2002-08-01 | BWBR0006746 | Voertuigreglement
This commit is contained in:
parent
6e337ca34b
commit
fa8f61e5a1
1 changed files with 53 additions and 4 deletions
|
|
@ -188,7 +188,8 @@ bk. richtlijn 96/79/EG: richtlijn nr. 96/79/EG van het Europees Parlement en de
|
|||
bl. richtlijn 97/24/EG: richtlijn nr. 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PbEG L 226);
|
||||
bm. richtlijn 97/27/EG: richtlijn nr. 97/27/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juli 1997 betreffende de massa's en afmetingen van bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en tot wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 233);
|
||||
bn. richtlijn 98/91/EG: richtlijn nr. 98/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 1998 betreffende motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en tot wijziging van richtlijn nr. 70/156/EEG (PbEG L 11);
|
||||
bo. richtlijn 2000/7/EG: richtlijn nr. 2000/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de snelheidsmeter van twee- of driewielige motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (PbEG L 106).
|
||||
bo. richtlijn 2000/7/EG: richtlijn nr. 2000/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2000 betreffende de snelheidsmeter van twee- of driewielige motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (PbEG L 106);
|
||||
bp. richtlijn 2000/40/EG: richtlijn nr. 2000/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 juni 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden van motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (PbEG L 203).
|
||||
|
||||
### Artikel 1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -283,6 +284,12 @@ Het is met ingang van 1 oktober 2002 verboden nieuwe personenauto's die niet ver
|
|||
|
||||
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing op motorfietsen, driewielige motorrijtuigen, bromfietsen en technische eenheden of onderdelen daarvan, ten aanzien waarvan een nationale typegoedkeuring of een goedkeuring voor een individueel voertuig als bedoeld in artikel 26 van de wet is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 1a.4
|
||||
|
||||
**1.** Met ingang van 10 augustus 2003 is het verboden nieuwe bedrijfsauto's, niet zijnde bussen, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg te koop aan te bieden, af te leveren of in te voeren indien deze niet voldoen aan de voorschriften van richtlijn 2000/40/EG.
|
||||
|
||||
**2.** Met ingang van 10 augustus 2003 is het verboden beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden als bedoeld in richtlijn 2000/40/EG te koop aan te bieden, af te leveren of in te voeren als technische eenheid, indien deze niet zijn goedgekeurd overeenkomstig richtlijn 2000/40/EG.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Toelating tot de weg
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Categorieën toelatingskeuring
|
||||
|
|
@ -449,7 +456,7 @@ Personenauto’s moeten voor wat betreft geluidproduktie voldoen aan het bepaald
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2.17
|
||||
|
||||
**1.** Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een achteruitrij-inrichting en van een snelheidsmeter die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 75/443/EEG. Met een snelheidsmeter wordt gelijkgesteld een tachograaf die voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG.
|
||||
**1.** Personenauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een achteruitrij-inrichting en van een snelheidsmeter die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 75/443/EEG. Met een snelheidsmeter wordt gelijkgesteld een controleapparaat dat voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -882,7 +889,7 @@ Bedrijfsauto’s met een verbrandingsmotor moeten voor wat betreft luchtverontre
|
|||
|
||||
### Artikel 3.3.17
|
||||
|
||||
**1.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een achteruitrij-inrichting en van een snelheidsmeter die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 75/443/EEG. Met een snelheidsmeter wordt gelijkgesteld een tachograaf die voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG.
|
||||
**1.** Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten zijn voorzien van een achteruitrij-inrichting en van een snelheidsmeter die voldoen aan het bepaalde in richtlijn 75/443/EEG. Met een snelheidsmeter wordt gelijkgesteld een controleapparaat dat voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG.
|
||||
|
||||
**2.** Bedrijfsauto’s die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967 doch voor 1 januari 1995, moeten zijn voorzien van een goed werkende snelheidsmeter, die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1056,6 +1063,8 @@ Bedrijfsauto’s die in gebruik worden genomen na 31 december 1994, moeten voor
|
|||
|
||||
**12.** De wielen van bedrijfsauto's in gebruik genomen na 31 december 1974 moeten zijn afgeschermd overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen. De wielen van bedrijfsauto's die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 1975 moeten deugdelijk zijn afgeschermd.
|
||||
|
||||
**13.** Bedrijfsauto's, niet zijnde bussen, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, in gebruik genomen na 9 augustus 2003, moeten zijn voorzien van een beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden die voldoet aan richtlijn 2000/40/EG.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.3.38
|
||||
|
||||
De wielen onderscheidenlijk banden van bedrijfsauto’s mogen niet kunnen aanlopen.
|
||||
|
|
@ -2405,6 +2414,10 @@ Helmen voor bestuurders en passagiers van bromfietsen, motorfietsen en driewieli
|
|||
|
||||
Kinderbeveiligingssystemen, als bedoeld in artikel 59, eerste en tweede lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 moeten voldoen aan het bepaalde in richtlijn nr. 77/541/EEG.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.8.6
|
||||
|
||||
Beschermingsinrichtingen aan de voorzijde tegen klemrijden als bedoeld in artikel 3.3.37, dertiende lid, moeten voldoen aan richtlijn 2000/40/EG.
|
||||
|
||||
### Afdeling 9. Voertuigen bestemd voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg
|
||||
|
||||
### Artikel 3.9
|
||||
|
|
@ -2546,7 +2559,7 @@ Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar
|
|||
|
||||
a. niet deugdelijk van bouw of inrichting is, dan wel rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert,
|
||||
b. zodanig is gebouwd of ingericht dat de bestuurder onvoldoende uitzicht naar voren of opzij heeft, of
|
||||
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen.
|
||||
c. niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen, uitgezonderd artikel 5.3.15, zesde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het is de bestuurder en de eigenaar of houder van een voertuig verboden het voertuig te laten staan, indien het voertuig niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de verplichte niet-driehoekige dan wel driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van voertuigen gestelde eisen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3414,6 +3427,17 @@ De in het tweede lid bedoelde verplichting geldt niet voor:
|
|||
a. motorrijtuigen als bedoeld in artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
|
||||
b. motorrijtuigen die blijkens een aantekening op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs niet van een snelheidsbegrenzer behoeven te zijn voorzien.
|
||||
|
||||
**6.** Bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg moeten zijn voorzien van een controleapparaat dat voldoet aan het bepaalde in verordening 3821/85/EEG, tenzij deze voertuigen op grond van artikel 2.6:1, eerste lid, onder b, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer, van deze verplichting zijn vrijgesteld.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Indien een controleapparaat ingevolge het zesde lid in een bedrijfsauto aanwezig moet zijn:
|
||||
|
||||
a. mag de op het installatieplaatje vermelde geldigheidsduur niet zijn verstreken, met dien verstande dat de geldigheidsduur maximaal twee jaar vanaf de installatiedatum bedraagt;
|
||||
b. moet het onder a bedoelde installatieplaatje zijn voorzien van een verzegeling dan wel zodanig zijn aangebracht dat dit bij verwijdering onherstelbaar wordt beschadigd;
|
||||
c. mag de omtrek van de op de aangedreven wielen gemonteerde banden niet meer dan 4% afwijken van de waarde die op het onder a bedoelde installatieplaatje is vermeld;
|
||||
d. moeten het controleapparaat en de voor het functioneren noodzakelijke aansluitingen met behulp van een verzegeling zijn beschermd tegen een niet-toegestane wijziging in de instellingen of onderbreking van de stroomvoorziening.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.16
|
||||
|
||||
**1.** De onderdelen van de aandrijving van bedrijfsauto’s moeten deugdelijk zijn bevestigd.
|
||||
|
|
@ -3861,6 +3885,31 @@ Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
|
|||
a. trekkers;
|
||||
b. voertuigen die blijkens een aantekening in het kentekenbewijs van het bepaalde in het eerste lid zijn uitgezonderd.
|
||||
|
||||
**9.** Bedrijfsauto's, niet zijnde bussen, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, in gebruik genomen na 9 augustus 2004, moeten op deugdelijke wijze zijn voorzien van een beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden.
|
||||
|
||||
**10.** De afstand van de onderzijde van de beschermingsinrichting tot het wegdek mag tussen de punten die meer dan 0,20 m van de zijkanten van de voorste as van het voertuig zijn gelegen, met inbegrip van de wielen, niet meer dan 0,45 m bedragen, waarbij de bolling van de banden boven het wegdek buiten beschouwing wordt gelaten.
|
||||
|
||||
**11.** De afstand van de voorzijde van het voertuig tot de voorzijde van de beschermingsinrichting mag niet meer dan 0,40 m bedragen, waarbij voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden buiten beschouwing worden gelaten.
|
||||
|
||||
**12.**
|
||||
|
||||
De bescherminrichting mag:
|
||||
|
||||
a. niet breder zijn dan de breedte van het voertuig met inbegrip van de spatborden van de voorste as;
|
||||
b. aan weerszijden niet meer dan 0,10 m smaller zijn dan de voorste as met inbegrip van de wielen, waarbij de bolling van de banden boven het wegdek buiten beschouwing wordt gelaten, of
|
||||
c. aan weerszijden niet meer dan 0,20 m smaller zijn dan het voertuig gemeten over de uiterste punten van de instaptrede naar de bestuurderscabine.
|
||||
|
||||
**13.** De beschermingsinrichting aan de voorzijde en de bevestiging daarvan mogen niet zodanig zijn vervormd of breuken of scheuren vertonen, dan wel door corrosie zijn aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt.
|
||||
|
||||
**14.**
|
||||
|
||||
Het negende lid geldt niet voor:
|
||||
|
||||
a. bedrijfsauto's die blijkens een aantekening in het kentekenbewijs of blijkens gegevens in het kentekenregister de toegevoegde categorie-aanduiding« G» als beschreven in bijlage I, punt 4, van richtlijn 70/156/EEG hebben;
|
||||
b. bedrijfsauto's waarvan het gebruik blijkens een aantekening in het kentekenbewijs onverenigbaar is met het voldoen aan de voorschriften voor een beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden.
|
||||
|
||||
**15.** Het elfde en twaalfde lid zijn niet van toepassing op bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van niet meer dan 7500 kg.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 10. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
|
||||
|
||||
### Artikel 5.3.51
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue