2009-01-01 | BWBR0022657 | Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent dcfcbdfae0
commit fadc249733

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007
bwb_id: BWBR0022657
type: pbo
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2007-09-23'
datum_inwerkingtreding: '2009-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0022657
citeertitel: Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2007
---
@ -18,7 +18,7 @@ Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordenin
**1.** De uitslag van een hygiënogram als bedoeld in artikel 3, achtste lid van de Verordening, is kleiner of gelijk aan 1,5.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter dan 1,5 maar kleiner of gelijk aan 3,0 is, dan vindt tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiënogram plaats.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter dan 1,5 maar kleiner dan of gelijk aan 3,0 is, dan vindt tijdens de volgende leegstandperiode opnieuw een hygiënogram plaats.
**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde uitslag groter is dan 3,0 dan wordt tijdens de volgende leegstandsperiode de stal ontsmet door een professioneel ontsmettingsbedrijf. Na de ontsmetting vindt opnieuw een hygiënogram plaats.
@ -26,43 +26,53 @@ Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordenin
### Artikel 3
**1.** Wanneer een koppel eendagskuikens wordt geleverd op het vleeskuikenbedrijf wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage I.
**1.** De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder a., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage l.
**2.** Voordat een koppel vleeskuikens van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage II.
**2.** De ondernemer voert de monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder b., van de Verordening uit op de wijze als omschreven in Bijlage II.
**3.** De monstername als bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens. De monstername mag vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel naar de slachterij wordt afgevoerd voordat het de leeftijd van dagen heeft bereikt.
**3.** De monstername bedoeld in Bijlage II vindt plaats vanaf de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens.
**4.** De monsters worden overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd op alle serotypen Salmonella.
**4.** In afwijking van het derde lid mag de monstername vóór de leeftijd van 21 dagen van het koppel vleeskuikens plaatsvinden indien dit koppel voordat het de leeftijd van 34 dagen heeft bereikt naar de slachterij wordt afgevoerd.
**5.** De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het vierde lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het laboratorium. De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage I, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en doorgegeven aan de leverancier van de eendagskuikens.
**5.** De uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername is 21 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het betreffende door de voorzitter erkende laboratorium.
**6.** De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage I en Bijlage II en de informatie verkregen van de leverancier van de eendagskuikens, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en wordt minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door een door de voorzitter erkend laboratorium, aan de slachterij doorgegeven.
**6.** De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen schriftelijk vast en geeft deze door aan de leverancier van de eendagskuikens.
**7.** De ondernemer op wiens bedrijf Salmonella is aangetoond, stelt het in artikel 7, vierde lid, van de Verordening genoemde tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan op overeenkomstig het model in Bijlage V, en voert dit uit.
**7.** De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen alsmede de informatie die hij verkrijgt van de leverancier van de eendagskuikens schriftelijk vast en geeft deze ten minste 24 uur voor de aflevering van de vleeskuikens door aan de slachterij. Het betreffende door de voorzitter erkende laboratorium kan, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage l en Bijlage II uitgevoerde monsternamen eveneens doorgeven aan de slachterij.
### Artikel 3a
**1.** De monstername bedoeld in artikel 4, derde lid, onder c. van de Verordening kan door of namens GD worden uitgevoerd bij een vleeskuikenbedrijf wanneer op grond van de analyse van de door de ondernemer overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername een besmetting met de serotypen Salmonella enteritidis, Salmonella typhimurium, Salmonella virchow, Salmonella hadar of Salmonella infantis bij een koppel vleeskuikens is aangetoond.
**2.** De in het eerste lid bedoelde monstername wordt uitgevoerd bij één koppel op het betreffende vleeskuikenbedrijf.
**3.** Indien de in het eerste lid bedoelde monstername niet in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven is uitgevoerd, kan de voorzitter jaarlijks zoveel vleeskuikenbedrijven aanwijzen totdat in tien procent van het totale aantal vleeskuikenbedrijven de monstername door of namens GD is uitgevoerd.
### Artikel 4
**1.** Indien de uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3 aantoont dat een koppel vleeskuikens besmet is met Salmonella, zorgt de ondernemer er voor dat dit koppel gescheiden van niet besmette koppels wordt gevangen en van het bedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij.
**2.** De ondernemer maakt schriftelijk afspraken met een vangbedrijf omtrent het gescheiden vangen en afvoeren van het bedrijf en heeft deze op zijn bedrijf aanwezig.
**2.** De ondernemer maakt schriftelijk afspraken met een vangbedrijf omtrent het gescheiden vangen en afvoeren van het bedrijf en heeft deze schriftelijke afspraken op zijn bedrijf aanwezig.
### Artikel 5
**1.** Voordat een koppel vleeskuikens van het vleeskuikenbedrijf wordt afgevoerd naar de slachterij wordt dit door of namens de ondernemer bemonsterd op de wijze als omschreven in Bijlage III.
**1.** De ondernemer bemonstert een koppel vleeskuikens op de wijze als omschreven in Bijlage III van het vleeskuikenbedrijf voordat dit koppel naar de slachterij wordt afgevoerd.
**2.** De in het eerste lid bedoelde monsters worden overeenkomstig Bijlage III door een door de voorzitter erkend laboratorium geanalyseerd op de aanwezigheid van Campylobacter.
**3.** De uitslag van de analyse van de monsters overeenkomstig Bijlage III en de informatie verkregen van de leverancier van de eendagskuikens, wordt door de ondernemer schriftelijk vastgelegd en doorgegeven aan de slachterij.
**3.** De ondernemer legt de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage III uitgevoerde monstername schriftelijk vast en geeft door aan de slachterij.
**4.** De uitslag van de analyse van de monsters als bedoeld in het eerste lid is 14 dagen geldig vanaf de datum van afgifte van de uitslag door het laboratorium, en wordt door de ondernemer, of onder verantwoordelijkheid van de ondernemer door het laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, minimaal 24 uur voor aflevering van de vleeskuikens, aan de slachterij doorgegeven.
### Artikel 6
De ondernemer die zelf de in artikel 3 en artikel 5 bedoelde monstername uitvoert, voldoet aan de borgingssystematiek als omschreven in Bijlage VI.
**1.** Wanneer in een stal van de ondernemer gedurende twee achtereenvolgende ronden een afwijking wordt geconstateerd tussen de uitslagen van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monsternamen en de uitslag van de overeenkomstig het Besluit blindedarmonderzoek (PPE) 2007 uitgevoerde monstername op de slachterij, geeft de voorzitter de controle-instantie opdracht om ten minste op drie volgende door de ondernemer uit te voeren monsternamen toezicht te houden.
**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde controle-instantie vaststelt dat de ondernemer de onder het toezicht van de controle-instantie verrichte monsternamen naar behoren heeft uitgevoerd, mag de ondernemer de volgende monsternamen zonder toezicht van de controle-instantie uitvoeren.
### Artikel 7
**1.** Indien de analyse van de monsters als bedoeld in artikel 3, vierde lid, een Salmonella Java besmetting aantoont, wordt deze besmetting door de ondernemer of, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen uur gemeld aan het productschap.
**1.** Indien de uitslag van de analyse van de overeenkomstig Bijlage II uitgevoerde monstername een Salmonella Java besmetting aantoont, wordt deze besmetting door de ondernemer of, onder verantwoordelijkheid van de ondernemer, door het laboratorium dat de analyse heeft uitgevoerd, binnen 24 uur gemeld aan het productschap.
**2.** Indien de uitslag van de analyse overeenkomstig Bijlage I of Bijlage II aantoont dat op een vleeskuikenbedrijf een koppel vleeskuikens met een Salmonella Java is besmet, informeert de ondernemer iedere bezoeker hierover bij het maken van de bezoekafspraak.
@ -76,9 +86,9 @@ De ondernemer die zelf de in artikel 3 en artikel 5 bedoelde monstername uitvoer
**3.** Nadat overeenkomstig het in Bijlage I of Bijlage II uitgevoerde onderzoek in een stal voor de tweede achtereenvolgende keer een Salmonella Java besmetting is geconstateerd, neemt de ondernemer in de stal een leegstandperiode van minimaal tien dagen in acht.
**4.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal gereinigd en ontsmet op de wijze zoals in Bijlage VII is omschreven.
**4.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal gereinigd en ontsmet op de wijze zoals in Bijlage V is omschreven.
**5.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal door een HOSOWO-instantie onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella Java, overeenkomstig Bijlage VIII. Indien na de leegstandperiode de stal nog besmet is met Salmonella Java legt de ondernemer samen met deskundigen de verdere aanpak schriftelijk vast.
**5.** Tijdens de in het derde lid genoemde leegstandperiode wordt de stal door een HOSOWO-instantie onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella Java, overeenkomstig Bijlage VI. Indien na de leegstandperiode de stal nog besmet is met Salmonella Java legt de ondernemer samen met deskundigen de verdere aanpak schriftelijk vast.
**6.**
@ -86,7 +96,7 @@ Nadat overeenkomstig het in Bijlage I en Bijlage II bedoelde onderzoek in een st
Daarnaast wordt in de stal het voersysteem gereinigd en ontsmet en wordt tijdens de eerstvolgende ronde gedurende twee weken aan het drinkwater voor de vleeskuikens een geregistreerd middel met bacteriedodende werking toegediend door of namens de ondernemer, volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het geregistreerde middel.
**7.** Nadat, met uitzondering van een eerste Salmonella Java constatering in de stal, op basis van de onderzoeken omschreven in het derde en vijfde lid, geen Salmonella Java meer in de stal wordt aangetroffen, voert de ondernemer gedurende drie achtereenvolgende ronden enkele maatregelen uit. Een HOSOWO- instantie voert het hygiënogram als bedoeld in artikel 3, achtste lid, van de Verordening uit en onderzoekt de stal op aanwezigheid van Salmonella Java overeenkomstig Bijlage VIII.
**7.** Indien op basis van de onderzoeken omschreven in het derde en vijfde lid na een tweede Salmonella Java besmetting in de stal geen Salmonella Java meer in de stal wordt aangetroffen, laat de ondernemer gedurende drie achtereenvolgende ronden door een HOSOWO-instantie een hygiënogram uitvoeren en de stal op de aanwezigheid van Salmonella Java onderzoeken overeenkomstig Bijlage VI.
### Artikel 9
@ -98,8 +108,6 @@ Daarnaast wordt in de stal het voersysteem gereinigd en ontsmet en wordt tijdens
**4.** Na de in het derde lid bedoelde behandeling wordt het graan ter verificatie opnieuw, overeenkomstig Bijlage IV, onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien het ter verificatie uitgevoerde onderzoek heeft uitgewezen dat het graan niet meer met Salmonella is besmet mag de ondernemer het aan een koppel vleeskuiken voeren.
**5.** Indien het traceringsonderzoek als bedoeld in Bijlage V heeft uitgewezen dat het graan niet de oorzaak is van de Salmonella-besmetting bij een koppel vleeskuikens, is het niet noodzakelijk het graan te onderzoeken op aanwezigheid van Salmonella.
### Artikel 10
Indien de ondernemer constateert dat de kratten of containers waarin een koppel vleeskuikens wordt vervoerd niet schoon zijn, maakt hij hiervan direct melding aan het productschap.
@ -110,25 +118,19 @@ Indien de ondernemer constateert dat de kratten of containers waarin een koppel
**2.** Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dag van dagtekening in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, waarin het wordt geplaatst.
## Bijlage I. : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters inlegvellen
## Bijlage I. Werkvoorschrift voor het nemen van monsters inlegvellen
## Bijlage II. : Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Salmonella
## Bijlage II. Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Salmonella
## Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Campylobacter
## Bijlage III. Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Campylobacter
## Bijlage IV. : Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek op aanwezigheid van Salmonella
## Bijlage IV. Werkvoorschrift voor de bemonstering van graan ten behoeve van onderzoek op aanwezigheid van Salmonella
Van ieder partij graan die op het pluimveebedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of rechtstreeks van een andere teler, dient een monster te worden achtergehouden wanneer de partij wordt opgeslagen. Indien bij het koppel vleeskuikens een salmonellabesmetting wordt geconstateerd en de oorzaak van de besmetting is onbekend, dient het achtergehouden monster graan op de aanwezigheid van Salmonella te worden onderzocht.
## Bijlage V. : Tracerings-, monitorings- en bestrijdingplan
## Bijlage V. Protocol voor het reinigen en ontsmetten van met Salmonella Java besmette pluimveestallen en inventaris
## Bijlage VI. : Eisen aan de borgingssystematiek voor eigen monstername door de pluimveehouder
De pluimveehouder, die zelf monsters neemt ten behoeve van het onderzoek naar Salmonella en Campylobacter, volgens de in bijlage II en III vermelde bemonsteringsmethoden moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
## Bijlage VII. : Protocol voor het reinigen en ontsmetten van met Salmonella Java besmette pluimveestallen en inventaris
## Bijlage VIII. : Protocol voor het nemen van swabmonsters in stallen waar bij het koppel een Salmonella Java besmetting is geconstateerd
## Bijlage VI. Protocol voor het nemen van swabmonsters in stallen waar bij het koppel een Salmonella Java besmetting is geconstateerd
Het doel van de monstername is Salmonella Java te vinden, het is derhalve van belang om gericht te zoeken naar zichtbaar vuile oppervlakken. Deze worden bemonsterd, aangezien het niet zinvol is om schone oppervlakken te swabben.