From fada50e01b58e7ba1009abefa9d69df654fa2039 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 5 Nov 2022 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2022-11-05 | BWBR0018472 | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen --- .../BWBR0018472/README.md | 119 ++---------------- 1 file changed, 12 insertions(+), 107 deletions(-) diff --git a/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md b/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md index b4f49440e70..f45e459dba7 100644 --- a/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md +++ b/wet/algemene-wet-inkomensafhankelijke-regelingen/BWBR0018472/README.md @@ -96,10 +96,6 @@ b. een persoon die de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt en voor wie de **10.** Een persoon die op basis van een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, het vijfde lid, onderdeel b, of het negende lid niet als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt, wordt eveneens niet als partner van de belanghebbende aangemerkt voor de toepassing van de Wet inkomensbelasting 2001. -### Artikel 3b - -In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel e, en artikel 3, tweede lid, onderdeel e, wordt onder medebewoner, onderscheidenlijk partner van de belanghebbende, niet verstaan de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 71/1) of een verlenging van dat besluit, tenzij ook de belanghebbende deze tijdelijke bescherming geniet. In afwijking van de eerste zin wordt wel als partner van de belanghebbende aangemerkt de vreemdeling die deze tijdelijke bescherming geniet, die op grond van een andere bepaling dan artikel 3, tweede lid, onderdeel e, partner van de belanghebbende is. - ### Artikel 4 **1.** Kind is de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de belanghebbende of zijn partner, die in belangrijke mate wordt onderhouden door de belanghebbende of zijn partner en als ingezetene op hetzelfde woonadres als de belanghebbende is ingeschreven in de basisregistratie personen. Met een bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn wordt gelijkgesteld een pleegkind. @@ -816,142 +812,51 @@ Onze Minister zendt, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, ### Artikel 49 -**1.** In gevallen waarin toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten, is Onze Minister bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij beschikking een hardheidstegemoetkoming toe te kennen. - -**2.** Toekenning van de hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende die geen beroep kan doen op herziening van de beschikking tot vaststelling of tot terugvordering omdat vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop die beschikking betrekking heeft en een jaar na de dagtekening van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, is verstreken. - -**3.** - -De hardheidstegemoetkoming betreft de voor de belanghebbende nadelige gevolgen van de beschikking tot vaststelling of tot terugvordering, bedoeld in het tweede lid, voor zover die onevenredig zijn in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen. De onevenredigheid van die gevolgen wordt weggenomen door het vaststellen van de beschikking tot toekenning van de hardheidstegemoetkoming overeenkomstig: - -a. herziening van de beschikking tot vaststelling waarbij het recht op kinderopvangtoeslag per berekeningsjaar wordt vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten van kinderopvang waarvan aannemelijk is dat het tijdig is betaald, of; -b. herziening van de beschikking tot terugvordering onder bijzondere omstandigheden. - -**4.** Bij toekenning van de hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt de beschikking tot vaststelling of tot terugvordering, bedoeld in het tweede lid, niet herzien. - -**5.** De hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts toegekend indien het verzoek betrekking heeft op een of meer beschikkingen tot vaststelling of tot terugvordering die in totaal hebben geleid tot een terug te vorderen bedrag van ten minste € 1.500 per berekeningsjaar. - -**6.** De hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt hetgeen zou worden uitbetaald of verrekend bij herziening van een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering indien de termijnen, bedoeld in het tweede lid, waarbinnen herziening mogelijk is, niet zouden gelden. Ingeval over een berekeningsjaar rente als bedoeld in artikel 29 in rekening is gebracht, wordt bij het vaststellen van de hardheidstegemoetkoming die rente voor zover betaald of verrekend naar evenredigheid herzien. De tweede zin is van overeenkomstige toepassing op de kosten van invordering voor zover betaald of verrekend met dien verstande dat het herzien van die kosten geschiedt voor zover zij onverschuldigd zijn. - -**7.** De hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege voor zover op andere wijze in een compensatie, herziening, hardheidstegemoetkoming, O/GS-tegemoetkoming of vergoeding ter zake van de onbillijkheden van overwegende aard, bedoeld in het eerste lid, is of wordt voorzien. - -**8.** Op de uit te betalen hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 30 van overeenkomstige toepassing. - -**9.** De beschikking tot toekenning van de hardheidstegemoetkoming, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het tweede lid. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd. - -**10.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste tot en met negende lid. - -**11.** Het ontwerp voor een krachtens het tiende lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken na de overlegging van het ontwerp. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld. Dit lid geldt niet ten aanzien van de eerste vaststelling van de ministeriële regeling. +Vervallen ### Artikel 49bis -**1.** Indien een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 49, eerste lid, en die beschikking door de Belastingdienst/Toeslagen wordt herzien om de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van die beschikking voor de belanghebbende weg te nemen overeenkomstig artikel 49, derde lid, onderdeel a of b, wordt een daarmee samenhangende rente als bedoeld in artikel 29 gelijktijdig naar evenredigheid herzien. - -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een beschikking tot herziening van een voorschot heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van die beschikking voor de belanghebbende wordt weggenomen door bij de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming het recht op kinderopvangtoeslag vast te stellen naar rato van het bedrag aan kosten van kinderopvang waarvan aannemelijk is dat het tijdig is betaald. +Vervallen ### Artikel 49a -In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een bijzonder schrijnend geval waarin toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten en waarvoor andere compensaties, herzieningen, hardheidstegemoetkomingen, O/GS-tegemoetkomingen of vergoedingen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. +Vervallen ### Artikel 49b -**1.** In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan de rijksbelastingdienst in verband met een samenstel van zijn handelingen waarbij sprake is van institutionele vooringenomenheid bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, volgens bij die regeling te stellen regels en binnen bij die regeling te stellen kaders, aan de belanghebbenden compensatie verlenen. Deze compensatie geschiedt in verband met het door die handelingen door die belanghebbenden ondervonden nadeel, voor zover de reguliere bestuursrechtelijke rechtsmiddelen voor 23 oktober 2019 onvoldoende toereikend werden geacht om dit nadeel geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken en dit nadeel niet is te wijten aan ernstige onregelmatigheden die aan de belanghebbenden toerekenbaar zijn. Het vaststellen van de beschikking tot toekenning van de compensatie geschiedt op een door de belanghebbende voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek. De compensatie blijft achterwege voor zover op andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming ter zake is of wordt voorzien. Aan de ministeriële regeling kan terugwerkende kracht worden toegekend. - -**2.** De Belastingdienst/Toeslagen kan een toegekende compensatie herzien indien de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming of de beschikking tot herziening van de tegemoetkoming alsnog op een hoger bedrag is vastgesteld dan waarmee bij de bepaling van de hoogte van de compensatie rekening is gehouden. De herziening bedraagt het hieruit voortvloeiende verschil, doch maximaal het bedrag van de eerder vastgestelde beschikking tot vaststelling, voor zover dat deel uitmaakt van de compensatie, bedoeld in het eerste lid. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot terugvordering of beschikking tot herziening van de terugvordering. Voor zover de compensatie betrekking heeft op een vergoeding van over een berekeningsjaar in rekening gebrachte en betaalde of verrekende rente als bedoeld in artikel 29 of op een vergoeding die betrekking heeft op overeenkomstige toepassing van rente als bedoeld in artikel 27 inzake het betreffende berekeningsjaar, wordt het bedrag van de compensatie verminderd met de over hetzelfde berekeningsjaar over de in de eerste zin bedoelde verhoging vergoede rente, bedoeld in artikel 27, doch maximaal met het bedrag dat in de compensatie ter zake van voornoemde rentecomponenten is begrepen. - -**3.** Indien de compensatie, bedoeld in het eerste lid, in de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt herzien, kan het daaruit voortvloeiende terug te vorderen bedrag worden verrekend met het aan de belanghebbende over hetzelfde berekeningsjaar uit te betalen bedrag van de verhoging, bedoeld in het tweede lid, eerste zin. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot terugvordering of beschikking tot herziening van de terugvordering. - -**4.** Het ontwerp voor een krachtens het eerste lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken na de overlegging van het ontwerp. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld. Dit lid geldt niet ten aanzien van de eerste vaststelling van de ministeriële regeling. +Vervallen ### Artikel 49c -**1.** Op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende kan een O/GS-tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een geval waarin toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de Wet kinderopvang, heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie als opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten. - -**2.** De O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 30 procent van het bedrag van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag ten aanzien waarvan geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend vanwege de onterechte kwalificatie als opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van die terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag. - -**3.** De O/GS-tegemoetkoming blijft achterwege indien ten aanzien van de terugvordering, bedoeld in het eerste lid, recht bestaat op compensatie als bedoeld in artikel 49b, eerste lid, over hetzelfde berekeningsjaar. - -**4.** Op de uit te betalen O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 30 van overeenkomstige toepassing. - -**5.** De beschikking tot toekenning van de O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van het verzoek, bedoeld in het eerste lid. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd. +Vervallen ### Artikel 49d -**1.** Alleen ten aanzien van de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in dit hoofdstuk, wordt een verzoek tot toepassing van een of meer van de artikelen van dit hoofdstuk, tenzij uit het verzoek het tegendeel blijkt, geacht te zijn gericht op de toepassing van alle artikelen van dit hoofdstuk die voorzien in een tegemoetkoming of een compensatie. - -**2.** Indien een verzoek tot toepassing van een of meer van de artikelen van dit hoofdstuk wordt gevolgd door een verzoek tot toepassing van een van de andere artikelen van dit hoofdstuk, wordt de beslistermijn inzake laatstgenoemd verzoek verminderd met het reeds verstreken deel van de voor eerstgenoemd verzoek geldende beslistermijn. De aldus resterende beslistermijn bedraagt minimaal de beslistermijn van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht. +Vervallen ### Artikel 49e -**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 49 tot en met 49b. - -**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een belanghebbende te voorzien van een oordeel of advies over de toepassing van artikel 49, 49a of 49b. De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt daarvoor een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende documenten, waaronder mede wordt begrepen die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling of behandeling ervan, aan de betreffende commissie. - -**3.** De Belastingdienst/Toeslagen zendt het besluit omtrent de toepassing van artikel 49, 49a of 49b aan de belanghebbende tezamen met het oordeel of advies van de betreffende commissie en de documenten die direct ten grondslag liggen aan het besluit. Indien het besluit ten nadeel van de belanghebbende afwijkt van het oordeel of het advies van de betreffende commissie, wordt het besluit extra gemotiveerd. - -**4.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt desgevraagd tevens het onderzoeksdossier, inclusief die informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest bij de beoordeling ervan, aan de belanghebbende. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissies. +Vervallen ### Artikel 49f -**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister een commissie in bestaande uit getroffen ouders. - -**2.** De commissie, bedoeld in het eerste lid, heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van Onze Minister over de uitvoering, juridische aspecten en beleid van en communicatie over de hersteloperatie, gericht op het herstellen van de problemen in de kinderopvangtoeslag, mede naar aanleiding van het eindrapport van de Adviescommissie uitvoering toeslagen. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissie. +Vervallen ### Artikel 49g -**1.** Indien een belanghebbende voor 1 november 2020 aan de Belastingdienst/Toeslagen heeft verzocht een of meer beschikkingen als bedoeld in de artikelen 49, 49b of 49c te geven, kent de Belastingdienst/Toeslagen aan de belanghebbende een eenmalige tegemoetkoming toe van € 750. De eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in de eerste zin, is een tegemoetkoming voor noodzakelijke uitgaven van de belanghebbende of diens partner als gevolg van vertraging bij het vaststellen van een of meer beschikkingen als bedoeld in de artikelen 49, 49b of 49c. - -**2.** - -Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een belanghebbende heeft verzocht om: - -a. herziening van een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering die heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 49, eerste lid, en die verzochte herziening ertoe strekt de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van die beschikking tot vaststelling of tot terugvordering voor de belanghebbende weg te nemen overeenkomstig artikel 49, derde lid, onderdeel a of b; of -b. de onevenredigheid van de nadelige gevolgen van een beschikking tot herziening van een voorschot, welke beschikking heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard als bedoeld in artikel 49, eerste lid, weg te nemen door bij de samenhangende beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming het recht op kinderopvangtoeslag vast te stellen naar rato van het bedrag aan kosten van kinderopvang waarvan aannemelijk is dat het tijdig is betaald. - -**3.** De eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening of beslag, waaronder begrepen beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Elk beding dat strijdt met de eerste zin is nietig. - -**4.** De Belastingdienst/Toeslagen stelt de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 15 december 2020 bij beschikking vast. +Vervallen ### Artikel 49h -**1.** Ingeval een belanghebbende heeft verzocht om een tegemoetkoming of een compensatie als bedoeld in dit hoofdstuk of een verzoek heeft gedaan als bedoeld in artikel 49g, tweede lid, en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die belanghebbende ingezetene is kan bieden, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer verstrekken aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die belanghebbende ingezetene is, teneinde dat college in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij sociale of financiële problematiek. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid. +Vervallen ### Artikel 49i -**1.** Indien aan een belanghebbende die over enig berekeningsjaar in aanmerking komt voor toepassing van een regeling als bedoeld in de artikelen 49, 49b, 49c of 49g, tweede lid, een forfaitaire tegemoetkoming van € 30.000 of een aanvullende forfaitaire tegemoetkoming tot € 30.000 wordt toegekend door de Belastingdienst/Toeslagen als onderdeel van die regeling, gaat op het moment dat het bedrag wordt uitgekeerd van rechtswege een afkoelingsperiode in voor een periode van een jaar. Ten aanzien van de belanghebbende die voor 12 februari 2021 een verzoek heeft ingediend tot toepassing van een regeling als bedoeld in de artikelen 49, 49b, 49c of 49g, tweede lid, geldt van rechtswege ook een afkoelingsperiode van 12 februari 2021 tot en met 1 mei 2021. - -**2.** Tijdens de afkoelingsperiode kan elke bevoegdheid van een schuldeiser tot verhaal op de goederen van de belanghebbende of zijn partner en tot opeising van goederen die zich in de macht van de belanghebbende of zijn partner bevinden niet worden uitgeoefend, voor zover die bevoegdheid betrekking heeft op vorderingen die zijn ontstaan door een verzuim in de nakoming van een verbintenis door de belanghebbende of zijn partner dat heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode. - -**3.** Tijdens de afkoelingsperiode is een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis door de belanghebbende of zijn partner die heeft plaatsgevonden vóór de afkoelingsperiode geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar of voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst. - -**4.** Een schuldeiser met een opeisbare vordering of diegene die optreedt namens die schuldeiser kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens en, indien de schuldeiser het burgerservicenummer rechtmatig mag verwerken, het burgerservicenummer van een schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en op wie de afkoelingsperiode mogelijk van toepassing is verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen, zodat de Belastingdienst/Toeslagen aan de schuldeiser of degene die namens hem optreedt kan bevestigen of ten aanzien van die schuldenaar de afkoelingsperiode van toepassing is. De Belastingdienst/Toeslagen kan na de verstrekking van die gegevens de bevestiging van de afkoelingsperiode en de datum waarop de afkoelingsperiode is ingegaan verstrekken aan de schuldeiser of diegene die optreedt namens de schuldeiser. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gerechtsdeurwaarder, een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van beroep voor het bedrijfsleven en de Centrale Raad van Beroep. - -**5.** - -Voor de toepassing van dit artikel kan de Belastingdienst/Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is uitgekeerd, verstrekken: - -a. van degenen die zich gemeld hebben bij de Belastingdienst/Toeslagen als belanghebbende in de zin van het eerste lid; -b. van belanghebbenden en hun partner op wie de afkoelingsperiode van toepassing is. - -**6.** Indien een schuldeiser aan de Belastingdienst/Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van de belanghebbende of zijn partner, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing. - -**7.** De Belastingdienst/Toeslagen registreert welke gegevens van welke belanghebbenden of hun partners zijn verstrekt aan schuldeisers, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep. - -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het vierde tot en met zevende lid. - -**9.** Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep. +Vervallen ### Artikel 49j -**1.** Een registratie aangaande een overeenkomst in een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht met een belanghebbende of zijn partner als bedoeld in artikel 49i, eerste lid, eerste volzin, in verband met een achterstand die is komen te vervallen, wordt door degene die deze heeft geregistreerd per omgaande verwijderd uit het stelsel van kredietregistratie. - -**2.** De Belastingdienst/Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van het eerste lid aan het stelsel van kredietregistratie de naam en de geboortedatum, de adresgegevens van de belanghebbende of zijn partner verstrekken. +Vervallen ### Artikel 50