opleggen van een verplichting terstond noodzakelijk maakt. **4.** Het is verboden te handelen in strijd met een verplichting als bedoeld in het tweede lid. +**5.** + +Onder «bevoegd gezag» als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt verstaan: + +a. Onze Minister, indien: + +1°. voor het desbetreffende Natura 2000-gebied geen onherroepelijk geworden beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b is vastgesteld, of +2°. het gebruik een krachtens artikel 19d, vierde lid, aangewezen project of andere handeling is, of het gebruik plaatsvindt in of gevolgen heeft voor categorieën van gebieden die krachtens dat lid zijn aangewezen; +b. gedeputeerde staten, in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a. + +**6.** Het eerste tot en met het vijfde lid zijn niet van toepassing op bestaand gebruik dat overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b wordt uitgeoefend. + ### Artikel 19d -**1.** Het is verboden zonder vergunning, of in strijd met aan die vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, van gedeputeerde staten of, ten aanzien van projecten of andere handelingen als bedoeld in het vierde lid, van Onze Minister, projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. +**1.** Het is verboden zonder vergunning, of in strijd met aan die vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, van gedeputeerde staten of, ten aanzien van projecten of andere handelingen als bedoeld in het vierde lid, van Onze Minister, projecten of andere handelingen te realiseren onderscheidenlijk te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Zodanige projecten of andere handelingen zijn in ieder geval projecten of handelingen die de natuurlijke kenmerken van het desbetreffende gebied kunnen aantasten. **2.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het realiseren van projecten of het verrichten van andere handelingen overeenkomstig een beheerplan als bedoeld in de artikelen 19a of 19b. -**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaand gebruik gedurende de periode, bedoeld in artikel 19c, eerste lid, behoudens indien dat gebruik een project is dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar dat afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. +**3.** Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op bestaand gebruik, behoudens indien dat gebruik een project is dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar dat afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kan hebben voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen projecten of andere handelingen of categorieën van gebieden worden aangewezen waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door Onze Minister. @@ -359,13 +375,13 @@ c. verplichten dat gebruik binnen een door Onze Minister te stellen termijn te s Gedeputeerde staten houden bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, rekening -a. met de gevolgen die een project of andere handeling, waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, gelet op de instandhoudingsdoelstelling kan hebben voor een Natura 2000-gebied; +a. met de gevolgen die een project of andere handeling, waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, kan hebben voor een Natura 2000-gebied; b. met een op grond van artikel 19a of artikel 19b vastgesteld beheerplan, en c. vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede regionale en lokale bijzonderheden. ### Artikel 19f -**1.** Voor projecten waarover gedeputeerde staten een besluit op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, nemen, en die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, maakt de initiatiefnemer alvorens gedeputeerde staten een besluit nemen, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstelling van dat gebied. +**1.** Voor projecten waarover gedeputeerde staten een besluit op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, nemen, en die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten of plannen significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, maakt de initiatiefnemer alvorens gedeputeerde staten een besluit nemen, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van dat gebied. **2.** De passende beoordeling terzake van een besluit op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, kan onderdeel uitmaken van een voor dat project voorgeschreven milieu-effectrapportage. @@ -402,16 +418,30 @@ b. na advies van de Commissie van de Europese Gemeenschappen om andere dwingende In de gevallen waarin Onze Minister bevoegd is te besluiten op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, zijn de artikelen 19e, 19f, 19g en 19h van overeenkomstige toepassing. +### Artikel 19ia + +**1.** + +Ingeval de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied mede betrekking heeft op doelstellingen als bedoeld in artikel 10a, derde lid, is artikel 16, eerste tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing op handelingen die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis van het Natura 2000-gebied anders dan vereist ingevolge de richtlijnen, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, of voor dieren en planten in dat gebied, of die het gebied ontsieren, met dien verstande dat: + +a. in het vierde lid in plaats van «het besluit tot aanwijzing als beschermd natuurmonument, bedoeld in artikel 10» wordt gelezen: het besluit tot aanwijzing, bedoeld in artikel 10a; +b. in het vijfde lid in plaats van «een beheerplan als bedoeld in artikel 17» wordt gelezen: de beschrijvingen in het desbetreffende beheerplan, bedoeld in artikel 19a, negende lid; +c. de krachtens het zesde lid aangewezen handelingen de krachtens artikel 19d, vierde lid, aangewezen handelingen zijn. + +**2.** Ingeval het eerste lid van toepassing is, geldt een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, tevens als een aanvraag van een vergunning als bedoeld in het artikel 16, eerste lid, in samenhang met het eerste lid. + +**3.** Ingeval een handeling als bedoeld in het eerste lid bestaand gebruik is waarop artikel 19d, derde lid, van toepassing is, is in plaats van het verbod, bedoeld in artikel 16, eerste lid, artikel 19c van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de maatregelen, bedoeld in artikel 19c, eerste en tweede lid, tot doel hebben te voorkomen dat bestaand gebruik mogelijk nadelige gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied, gelet op de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid. + ### Artikel 19j **1.** -Een bestuursorgaan houdt bij het nemen van een besluit tot het vaststellen van een plan dat, gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, ongeacht de beperkingen die terzake in het wettelijk voorschrift waarop het berust, zijn gesteld, rekening +Een bestuursorgaan houdt bij het nemen van een besluit tot het vaststellen van een plan dat, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, ongeacht de beperkingen die terzake in het wettelijk voorschrift waarop het berust, zijn gesteld, rekening a. met de gevolgen die het plan kan hebben voor het gebied, en -b. met het op grond van artikel 19a of artikel 19b voor dat gebied vastgestelde beheerplan. +b. met het op grond van artikel 19a of artikel 19b voor dat gebied vastgestelde beheerplan voor zover dat betrekking heeft op de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid. -**2.** Voor plannen als bedoeld in het eerste lid, die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, maakt het bestuursorgaan alvorens het plan vast te stellen een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstelling van dat gebied. +**2.** Voor plannen als bedoeld in het eerste lid, die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar die afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het desbetreffende gebied, maakt het bestuursorgaan alvorens het plan vast te stellen een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstelling, met uitzondering van de doelstellingen, bedoeld in artikel 10a, derde lid, van dat gebied. **3.** In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt het besluit, bedoeld in het eerste lid, alleen genomen indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in de artikelen 19g en 19h. @@ -441,6 +471,167 @@ b. met het op grond van artikel 19a of artikel 19b voor dat gebied vastgestelde **5.** Het coördinerend bestuursorgaan bevordert een doelmatige en samenhangende besluitvorming. De andere betrokken bestuursorganen verlenen alle medewerking die voor het welslagen van een doelmatige en samenhangende besluitvorming nodig is. +### Artikel 19kb + +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop wordt vastgesteld of projecten, andere handelingen of plannen een verslechterend of significant verstorend effect kunnen hebben als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, of artikel 19j, eerste lid, alsmede over de wijze waarop wordt bepaald of projecten of plannen significante gevolgen kunnen hebben als bedoeld in artikel 19f, eerste lid, of artikel 19j, tweede lid. + +**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op rekenmodellen, onderzoeksmethoden of meetmethoden waarmee effecten of gevolgen als bedoeld in het eerste lid kunnen worden bepaald. + +### Artikel 19kc + +**1.** Bij ministeriële regeling kan aan degenen die bepaalde handelingen met, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, mogelijk nadelige gevolgen voor een bij die regeling aangewezen Natura 2000-gebied of onderdeel daarvan, verrichten, laten verrichten, of daartoe het voornemen hebben, een verplichting worden opgelegd tot het melden van die handeling. + +**2.** + +In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt geregeld aan welk bestuursorgaan de melding wordt gericht, en kunnen verder regels worden gesteld over onder meer: + +a. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan; +b. de gegevens die bij de melding worden verstrekt; +c. de wijze waarop de gegevens worden verstrekt. + +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op handelingen waarop artikel 19d, eerste of tweede lid, van toepassing is, en op handelingen met betrekking tot wegen, vaarwegen, spoorwegen, waterkeringen, havens, luchthavens en luchtvaart, inclusief het gebruik daarvan. + +**4.** Het is verboden in strijd te handelen met een verplichting als het bedoeld in het eerste lid. + +#### Paragraaf 2a. Nadere regels met betrekking tot stikstofdepositie + +##### Paragraaf 2a.1. Regels met betrekking tot de vergunningplicht en de aanschrijvingsbevoegdheid + +### Artikel 19kd + +**1.** + +Bij besluiten over het toepassen van artikel 19c en het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, betrekt het bevoegd gezag niet de gevolgen die een handeling kan hebben door het veroorzaken van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied in de volgende gevallen: + +a. de handeling is gebruik dat op de referentiedatum werd verricht en is sedertdien niet of niet in betekenende mate gewijzigd, en heeft sedertdien per saldo geen toename van stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied veroorzaakt; +b. de handeling is een activiteit die na de referentiedatum is begonnen, of een gebruik dat na de referentiedatum in betekenende mate is gewijzigd, waarbij is verzekerd dat, in samenhang met voor die activiteit getroffen maatregelen, de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied als gevolg van die activiteit of dat gebruik per saldo niet is toegenomen of zal toenemen. + +**2.** Met betrekking tot de bepaling van de door handelingen en maatregelen als bedoeld in het eerste lid veroorzaakte of te veroorzaken stikstofdepositie kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld. Daarbij kan onder meer worden geregeld dat hiervoor bij of krachtens andere wetten bijgehouden of aan een bevoegd gezag overgelegde gegevens kunnen worden gebruikt. + +**3.** + +Onder «referentiedatum» als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: + +a. 7 december 2004, of +b. de datum waarop het desbetreffende gebied is aangewezen ter uitvoering van richtlijn 79/409/EEG dan wel, ingeval dit eerder is, de datum waarop het desbetreffende gebied door de Europese Commissie tot een gebied van communautair belang is verklaard ter uitvoering van artikel 4, tweede lid, van richtlijn 92/43/EEG, voor zover die aanwijzing, onderscheidenlijk verklaring plaatsvindt na 7 december 2004. + +**4.** Onder «voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied» wordt voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 19ke en 19kf verstaan: voor stikstof gevoelige natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000-gebied ten aanzien waarvan op grond van artikel 6, eerste lid, van richtlijn 92/43/EEG een verplichting geldt tot het treffen van instandhoudingsmaatregelen. + +### Artikel 19ke + +**1.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat passende maatregelen worden genomen om verslechtering van de kwaliteit van de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied te voorkomen, en om de in het beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied ten aanzien van die habitats beschreven resultaten, bedoeld in artikel 19a, derde lid, onderdeel a, te verwezenlijken. + +**2.** + +Ter uitvoering van het eerste lid kan het bevoegd gezag aan degene wiens handelen stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied de verplichting opleggen om binnen een door het bevoegd gezag te stellen termijn: + +a. de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen, met inachtneming van door het bevoegd gezag gegeven instructies; +b. de handeling te staken of te beperken, of +c. informatie over de handeling te verstrekken. + +**3.** + +Een verplichting als bedoeld in het tweede lid kan worden voorgeschreven voor: + +– afzonderlijke gevallen bij beschikking, dan wel +– categorieën van gevallen bij algemeen verbindend voorschrift, voor zover de verplichting betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, of het drijven daarvan, en zij geen betrekking heeft op handelingen waarvoor Onze Minister het bevoegd gezag is. + +**4.** Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze uit te brengen over een voornemen tot het opleggen van een verplichting als bedoeld in het derde lid, tenzij de verslechtering het opleggen van een verplichting terstond noodzakelijk maakt. + +**5.** Het is verboden in strijd te handelen met een verplichting als bedoeld in het tweede lid. + +**6.** + +Onder «bevoegd gezag» als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, wordt verstaan: + +a. Onze Minister, indien de handeling een krachtens artikel 19d, vierde lid, aangewezen project of andere handeling is, of de handeling plaatsvindt in of gevolgen heeft voor categorieën van gebieden die krachtens dat lid zijn aangewezen; +b. in andere gevallen dan die, bedoeld in onderdeel a: + +– gedeputeerde staten, ingeval de verplichting voor één of meer afzonderlijke gevallen wordt voorgeschreven; +– provinciale staten, ingeval de verplichting voor categorieën van gevallen wordt voorgeschreven. De artikelen 2, vijfde lid, en 2a, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «gedeputeerde staten» wordt gelezen: provinciale staten. + +### Artikel 19kf + +**1.** Gedeputeerde staten kunnen ter vermindering van de stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied in elk geval, indien artikel 19kd niet van toepassing is, aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, de voorwaarde verbinden dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die wordt veroorzaakt door de handeling waarop de aanvraag van de vergunning betrekking heeft, niet groter is dan de door gedeputeerde staten geregistreerde en voor die handeling beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere handelingen. + +**2.** Gedeputeerde staten, onderscheidenlijk provinciale staten, kunnen bij het toepassen van artikel 19ke, tweede lid, in elk geval de verplichting opleggen dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied die wordt veroorzaakt door het desbetreffende handelen, geheel dan wel voor een bepaald deel, niet groter is dan de door gedeputeerde staten geregistreerde en voor dit handelen beschikbaar gestelde afname van stikstofdepositie op deze habitats als gevolg van de beëindiging van een of meer bepaalde andere handelingen. + +##### Paragraaf 2a.2. Programmatische aanpak vermindering stikstofdepositie + +### Artikel 19kg + +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen, in de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden, met het oog op de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling, bedoeld in artikel 10a, tweede lid. + +**2.** Ingeval het beheerplan voor een Natura 2000-gebied als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld door gedeputeerde staten, vindt de opname van dat gebied in het programma, bedoeld in het eerste lid niet plaats dan op voordracht van desbetreffende gedeputeerde staten. Het programma, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld in overeenstemming met desbetreffende gedeputeerde staten. + +**3.** Indien een Natura 2000-gebied wordt opgenomen in het programma, bedoeld in het eerste lid, zal in het beheerplan een doelstelling ten aanzien van stikstofdepositie worden opgenomen die strekt tot een ambitieuze en re-alistische daling, in een gelijkmatige reductie per beheerplanperiode, van de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied met het oog op de realisatie binnen afzienbare termijn van de instandhoudingsdoelstelling in dat gebied. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en andere stikstofverbindingen. + +**4.** Het programma wordt ten minste eenmaal in de zes jaar en voor de eerste keer uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet vastgesteld. Na het verstrijken van de eerste drie jaar van de geldingsduur kan naar aanleiding van een beoordeling van de in die periode opgedane ervaringen het plan door Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies, worden aangepast. + +### Artikel 19kh + +**1.** + +In een programma als bedoeld in artikel 19kg is voor de betrokken Natura 2000-gebieden in elk geval beschreven of genoemd: + +a. de omvang van de stikstofdepositie aan het begin van het tijdvak van het programma, onderscheiden naar: + +1°. depositie, veroorzaakt door factoren in de gebieden; +2°. depositie, veroorzaakt door factoren buiten de gebieden; +b. de verwachte autonome ontwikkelingen ten aanzien van de stikstofemissie door de factoren, bedoeld in onderdeel a, en de effecten daarvan op de omvang van stikstofdepositie in de gebieden; +c. de getroffen of te treffen maatregelen die bijdragen aan een vermindering van de stikstofdepositie, en de verwachte effecten van die maatregelen op de omvang van de depositie in de gebieden; +d. de sociaal-economische evaluatie en weging van haalbaarheid en betaalbaarheid van maatregelen als bedoeld in onderdeel c; +e. de doelstellingen ten aanzien van de omvang van de stikstofdepositie, al dan niet met tussendoelstellingen, of de indicatoren waaruit kan worden afgeleid of een doelstelling al dan niet is behaald welke noodzakelijk zijn met het oog op het bereiken van een goede staat van instandhouding; +f. de wijze waarop en frequentie waarmee de rapportage plaatsvindt over de voortgang en uitvoering van de getroffen of te treffen in het programma beschreven en genoemde maatregelen en de effecten daarvan op de depositie. + +**2.** In het programma kan onderscheid worden gemaakt tussen de depositie van ammoniak en andere stikstofverbindingen. + +**3.** + +Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, behoren in elk geval: + +a. maatregelen van bestuursorganen van het Rijk; +b. maatregelen voorzien in bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen; +c. gebiedsgerichte of effectgerichte maatregelen van bestuurorganen van het Rijk, provincies, gemeenten, of waterschappen. + +**4.** In het programma worden de uitgangspunten opgenomen voor de bepaling van ontwikkelingsruimte die als gevolg van de maatregelen, eerste lid, onderdeel c, ontstaat en de toedeling van die ruimte aan handelingen in en buiten de in het programma opgenomen Natura 2000-gebieden. + +**5.** In het programma kunnen projecten worden beschreven of genoemd waarvan op grond van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat, mede in het licht van de ontwikkelingsruimte die ontstaat als gevolg van de maatregelen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. Het verbod, bedoeld in artikel 19d, eerste lid, is niet van toepassing op projecten als bedoeld in de eerste volzin. + +### Artikel 19ki + +Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies, wijzigen of vervangen op verzoek van een bestuursorgaan dat het aangaat, in het programma opgenomen maatregelen als bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, indien het desbetreffende bestuursorgaan ten genoegen van Onze voornoemde Ministers en de provincies heeft aangetoond dat die wijziging of de vervangende maatregel per saldo een vergelijkbaar of positiever effect zal hebben op de vermindering van de stikstofdepositie. + +### Artikel 19kj + +**1.** De daartoe bevoegde bestuursorganen dragen zorg voor een tijdige uitvoering van de in het programma beschreven of genoemde maatregelen, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c. + +**2.** Ingeval Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in overeenstemming met de provincies van oordeel zijn dat een in het programma benoemde of beschreven maatregel niet meer nodig is, nemen zij het besluit dat het eerste lid niet meer van toepassing is op de desbetreffende maatregel. + +### Artikel 19kk + +Bij ministeriële regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen nadere regels worden gesteld over de inpassing van onderdelen van het programma, bedoeld in artikel 19kg, die betrekking hebben op, of van belang zijn voor een in het programma, bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, opgenomen Natura 2000-gebied, in het desbetreffende beheerplan. + +### Artikel 19kl + +**1.** Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Economische Zaken, uiterlijk vier maanden na inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet een voorlopig programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie. + +**2.** In het voorlopige programma, bedoeld in het eerste lid, worden in elk geval beschreven of genoemd de maatregelen en effecten, bedoeld in artikel 19kh, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met het tweede lid, onderdeel a. + +**3.** Het voorlopige programma vervalt op het moment dat een eerste programma als bedoeld in artikel 19kg, eerste lid, wordt vastgesteld. + +**4.** De artikelen 19kh, eerste lid, onderdeel f, 19ki en 19kj zijn van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 19km + +**1.** Het bevoegd gezag dat het beheerplan vaststelt deelt de overeenkomstig artikel 19kh, vierde lid, uitgezonderd de ruimte die is toegedeeld aan projecten als bedoeld in artikel 19kh, vijfde lid vastgestelde ruimte, uitsluitend toe aan handelingen in het gebied en daarbuiten die in het beheerplan zijn of worden opgenomen. + +**2.** Een hoeveelheid van ten minste 10% van de ontwikkelingsruimte mag uitsluitend worden toebedeeld aan handelingen die eerst aanvangen in de tweede helft van het tijdvak waarvoor het beheerplan is vastgesteld. + +**3.** De toedeling, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats nadat door het bevoegd gezag is vastgesteld dat de reductiedoelstellingen worden gehaald. + +**4.** Het bevoegd gezag dat het beheerplan vaststelt, draagt er zorg voor dat de handelingen waaraan ontwikkelingsruimte is toegedeeld, en de eventueel daarbij aangegeven voorwaarden en beperkingen, worden opgenomen in het beheerplan. + #### Paragraaf 3. Overige rechtsgevolgen ### Artikel 19l @@ -467,7 +658,7 @@ b. met het op grond van artikel 19a of artikel 19b voor dat gebied vastgestelde **3.** Gedeputeerde staten gaan niet over tot het treffen van de maatregelen dan nadat zij de eigenaar en gebruiker het voornemen daartoe schriftelijk hebben medegedeeld en, behoudens onverwijlde noodzaak, na de mededeling ten minste vier weken zijn verstreken. -**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een Natura 2000-gebied met dien verstande dat de noodzakelijke maatregelen worden getroffen, indien gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het aangewezen gebied verslechtert of indien er verstorende factoren optreden die een significant effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. In het geval het gebied wordt beheerd door of onder verantwoordelijkheid van Onze Minister of een van Onze andere Ministers, worden zodanige maatregelen getroffen door Onze Minister onderscheidenlijk Onze andere Minister in overeenstemming met Onze Minister. +**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een Natura 2000-gebied met dien verstande dat de noodzakelijke maatregelen worden getroffen, indien gelet op de instandhoudingsdoelstelling de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het aangewezen gebied verslechtert of indien er verstorende factoren optreden die een significant effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen, dan wel indien het beheerplan, bedoeld in artikel19a, voorziet in het treffen van de maatregelen met het oog op de realisatie van de instandhoudingsdoelstelling voor het desbetreffende gebied. In het geval het gebied wordt beheerd door of onder verantwoordelijkheid van Onze Minister of een van Onze andere Ministers, worden zodanige maatregelen getroffen door Onze Minister onderscheidenlijk Onze andere Minister in overeenstemming met Onze Minister. ### Artikel 22 @@ -624,6 +815,10 @@ De kosten van de schadebeoordelingscommissie worden de verzoeker niet in rekenin **2.** De werking van een besluit als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt geschorst totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. +**3.** Een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een beheerplan als bedoeld in artikel 19a heeft uitsluitend betrekking op de beschrijvingen van handelingen die het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling niet in gevaar brengen, en de daarbij in voorkomend geval aangegeven voorwaarden en beperkingen. + +**4.** Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inzake een programma als bedoeld in de artikel 19kg. + ### Artikel 39a Vervallen @@ -683,7 +878,7 @@ d. de omstandigheden sedert het tijdstip waarop de vergunning is verleend zodani ### Artikel 45 -**1.** Onze Minister kan, indien dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten een aanwijzing geven ter zake van het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 16 en 19d, een reeds verleende vergunning als bedoeld in de artikelen 16 en 19d en een beheerplan als bedoeld in de artikelen 17 en 19a. +**1.** Onze Minister kan, indien dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten een aanwijzing geven ter zake van het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 19d, en 19ia in samenhang met 16, een reeds verleende vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 19d, en 19ia in samenhang met 16, en een beheerplan als bedoeld in de artikelen 17 en 19a een passende maatregel als bedoeld in de artikelen 19c, eerste lid, en 19ia in samenhang met 19c, een oplegging van een verplichting of het geven van instructies als bedoeld in artikel 19ke, tweede lid. **2.** Onze Minister pleegt over het voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gedeputeerde staten. @@ -759,13 +954,17 @@ Vervallen ### Artikel 57 -**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor hij ingevolge de artikelen 16 en 19d bevoegd is vergunning te verlenen, alsmede ter zake van de verplichtingen en instructies die hij krachtens artikel 19c bevoegd is op te leggen onderscheidenlijk te geven. +**1.** Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor hij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd is vergunning te verlenen, alsmede ter zake van de verplichtingen en instructies die hij krachtens de artikelen 16, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke bevoegd is op te leggen onderscheidenlijk te geven. **2.** Gedeputeerde staten geven op verzoek van Onze Minister een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen niet worden nageleefd. Bij het verzoek kan Onze Minister bepalen waarbinnen aan zijn verzoek wordt voldaan. **3.** Gedeputeerde staten zenden aan Onze Minister een exemplaar van de in het tweede lid bedoelde beschikking. -**4.** Gedeputeerde staten zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor zij ingevolge de artikelen 16 en 19d bevoegd zijn vergunning te verlenen. +**4.** Gedeputeerde staten zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, ter zake van projecten en andere handelingen waarvoor zij ingevolge de artikelen 16, 19d, en 19ia in samenhang met 16 bevoegd zijn vergunning te verlenen, en waarvoor zij ingevolge de artikelen 19c, 19ia in samenhang met 19c, en 19ke, bevoegd zijn verplichtingen op te leggen en instructies te geven. + +### Artikel 57a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ## Hoofdstuk XI. Slot- en overgangsbepalingen