2024-08-01 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs
This commit is contained in:
parent
5a1b895824
commit
fa97a18e08
1 changed files with 25 additions and 25 deletions
|
|
@ -106,7 +106,7 @@ een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede lid of een landelijk
|
|||
*personeel*:
|
||||
|
||||
a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs, het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs, het personeel dat is benoemd voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van meer dan een school of meer dan een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, waaronder begrepen de leden van het bestuur van die scholen die zijn benoemd door een raad van toezicht als bedoeld in artikel 17c, derde lid, voor zover die leden mede zijn benoemd op basis van een arbeidsovereenkomst of een akte van aanstelling;
|
||||
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62 en 68, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
|
||||
*schoolbegeleiding:*
|
||||
|
||||
|
|
@ -359,7 +359,7 @@ c. de natuur, waaronder biologie;
|
|||
d. maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting;
|
||||
e. geestelijke stromingen.
|
||||
|
||||
**2a.** Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste twee uren per schoolweek.
|
||||
**2a.** Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste 1,5 uur per schoolweek.
|
||||
|
||||
**3.** Het onderwijs kan naast de onderwijsactiviteiten, genoemd in het eerste en tweede lid, tevens de Duitse taal of de Franse taal omvatten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1295,7 +1295,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs is aangesloten.
|
||||
**1.** Er is tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een landelijke commissie voor geschillen waarbij elke school, school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 is aangesloten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1342,9 +1342,9 @@ b. het bevoegd gezag van zijn oordeel mededeling heeft gedaan aan de ouders.
|
|||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport.
|
||||
**1.** Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen twee weken na de vaststelling van het inspectierapport.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag niet of niet tijdig voldoet aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, zendt Onze Minister de samenvatting van het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, in de vijfde week na vaststelling van het inspectie rapport aan de ouders van de leerlingen.
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag niet of niet tijdig voldoet aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, zendt Onze Minister de samenvatting van het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, in de derde week na vaststelling van het inspectie rapport aan de ouders van de leerlingen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de inspectie op basis van een onderzoek als bedoeld in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van genoemde wet, tot het oordeel is gekomen dat sprake is van een zeer zwakke school, betrekt het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school bij de door het bevoegd gezag voorgenomen maatregelen ten behoeve van kwaliteitsverbetering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1411,7 +1411,7 @@ Onze Minister draagt zorg voor de beschikbaarheid van een doorstroomtoets als be
|
|||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Een gemeenteraad kan bij verordening een openbare rechtspersoon instellen die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. Een openbare rechtspersoon kan ook worden ingesteld door meer dan een gemeente ten behoeve van het in stand houden van openbare scholen in die gemeenten door het vaststellen van een voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, gelijkluidende verordening, in welk geval de openbare rechtspersoon niet eerder tot stand komt dan nadat alle daartoe strekkende verordeningen in werking zijn getreden.
|
||||
**1.** Een gemeenteraad kan bij verordening een openbare rechtspersoon instellen die tot doel heeft een of meer openbare scholen in de gemeente in stand te houden, al dan niet tezamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020. Een openbare rechtspersoon kan ook worden ingesteld door meer dan een gemeente ten behoeve van het in stand houden van openbare scholen in die gemeenten door het vaststellen van een voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het vierde lid, gelijkluidende verordening, in welk geval de openbare rechtspersoon niet eerder tot stand komt dan nadat alle daartoe strekkende verordeningen in werking zijn getreden.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeenteraad of gemeenteraden maken het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1451,7 +1451,7 @@ e. de periode waarvoor de openbare rechtspersoon in het leven wordt geroepen, me
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Een gemeenteraad kan besluiten dat een of meer openbare scholen in de gemeente in stand worden gehouden door een stichting die zich ten doel stelt het in stand houden van een of meer openbare scholen, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
**1.** Een gemeenteraad kan besluiten dat een of meer openbare scholen in de gemeente in stand worden gehouden door een stichting die zich ten doel stelt het in stand houden van een of meer openbare scholen, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**2.** De gemeenteraad maakt het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1723,7 +1723,7 @@ Met betrekking tot het basisonderwijs en het aansluitend voortgezet onderwijs is
|
|||
|
||||
Op het personeel van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die
|
||||
|
||||
a. uitsluitend wordt bestuurd door een bevoegd gezag al dan niet met een of meer andere bevoegde gezagsorganen als bedoeld in deze wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
a. uitsluitend wordt bestuurd door een bevoegd gezag al dan niet met een of meer andere bevoegde gezagsorganen als bedoeld in deze wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet voortgezet onderwijs 2020,
|
||||
b. zich blijkens de statuten dan wel de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, uitsluitend ten doel stelt om ten behoeve van scholen en andere onderwijsinstellingen die uit 's Rijks kas worden bekostigd, werkzaamheden te verrichten ter verzekering van de goede gang van het onderwijs met uitzondering van het leiden van de school, het geven van onderwijs en het verrichten van werkzaamheden op het terrein van de schoolbegeleiding,
|
||||
c. niet het maken van winst beoogt,
|
||||
d. wordt gefinancierd met behulp van bijdragen van de bevoegde gezagsorganen waarvoor diensten worden verricht, en
|
||||
|
|
@ -1788,7 +1788,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Voor de toepassing van deze titel zijn de voorschriften die betrekking hebben op bijzondere scholen, van overeenkomstige toepassing op openbare scholen die in stand worden gehouden door een stichting als bedoeld in artikel 48 of een openbare rechtspersoon als bedoeld in artikel 47, tenzij het tegendeel blijkt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een openbare school in stand wordt gehouden door een stichting of een openbare rechtspersoon, wordt deze aangemerkt als een door de gemeente in stand gehouden openbare school voor de toepassing van afdeling 2 en afdeling 9.
|
||||
**2.** Indien een openbare school in stand wordt gehouden door een stichting of een openbare rechtspersoon, wordt deze aangemerkt als een door de gemeente in stand gehouden openbare school voor de toepassing van de afdelingen 2 en 8 van deze titel.
|
||||
|
||||
### Artikel 72a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1815,8 +1815,8 @@ b. een beschrijving van het voorgenomen beleid ten aanzien van de kwaliteit van
|
|||
|
||||
1° de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, derde lid;
|
||||
2° leerlingen die extra ondersteuning behoeven, bedoeld in artikel 8, vierde lid;
|
||||
3° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid en een leerling- en onderwijsvolgsysteem als bedoeld in artikel 8, zesde en zevende lid;
|
||||
4° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, negende lid;
|
||||
3° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid en een leerling- en onderwijsvolgsysteem als bedoeld in artikel 45b, eerste lid;
|
||||
4° de inrichting van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, zevende lid;
|
||||
5° de inhoud van het onderwijs, die dekkend zal zijn voor de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, en de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2 van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; en
|
||||
6° de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in artikel 17a en 17b en, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 30a, een beschrijving van de over te dragen taken;
|
||||
c. een document waaruit blijkt dat de gemeente van de beoogde plaats van vestiging van de school, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de school zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging; en
|
||||
|
|
@ -1900,7 +1900,7 @@ b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tuss
|
|||
|
||||
**2.** Indien het bevoegd gezag het voornemen heeft om een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in te dienen, meldt het bevoegd gezag dit aan Onze Minister voor 1 juli voorafgaand aan die voorgenomen aanvraag. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan de wijze waarop deze melding plaatsvindt en kan een model voor de melding worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel a, juist en volledig is en besluit op basis van de aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste en tweede lid, en de voor de school geldende stichtingsnorm, bedoeld in artikel 76, eerste lid, voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.
|
||||
**3.** Onze Minister controleert of de belangstellingsmeting, bedoeld in artikel 74, tweede lid, onderdeel a, juist en volledig is en besluit op basis van de aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste en tweede lid, en de voor de school geldende stichtingsnorm, bedoeld in artikel 76, eerste lid, voor 1 juni of de school met ingang van 1 augustus van het kalenderjaar volgend op het besluit van Onze Minister voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. Indien Onze Minister de aanvraag op grond van de belangstellingsmeting en de voor de school geldende stichtingsnorm afwijst, blijft het advies van de inspectie, bedoeld in het eerste lid, achterwege.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister de aanvraag, bedoeld in artikel 74, eerste lid, afwijzen indien deze is ingediend door een rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, die voorafgaande aan de aanvraag een of meer scholen in stand heeft gehouden waarop artikel 157, eerste lid, van toepassing is geweest of waarvan een of meer van de bestuurders of toezichthouders deel uitmaakte of uitmaakt van een andere rechtspersoon die een dergelijke school in stand heeft gehouden, welke toepassing onherroepelijk is geworden en ten tijde van de aanvraag nog geen vijf jaren oud is gerekend vanaf de ontvangst van het besluit tot toepassing van artikel 157, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1918,7 +1918,7 @@ b. de omvang van het marktonderzoek in relatie tot de minimale verhoudingen tuss
|
|||
|
||||
**11.** Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie een kader vast waarin de werkwijze voor het advies, bedoeld in het eerste lid, is vastgelegd. Deze werkwijze omvat in ieder geval een gesprek over de aanvraag met het bevoegd gezag dat de aanvraag heeft ingediend. Dit kader wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**12.** Het college van burgemeester en wethouders van de beoogde plaats van vestiging van de school kan voor de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen.
|
||||
**12.** Het college van burgemeester en wethouders van de beoogde plaats van vestiging van de school kan voor 1 december, volgend op de datum, genoemd in het eerste lid, bij Onze Minister een zienswijze naar voren brengen.
|
||||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
|
|
@ -1982,7 +1982,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Onze Minister willigt een aanvraag in indien wordt voldaan aan voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld. Deze voorwaarden hebben in elk geval betrekking op:
|
||||
|
||||
a. het aantal leerlingen van de school op de teldatum in het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag;
|
||||
a. het aantal leerlingen van de school op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag;
|
||||
b. het aantal leerlingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze de scholen die na de verzelfstandiging ontstaan, zal bezoeken; en
|
||||
c. de wijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, voldoet aan de stichtingsnorm en de bekostiging van het overblijvende deel van de school, met in achtneming van de artikelen 140 tot en met 142, gedurende ten minste 10 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2521,7 +2521,7 @@ Het bevoegd gezag van een niet door de desbetreffende gemeente in stand gehouden
|
|||
|
||||
### Artikel 113
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag dat, dan wel de gemeente die eigenaar is van een schoolgebouw, zorgt voor het deel van de exploitatie waarop de bekostiging, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen e, f, en k, betrekking heeft.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag dat, dan wel de gemeente die eigenaar is van een schoolgebouw, zorgt voor het deel van de exploitatie waarop de bekostiging, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen e, f, j en k, betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een bijzondere school en het bevoegd gezag van een openbare nevenvestiging ten aanzien waarvan artikel 85, tweede lid, toepassing heeft gevonden en dat eigenaar is van een schoolgebouw, kan met het college van burgemeester en wethouders overeenkomen dat de gemeente het deel van de exploitatie, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk verzorgt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2564,7 +2564,7 @@ k. de publiekrechtelijke heffingen, met uitzondering van belastingen inzake onro
|
|||
Het bevoegd gezag kan de bekostiging ook aanwenden voor de kosten, bedoeld in het tweede lid, van:
|
||||
|
||||
a. een centrale dienst, een samenwerkingsverband of een andere school;
|
||||
b. een centrale dienst dan wel een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs, voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst dan wel een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
b. een centrale dienst dan wel een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs, voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst dan wel een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2623,7 +2623,7 @@ Voor een school die voor het eerst wordt bekostigd, gaat Onze Minister bij het b
|
|||
a. voor de resterende maanden van het kalenderjaar waarin de school wordt geopend, uit van het aantal leerlingen op 1 oktober volgende op de opening en
|
||||
b. voor het daaropvolgende kalenderjaar, uit van het aantal leerlingen van de school op 1 februari volgende op de opening.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van samenvoeging van scholen, bedoeld in artikel 117, eerste lid, gaat Onze Minister bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in artikel 116, eerste lid, uit van het aantal leerlingen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, voor elke school vastgesteld volgens het eerste lid.
|
||||
**3.** In geval van een samenvoeging van scholen als bedoeld in artikel 117, eerste of tweede lid, gaat Onze Minister bij het bepalen van de hoogte van de bekostiging, bedoeld in artikel 116, eerste lid, uit van het aantal leerlingen van alle bij de samenvoeging betrokken scholen, voor elke school vastgesteld volgens het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid tot en met het derde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2722,7 +2722,7 @@ Het college van burgemeester en wethouders stelt na overleg met de bevoegde geza
|
|||
a. ter beschikking wordt gesteld in een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening, of
|
||||
b. voor bekostiging voor de exploitatie van een ruimte voor het onderwijs in lichamelijke oefening in aanmerking komt.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op ten minste twee uren voor basisscholen en ten minste twee uren voor speciale scholen voor basisonderwijs.
|
||||
**2.** Het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op ten minste 1,5 uur voor basisscholen en ten minste 2,25 uur voor speciale scholen voor basisonderwijs.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3412,7 +3412,7 @@ Het in artikel 174 en het in artikel 176 bedoelde bestuur verstrekken aan Onze
|
|||
|
||||
### Artikel 180
|
||||
|
||||
**1.** Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het basisonderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, afdeling 2, artikelen 47 en 48, en titel IV, afdelingen 1, 2, 4, 5, afdeling 6, paragraaf 1, afdeling 7, paragraaf 2 en afdeling 8, paragrafen 1 en 2, van de wet.
|
||||
**1.** Met het oog op verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid of doelmatigheid van het basisonderwijs kan bij wijze van experiment bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van hoofdstuk I, titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1 en afdeling 2, artikelen 47 en 48, en titel IV, afdelingen 1, 2, 4, 5, afdeling 6, paragraaf 1, afdeling 7, paragraaf 2 en afdeling 8, paragrafen 1 en 2, van de wet.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -3431,7 +3431,7 @@ d. op welke wijze en aan de hand van welke criteria de met het experiment beoogd
|
|||
|
||||
**6.** In verband met een experiment als bedoeld in het eerste lid, kan bij algemene maatregel van bestuur eveneens bij wijze van experiment worden afgeweken van artikel 1 van de Leerplichtwet 1969.
|
||||
|
||||
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs 2020. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1, en titel IV, afdeling 4, afdeling 5, paragraaf 1 en afdeling 6, paragraaf 2 van de Wet op de expertisecentra, en van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken 4, 6 en 9 van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet voortgezet onderwijs 2020 vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
|
||||
**7.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband van een school met een school als bedoeld in artikel 1, een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020. Bij samenwerking met een school of instelling kan voor die school of instelling respectievelijk worden afgeweken van titel I, artikelen 1 en 2, titel II, afdeling 1 en afdeling 2, artikelen 50 en 51, en titel IV, afdelingen 1, 2 en 4, afdeling 5, paragraaf 1, afdeling 6, paragraaf 2, en afdeling 7, artikelen 133 tot en met 137 en 140, van de Wet op de expertisecentra, en van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van hoofdstuk 3, paragrafen 7 en 10, en de hoofdstukken 4, 6 en 9 van die wet. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt geregeld welke bij of krachtens de wet, de Wet op de expertisecentra of de Wet voortgezet onderwijs 2020 vastgestelde voorschriften van toepassing of van overeenkomstige toepassing zijn op de samenwerking.
|
||||
|
||||
**8.** De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4008,7 +4008,7 @@ De Overgangswet WBO zoals die luidde op 31 juli 1998 blijft van toepassing op a
|
|||
|
||||
### Artikel 214
|
||||
|
||||
**1.** De bekostiging voor een school, berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het derde lid, onderdelen b en d, en artikel 121, wordt voor de eerste drie jaren na de inwerkingtreding van dit artikel per jaar vermeerderd met het bedrag, berekend volgens het tweede tot en met het vierde lid, als de uitkomst van die berekening positief is. Ingeval de uitkomst negatief is, wordt de bekostiging met het berekende bedrag verminderd.
|
||||
**1.** De bekostiging voor een school, berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en c, en artikel 121, wordt voor de eerste drie jaren na de inwerkingtreding van dit artikel per jaar vermeerderd met het bedrag, berekend volgens het tweede tot en met het vierde lid, als de uitkomst van die berekening positief is. Ingeval de uitkomst negatief is, wordt de bekostiging met het berekende bedrag verminderd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -4016,15 +4016,15 @@ Het bedrag van de vermeerdering of vermindering, bedoeld in het eerste lid, word
|
|||
|
||||
A = (D + H) / E x F gedeeld door het aantal leerlingen op 1 februari voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel;
|
||||
|
||||
B = de bekostiging voor de school berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het derde lid, onderdelen b en d, en artikel 121 gedeeld door het aantal leerlingen op de teldatum van 1 februari voor het betreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 118;
|
||||
B = de bekostiging voor de school berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en c, en artikel 121 gedeeld door het aantal leerlingen op de teldatum van 1 februari voor het betreffende kalenderjaar, bedoeld in artikel 118;
|
||||
|
||||
C = 75% in het eerste jaar, 50% in het tweede jaar en 25% in het derde jaar na inwerkingtreding van dit artikel;
|
||||
|
||||
D = de bekostiging voor een school op basis van de telgegevens van 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 120, met uitzondering van het vierde lid, en de aanvullende bekostiging voor groei van het aantal leerlingen van basisscholen gedurende het schooljaar, zoals bedoeld in het derde lid, artikel 129 en artikel 134 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, zoals deze luidden op de dag direct voorafgaand aan het tijdstip waarop dit artikel in werking zijn getreden, en de daarop gebaseerde bedragen;
|
||||
|
||||
E = de bekostiging voor een school op grond van de telgegevens van 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 116, met uitzondering van het derde lid, onderdelen b en d, en artikel 121 en op grond van de bedragen zoals die zouden zijn bij een teldatum van 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel en de daarop gebaseerde lagere regelgeving;
|
||||
E = de bekostiging voor een school op grond van de telgegevens van 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en c, en artikel 121 en op grond van de bedragen zoals die zouden zijn bij een teldatum van 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel en de daarop gebaseerde lagere regelgeving;
|
||||
|
||||
F = de bekostiging voor een school op grond van artikel 116, met uitzondering van het derde lid, onderdelen b en d, en artikel 121 en op grond van de telgegevens op 1 februari voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel;
|
||||
F = de bekostiging voor een school op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en c, en artikel 121 en op grond van de telgegevens op 1 februari voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel;
|
||||
|
||||
H = het bedrag bedoeld in artikel 115, eerste lid, plus het bedrag bedoeld in artikel 120, vierde lid, zoals deze luidden op de dag direct voorafgaand aan het tijdstip waarop de artikelen 116 en 121 in werking zijn getreden, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel;
|
||||
|
||||
|
|
@ -4036,7 +4036,7 @@ T = het aantal leerlingen op de teldatum van 1 februari voor het betreffende ka
|
|||
|
||||
**5.** Indien de som van de bekostiging voor de scholen van het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, minus de uitkomst van de formule A x T, bedoeld in het tweede lid, in het vierde jaar na de inwerkingtreding van dit artikel gedeeld door de uitkomst van de formule A x T in de eerste drie jaren na de inwerkingtreding van dit artikel, voor die scholen minder is dan -3% en daardoor aantoonbare financiële problemen ontstaan, kan het bevoegd gezag in het vierde jaar na inwerkingtreding aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 120, aanvragen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, is artikel 116, zesde tot met tiende lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Bij de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, is artikel 116, zesde tot en met elfde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue