2003-09-01 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000
This commit is contained in:
parent
b8436a5d97
commit
fae887fd55
1 changed files with 57 additions and 29 deletions
|
|
@ -23,14 +23,15 @@ d. buitengrenzen: de Nederlandse zeegrenzen, alsmede lucht- of zeehavens waar gr
|
|||
e. gemeenschapsonderdanen:
|
||||
|
||||
1°. onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie die op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gerechtigd zijn een andere lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
2°. familieleden van de onder 1° genoemde die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genomen besluit gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
2°. familieleden van de onder 1° genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die uit hoofde van een ter toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genomen besluit gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
3°. onderdanen van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992, die ter zake van binnenkomst en verblijf in een lidstaat rechten genieten die gelijk zijn aan die van burgers van de lidstaten van de Europese Unie;
|
||||
4°. familieleden van de onder 3° genoemde die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
4°. familieleden van de onder 3° genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens bovengenoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
5°. onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, indien zij verblijven op grond van de op 21 juni 1999 te Luxemburg totstandgekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86);
|
||||
6°. familieleden van de onder 5° genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens de onder 5° genoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven;
|
||||
f. herhaalde aanvraag: een aanvraag, die op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden afgewezen;
|
||||
g. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993;
|
||||
h. machtiging tot voorlopig verblijf: het door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of in het land van bestendig verblijf, dan wel het door het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of door het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, na voorafgaande machtiging van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden;
|
||||
i. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
h. machtiging tot voorlopig verblijf: het bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling in persoon aangevraagde en aldaar door die vertegenwoordiging of dat Kabinet na voorafgaande machtiging van Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden;
|
||||
i. Onze Minister: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;
|
||||
j. verblijf op reguliere gronden: het verblijf van een vreemdeling in Nederland op grond van deze wet anders dan op de gronden bedoeld in de artikelen 29 en 34;
|
||||
k. Vluchtelingenverdrag: het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76);
|
||||
l. verdragsvluchteling: de vreemdeling die vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en op wie de bepalingen ervan van toepassing zijn;
|
||||
|
|
@ -90,7 +91,7 @@ d. niet voldoet aan de voorwaarden die bij of krachtens algemene maatregel van b
|
|||
|
||||
**2.** Indien de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, Nederland is binnengekomen aan boord van een vaartuig of luchtvaartuig in gebruik bij een vervoersonderneming, dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten met dat vervoer of een hem door een ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen vervoermiddel.
|
||||
|
||||
**3.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33 indient.
|
||||
**3.** De verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33 heeft ingediend en daarop nog niet is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,6 +411,8 @@ f. die als partner of als meerderjarig kind zodanig afhankelijk is van de vreemd
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt afgewezen indien:
|
||||
|
||||
a. een ander land, partij bij het Vluchtelingenverdrag ingevolge een verdrag of een dit land en Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag;
|
||||
|
|
@ -417,6 +420,8 @@ b. de vreemdeling reeds rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, ond
|
|||
c. de vreemdeling eerder een aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning heeft ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en hij op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 onder f, g en h, of
|
||||
d. de vreemdeling op grond van een verdragsverplichting tussen Nederland en een ander land zal worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf, terwijl dat land partij is bij het Vluchtelingenverdrag, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69), dan wel zich anderszins heeft verplicht artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en artikel 3 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, na te leven.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 28, ambtshalve de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14, is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 wordt afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zich zelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.
|
||||
|
|
@ -487,7 +492,7 @@ De aanvraag tot het verlenen van:
|
|||
a. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 of tot het verlengen van de geldigheidsduur ervan;
|
||||
b. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33,
|
||||
|
||||
wordt, in afwijking van artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
|
||||
wordt, in afwijking van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
|
|
@ -504,7 +509,7 @@ Indien de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld zich omtrent de aanvraag t
|
|||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning of het verlengen van de geldigheidsduur ervan af te wijzen, dan wordt de vreemdeling hiervan, onder opgave van redenen, schriftelijk mededeling gedaan. Het schriftelijke voornemen wordt aan de vreemdeling meegedeeld door uitreiking of toezending ervan. De op de aanvraag betrekking hebbende stukken worden bij de schriftelijke mededeling gevoegd, voor zover de vreemdeling geen kennis kan hebben van de inhoud van deze stukken.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning of het verlengen van de geldigheidsduur ervan af te wijzen, dan wordt de vreemdeling hiervan, onder opgave van redenen, schriftelijk mededeling gedaan. De mededeling kan eveneens betrekking hebben op het voornemen om niet ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 te verlenen. Het schriftelijke voornemen wordt aan de vreemdeling meegedeeld door uitreiking of toezending ervan. De op de aanvraag betrekking hebbende stukken worden bij de schriftelijke mededeling gevoegd, voor zover de vreemdeling geen kennis kan hebben van de inhoud van deze stukken.
|
||||
|
||||
**2.** De vreemdeling brengt zijn zienswijze, in afwijking van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht, schriftelijk naar voren binnen de door Onze Minister bepaalde redelijke termijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -528,7 +533,7 @@ De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd al
|
|||
|
||||
**2.** De inwilliging van de aanvraag is mede afgestemd op het beleid dat Onze Minister na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken dienaangaande voert.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de aanvraag wordt afgewezen, wordt in de beschikking ingegaan op de zienswijze van de vreemdeling.
|
||||
**3.** Indien de aanvraag wordt afgewezen, wordt in de beschikking ingegaan op de zienswijze van de vreemdeling. In de beschikking wordt tevens ingegaan op de zienswijze van de vreemdeling op het voornemen om niet ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14, te verlenen, indien hem van dat voornemen mededeling is gedaan.
|
||||
|
||||
**4.** De termijn voor het geven van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie nodig is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -774,8 +779,11 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven omtrent de toepa
|
|||
|
||||
In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. wiens rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i, is geëindigd, of
|
||||
b. die onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft gehad, Nederland onmiddellijk te verlaten.
|
||||
a. wiens rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i, is geëindigd;
|
||||
b. die onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft gehad; of
|
||||
c. wiens aanvraag is afgewezen binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal uren,
|
||||
|
||||
Nederland onmiddellijk te verlaten.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -788,7 +796,7 @@ b. in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en die niet binnen de bij deze wet gestelde termijn Nederland uit eigen beweging heeft verlaten, kan ingevolge artikel 27, eerste lid, onder b, dan wel artikel 45, eerste lid, onder b, worden uitgezet.
|
||||
**1.** De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en die niet binnen de bij deze wet gestelde termijn Nederland uit eigen beweging heeft verlaten, kan worden uitgezet.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister is bevoegd tot uitzetting.
|
||||
|
||||
|
|
@ -827,7 +835,7 @@ De vreemdeling kan door Onze Minister ongewenst worden verklaard:
|
|||
|
||||
a. indien hij niet rechtmatig in Nederland verblijft en bij herhaling een bij deze wet strafbaar gesteld feit heeft begaan;
|
||||
b. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd;
|
||||
c. indien hij in Nederland verblijft anders dan op grond van artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, en hij een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
|
||||
c. indien hij een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid en geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 onder a tot en met e dan wel l;
|
||||
d. ingevolge een verdrag, of
|
||||
e. in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
|
||||
|
||||
|
|
@ -865,7 +873,7 @@ e. in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is voor beroepen tegen besluiten, gegeven op grond van deze wet de rechtbank te 's-Gravenhage bevoegd.
|
||||
|
||||
**2.** Tegen een besluit, gegeven op grond van artikel 43 kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De artikelen 70, eerste lid, en 89 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Tegen een besluit, gegeven op grond van de artikelen 43 en 45, vierde lid kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De artikelen 70, eerste lid, en 89 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Regulier
|
||||
|
||||
|
|
@ -875,7 +883,7 @@ e. in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.
|
|||
|
||||
**1.** Deze afdeling is van toepassing indien de afdelingen 3 en 5 van dit hoofdstuk niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een machtiging tot voorlopig verblijf, wordt voor de toepassing van deze afdeling gelijkgesteld met een beschikking gegeven krachtens deze wet.
|
||||
**2.** Een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een machtiging tot voorlopig verblijf, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een beschikking omtrent een verblijfsvergunning regulier gegeven krachtens deze wet.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt met een beschikking tevens gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -919,7 +927,7 @@ Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een beschikking op grond van deze wet die kra
|
|||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
**1.** Tegen een ter uitvoering van deze wet genomen beschikking die niet door of namens Onze Minister is genomen, kan bij Onze Minister administratief beroep worden ingesteld. Artikel 10:3, tweede lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
**1.** Tegen een ter uitvoering van deze wet genomen beschikking die niet door of namens Onze Minister is genomen, met uitzondering van een beschikking als bedoeld in artikel 72, tweede lid, kan bij Onze Minister administratief beroep worden ingesteld. Artikel 10:3, tweede lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid staat geen administratief beroep open tegen een beschikking die is gegeven op grond van de artikelen 6 en 50, tweede, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -937,7 +945,9 @@ Indien een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan teneinde uitzetting t
|
|||
|
||||
**1.** Deze afdeling is slechts van toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit omtrent een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 en 33.
|
||||
|
||||
**2.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 43.
|
||||
**2.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 43 en 45, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien in de voornemenprocedure, bedoeld in de artikelen 39 en 41, de vreemdeling tevens in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven over het voornemen niet ambtshalve een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 80
|
||||
|
||||
|
|
@ -958,18 +968,19 @@ In afwijking van de artikelen 8:41, eerste lid, en 8:82, eerste lid, van de Alge
|
|||
Het eerste lid is niet van toepassing indien het besluit inhoudt:
|
||||
|
||||
a. de afwijzing van de aanvraag binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal uren;
|
||||
b. de afwijzing van de herhaalde aanvraag, of
|
||||
c. een besluit als bedoeld in artikel 43.
|
||||
b. de afwijzing van de herhaalde aanvraag;
|
||||
c. de afwijzing van de aanvraag op grond van artikel 30, eerste lid, onder a, of
|
||||
d. een besluit als bedoeld in de artikelen 43 en 45, vierde lid.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 59.
|
||||
**4.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 6 of 59.
|
||||
|
||||
### Artikel 83
|
||||
|
||||
**1.** De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met feiten en omstandigheden die na het nemen van het bestreden besluit zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Met feiten en omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen rekening gehouden indien deze voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, relevant kunnen zijn.
|
||||
**2.** Met feiten en omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, wordt alleen rekening gehouden indien deze relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank verzoekt Onze Minister om zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de wederpartij en de rechtbank te laten weten of de ingeroepen feiten en omstandigheden aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1034,17 +1045,17 @@ In afwijking van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Voorzitte
|
|||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
**1.** Een aanwijzing op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, de ophouding en de verlenging van de ophouding bedoeld in artikel 50, tweede, derde en vierde lid, en een ingevolge hoofdstuk 5 van deze wet genomen maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming worden voor de toepassing van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld met een besluit.
|
||||
**1.** Een aanwijzing op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, of op grond van artikel 55, eerste lid, de ophouding en de verlenging van de ophouding bedoeld in artikel 50, tweede, derde en vierde lid, en een ingevolge hoofdstuk 5 van deze wet genomen maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming worden voor de toepassing van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld met een besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking vanartikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de griffier geen griffierecht geheven.
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de griffier geen griffierecht geheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
**1.** Uiterlijk op de derde dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59, stelt Onze Minister de rechtbank hiervan in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel.
|
||||
**1.** Uiterlijk op de derde dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59, stelt Onze Minister de rechtbank hiervan in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
|
||||
|
||||
**2.** De rechtbank bepaalt onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting. De zitting vindt uiterlijk op de zevende dag na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
|
||||
**2.** De rechtbank bepaalt onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting. De zitting vindt uiterlijk op de zevende dag na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
|
||||
|
||||
**3.** De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1052,11 +1063,11 @@ In afwijking van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Voorzitte
|
|||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
**1.** Tegen de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid, staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 84, onder a, staat tegen de uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid, hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
|
||||
|
||||
**2.** Afdeling 4 is van toepassing, met uitzondering van de artikelen 84 en 86.
|
||||
**2.** Afdeling 4 is van toepassing. In afwijking van artikel 84, onder d, strekt het hoger beroep zich ook uit over de toekenning van schadevergoeding, bedoeld in artikel 106.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van artikel 40 van de Wet op de Raad van State wordt door de secretaris geen griffierecht geheven.
|
||||
**3.** In afwijking van de artikelen 40 en 41 van de Wet op de Raad van State wordt door de secretaris geen griffierecht geheven.
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
|
|
@ -1096,7 +1107,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzi
|
|||
|
||||
**1.** Op verzoek van de vreemdeling wordt hem een raadsman toegevoegd zodra hem ingevolge deze wet zijn vrijheid is ontnomen. Artikel 99, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Bevoegd tot het geven van een last tot toevoeging aan het bureau rechtsbijstandvoorziening is de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de vreemdeling zich bevindt. Ingeval hoger beroep is ingesteld op grond van artikel 95, is de voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd tot het geven van de last tot toevoeging aan het bureau rechtsbijstandvoorziening.
|
||||
**2.** Bevoegd tot het geven van een last tot toevoeging aan het bureau rechtsbijstandvoorziening is de voorzieningenrechter van de rechtbank in het rechtsgebied waarvan de vreemdeling zich bevindt. Ingeval hoger beroep is ingesteld op grond van artikel 95, is de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd tot het geven van de last tot toevoeging aan het bureau rechtsbijstandvoorziening.
|
||||
|
||||
**3.** Voorzover de wet niet op andere wijze in de toevoeging voorziet, kan het bureau rechtsbijstandvoorziening aan de vreemdeling op diens verzoek een raadsman toevoegen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1130,7 +1141,9 @@ Met betrekking tot de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen ingevolge de a
|
|||
|
||||
### Artikel 106
|
||||
|
||||
Indien de rechtbank de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt, dan wel de vrijheidsontneming reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 en93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de vreemdeling na het indienen van zijn verzoek is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
|
||||
**1.** Indien de rechtbank de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt, dan wel de vrijheidsontneming reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de vreemdeling na het indienen van zijn verzoek is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming beveelt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Algemene en strafbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1148,6 +1161,21 @@ Indien de rechtbank de opheffing van een maatregel strekkende tot vrijheidsontne
|
|||
|
||||
**5.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid worden met bestuursorganen gelijkgesteld instellingsbesturen van uit de openbare kas bekostigde instellingen en bevoegde gezagsorganen van uit de openbare kas bekostigde scholen en instellingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 107a
|
||||
|
||||
**1.** Bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens kunnen worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de doelmatige en doeltreffende uitvoering van de grensbewaking, de toelating, het verblijf en de uitzetting van vreemdelingen en het toezicht op vreemdelingen op grond van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verwerkt door of namens Onze Minister en de in de artikelen 46 tot en met 48 aangewezen ambtenaren. Zij kunnen worden verwerkt door derden, voor zover deze betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet en daartoe noodzakelijkerwijs de beschikking over deze gegevens moeten verkrijgen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij wordt in ieder geval geregeld:
|
||||
|
||||
a. op welke wijze de verwerking, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt;
|
||||
b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
|
||||
c. welke gegevens, aan welke personen of instanties, voor welk doel en op welke wijze kunnen worden verstrekt;
|
||||
d. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld of voor zover het verwerken met dat doel verenigbaar is, alsmede hoe daarop wordt toegezien.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 108
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue