From fafa9f7298c45678c5b74d289d5ba9e5ef062055 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 12 Jun 2015 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2015-06-12 | BWBR0009219 | Wijzigingswet enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) --- .../BWBR0009219/README.md | 6 +++--- 1 file changed, 3 insertions(+), 3 deletions(-) diff --git a/wet/wijzigingswet-enkele-belastingwetten-ca-1998-fiscale-milieuversterking/BWBR0009219/README.md b/wet/wijzigingswet-enkele-belastingwetten-ca-1998-fiscale-milieuversterking/BWBR0009219/README.md index 7df94154c4e..2c21a2e242d 100644 --- a/wet/wijzigingswet-enkele-belastingwetten-ca-1998-fiscale-milieuversterking/BWBR0009219/README.md +++ b/wet/wijzigingswet-enkele-belastingwetten-ca-1998-fiscale-milieuversterking/BWBR0009219/README.md @@ -80,13 +80,13 @@ b. verliezen ter zake van activiteiten waarop het eerste lid geen toepassing vin ### Artikel XI -Voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt op de balans aan het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 1998 van een onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of van een lichaam als bedoeld in het zevende lid, tweede volzin, onderdeel j, van dat artikel, dan wel van een lichaam als bedoeld in het slot van dat artikel, geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de activiteiten waarvoor de belastingplicht een aanvang neemt als gevolg van de in artikel III opgenomen wijzigingen van artikel 2 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. +Voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt op de balans aan het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 1998 van een onderneming als bedoeld in het tot het moment van inwerkingtreding van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldende artikel 2, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of van een lichaam als bedoeld in het tot het moment van inwerkingtreding van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldende het zevende lid, tweede volzin, onderdeel j, van dat artikel, dan wel van een lichaam als bedoeld in het tot het moment van inwerkingtreding van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldende het slot van dat artikel, geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de activiteiten waarvoor de belastingplicht een aanvang neemt als gevolg van de in artikel III opgenomen wijzigingen van artikel 2 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. ### Artikel XII -**1.** Indien in de periode van 5 juli 1996 tot het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 1998 van een door een publiekrechtelijke rechtspersoon gedreven onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, door deze rechtspersoon activiteiten als bedoeld in die tweede volzin zijn ingebracht in of vervreemd aan een ander lichaam waarin de inbrenger of de vervreemder voor ten minste een derde gedeelte een belang heeft, waarmee hij in een groep is verbonden in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of waarvan hij een bestuurder kan benoemen of ontslaan, vindt in afwijking in zoverre van de artikelen 10 en 10a, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij dat andere lichaam geen afschrijving plaats op goodwill met betrekking tot de van de inbrenger of de vervreemder daarbij verkregen vermogensbestanddelen. +**1.** Indien in de periode van 5 juli 1996 tot het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 1998 van een door een publiekrechtelijke rechtspersoon gedreven onderneming als bedoeld in het tot het moment van inwerkingtreding van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldende artikel 2, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, door deze rechtspersoon activiteiten als bedoeld in die tweede volzin zijn ingebracht in of vervreemd aan een ander lichaam waarin de inbrenger of de vervreemder voor ten minste een derde gedeelte een belang heeft, waarmee hij in een groep is verbonden in de zin van artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of waarvan hij een bestuurder kan benoemen of ontslaan, vindt in afwijking in zoverre van de artikelen 10 en 10a, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij dat andere lichaam geen afschrijving plaats op goodwill met betrekking tot de van de inbrenger of de vervreemder daarbij verkregen vermogensbestanddelen. -**2.** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de inbreng of vervreemding van activiteiten door een lichaam als bedoeld in artikel 2, zevende lid, tweede volzin, onderdeel j, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of door een lichaam als bedoeld in het slot van dat artikel. +**2.** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de inbreng of vervreemding van activiteiten door een lichaam als bedoeld in het tot het moment van inwerkingtreding van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldende artikel 2, zevende lid, tweede volzin, onderdeel j, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 of door een lichaam als bedoeld in het slot van dat tot dat moment geldende artikel. ### Artikel XIII