2025-11-20 | BWBR0045555 | Besluit inburgering 2021

This commit is contained in:
Coornhert 2025-11-20 12:00:00 +00:00
parent e73514edd9
commit fa59ca3a7d

View file

@ -968,13 +968,14 @@ d. de door Onze Minister aangewezen organisaties die belast zijn met internation
De voorlopige uitkering voor een gemeente in het uitvoeringsjaar t wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:
U = BGO + BA
U = BGO + BA + ABO
Waarbij:
a. U de uitkering is in jaar t;
b. BGO het deel van de uitkering is voor gezinsmigranten en overige migranten; en
c. BA het deel van de uitkering is voor asielstatushouders.
b. BGO het deel van de uitkering is voor gezinsmigranten en overige migranten;
c. BA het deel van de uitkering is voor asielstatushouders; en
d. ABO het deel van de uitkering is dat ziet op het eenmalige aanvullend budget voor de onderwijsroute voor asielstatushouders bij wie in het persoonlijke plan inburgering en participatie, bedoeld in artikel 15, derde lid, van wet, de onderwijsroute is vastgelegd.
**2.**
@ -1038,6 +1039,19 @@ d. LVAA staat voor het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders van het bet
e. Cohort het jaar aangeeft waarin de asielstatushouders in een Nederlandse gemeente zijn gehuisvest; en
f. [a t/m c] staat voor de bedragen per asielstatushouder per variabele in de formule.
**6.**
Het deel van de uitkering voor asielstatushouders in de onderwijsroute, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
ABO = GPAS (cohort jaar t) * PA (jaar t) * PO (jaar t) * [a]
Waarbij:
a. GPAS staat voor de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende jaar;
b. PA staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders in het betreffende jaar;
c. PO staat voor het te verwachten percentage asielstatushouders bij wie in het persoonlijk plan inburgering en participatie, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet, de onderwijsroute wordt vastgelegd; en
d. [a] staat voor het bedrag aan uitkering per asielstatushouder in de onderwijsroute.
### Artikel 10.2
**1.**
@ -1084,13 +1098,24 @@ b. Cohort staat voor het jaar waarin de asielstatushouders in een Nederlandse ge
c. AIA staat voor het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders in het betreffende jaar t-2 in de gemeente; en
d. [a t/m d] staat voor de gewichten die toegekend worden aan de afzonderlijke variabelen in de formule.
**4.**
Voor de bepaling van de definitieve uitkering, wordt het deel van de uitkering voor asielstatushouders in de onderwijsroute, bedoeld in artikel 10.1, eerste lid, onderdeel d, en zesde lid, berekend aan de hand van de volgende formule:
ABO = AAO (jaar t) * [a]
Waarbij:
a. AAO staat voor het aantal gehuisveste asielstatushouders in het betreffende jaar bij wie in het persoonlijk plan inburgering en participatie, bedoeld in artikel 15, derde lid, van de wet, de onderwijsroute is vastgelegd en voor wie niet eerder een aanvullend bedrag is uitgekeerd voor de onderwijsroute; en
b. [a] staat voor het bedrag aan uitkering per asielstatushouder in de onderwijsroute.
### Artikel 10.3
**1.** Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling wordt voor de bepaling van de voorlopige uitkering, bedoeld in artikel 10.1, uitgegaan van een redelijke inschatting van de situatie zoals die zou zijn geweest als de instelling, splitsing of opheffing van gemeenten in de van belang zijnde jaren al was ingegaan.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, vastgesteld.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het te verwachten percentage asielstatushouders in de gemeentelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel b, het te verwachten percentage asielstatushouders in de onderwijsroute, bedoeld in artikel 10.1, zesde lid, onderdeel c, en het te verwachten percentage asielstatushouders in de landelijke huisvestingstaakstelling onderscheidenlijk de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel b, vastgesteld.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het bedrag per gezinsmigrant of overige migrant, bedoeld in de artikelen 10.1, tweede lid, onderdeel c, en 10.2, eerste lid, onderdeel c, en worden de bedragen per asielstatushouder per variabele a tot en met c, bedoeld in de artikelen 10.1, vijfde lid, onderdeel f en 10.2, tweede lid, onderdeel c, vastgesteld.
**3.** Bij ministeriële regeling wordt het bedrag per gezinsmigrant of overige migrant, bedoeld in de artikelen 10.1, tweede lid, onderdeel c, en 10.2, eerste lid, onderdeel c, het aanvullend bedrag per asielstatushouder in de onderwijsroute, bedoeld in artikel 10.1, zesde lid, onderdeel d, en artikel 10.2, vierde lid, onderdeel b, en worden de bedragen per asielstatushouder per variabele a tot en met c, bedoeld in de artikelen 10.1, vijfde lid, onderdeel f en 10.2, tweede lid, onderdeel c, vastgesteld.
**4.** Bij ministeriële regeling worden de gewichten a tot en met d, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel g, en 10.2, derde lid, onderdeel d, vastgesteld.
@ -1106,10 +1131,11 @@ a. het aantal gezinsmigranten en overige migranten in de gemeente, bedoeld in ar
b. het aantal gezinsmigranten en overige migranten in de gemeente, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, onderdeel a, wordt bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente ultimo jaar t;
c. de landelijke huisvestingstaakstelling, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel c, bepaald wordt aan de hand van de op die jaren betrekking hebbende landelijke halfjaarlijkse huisvestingstaakstellingen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
d. de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, wordt afgeleid van het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat voor het jaar t van onze Minister zoals bekend op de derde dinsdag van september voorafgaand aan het betreffende jaar;
e. de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, en wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners conform de formule, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, met dien verstande dat voor de toepassing van deze formule in plaats van «vg» moet worden gelezen «landelijke prognose aantal asielstatushouders»;
e. de gemeentelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel a, en artikel 10.1, zesde lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op basis van de landelijke prognose aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel a, en wordt verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners conform de formule, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, met dien verstande dat voor de toepassing van deze formule in plaats van «vg» moet worden gelezen «landelijke prognose aantal asielstatushouders»;
f. het landelijk voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vijfde lid, onderdeel c, en het voorlopig aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.1, vierde lid, onderdeel c, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t-2;
g. het landelijk aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, onderdeel a, en het aantal asielstatushouders, bedoeld in artikel 10.2, derde lid, onderdeel a, worden bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente jaar t;
h. het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders, bedoeld in de artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel e, en 10.2, derde lid, onderdeel c, wordt bepaald aan de hand van cijfers van DUO over het gehele jaar t-2.
h. het aantal met een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat afgeronde inburgeringstrajecten van asielstatushouders, bedoeld in de artikelen 10.1, vierde lid, onderdeel e, en 10.2, derde lid, onderdeel c, wordt bepaald aan de hand van cijfers van DUO over het gehele jaar t-2;
i. Het landelijk aantal asielstatushouders in de onderwijsroute, bedoeld in artikel 10.2, vierde lid, onderdeel a, wordt bepaald aan de hand van gegevens van DUO met als peildatum voor de woongemeente ultimo jaar t.
### Artikel 10.5