2023-07-15 | BWBR0047436 | Wet hersteloperatie toeslagen

This commit is contained in:
Coornhert 2023-07-15 12:00:00 +00:00
parent 19ffd871b8
commit fb3fef3231

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet hersteloperatie toeslagen
bwb_id: BWBR0047436
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2022-11-05'
datum_inwerkingtreding: '2023-07-15'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047436
citeertitel: Wet hersteloperatie toeslagen
---
@ -18,10 +18,17 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- * berekeningsjaar: * kalenderjaar waarop de toeslag betrekking heeft;
- * huurtoeslag: * huurtoeslag als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag;
- *inspecteur:* de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- * kind: * eigen kind als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet;
- * kinderopvangtoeslag: * kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- * kindgebonden budget: * kindgebonden budget als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het kindgebonden budget;
- * partner: * partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
- *ontvanger:* de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990;
- *Onze Minister:* Onze Minister van Financiën;
- *overleden aanvrager:* aanvrager van een kinderopvangtoeslag die is overleden en ten aanzien van wie een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is toegepast of ten aanzien van wie aannemelijk is dat deze zou zijn toegepast, indien diegene:
a. nog in leven zou zijn geweest op het moment van toepassing van de herstelmaatregel naar aanleiding van diens aanvraag daartoe; of
b. daartoe een aanvraag zou hebben gedaan en is overleden voor 1 januari 2024;
- * partner: * partner als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met overeenkomstige toepassing van artikel 5 van die wet;
- * pleegkind: * pleegkind als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet of een kind dat met een pleegkind wordt gelijkgesteld krachtens artikel 4, vierde lid, van die wet;
- * toeslag: * kinderopvangtoeslag, huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget;
- * zorgtoeslag: * zorgtoeslag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag.
@ -145,9 +152,13 @@ b. een verlaging, vaststelling op nihil of naar rato vaststelling als bedoeld in
**1.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een voor 1 januari 2024 aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van de belanghebbende een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, die zich hebben voorgedaan bij een beschikking tot vaststelling of tot terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, dan wel bij het niet toekennen van een persoonlijke betalingsregeling vanwege de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld van de belanghebbende of diens partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering inzake de kinderopvangtoeslag, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van de belanghebbende te laten en waarvoor andere compensaties, herzieningen, hardheidstegemoetkomingen, O/GS-tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2.6 of vergoedingen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
**2.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
**2.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kan onder bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur te stellen regels op een aan de Belastingdienst/Toeslagen gedaan verzoek van het kind, pleegkind en voormalig pleegkind of de ex-partner een bijzondere tegemoetkoming worden toegekend indien sprake is van een schrijnend geval waarin toepassing van deze wet leidt tot ernstige onbillijkheden van overwegende aard, welke onbillijkheden zodanig zijn dat het overduidelijk onredelijk is deze voor rekening van dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind, onderscheidenlijk die ex-partner, te laten en waarvoor de voorzieningen ter zake van die onbillijkheden niet voldoende zijn.
### Afdeling 2.2. Tegemoetkoming kind, pleegkind of voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of partner
**3.** De voordracht voor een krachtens het eerste en tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
### Afdeling 2.1a. Compensatie en tegemoetkomingen nabestaanden van overleden aanvrager kinderopvangtoeslag
### Afdeling 2.2. Tegemoetkoming voor kind, pleegkind en voormalig pleegkind van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag of diens partner en voor kind, pleegkind en voormalig pleegkind van ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 2.10
@ -169,6 +180,36 @@ Aan een voormalig pleegkind van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in
a. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag in de periode tussen de eerste beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is geboren.
### Artikel 2.11a
**1.**
Aan een kind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het kind:
a. is geboren voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
**2.** Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.11b
**1.**
Aan een pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het pleegkind:
a. pleegkind van de ex-partner is geworden voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag; en
b. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
**2.**
Aan een voormalig pleegkind van een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, kent de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 toe, indien het voormalige pleegkind:
a. pleegkind van de ex-partner is geworden voordat de ex-partner de partner werd van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag;
b. onderdeel van het huishouden is geweest van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner in de periode tussen de eerste beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarvoor herstel wordt geboden door middel van de herstelmaatregel, tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap tussen de aanvrager van de kinderopvangtoeslag en diens ex-partner is geëindigd; en
c. op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of in de periode van 1 januari 2005 tot en met de dag voordat het toeslagpartnerschap met de aanvrager van een kinderopvangtoeslag begon, is geboren.
**3.** Artikel 2.14g, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 2.12
**1.**
@ -190,35 +231,115 @@ Een kind als bedoeld in artikel 2.10, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.1
a. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 heeft bekendgemaakt; en
b. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming niet ambtshalve binnen zes maanden na de datum, bedoeld in artikel 6.4, onderdeel a of b, heeft vastgesteld.
### Artikel 2.13a
Een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, kan een aanvraag doen tot toekenning van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 indien:
a. de Belastingdienst/Toeslagen de beschikking tot toekenning van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, heeft bekendgemaakt; en
b. de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, niet ambtshalve is gegeven binnen zes maanden na de datum van dagtekening van de beschikking, bedoeld in artikel 6.4a.
### Artikel 2.14
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.3. (Gereserveerd)
### Artikel 2.14a
### Afdeling 2.4. Ondersteuning en vergoedingen voor gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin woonachtig buiten nederland
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.2a. Tegemoetkoming nabestaanden van overleden kind
### Afdeling 2.3. Compensatie en noodvoorziening ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 2.14g
**1.**
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder ex-partner verstaan degene die:
a. partner was van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 op:
1°. enig moment in een berekeningsjaar indien de beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid betrekking heeft op de kinderopvangtoeslag voor dat berekeningsjaar en geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de kinderopvang van het kind of het toenmalige pleegkind van die partner;
2°. enig moment in een berekeningsjaar indien het terug te betalen bedrag aan kinderopvangtoeslag waarvoor op grond van de beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke betalingsregeling is geweigerd, betrekking heeft op dat berekeningsjaar en geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op de kinderopvang van het kind of het toenmalige pleegkind van die partner; of
3°. de datum van de dagtekening van de beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid of de beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld en gedurende ten minste een jaar daarna;
b. zelf niet in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7; en
c. geen partner meer was van die aanvrager op de peildatum als gevolg van een omstandigheid anders dan het overlijden van die aanvrager.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 mede verstaan de overleden aanvrager.
**3.**
De peildatum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is:
a. de peildatum, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid; of
b. de eerste dag van de maand die volgt op de dag van overlijden van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, indien de peildatum, bedoeld in onderdeel a, in verband met dat overlijden, niet kan worden vastgesteld op de in dit onderdeel eerstgenoemde dag.
**4.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid verstaan: aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, gerichte beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een kinderopvangtoeslag of het beëindigen van voorschotverlening voor een kinderopvangtoeslag welke beschikking een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, of hardheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b.
**5.** Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld verstaan: aan de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in het eerste lid, gerichte beschikking waarin staat dat geen persoonlijke betalingsregeling wordt toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd welke beschikking een direct gevolg is van een onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens huidige of gewezen partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.
**6.** In afwijking van artikel 1.1 wordt voor de toepassing van dit artikel het begrip partner bij de beoordeling of sprake is van het al dan niet zijn van partner op het in dit artikel bedoelde tijdstip of in de dit artikel bedoelde periode om in aanmerking te komen voor compensatie als bedoeld in het eerste lid, beoordeeld op basis van artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen zoals dat artikel luidde in die periode of op dat tijdstip.
### Artikel 2.14h
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kent op aanvraag een compensatie van € 10.000 toe aan een ex-partner, met dien verstande dat de compensatie nihil bedraagt indien een ex-partner eerder compensatie heeft ontvangen op grond van dit lid.
**2.** De ex-partner doet de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet eerder dan na ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging deze aanvraag te doen en doet dit via een daartoe door de Belastingdienst/Toeslagen ter beschikking gesteld formulier.
**3.** Compensatie blijft achterwege voor zover op een andere wijze in een vergoeding of tegemoetkoming is voorzien ter zake van geleden schade als gevolg van een beschikking vanwege institutionele vooringenomenheid of hardheid of een beschikking vanwege een onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. Onder vergoeding of tegemoetkoming als bedoeld in de eerste zin wordt niet verstaan een bedrag dat de ex-partner heeft ontvangen van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag vanwege het met de ex-partner delen van een tegemoetkoming of compensatie die de aanvrager heeft ontvangen op grond van deze wet.
### Artikel 2.14i
Indien de Belastingdienst/Toeslagen niet op korte termijn overgaat tot uitbetaling van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, kan de Belastingdienst/Toeslagen een incidentele noodvoorziening toekennen aan een ex-partner, aan wie de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is toegekend en die zich in een acute financiële noodsituatie bevindt waardoor noodzakelijke uitgaven niet mogelijk zijn.
### Afdeling 2.4. Brede ondersteuning in het buitenland
### Artikel 2.15
**1.**
Onze Minister van Financiën kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan:
Onze Minister kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, ten behoeve van die aanvrager, diens partner en het kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een van beiden, indien:
a. een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, die op 7 juli 2020 niet in Nederland woonde en die op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister van Financiën niet in Nederland woont; en
b. de partner van die aanvrager en het kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een van beiden, indien die partner onderscheidenlijk dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister van Financiën niet in Nederland woont.
a. die aanvrager op 7 juli 2020 niet in Nederland woonde;
b. die aanvrager, die partner en dat kind, pleegkind of voormalig pleegkind van een van beiden op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister niet in Nederland woont.
**2.** Voor zover de brede ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van redelijke kosten die worden gemaakt in het kader van de brede ondersteuning.
**3.**
In geval van een wens tot remigratie naar Nederland van de aanvrager, diens partner of een kind of pleegkind van een van hen, die binnen drie maanden na het ambtshalve aanbod, bedoeld in het eerste lid, kenbaar is gemaakt aan Onze Minister van Financiën kan Onze Minister van Financiën op verzoek eenmalig:
In geval van een wens tot remigratie naar Nederland van de aanvrager, diens partner of een kind of pleegkind van een van hen, die binnen drie maanden na het ambtshalve aanbod, bedoeld in het eerste lid, kenbaar is gemaakt aan Onze Minister kan Onze Minister op verzoek eenmalig:
a. de redelijke reiskosten van remigratie van ieder van hen vergoeden of voor zijn rekening nemen, mits de partner of het kind of pleegkind voor de remigratie naar Nederland op hetzelfde adres buiten Nederland wonen als de aanvrager; en
b. de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen.
**4.** Onze Minister van Financiën verleent de ondersteuning, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, op basis van een plan van aanpak dat in overleg met de aanvrager van de kinderopvangtoeslag is opgesteld.
**4.** Onze Minister verleent de ondersteuning, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, op basis van een plan van aanpak dat in overleg met de aanvrager van de kinderopvangtoeslag is opgesteld.
**5.** Voor het vergoeden of voor zijn rekening nemen door Onze Minister van Financiën van de kosten, bedoeld in het derde lid, dient het plan van aanpak, bedoeld in het vierde lid, voor 1 juli 2025 te zijn vastgesteld en dient de remigratie naar Nederland plaats te vinden uiterlijk een jaar nadat het plan van aanpak is vastgesteld.
**5.** Onze Minister vergoedt of neemt voor zijn rekening de kosten, bedoeld in het derde lid, indien het plan van aanpak is vastgesteld voor 1 juli 2025 en indien de remigratie naar Nederland plaatsvindt uiterlijk een jaar nadat het plan van aanpak is vastgesteld.
### Artikel 2.15a
**1.**
Onze Minister kan ambtshalve brede ondersteuning in het buitenland aanbieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van die ex-partner en diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner, indien:
a. die ex-partner op 7 juli 2020 niet in Nederland woonde;
b. die ex-partner, diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner op het moment van ambtshalve toetsing door Onze Minister niet in Nederland woont.
**2.** Voor zover de brede ondersteuning wordt geboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming, wordt deze tegemoetkoming verstrekt ter vergoeding van redelijke kosten die worden gemaakt in het kader van de brede ondersteuning.
**3.**
In geval van een wens tot remigratie naar Nederland van de ex-partner, diens partner, diens kind, pleegkind of voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12, en het thuiswonende kind of pleegkind van hemzelf of van diens partner, die binnen drie maanden na het ambtshalve aanbod, bedoeld in het eerste lid, kenbaar is gemaakt aan Onze Minister kan Onze Minister op verzoek eenmalig:
a. de redelijke reiskosten van remigratie van ieder van hen vergoeden of voor zijn rekening nemen, mits voornoemde gezinsleden voor de remigratie naar Nederland op hetzelfde adres buiten Nederland wonen als de ex-partner;
b. de redelijke kosten van de verhuizing naar Nederland voor zijn rekening nemen.
**4.** Onze Minister verleent de ondersteuning, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, op basis van een plan van aanpak dat in overleg met de ex-partner is opgesteld.
**5.** Onze Minister vergoedt of neemt voor zijn rekening de kosten, bedoeld in het derde lid, indien het plan van aanpak is vastgesteld binnen drie maanden nadat de wens tot remigratie kenbaar is gemaakt en indien de remigratie naar Nederland plaatsvindt uiterlijk een jaar nadat het plan van aanpak is vastgesteld.
### Artikel 2.15b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 2.5. Tegemoetkomingen gedupeerde aanvrager huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget
@ -289,26 +410,32 @@ b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Belastingdienst/Toeslagen als iemand di
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.
### Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeente voor gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en diens gezin
### Afdeling 2.7. Brede ondersteuning door gemeenten
### Artikel 2.21
**1.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en ingezetene is van die gemeente, ten behoeve van hemzelf en zijn gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet, en een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**1.**
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en ingezetene is van een andere gemeente, in bijzondere omstandigheden en zo nodig in overleg met het college van die andere gemeente brede ondersteuning bieden ten behoeve van hemzelf of zijn gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet, en een kind een pleegkind of een voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12.
Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan brede ondersteuning bieden op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg aan een ingezetene van die gemeente die:
**3.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met de aanvrager van de kinderopvangtoeslag, een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12.
a. een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7;
b. een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind is dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12; of
c. een ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**4.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan de uitvoering van dit artikel, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de aanvrager van een kinderopvangtoeslag of een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten.
**2.** Brede ondersteuning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend ten behoeve van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, alsmede hun gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet en het thuiswonende kind of pleegkind ouder dan 18 jaar van de personen, bedoeld in het eerste lid, of van hun partner.
**5.** Indien de aanvraag tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt afgewezen, beëindigt het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning binnen 30 dagen nadat de Belastingdienst/Toeslagen het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd dat ten aanzien van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag een afwijzende beschikking is gegeven.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn in bijzondere omstandigheden van toepassing op een ingezetene van een andere gemeente, zo nodig in overleg met het college van die andere gemeente.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
**4.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verleent de brede ondersteuning op basis van een plan van aanpak dat ziet op het kunnen maken van een nieuwe start in het kader van herstel dat is opgesteld met de persoon die op basis van het eerste lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning.
**5.** Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan de uitvoering van dit artikel, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de persoon die op basis van het eerste of tweede lid in aanmerking komt voor brede ondersteuning en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten.
**6.** Indien de aanvraag tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt afgewezen, beëindigt het college van burgemeester en wethouders de brede ondersteuning van de personen die op grond van het eerste of tweede lid in aanmerking komen voor brede ondersteuning binnen 30 dagen nadat de Belastingdienst/Toeslagen het college van burgemeester en wethouders heeft geïnformeerd dat ten aanzien van de aanvrager van de kinderopvangtoeslag een afwijzende beschikking is gegeven.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
## Hoofdstuk 3. Kwijtschelding bestuursrechtelijke schulden
### Afdeling 3.1. Kwijtschelding bestuursrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner en compensatie
### Artikel 3.1
**1.**
@ -316,10 +443,11 @@ b. hij zich kenbaar heeft gemaakt bij de Belastingdienst/Toeslagen als iemand di
In afwijking van artikel 31bis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen scheldt de Belastingdienst/Toeslagen ambtshalve kwijt het voor 1 januari 2021 nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag die betrekking heeft op een berekeningsjaar van voor 2021, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van:
a. degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7;
b. degene die op de peildatum de partner was van degene, bedoeld in onderdeel a; en
c. degene die op 31 december 2020 de partner was van degene, bedoeld in onderdeel a, mits degene, bedoeld in onderdeel a, uiterlijk op 1 juni 2021 heeft verzocht om toepassing van de herstelmaatregel.
b. degene die op de peildatum de partner was van degene, bedoeld in onderdeel a;
c. degene die op 31 december 2020 de partner was van degene, bedoeld in onderdeel a, mits degene, bedoeld in onderdeel a, uiterlijk op 1 juni 2021 heeft verzocht om toepassing van de herstelmaatregel; en
d. een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**2.** De peildatum is de datum waarop het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, is uitbetaald aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan diegene voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, slechts geen forfaitair bedrag is uitgekeerd vanwege de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, eerste zin, is de peildatum de datum waarop het forfaitaire bedrag is uitbetaald aan degene aan wie het forfaitaire bedrag op grond van die zin wel is uitbetaald.
**2.** De peildatum is de datum waarop het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, is uitbetaald aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan diegene voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, slechts geen forfaitair bedrag is uitgekeerd vanwege de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, eerste zin, en artikel 2.7, tweede lid, tweede zin, niet op diegene van toepassing is, is de peildatum de datum waarop het forfaitaire bedrag is uitbetaald aan degene aan wie het forfaitaire bedrag op grond van die zin wel is uitbetaald. Indien dit forfaitaire bedrag is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan de laatstbedoelde persoon voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. Indien aan degene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geen forfaitair bedrag is uitgekeerd vanwege de toepassing van artikel 2.7, tweede lid, eerste zin, en artikel 2.7, tweede lid, tweede zin, op diegene van toepassing is, is de peildatum de datum waarop het bedrag dat op grond daarvan is toegekend, is uitbetaald aan diegene. Indien het bedrag, bedoeld in de vorige zin, is verminderd tot nihil, is de peildatum de datum waarop aan diegene voor het eerst een bedrag is uitbetaald op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**3.**
@ -477,11 +605,11 @@ b. de hoofdsom, welke op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel b, van de
### Artikel 3.13
**1.** Onze Minister van Financiën verleent op aanvraag compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden aan degene die voor 1 januari 2021 een bedrag heeft ontvangen op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, als diegene tussen het moment van het ontvangen van dat bedrag en 1 januari 2021 een bedrag heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.
**1.** Onze Minister verleent op aanvraag compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden aan degene die voor 1 januari 2021 een bedrag heeft ontvangen op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, als diegene tussen het moment van het ontvangen van dat bedrag en 1 januari 2021 een bedrag heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden of aan een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, als die ex-partner tussen het moment van het ontvangen van dat bedrag en de kwijtschelding van de bestuursrechtelijke schulden op grond van dit hoofdstuk een bedrag heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.
**2.** Het bedrag van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden is gelijk aan het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag in de periode, bedoeld in het eerste lid, heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.
**2.** Het bedrag van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden is gelijk aan het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag dan wel de ex-partner in de respectievelijke perioden, bedoeld in het eerste lid, heeft afgelost aan bestuursrechtelijke schulden.
**3.** De som van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden en de compensatie voor afgeloste geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 is maximaal het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag ontvangen heeft op grond van een herstelmaatregel.
**3.** De som van de compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden en de compensatie voor afgeloste geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 is maximaal het bedrag dat de aanvrager van kinderopvangtoeslag ontvangen heeft op grond van een herstelmaatregel dan wel de ex-partner heeft ontvangen op grond van artikel 2.14h, eerste lid.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een bestuursrechtelijke schuld verstaan een schuld die door een overheidsorganisatie zou zijn kwijtgescholden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag indien deze schuld niet voor 1 januari 2021 zou zijn afgelost.
@ -491,15 +619,13 @@ b. de hoofdsom, welke op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel b, van de
**2.** De persoon, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de gegevens, inlichtingen en documenten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit artikel.
### Afdeling 3.2. (Gereserveerd)
## Hoofdstuk 4. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden
### Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag en partner, compensatie en vergoeding
### Afdeling 4.1. Overneming en betaling privaatrechtelijke schulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, compensatie en vergoeding
### Artikel 4.1
**1.** Onze Minister van Financiën neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie artikel 4.6 of 4.7 niet van toepassing is.
**1.** Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is.
**2.**
@ -516,7 +642,7 @@ Geldschulden en kosten die worden overgenomen, zijn:
a. een geldschuld die is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser;
b. een geldschuld die niet is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser indien deze is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 of blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021, waarbij geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen een redelijke termijn na de dagtekening van de ingebrekestelling aanhangig moet zijn gemaakt;
c. een geldschuld die voortvloeit uit alimentatieverplichtingen;
d. de bij een geldschuld bijkomende kosten;
d. de bij een overgenomen of over te nemen opeisbare geldschuld bijkomende kosten;
e. een geldschuld bij een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon in het buitenland; en
f. bestuursrechtelijke geldschulden die niet voor kwijtschelding in aanmerking komen op grond van hoofdstuk 3.
@ -527,30 +653,31 @@ Geldschulden en kosten die niet worden overgenomen zijn:
a. de resterende hoofdsom van een hypothecaire lening, ook als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden, tenzij het een restschuld betreft na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak;
b. de resterende hoofdsommen van andere leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden;
c. een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad;
d. een percentage van de geldschuld aan een rechtspersoon, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap waarin de aanvrager van de schuldoverneming een belang heeft, dat gelijk is aan het percentage van dat belang van de aanvrager van de schuldoverneming; en
e. een geldschuld waarvoor aan de aanvrager van de schuldoverneming reeds compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in artikel 2.1 of een andere niet-forfaitaire vergoeding is toegekend.
d. een percentage van de geldschuld aan een rechtspersoon, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap waarin de aanvrager van de schuldoverneming een belang heeft, dat gelijk is aan het percentage van dat belang van de aanvrager van de schuldoverneming;
e. een geldschuld waarvoor aan de aanvrager van de schuldoverneming reeds compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in artikel 2.1 of een andere niet-forfaitaire vergoeding is toegekend; of
f. een geldschuld die al is overgenomen van een aanvrager of diens partner of van een ex-partner.
**5.** Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister van Financiën de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedoeld in artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
**5.** Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedoeld in artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
### Artikel 4.2
Onze Minister van Financiën voldoet op aanvraag van een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, of het Landelijk Bureau Invordering Ouderbijdragen de opeisbare schulden:
Onze Minister voldoet op aanvraag van een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, of het Landelijk Bureau Invordering Ouderbijdragen de opeisbare schulden:
a. die diegene, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, op wie op 1 juni 2021 de wanbetalersregeling, bedoeld in artikel 18d of 18e van de Zorgverzekeringswet, van toepassing is, heeft bij een zorgverzekeraar; of
a. die een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie op 1 juni 2021 de wanbetalersregeling, bedoeld in artikel 18d of 18e van de Zorgverzekeringswet, van toepassing is, heeft bij een zorgverzekeraar; of
b. die voortvloeien uit alimentatieverplichtingen van de persoon, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, en waarvoor het Landelijk Bureau Invordering Ouderbijdragen de gemachtigde invorderaar is.
### Artikel 4.3
**1.** Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 verleent Onze Minister van Financiën op aanvraag compensatie voor een afgeloste geldschuld die op grond van artikel 4.1 voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was.
**1.** Aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of aan een ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, verleent Onze Minister op aanvraag compensatie voor een afgeloste geldschuld die op grond van artikel 4.1 voor overneming in aanmerking zou komen als deze niet voldaan was.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag worden ingediend door degene, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b of c, indien hij geen partner meer is op het tijdstip waarop die aanvraag wordt ingediend.
**3.**
De compensatie wordt verleend voor een geldschuld en kosten die zijn voldaan door een aanvrager als bedoeld in het eerste lid of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c:
De compensatie wordt verleend voor een geldschuld en kosten die zijn voldaan door een aanvrager als bedoeld in het eerste lid, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c of de ex-partner, die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend:
a. na het moment van het ontvangen van een bedrag op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7; of
b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarin staat dat de Belastingdienst/Toeslagen vooralsnog geen reden ziet voor uitbetaling van een forfaitair bedrag en het moment van de dagtekening van de beschikking waarin toch recht op een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, is vastgesteld.
a. na het moment van het ontvangen van een bedrag op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 dan wel de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid; of
b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Belastingdienst/Toeslagen waarin staat dat de Belastingdienst/Toeslagen vooralsnog geen reden ziet voor uitbetaling van een forfaitair bedrag en het moment van de dagtekening van de beschikking waarin toch recht op een forfaitair bedrag als bedoeld in de artikelen 2.7, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
**4.** De compensatie wordt niet verleend indien artikel 4.6 of 4.7 wordt toegepast.
@ -558,7 +685,7 @@ b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Belastingdiens
### Artikel 4.4
**1.** Onze Minister van Financiën kent op aanvraag een forfaitaire kostenvergoeding toe aan de curator onderscheidenlijk bewindvoerder van degene, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, of artikel 4.3, eerste lid, die onder curatele staat als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of voor al de hem toebehorende onderscheidenlijk gaan toebehorende goederen onder bewind is gesteld als bedoeld in artikel 431 van die wet.
**1.** Onze Minister kent op aanvraag een forfaitaire kostenvergoeding toe aan de curator onderscheidenlijk bewindvoerder van degene, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, of artikel 4.3, eerste lid, die onder curatele staat als bedoeld in artikel 378 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of voor al de hem toebehorende onderscheidenlijk gaan toebehorende goederen onder bewind is gesteld als bedoeld in artikel 431 van die wet.
**2.** De vergoeding bedraagt vier uren tegen het door Onze Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde uurtarief.
@ -568,11 +695,11 @@ b. tussen het moment van de dagtekening van de beschikking van de Belastingdiens
Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedrag van over te nemen of te betalen zakelijke schulden, bedoeld in artikel 4.1, en van compensatie voor afgeloste zakelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3.
### Afdeling 4.2. Wettelijke schuldsanering en buitengerechtelijke schuldregeling gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Afdeling 4.2. Wettelijke schuldsanering en buitengerechtelijke schuldregeling gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag
### Artikel 4.6
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag de schulden van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 op wie de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, toepassing vindt die is ingegaan voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden.
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag de schulden van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, op wie de schuldsaneringsregeling, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, toepassing vindt die is ingegaan voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, op wie deze schuldsaneringsregeling toepassing vindt en die is ingegaan voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.
**2.** Het bedrag van de te betalen schulden is gelijk aan de som van het bedrag van de vorderingen op de lijst van erkende schuldeisers welke zijn geverifieerd overeenkomstig artikel 328 van de Faillissementswet.
@ -592,23 +719,25 @@ c. de afschriften van de boedelrekening.
**7.** Nadat uitbetaling van de bedragen, bedoeld in het tweede en zesde lid, heeft plaatsgevonden, gaat de bewindvoerder niet over tot vereffening van de boedel als bedoeld in titel III, zevende afdeling, van de Faillissementswet en verzoekt hij de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen als bedoeld in artikel 350 van die wet. Deze beëindiging wordt aangemerkt als een beëindiging op grond van artikel 350, derde lid, onder a, van die wet. Artikel 320, derde lid, van die wet is niet van toepassing.
**8.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien op een aanvrager van een kinderopvangtoeslag als bedoeld in het eerste lid door heropening op grond van artikel 356, vierde lid, van de Faillissementswet, van de schuldsaneringsregeling, welke initieel is aangevangen voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, opnieuw de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
**8.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien op een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, diens partner of een ex-partner als bedoeld in het eerste lid door heropening op grond van artikel 356, vierde lid, van de Faillissementswet, van de schuldsaneringsregeling, welke initieel is aangevangen voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, opnieuw de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
### Artikel 4.7
**1.**
De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag een bedrag ter grootte van de schulden, bedoeld in het tweede lid, van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en die:
De Belastingdienst/Toeslagen betaalt op aanvraag een bedrag ter grootte van de schulden, bedoeld in het tweede lid, van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, en die:
a. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is aangevangen in de vorm van schuldbemiddeling om niet als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het consumentenkrediet door de werkgever waarmee hij een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, waarbij een buitengerechtelijk akkoord is getroffen met zijn schuldeisers; of
b. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is aangevangen in de vorm van schuldbemiddeling door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet op het consumentenkrediet, waarbij een buitengerechtelijk akkoord is getroffen met zijn schuldeisers; of
c. zich bevindt in een buitengerechtelijke schuldregeling die voor de dag waarop dit artikel in werking is getreden, is aangevangen waarbij een saneringskrediet is verstrekt door een gemeentelijke kredietbank en waarbij een buitengerechtelijk akkoord is getroffen met zijn schuldeisers.
**1a.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, met dien verstande dat een buitenrechtelijke schuldregeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b of c, is aangevangen voor de dag waarop de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in werking is getreden.
**2.** Het bedrag van de te betalen schulden is gelijk aan de som van de openstaande vorderingen, die onderdeel zijn van een buitengerechtelijke schuldregeling.
**3.** Een schuld die voortvloeit uit een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht dat in kracht van gewijsde is gegaan binnen vijf jaren voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling, of een veroordeling als bedoeld in artikel 358, vierde lid, van de Faillissementswet binnen vijf jaar voor de aanvang van de buitengerechtelijke schuldregeling wordt niet betaald.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van het bedrag aan te betalen schulden geschiedt door de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, of de gemeentelijke kredietbank bij de Belastingdienst/Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan die werkgever, die persoon, die gemeentelijke kredietbank of die instelling en degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**4.** De aanvraag tot het geven van een beschikking tot betaling van het bedrag aan te betalen schulden geschiedt door de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het eerste lid, of de gemeentelijke kredietbank bij de Belastingdienst/Toeslagen. De beschikking wordt bekendgemaakt aan die werkgever, die persoon, die gemeentelijke kredietbank of die instelling en degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b en c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**5.** De Belastingdienst/Toeslagen betaalt aan de werkgever of de persoon of instelling, bedoeld in het vierde lid, een vergoeding voor het opzetten en uitvoeren van de buitengerechtelijke schuldregeling en voor eventueel financieel beheer. De vergoeding bedraagt nooit meer dan het salaris van de bewindvoerder, bedoeld in artikel 4.6, zesde lid.
@ -629,19 +758,21 @@ b. een berekening van de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedrag aan te betalen zakelijke schulden, bedoeld in artikel 4.6 of 4.7.
## Hoofdstuk 4A. Persoonlijke bijstand bij afhandeling herstel
## Hoofdstuk 5. Commissies
### Artikel 5.1
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister van Financiën een commissie in bestaande uit gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag of hun partners.
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister een commissie in bestaande uit gedupeerde aanvragers van een kinderopvangtoeslag of hun partners.
**2.** De commissie heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van Onze Minister van Financiën over de uitvoering, de juridische aspecten en het beleid van en de communicatie over de hersteloperatie, gericht op het herstellen van de problemen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, mede naar aanleiding van het eindrapport van de Adviescommissie uitvoering Toeslagen.
**2.** De commissie heeft tot taak het gevraagd en ongevraagd adviseren van Onze Minister over de uitvoering, de juridische aspecten en het beleid van en de communicatie over de hersteloperatie, gericht op het herstellen van de problemen met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, mede naar aanleiding van het eindrapport van de Adviescommissie uitvoering Toeslagen.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de commissie.
### Artikel 5.2
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister van Financiën commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.4.
**1.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister commissies in met het oog op de uitvoering van de artikelen 2.1 tot en met 2.4.
**2.** De commissies hebben tot taak het dossier van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag dat door de Belastingdienst/Toeslagen aan hen is voorgelegd te voorzien van een advies over de toepassing van artikel 2.1 tot en met 2.4. De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt daartoe aan de betrokken commissie een afschrift van de op de zaak betrekking hebbende gegevens, waaronder mede wordt begrepen de informatie die niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel van invloed is geweest op de beoordeling of behandeling ervan.
@ -659,20 +790,65 @@ Artikel 3.14 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van het bedr
**1.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, wordt ingediend voor 1 januari 2024.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 of 2.14 wordt ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen binnen een jaar na de uiterste datum voor het doen van een aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. In afwijking van de eerste zin kan een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 worden ingediend tot een jaar na de dagtekening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na 1 januari 2024.
**2.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 of 2.14 wordt ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen binnen een jaar na de uiterste datum voor het doen van een aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7. In afwijking van de eerste zin wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13 ingediend tot een jaar na de dagtekening van de beschikking tot het toepassen van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, indien die beschikking een dagtekening heeft van na 31 december 2023.
**3.** In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, 2.6, derde lid, 3.13, eerste lid, of 4.3, eerste lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, nog tot zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, worden ingediend.
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, 2.6, derde lid, 3.13, eerste lid, of 4.3, eerste lid, indien een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag als bedoeld in 4.1, eerste lid, 4.2, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, indien de eerste beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, nog tot zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, worden ingediend.
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in 4.1, eerste lid, 4.2, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, indien de eerste beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of van een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, na 1 juli 2023 onherroepelijk vast komt te staan, uiterlijk zes maanden na de datum waarop die beschikking onherroepelijk vast komt te staan, ingediend.
**5.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.13a wordt ingediend uiterlijk 31 december 2024, of indien de beschikking tot toekenning van een compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, een dagtekening heeft van na 31 december 2023, tot en met een jaar na de datum van de dagtekening van die beschikking.
**6.**
Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, wordt ingediend:
a. voor 1 juli 2024; of
b. binnen zes maanden na de datum waarop die aanvraag voor het eerst gedaan kan worden, indien deze termijn van zes maanden verstrijkt op of na 1 juli 2024.
**7.** Indien de ex-partner een brief heeft ontvangen van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie met dagtekening van na 31 december 2023, wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, in afwijking van het zesde lid ingediend binnen zes maanden na dagtekening van die brief.
**8.** In afwijking van het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, 4.4, eerste lid, 4.6, eerste lid, of 4.7, eerste lid, van of met betrekking tot een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ingediend binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking tot toekenning van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.
### Artikel 6.1a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.1b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 2.13 of 2.14 besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste of derde lid, 2.6, eerste of derde lid, 2.13, 2.13a, 2.14 of 2.14h, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**2.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, of 4.4, eerste lid, besluit Onze Minister van Financiën binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**2.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, 4.1, eerste lid, 4.2, 4.3, eerste lid, of 4.4, eerste lid, besluit Onze Minister binnen een termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**3.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, of artikel 4.7, eerste lid, besluit de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
**4.** In afwijking van het eerste lid besluit de Belastingdienst/Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen, indien die aanvraag is gedaan voor ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen en voor inwerkingtreding van laatstgenoemd artikel. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
**5.**
In afwijking van het eerste en vierde lid besluit de Belastingdienst/Toeslagen op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, binnen een termijn van zes maanden na de dagtekening van de beschikking waarin voor de aanvrager van een kinderopvangtoeslag, bedoeld in artikel 2.14g, eerste lid, het recht op het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het recht op het bedrag van € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt vastgesteld, indien:
a. die aanvrager voor een kinderopvangtoeslag diens aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, heeft ingediend voor 1 januari 2024; en
b. nog geen beschikking is gegeven op de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, op:
1°. de dag van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid; of
2°. de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, onder 2, van de Wet aanvullende regelingen hersteloperatie toeslagen in de situatie dat de aanvraag, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is gedaan voor ontvangst van een brief van de Belastingdienst/Toeslagen met een uitnodiging een aanvraag te doen. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes maanden worden verlengd.
### Artikel 6.2bis
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2ter
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.3
**1.** Alleen ten aanzien van de voorbereiding van een beschikking tot toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, wordt een aanvraag tot toepassing van artikel 2.1 of 2.6 geacht te zijn gericht op de toepassing van beide artikelen tenzij uit de aanvraag het tegendeel blijkt.
@ -688,9 +864,13 @@ Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld i
a. op of na de datum waarop de artikelen 2.10 tot en met 2.13 in werking zijn getreden, indien de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 voor de inwerkingtreding van de artikelen 2.10 tot en met 2.13 heeft vastgesteld; of
b. na de dagtekening van de beschikking waarin door de Belastingdienst/Toeslagen het recht op toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is vastgesteld.
### Artikel 6.4a
Een beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming aan een kind als bedoeld in artikel 2.11a, een pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, eerste lid, of een voormalig pleegkind als bedoeld in artikel 2.11b, tweede lid, wordt door de Belastingdienst/Toeslagen gegeven na de dagtekening van de beschikking waarin door de Belastingdienst/Toeslagen het recht op compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, is vastgesteld.
### Artikel 6.5
Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, eerste, tweede of derde lid, wordt door Onze Minister van Financiën vastgesteld binnen zes weken nadat het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, is vastgesteld. Het plan van aanpak is vastgesteld op het moment dat het is ondertekend door de aanvrager, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid.
Een beschikking tot toekenning van ondersteuning als bedoeld in artikel 2.15, eerste, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, eerste, tweede of derde lid, wordt door Onze Minister vastgesteld binnen zes weken nadat het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, of artikel 2.15a, vierde lid, is vastgesteld. Het plan van aanpak is vastgesteld op het moment dat het is ondertekend door de aanvrager, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, of de ex-partner, bedoeld in artikel 2.15a, eerste lid.
### Artikel 6.6
@ -698,19 +878,21 @@ De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1
### Artikel 6.7
**1.** Voorafgaande aan de beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, berekent de Belastingdienst/Toeslagen het voorlopige bedrag van de compensatie en informeert hij de aanvrager hierover schriftelijk door middel van een vooraankondiging.
**1.** Voorafgaande aan de beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, informeert de Belastingdienst/Toeslagen de aanvrager schriftelijk over deze beslissing door middel van een vooraankondiging. Bij een voorgenomen toekenning van de aanvraag berekent de Belastingdienst/Toeslagen het voorlopige bedrag van de compensatie en wordt de aanvrager hierover in de vooraankondiging geïnformeerd.
**2.** De aanvrager kan binnen zes weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze hierover naar voren brengen.
**2.** De aanvrager kan binnen twee weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze hierover naar voren brengen.
**3.** De Belastingdienst/Toeslagen stelt het bedrag van de compensatie vast na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid.
**3.** De termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek van de aanvrager eenmalig verlengd tot ten hoogste zes weken vanaf de dagtekening van de vooraankondiging.
**4.** In het geval van toekenning van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, stelt de Belastingdienst/Toeslagen het bedrag van de compensatie vast na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid.
### Artikel 6.8
**1.** Uitbetaling van compensatie of aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, een O/GS-tegemoetkoming of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, een incidentele noodvoorziening als bedoeld in artikel 2.8 of 2.18, een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17, compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13 of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat.
**1.** Uitbetaling van compensatie of aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1 of artikel 2.14h, een O/GS-tegemoetkoming of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, een incidentele noodvoorziening als bedoeld in artikel 2.8, artikel 2.14i of 2.18, een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17, compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13 of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke geldschulden en kosten als bedoeld in artikel 4.3 vindt plaats op een daartoe door de rechthebbende bestemde bankrekening die op diens naam staat.
**2.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.10, 2.11 of 2.14 vindt indien het kind, pleegkind of voormalige pleegkind meerderjarig is, plaats op een daartoe door hem bestemde bankrekening die op diens naam staat.
**2.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt indien het kind, pleegkind of voormalige pleegkind meerderjarig is, plaats op een daartoe door hem bestemde bankrekening die op diens naam staat.
**3.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.10, 2.11 of 2.14 vindt indien het kind, pleegkind of voormalige pleegkind minderjarig is, plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger en op naam staat van het kind, pleegkind of voormalige pleegkind.
**3.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt indien het kind, pleegkind of voormalige pleegkind minderjarig is, plaats op een bankrekening die daartoe is bestemd door diens wettelijke vertegenwoordiger en op naam staat van het kind, pleegkind of voormalige pleegkind.
**4.** Uitbetaling van een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 4.4 vindt plaats op een daartoe door de curator of de bewindvoerder, bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, bestemde bankrekening.
@ -726,29 +908,31 @@ De Belastingdienst/Toeslagen verleent de kwijtschelding, bedoeld in artikel 3.1
**1.** Uitbetaling van het voorlopige bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen bij de bekendmaking van de vooraankondiging.
**2.** Uitbetaling van het bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, derde lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen bij de vaststelling dit bedrag, onder aftrek van het bedrag dat reeds bij de bekendmaking van de vooraankondiging is uitbetaald.
**2.** Uitbetaling van het bedrag van de compensatie, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen bij de vaststelling dit bedrag, onder aftrek van het bedrag dat reeds bij de bekendmaking van de vooraankondiging is uitbetaald.
**3.** Uitbetaling van het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**4.** Uitbetaling van het bedrag van maximaal € 10.000, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes maanden na inwerkingtreding van dit lid of, indien dit later is, binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7.
**5.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.10, 2.11 of 2.14 vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025.
**5.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien het kind, pleegkind of voormalig pleegkind dan wel, als hij minderjarig is, diens wettelijke vertegenwoordiger daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025. In afwijking van de eerste zin kan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind, dan wel als hij minderjarig is, diens wettelijk vertegenwoordiger, verzoeken om uitstel van uitbetaling tot een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van een tegemoetkoming indien die beschikking na 31 december 2024 is bekendgemaakt.
**6.** Uitbetaling van een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of, indien de rechthebbende daarom heeft verzocht, op een latere datum, doch niet later dan 31 december 2025.
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, door Onze Minister van Financiën en uitbetaling door de Belastingdienst/Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
**7.** Uitbetaling van een tegemoetkoming of vergoeding als bedoeld in artikel 2.15, tweede of derde lid, of artikel 2.15a, tweede of derde lid, door Onze Minister en uitbetaling door de Belastingdienst/Toeslagen van een vergoeding als bedoeld in artikel 4.6, zesde lid, of artikel 4.7, vijfde lid, en betaling van schulden als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, of 4.7, tweede lid, vindt plaats binnen vier weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt.
**8.** Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.16 of 2.17 wordt niet betaald indien zij minder dan € 24 bedraagt.
**9.** Uitbetaling van de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, vindt plaats door de Belastingdienst/Toeslagen binnen zes weken nadat de beschikking tot toekenning is bekendgemaakt of op een later moment indien de ex-partner daarom heeft verzocht, doch niet later dan een jaar na dagtekening van de beschikking tot toekenning van die compensatie.
### Artikel 6.10
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van de compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, de O/GS-tegemoetkoming of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan compensatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.14h, eerste lid, aanvullende compensatie voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, een O/GS-tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, of een aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van de compensatie, de aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, de O/GS-tegemoetkoming of de aanvullende O/GS-tegemoetkoming voor de werkelijke schade en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**2.** De Belastingdienst/Toeslagen kan het forfaitaire bedrag, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 indien hij de aanvraag van de herstelmaatregel heeft ingediend na 19 maart 2021 en bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**3.** Onze Minister van Financiën kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, terugvorderen, indien het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, tot stand is gekomen na de inwerkingtreding van dit artikel en de aanvrager, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, bij het opstellen van het plan van aanpak opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**3.** Onze Minister kan een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.15, tweede lid, of artikel 2.15a, tweede lid, terugvorderen, indien degene die een aanvraag heeft ingediend om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 onderscheidenlijk een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, bij het opstellen van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 2.15, vierde lid, onderscheidenlijk artikel 2.15a, vierde lid, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, onderscheidenlijk op toekenning van compensatie als bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en de aanvrager dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**4.** Onze Minister van Financiën kan compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden respectievelijk compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
**4.** Onze Minister kan compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, of compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, terugvorderen van de aanvrager, indien hij de aanvraag heeft ingediend nadat dit artikel in werking is getreden en hij bij de aanvraag opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt of geen recht had op compensatie voor afgeloste bestuursrechtelijke schulden respectievelijk compensatie voor afgeloste privaatrechtelijke schulden en hij dit wist of redelijkerwijze behoorde te weten.
### Artikel 6.10a
@ -778,40 +962,57 @@ In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn
**8.** De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Als binnen die twee weken door of namens een der Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
**9.** De inspecteur of ontvanger verstrekken desgevraagd aan de Belastingdienst/Toeslagen de gegevens en inlichtingen, die nodig zijn voor de uitvoering van deze wet, onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens of inlichtingen betrekking hebben.
**10.** Een gerechtsdeurwaarder die optreedt namens een schuldeiser met een opeisbare vordering van degene die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, kan de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het bedrag aan gerechtelijke schulden en het burgerservicenummer van de schuldenaar op wie de opeisbare vordering betrekking heeft en voor wie de afkoelingsperiode, bedoeld in artikel 2.20, meer dan zes maanden geleden aangevangen is, verstrekken aan de Belastingdienst/Toeslagen, om de Belastingdienst/Toeslagen in staat te stellen die schuldenaar te benaderen om voor de opeisbare vordering tot een oplossing te komen.
### Artikel 6.12
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die belanghebbende ingezetene is, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van deze aanvrager het burgerservicenummer, de contactgegevens en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel van die aanvrager en zijn gezin als bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders, om dat college in staat te stellen die belanghebbende een aanbod van hulpverlening te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**1.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager ingezetene is, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van deze aanvrager het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die aanvrager een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**2.** Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag heeft verzocht om compensatie of een tegemoetkoming als bedoeld in deze wet en kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die belanghebbende zijn burgerservicenummer, en contactgegevens verstrekken aan die stichting, om die stichting in staat te stellen die belanghebbende een aanbod voor hulpverlening te doen bij emotionele en psychische problematiek.
**3.** Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 worden door de Belastingdienst/Toeslagen gegevens van de ouder verwerkt.
**3.** Bij de uitvoering van de artikelen in afdeling 2.2 verwerkt de Belastingdienst/Toeslagen gegevens van de ouder, diens partner of voormalige partner, en de pleegouder.
**4.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister van Financiën het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.15.
**4.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, ten behoeve van de uitvoering van de artikelen 2.15 en 2.15a.
**5.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister van Financiën de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.
**5.** De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Onze Minister de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de artikelen 3.13, 4.1 en 4.3.
**6.**
Voor de toepassing van de artikelen 2.20, 3.1 tot en met 3.12, 4.1 en 4.7, vierde lid, kan de Belastingdienst/Toeslagen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Centraal Administratie Kantoor, de Dienst Uitvoering Onderwijs, de Sociale Verzekeringsbank, het Centraal Justitieel Incassobureau, het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, gemeenten en waterschappen uit eigen beweging voor zover nodig, de naam, de geboortedatum, de adresgegevens, het burgerservicenummer en indien van toepassing de datum waarop een bedrag van in totaal ten minste € 30.000 in de vorm van een forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 is uitgekeerd, verstrekken:
a. van degenen aan wie dit bedrag wordt uitgekeerd;
b. van degenen op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 van toepassing is.
b. van degenen op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 van toepassing is;
c. van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**7.** Indien een schuldeiser aan de Belastingdienst/Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a en b, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.
**7.** Indien een schuldeiser aan de Belastingdienst/Toeslagen bevestigt dat er in redelijkheid wordt gezocht naar een voor alle betrokken partijen passende oplossing voor de financiële situatie van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die schuldeiser gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van die passende oplossing. De schuldeiser kan bij zijn verzoek aan de Belastingdienst/Toeslagen gegevens verstrekken die noodzakelijk worden geacht voor de totstandkoming van de passende oplossing.
**8.** De Belastingdienst/Toeslagen registreert welke gegevens van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a en b, zijn verstrekt aan een schuldeiser, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.
**8.** De Belastingdienst/Toeslagen registreert welke gegevens van degenen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen a, b en c, zijn verstrekt aan een schuldeiser, aan iemand die optreedt namens een schuldeiser, aan gerechtsdeurwaarders, aan een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven of aan de Centrale Raad van Beroep.
**9.** De Belastingdienst/Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 6.14 aan het stelsel van kredietregistratie de naam, de geboortedatum en de adresgegevens verstrekken van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner.
**9.** De Belastingdienst/Toeslagen kan op diens verzoek en indien noodzakelijk ter ondersteuning van de uitvoering van artikel 6.14 aan het stelsel van kredietregistratie de naam, de geboortedatum en de adresgegevens verstrekken van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend.
**10.** Het zesde tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevensverstrekking met betrekking tot een betalingsverplichting die voortvloeit uit een bestuursrechtelijke geldschuld als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht, een administratiefrechtelijke afdoening op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften, een publiekrechtelijke rechtshandeling of een uitspraak van een gerecht als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.
**11.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste, en zesde tot en met achtste lid.
**12.** Indien een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, bij de Belastingdienst/Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die ex-partner ingezetene is, kan de Belastingdienst/Toeslagen op verzoek van die ex-partner het burgerservicenummer en de contactgegevens verstrekken aan dat college van burgemeester en wethouders om dat college in staat te stellen die ex-partner een aanbod van ondersteuning te doen op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
**13.** Ten behoeve van de uitvoering van artikel 2.21, vijfde lid, verstrekt de Belastingdienst/Toeslagen het burgerservicenummer en informatie over de status van het verzoek om toepassing van een herstelmaatregel of informatie over een wijziging in de status van de gedupeerdheid van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, of het kind, het pleegkind of het voormalige pleegkind dat in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2.12, aan het college van burgemeester en wethouders dat aan die aanvrager, die ex-partner of dat kind, pleegkind of het voormalige pleegkind brede ondersteuning biedt.
**14.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend en die bij de Belastingdienst/Toeslagen kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor hulpverlening van Stichting Slachtofferhulp Nederland.
**15.** Bij de uitvoering van afdeling 2.3 verwerkt de Belastingdienst/Toeslagen gegevens van kinderen en voormalige partners van degene die een brief van de Belastingdienst/Toeslagen heeft ontvangen met een uitnodiging tot het aanvragen van compensatie of van degene die, zonder daartoe bij brief van de Belastingdienst/Toeslagen te zijn uitgenodigd, een aanvraag doet voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid.
**16.** Bij de uitvoering van artikel 4.1 verstrekt Onze Minister gegevens met betrekking tot de bij een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, ingediende schulden, de persoonsgegevens en, indien noodzakelijk, het burgerservicenummer van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, aan diens schuldeisers of kredietbank.
**17.** Bij een wens tot remigratie verstrekt Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders het burgerservicenummer en de contactgegevens van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of van een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, indien die aanvrager of ex-partner kenbaar heeft gemaakt in aanmerking te willen komen voor ondersteuning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvan die aanvrager of ex-partner ingezetene wordt.
### Artikel 6.13
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen is bevoegd tot verwerking van gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor het vaststellen van een recht op compensatie, een tegemoetkoming, kwijtschelding of overneming van schulden als bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze wet of voor de uitvoering daarvan.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot verwerking van gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 2.21.
**2.** Het college van burgemeester en wethouders verwerkt gegevens en inlichtingen die betrekking hebben op bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van artikel 2.21.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden waaronder verwerking van gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid kan plaatsvinden.
@ -819,13 +1020,13 @@ b. van degenen op wie de afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 2.20 van toep
### Artikel 6.14
Een registratie in een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht in verband met een betalingsachterstand aangaande een overeenkomst met een aanvrager van een kinderopvangtoeslag of diens partner die in aanmerking komt voor een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 wordt door degene die deze heeft geregistreerd per omgaande verwijderd uit het stelsel van kredietregistratie, indien de betalingsachterstand is komen te vervallen.
Een registratie in een stelsel van kredietregistratie als bedoeld in artikel 4:32 van de Wet op het financieel toezicht in verband met een betalingsachterstand aangaande een overeenkomst met een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7, diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend wordt door degene die deze heeft geregistreerd per omgaande verwijderd uit het stelsel van kredietregistratie, indien de betalingsachterstand is komen te vervallen.
## Hoofdstuk 7. Specifieke uitkeringen
### Artikel 7.1
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld over een specifieke uitkering aan gemeenten ter bekostiging van door gemeenten te verlenen hulp aan gedupeerden en potentieel gedupeerden van het kinderopvangtoeslagstelsel op de vijf leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over een specifieke uitkering aan gemeenten ter bekostiging van door gemeenten te verlenen brede ondersteuning als bedoeld in artikel 2.21.
### Artikel 7.2
@ -867,7 +1068,7 @@ Beschikkingen ter zake van compensatie, aanvullende compensatie voor de werkelij
### Artikel 8.7
Op een beschikking die is gebaseerd op artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en op 26 januari 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, blijft artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, zoals dat luidde op 25 januari 2021, van toepassing.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 8.8
@ -877,13 +1078,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.1
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van artikel 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die heeft verzocht om de toekenning.
**1.** De Belastingdienst/Toeslagen kan bij een besluit over toekenning van compensatie, een tegemoetkoming of vergoeding, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of betaling van bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke schulden afwijken van 2.1, 2.6, 2.7, 2.10, 2.11, 2.11a, 2.11b, 2.14, 2.14a, 2.16, 2.17, 3.1, 4.6, 4.7 of 6.1 voor zover toepassing van het desbetreffende artikel gelet op doel of strekking ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor degene die aanspraak wil maken op de toekenning.
**2.**
Voor zover toepassing gelet op het belang dat de bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard kan:
a. Onze Minister van Financiën afwijken van artikel 2.15, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
a. Onze Minister afwijken van artikel 2.15, 3.13, 4.1, 4.2 of 4.3;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in Hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.6;
c. de Sociale verzekeringsbank, genoemd in Hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, afwijken van artikel 3.7;
d. het college van burgemeester en wethouders afwijken van artikel 3.8 of 2.21;
@ -915,10 +1116,11 @@ l. de artikelen 2.15, 6.5, 6.8, eerste lid, en 6.9, zevende lid, met betrekking
In afwijking van het eerste lid:
a. treden de artikelen 8.4, onderdeel F, en 8.7 in werking met ingang van 1 januari 2024;
a. treedt artikel 8.7 in werking met ingang van 1 januari 2024;
b. treedt artikel 8.4, onderdelen C en D, in werking met ingang van 1 januari 2025 of op een bij koninklijk besluit te bepalen eerder tijdstip;
c. treedt artikel 8.4, onderdeel E, in werking op het tijdstip waarop artikel IV, onderdeel H, van de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen in werking treedt; en
d. treedt artikel 8.4, onderdeel G, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet ligt voor 1 januari 2024.
d. treedt artikel 8.4, onderdeel G, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat niet ligt voor 1 januari 2024;
e. treedt artikel 8.4, onderdeel F, in werking met ingang van 1 januari 2026.
### Artikel 9.3