2014-12-18 | BWBR0026387 | Inkomstenbelasting, aftrek van uitgaven voor monumentenpanden

This commit is contained in:
Coornhert 2014-12-18 12:00:00 +00:00
parent 62aa680038
commit fb2073bf15

View file

@ -38,6 +38,23 @@ Uitgaven voor monumentenpanden die betrekking hebben op de periode vóór de ins
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) goed dat ook aftrekbaar zijn de uitgaven voor monumentenpanden die zijn gedaan in de periode vanaf het moment dat de aanwijzing definitief is geworden tot de datum van inschrijving in het monumentenregister.
### 2.2. Op het grondgebied van een andere lidstaat gelegen monumentenpand verband houdend met het Nederlands cultureel erfgoed
In de uitspraak van 18 december 2014 (C-87/13, ECLI:EU:C:2014:2459) heeft het Europese Hof van Justitie in antwoord op prejudiciële vragen van de Hoge Raad geoordeeld dat de mogelijkheid tot aftrek van uitgaven voor monumentenpanden die in Nederland gelegen zijn, ook open moet staan voor eigenaren van monumentenpanden die op het grondgebied van een andere lidstaat zijn gelegen en verband houden met het Nederlands cultureel erfgoed. De Hoge Raad heeft in de desbetreffende zaak op 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1174) conform het oordeel van het Hof van Justitie arrest gewezen. Om voornoemde uitspraken te effectueren en vooruitlopend op wetgeving, keur ik het volgende goed.
Ik keur onder de volgende voorwaarde goed, en mits aan de overige voorwaarden van artikel 6.31 van de Wet IB 2001 is voldaan, dat de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden ook openstaat voor monumentenpanden die op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gelegen, mits aan de overige voorwaarden van artikel 6.31 van de Wet IB 2001 is voldaan. Deze goedkeuring geldt met ingang van 18 december 2014.
Voor deze goedkeuring geldt de voorwaarde dat de eigenaar van het monumentenpand een erkenning heeft van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat:
het monumentenpand een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed, en
het monumentenpand voor aanwijzing op grond van de Monumentenwet 1988 in aanmerking zou komen als het op Nederlands grondgebied zou zijn gelegen.
De volgende elementen worden nader vastgesteld in een beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:
de criteria aan de hand waarvan een verzoek om erkenning wordt beoordeeld;
de wijze waarop een eigenaar een aanvraag kan indienen en
de wijze waarop een eigenaar kan aantonen dat het monumentenpand een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed en in aanmerking zou komen voor aanwijzing als beschermd monument als het op Nederlands grondgebied zou zijn gelegen.
## 3. Huurderslasten
Niet aftrekbaar zijn de zogenoemde huurderslasten, zoals tuinonderhoud, behangen, binnenverf- en witwerk en kleinere reparaties (Hoge Raad, 5 oktober 1988, rolnr. 25 613, BNB 1988/321). Hierna behandel ik onder 3.1 en 3.2 de uitgaven van binnenschilderwerk en de uitgaven voor tuin of park.