2010-10-01 | BWBR0013360 | Vuurwerkbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-01 12:00:00 +00:00
parent 687e83f7c8
commit faadc818a1

View file

@ -25,7 +25,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;
- bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;
- bestemmingsgrens: grens van het perceel waarop de bouw, vestiging of plaatsing van een kwetsbaar object op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening geëffectueerd of toelaatbaar is;
- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer te verlenen, voor een inrichting waar consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden opgeslagen of bewerkt;
- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen, waar consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden opgeslagen of bewerkt;
- bouwstrook: gedeelte van het perceel dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening voor de bouw van een kwetsbaar object is bestemd;
- categorie 1, 2, 3 en 4: categorie 1, 2, 3 onderscheidenlijk 4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
- categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
@ -42,7 +42,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- kwetsbare objecten:
a. woningen: gebouwen of afzonderlijke gedeelten van een gebouw die voor bewoning bestemd zijn, met uitzondering van dienst- en bedrijfswoningen die binnen inrichtingen als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 zijn gelegen;
b. woonketen of woonwagens als bedoeld in de Woningwet;
b. loodsen, keten of andere soortgelijke bouwwerken, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid, dan wel woonwagens als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht;
c. woonschepen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning bestemd zijn;
d. gebouwen waar dagopvang van minderjarigen plaatsvindt;
e. gebouwen die gebruikt worden door een onderwijsinstelling;
@ -61,7 +61,7 @@ m. rijkswegen en spoorwegen;
- pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;
- pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: pyrotechnische artikelen die bestemd zijn voor binnenshuis of buitenshuis plaatsvindend podiumgebruik, met inbegrip van film- en TV-producties of soortgelijke vormen van gebruik;
- theatervuurwerk: met het oog op de opslag ervan door Onze Minister aangewezen pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, ingedeeld in categorie T1 of categorie T2;
- veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een bouwvergunning toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds;
- veiligheidsafstand: afstand die met het oog op de kwaliteit van het milieu voor zover het betreft externe veiligheid tenminste moet zijn gelegen tussen een inrichting als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 2.2.2 en 3.2.1, of een onderdeel van een zodanige inrichting, dan wel een zodanige inrichting waarvoor het geldende bestemmingsplan dan wel de daarvoor geldende beheersverordening verlening van een vergunning voor het bouwen daarvan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toelaat enerzijds en kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten anderzijds;
- vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;
- werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag.
@ -124,11 +124,11 @@ d. vuurwerk waarvoor regels zijn gesteld bij het Warenwetbesluit Speelgoed.
### Artikel 1.1.4
**1.** De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.4 en de artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3A.2.1 zijn niet van toepassing op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in inrichtingen waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, voor zover deze plaatsvindt gedurende ten hoogste 48 uur te rekenen vanaf het moment van opslaan en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van de artikelen en de overbrenging daarvan naar een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en het betrokken artikel in de oorspronkelijke verpakking blijft.
**1.** De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.4 en de artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3A.2.1 zijn niet van toepassing op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in inrichtingen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, voor zover deze plaatsvindt gedurende ten hoogste 48 uur te rekenen vanaf het moment van opslaan en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van de artikelen en de overbrenging daarvan naar een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en het betrokken artikel in de oorspronkelijke verpakking blijft.
**2.** Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn van 48 uur worden zaterdagen, zondagen en officieel erkende feestdagen niet meegerekend.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt indien sprake is van opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in containers voor vervoer in een inrichting die is gelegen op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen en waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en voor zover aan de voorwaarden van het eerste lid is voldaan, in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt indien sprake is van opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in containers voor vervoer in een inrichting die is gelegen op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen en waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en voor zover aan de voorwaarden van het eerste lid is voldaan, in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
### Artikel 1.1.5
@ -192,7 +192,7 @@ Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden te hebben buiten een inrichting als bedoeld in:
a. artikel 1.1.4;
b. artikel 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;
b. artikel 2.2.2, 3.2.1 of 3A.2.1 waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk;
c. artikel 2.2.1 waarvoor een melding is gedaan krachtens artikel 2.2.4.
**2.**
@ -748,7 +748,7 @@ e. het tijdstip waarop de inrichting of de verandering daarvan in werking zal wo
### Artikel 2.2.5
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een melding als bedoeld in artikel 2.2.4, eerste lid, onderscheidenlijk een afschrift van een krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleende vergunning aan Onze Minister.
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een melding als bedoeld in artikel 2.2.4, eerste lid, onderscheidenlijk een afschrift van een verleende omgevingsvergunning aan Onze Minister.
### Paragraaf 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk
@ -881,7 +881,7 @@ Degene die een inrichting drijft als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid:
a. stelt naar het oordeel van het bevoegd gezag op genoegzame wijze door verzekering of anderszins financiële zekerheid ter dekking van de aansprakelijkheid, bedoeld in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, waartoe het drijven van de inrichting aanleiding kan geven;
b. overlegt aan het bevoegd gezag binnen een daartoe door het bevoegd gezag gestelde termijn schriftelijk bewijs van de gestelde financiële zekerheid.
**2.** De zekerheid bedraagt tenminste  € 5 000 000,00 per gebeurtenis en per inrichting en wordt in stand gehouden tot het moment waarop de krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleende vergunning vervalt.
**2.** De zekerheid bedraagt tenminste  € 5 000 000,00 per gebeurtenis en per inrichting en wordt in stand gehouden tot het moment waarop de omgevingsvergunning vervalt.
**3.** De verzekering is gesloten bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen.
@ -889,7 +889,7 @@ b. overlegt aan het bevoegd gezag binnen een daartoe door het bevoegd gezag gest
### Artikel 3.2.4
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer verleende vergunning aan Onze Minister.
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van een verleende omgevingsvergunning aan Onze Minister.
### Paragraaf 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk
@ -1109,14 +1109,12 @@ d. ongewone voorvallen die zich tijdens het tot ontbranding brengen van vuurwerk
Het bevoegd gezag neemt de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij:
a. het vaststellen van een bestemmings- of inpassingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, 3.26 of 3.28, onderscheidenlijk artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening;
b. het nemen van een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van die wet;
c. het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet;
d. het verlenen van ontheffing van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.23 van die wet;
e. het verlenen of wijzigen van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.
b. het wijzigen van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 3.6, eerste lid, onder a, van die wet;
c. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c of e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**2.** Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer.
**2.** Gedeputeerde staten nemen de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning.
**3.** Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 10, bedoeld in bijlage II, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.
**3.** Onze Minister neemt bij de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning voor een inrichting die is gelegen binnen het door hem op grond van categorie 29.1, onder l, van bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht, aangewezen gebied, de in bijlage 3 gestelde afstanden in acht ten aanzien van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten die zijn gelegen buiten het door hem aangewezen gebied.
**4.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 1.1.4.
@ -1128,7 +1126,7 @@ a. een inrichting waar theatervuurwerk al dan niet tezamen met consumentenvuurwe
b. een inrichting waar meer dan 10 000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen, herverpakt of bewerkt, of
c. de bestemming van grond, voor zover die grond ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld onder a of b,
indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
indien aan de omgevingsvergunning voor de desbetreffende inrichting zodanige voorschriften zijn verbonden dat:
1°. de warmtestraling ten gevolge van brand in die inrichting waarbij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betrokken zijn voor personen die zich ophouden buiten een gebouw dat onderdeel is van een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object beperkt blijft tot ten hoogste 10 kW/m^2, en
2°. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de deuropening van een bewaarplaats of een bufferbewaarplaats en een gebouw, indien dat gebouw een kwetsbaar object of een geprojecteerd kwetsbaar object is, niet lager is dan 60 minuten.
@ -1144,7 +1142,7 @@ indien aan de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor
In afwijking van het eerste lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het kwetsbare object of het geprojecteerde kwetsbare object, indien:
a. dat object een gebouw is, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d, e of f, en de grens van de bouwstrook meer dan tien meter vanaf de bestemmingsgrens is gelegen;
b. dat object een woonwagen als bedoeld in de Woningwet is die meer dan tien meter vanaf de grens van het gebied dat voor woonwagens is bestemd, is of mag worden geplaatst.
b. dat object een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is die meer dan tien meter vanaf de grens van het gebied dat voor woonwagens is bestemd, is of mag worden geplaatst.
**4.** Indien in het bestemmingsplan geen bouwstrook is aangegeven, gelden de veiligheidsafstanden tot aan de bestemmingsgrens.
@ -1153,7 +1151,7 @@ b. dat object een woonwagen als bedoeld in de Woningwet is die meer dan tien met
In afwijking van het tweede lid gelden de veiligheidsafstanden tot tien meter vanaf het kwetsbare object, indien:
a. dat object een gebouw is, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d, e of f, dat meer dan tien meter vanaf de eigendomsgrens van het desbetreffende gebied is gelegen;
b. dat object een woonwagen als bedoeld in de Woningwet is die meer dan tien meter van de eigendomsgrens van het desbetreffende perceel of van het gebied dat voor woonwagens is aangewezen, is geplaatst.
b. dat object een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht is die meer dan tien meter van de eigendomsgrens van het desbetreffende perceel of van het gebied dat voor woonwagens is aangewezen, is geplaatst.
**6.** In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid gelden de veiligheidsafstanden, tenzij in bijlage 3 anders is aangegeven, vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2003, van het gebouw, bedoeld in het eerste lid, tot aan de ligplaats van een woonschip als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder c.