2002-08-01 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994
This commit is contained in:
parent
6f71d35deb
commit
fbc1238724
1 changed files with 80 additions and 56 deletions
|
|
@ -22,7 +22,7 @@ a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
|||
b. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;
|
||||
c. motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders;
|
||||
d. aanhangwagen: voertuig dat kennelijk is bestemd om te worden voortbewogen door een motorrijtuig. In het bepaalde krachtens deze wet kan onder aanhangwagen tevens worden verstaan een voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen;
|
||||
e. bromfietsen: motorrijtuigen op twee of drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km per uur en uitgerust met een verbrandingsmotor met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm^3 of met een elektromotor, met uitzondering van invalidenvoertuigen. Als bromfiets worden mede aangemerkt:
|
||||
e. bromfietsen: motorrijtuigen op twee of drie wielen, met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km per uur en uitgerust met een verbrandingsmotor met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm^3 of met een elektromotor, met uitzondering van gehandicaptenvoertuigen. Als bromfiets worden mede aangemerkt:
|
||||
|
||||
1. voertuigen die zijn voorzien van een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde aanduiding;
|
||||
2. vierwielige motorrijtuigen:
|
||||
|
|
@ -31,7 +31,7 @@ a. met een ledige massa van minder dan 350 kg, de massa van de batterijen in ele
|
|||
b. met een door de constructie bepaalde maximum snelheid van niet meer dan 45 km per uur, en
|
||||
c. uitgerust met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking met een cylinderinhoud van ten hoogste 50 cm^3 of uitgerust met een ander type motor met een netto maximum vermogen van ten hoogste 4 kW;
|
||||
f. typegoedkeuring: goedkeuring van tot een bepaald type behorende voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken of voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers;
|
||||
g. kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36;
|
||||
g. kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 36 of artikel 37, derde lid;
|
||||
h. kentekenbewijs: kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36;
|
||||
i. kentekenregister: register, bedoeld in artikel 42;
|
||||
j. keuringsbewijs: keuringsbewijs als bedoeld in artikel 72;
|
||||
|
|
@ -44,8 +44,9 @@ o. houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen: degene die het voertuig:
|
|||
1°. op grond van een overeenkomst van huurkoop onder zich heeft,
|
||||
2°. in vruchtgebruik heeft, of
|
||||
3°. anderszins, anders dan als eigenaar of bezitter, tot duurzaam gebruik onder zich heeft;
|
||||
p. verwerken van gegevens: verwerken als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
|
||||
p. Dienst Wegverkeer: de in artikel 4*a* bedoelde dienst.
|
||||
p. verwerken van gegevens: verwerken als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
|
||||
q. Dienst Wegverkeer: de in artikel 4a bedoelde dienst;
|
||||
r. het CBR: de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de eigenaar van een motorrijtuig of een aanhangwagen niet tevens bezitter is, treedt de bezitter voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor de eigenaar in de plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -81,11 +82,7 @@ Provincies, gemeenten en waterschappen behouden hun bevoegdheid om bij verordeni
|
|||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.** Een krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur welke nadere regels betreffende het gedrag van verkeersdeelnemers bevat, wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel kan, nadat dertig dagen na de overlegging zijn verstreken, in werking treden, tenzij binnen die termijn door een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de maatregel geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur, anders dan in het eerste lid bedoeld, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd en aan de kamers de gelegenheid is geboden om binnen zes weken na de dag waarop het ontwerp is overgelegd, hun oordeel aan Onze Minister kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur welke uitsluitend strekt tot uitvoering van een bindend besluit van de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
|
||||
De voordracht voor een krachtens deze wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -153,7 +150,7 @@ Er is een Dienst Wegverkeer, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW. D
|
|||
|
||||
De Dienst Wegverkeer is belast met de volgende taken:
|
||||
|
||||
a. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van typegoedkeuringen voor voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, en van individuele goedkeuringen voor voertuigen, alsmede het intrekken van typegoedkeuringen,
|
||||
a. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van typegoedkeuringen voor voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers, en van individuele goedkeuringen voor voertuigen, alsmede het intrekken van typegoedkeuringen en het verrichten van keuringen ingevolge artikel 29,
|
||||
b. het houden van toezicht op het overeenstemmen van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers met het type waarvoor de goedkeuring is verleend,
|
||||
c. het opgeven van kentekens voor motorrijtuigen en aanhangwagens en het ter zake van die opgaven afgeven van kentekenbewijzen, het schorsen van de geldigheid van kentekenbewijzen, het ongeldigverklaren van kentekenbewijzen, alsmede het houden van toezicht als bedoeld in artikel 37, vierde lid,
|
||||
d. het afgeven van keuringsrapporten voor motorrijtuigen en aanhangwagens,
|
||||
|
|
@ -162,11 +159,11 @@ f. het in het kader van de toelating tot het verkeer op de weg verlenen van goed
|
|||
g. het afgeven van rijbewijzen in de gevallen, bedoeld in artikel 116, eerste lid, alsmede het ongeldigverklaren van rijbewijzen in de in deze wet bepaalde gevallen,
|
||||
h. het verwerken van gegevens met betrekking tot opgegeven kentekens, afgegeven kentekenbewijzen, afgegeven keuringsrapporten, afgegeven rijbewijzen en afgegeven bromfietscertificaten, alsmede met betrekking tot rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen,
|
||||
i. het overeenkomstig de bij of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen verstrekken van gegevens uit de in onderdeel h bedoelde registers,
|
||||
j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 83 en 101, en het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 85a alsmede het schorsen, wijzigen en intrekken van erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen,
|
||||
j. het verlenen van erkenningen als bedoeld in de artikelen 62, 70a, 83 en 101, en het verlenen van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 85a alsmede het schorsen, wijzigen en intrekken van erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen,
|
||||
k. het houden van toezicht op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in onderdeel j bedoelde erkenningen en van de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen,
|
||||
l. het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 149,
|
||||
m. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast, en
|
||||
n. het met inachtneming van het bepaalde in artikel 4*q* vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vierde lid, 128, eerste lid, en 144, eerste lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven.
|
||||
n. het met inachtneming van het bepaalde inartikel 4*q* vaststellen van de tarieven, bedoeld in de artikelen 22, eerste lid, 23, tweede lid, 26, eerste lid, 29, tweede lid, 37, vierde lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 55, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, eerste lid, 70, tweede lid, 70d, eerste lid, 70e, tweede lid, 75, eerste lid, 80, eerste lid, 84, eerste lid, 86, vijfde lid, 90, vierde lid, 91, vierde lid, 99, eerste lid, 101, eerste lid, 102, tweede lid, 106, eerste lid, 111, vijfde lid, 128, eerste lid, en 144, eerste lid, alsmede het vaststellen van de wijze van betaling van deze tarieven.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -329,7 +326,7 @@ Het tarief, bedoeld in artikel 48, eerste lid, voor de aanvraag van een bij alge
|
|||
|
||||
a. het registreren van keuringsrapporten,
|
||||
b. het ongeldig verklaren van kentekenbewijzen,
|
||||
c. het verstrekken van gegevens uit het kentekenregister aan de in artikel 43, eerste en tweede lid, bedoelde autoriteiten,
|
||||
c. het verstrekken van gegevens uit het kentekenregister aan de in artikel 43, eerste en tweede lid, bedoelde autoriteiten en instellingen van volkenrechtelijke organisaties,
|
||||
d. het behandelen van klachten en ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ingediende bezwaarschriften en beroepschriften, gericht op het handelen van de Dienst Wegverkeer,
|
||||
e. het opsporen van bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten voor zover de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer daarmee ingevolge artikel 159 zijn belast,
|
||||
f. het beheer en de instandhouding van het in artikel 13, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bedoelde register, en
|
||||
|
|
@ -448,11 +445,13 @@ b. het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan
|
|||
|
||||
**5.** Het is degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, derde lid, onderdeel *a*, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen is geschorst, verboden gedurende de tijd dat de schorsing van kracht is, op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarop de schorsing betrekking heeft, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
|
||||
|
||||
**6.** Het is degene van wie ingevolge artikel 164 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs is gevorderd, dan wel van wie zodanig bewijs is ingevorderd en aan wie dat bewijs niet is teruggegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
|
||||
**6.** Het vierde en het vijfde lid gelden niet ten aanzien van de bestuurder van een motorrijtuig gedurende de tijd dat door hem een rijproef wordt afgelegd in het kader van een ingevolge artikel 131, eerste lid, gevorderd onderzoek.
|
||||
|
||||
**7.** Het is degene van wie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering van het rijbewijs is gevorderd, dan wel wiens rijbewijs krachtens die wet is ingenomen, verboden op de weg een motorrijtuig, voor het besturen waarvan het rijbewijs is afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet.
|
||||
**7.** Het is degene van wie ingevolge artikel 164 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs is gevorderd, dan wel van wie zodanig bewijs is ingevorderd en aan wie dat bewijs niet is teruggegeven, verboden op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het tweede, vijfde, en zevende lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.
|
||||
**8.** Het is degene van wie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering van het rijbewijs is gevorderd, dan wel wiens rijbewijs krachtens die wet is ingenomen, verboden op de weg een motorrijtuig, voor het besturen waarvan het rijbewijs is afgegeven, te besturen of als bestuurder te doen besturen met ingang van het tijdstip, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet.
|
||||
|
||||
**9.** Voor de toepassing van het tweede, vierde, vijfde, zesde en achtste lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -556,7 +555,7 @@ Een belanghebbende kan tegen een verkeersbesluit tot plaatsing of verwijdering v
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg. Onder de aan te wijzen categorieën van voertuigen vallen de nader bij algemene maatregel van bestuur omschreven:
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van voertuigen, voertuigonderdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers dienen te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg. Onder de aan te wijzen categorieën van voertuigen vallen in elk geval de nader bij algemene maatregel van bestuur omschreven:
|
||||
|
||||
a. personenauto's,
|
||||
b. bedrijfsauto's, waaronder: bestelwagens, vrachtwagens en bussen,
|
||||
|
|
@ -612,7 +611,7 @@ d. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.
|
|||
|
||||
**2.** Artikel 22, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Mededienstbaarheid toelatingskeuring aan andere wetten
|
||||
### Paragraaf 4. Keuringen ter uitvoering van andere wetten
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
|
|
@ -626,9 +625,13 @@ De in artikel 22, eerste lid, of 26, eerste lid, bedoelde goedkeuring wordt eers
|
|||
|
||||
**3.** Op het voor het voertuig af te geven kentekenbewijs wordt melding gemaakt van goedkeuring als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een voertuig dat is bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van personen, anders dan per bus, waarop de Wet personenvervoer 2000 betrekking heeft, kan worden gekeurd op het voldoen aan de eisen die ingevolge artikel 104, aanhef en onderdeel a, van de Wet personenvervoer 2000 worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een keuring als bedoeld in het eerste lid wordt op aanvraag en tegen betaling op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst vastgestelde tarief, door deze dienst verricht.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 22, derde en vierde lid, en 28, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -679,7 +682,7 @@ d. behoorlijk leesbaar te zijn.
|
|||
|
||||
**4.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**5.** Motorrijtuigen en aanhangwagens dienen overeen te komen met de gegevens in het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs en met de gegevens die omtrent het voertuig zijn opgenomen in het kentekenregister.
|
||||
**5.** Motorrijtuigen en aanhangwagens dienen overeen te komen met de gegevens in het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs en met de gegevens die omtrent het voertuig zijn opgenomen in het kentekenregister, tenzij krachtens artikel 71 een bepaalde afwijking van die gegevens is toegestaan.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -702,25 +705,28 @@ a. de volgende categorieën motorrijtuigen alsmede de door die motorrijtuigen vo
|
|||
|
||||
1°. bromfietsen,
|
||||
2°. landbouwtrekkers,
|
||||
3°. invalidenvoertuigen en
|
||||
4. motorrijtuigen met beperkte snelheid;
|
||||
3°. gehandicaptenvoertuigen en
|
||||
4°. motorrijtuigen met beperkte snelheid;
|
||||
b. in het buitenland geregistreerde motorrijtuigen en aanhangwagens, die zich in het internationaal verkeer bevinden, mits ter zake van de registratie van het betrokken voertuig door het daartoe bevoegde gezag in het buitenland een bewijs is afgegeven dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen in de tussen Nederland en het betrokken land van kracht zijnde internationale overeenkomst en het betrokken voertuig voldoet aan de eisen die in die overeenkomst dan wel bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van die overeenkomst aan dat voertuig worden gesteld met betrekking tot de toelating tot het internationaal verkeer;
|
||||
c. motorrijtuigen en aanhangwagens, in eigendom toebehorend aan of gehouden door leden van een bij ministeriële regeling aangewezen krijgsmacht of civiele dienst in de zin van artikel I van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de landen die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (*Trb.* 1953, 10), dan wel in de zin van artikel 3 van het bij evenbedoeld verdrag behorende, op 28 augustus 1952 te Parijs gesloten, protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (*Trb.* 1953, 11), mits wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels.
|
||||
c. motorrijtuigen en aanhangwagens, mits wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vast te stellen regels, die in eigendom toebehoren aan of worden gehouden door:
|
||||
|
||||
1°. leden van een bij ministeriële regeling aangewezen krijgsmacht of civiele dienst in de zin van artikel I van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de landen die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (Trb. 1953, 10), dan wel in de zin van artikel 3 van het bij evenbedoeld verdrag behorende, op 28 augustus 1952 te Parijs gesloten, protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11), alsmede
|
||||
2°. functionarissen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie die in Nederland zijn op grond van de briefwisseling tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie van 31 augustus en 11 september 1979 (Trb.1979, 159) en op wie het Verdrag nopens de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf (Trb.1951, 139), van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** Voor aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg geldt het vereiste dat een kenteken dient te zijn opgegeven niet. Indien een dergelijke aanhangwagen is verbonden met een motorrijtuig, dient die aanhangwagen te zijn voorzien van het kenteken dat is opgegeven voor dat motorrijtuig.
|
||||
|
||||
**3.** Voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend of die voor herstel of bewerking ter beschikking zijn gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven, niet mits overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, door de Dienst Wegverkeer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon opgegeven, kenteken. Onze Minister kan aan laatstbedoelde opgave voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.
|
||||
**3.** Voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in artikel 62 is verleend of die voor herstel of bewerking ter beschikking zijn gesteld van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven, niet mits overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels gebruik wordt gemaakt van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen, door de Dienst Wegverkeer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon opgegeven, kenteken. Onze Minister kan aan laatstbedoelde opgave voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het gebruik van een zodanig kenteken verplicht is.
|
||||
|
||||
**4.** Met het toezicht op de naleving van de uit het derde lid voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de *Staatscourant*. Het toezicht heeft in ieder geval betrekking op het gebruik van het in het derde lid bedoelde kenteken. De aldaar bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. Bij ministeriële regeling worden nadere regels omtrent het toezicht vastgesteld.
|
||||
**4.** Met het toezicht op de naleving van de uit het derde lid voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Het toezicht heeft in ieder geval betrekking op het gebruik van het in het derde lid bedoelde kenteken. De aldaar bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. Bij ministeriële regeling worden nadere regels omtrent het toezicht vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat:
|
||||
|
||||
a. in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van het in artikel 36, derde lid, onderdeel *b* of *c*, bepaalde;
|
||||
b. een motorrijtuig of een aanhangwagen op de weg mag staan, indien het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs ongeldig is verklaard ingevolge artikel 58, tweede lid, onderdeel *b, c, d* of *f*, dan wel is ingevorderd overeenkomstig artikel 60.
|
||||
a. in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van het in artikel 36, derde lid, onderdeel b of c, bepaalde;
|
||||
b. een motorrijtuig of een aanhangwagen op de weg mag staan, indien het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs ongeldig is verklaard ingevolge artikel 58, tweede lid, onderdeel b, c, d of f, dan wel is ingevorderd overeenkomstig artikel 60.
|
||||
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de omschrijving van de in het eerste lid, onderdeel *a*, bedoelde categorieën voertuigen alsmede de voor die categorieën vastgestelde maximumsnelheid.
|
||||
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de omschrijving van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde categorieën voertuigen alsmede de voor die categorieën vastgestelde maximumsnelheid.
|
||||
|
||||
**7.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het derde lid en kunnen nadere regels worden vastgesteld ter uitvoering van het vijfde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -792,7 +798,7 @@ b. voor een goede uitvoering van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, de W
|
|||
|
||||
**1.** Aan autoriteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet dan wel de in artikel 42, derde lid, bedoelde wettelijke regelingen of die zijn belast met de handhaving van de bij of krachtens deze wet dan wel de evenbedoelde wettelijke regelingen vastgestelde voorschriften, worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd uit het register de gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.
|
||||
|
||||
**2.** Aan autoriteiten buiten Nederland worden in de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen uit het register op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en tegen betaling van het door deze dienst vastgestelde tarief, gegevens verstrekt.
|
||||
**2.** Aan autoriteiten buiten Nederland en instellingen van volkenrechtelijke organisaties worden in de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze uit het register gegevens verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gehouden om in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen aan de Dienst Wegverkeer op de door deze dienst te bepalen wijze mededeling te doen van feiten die van belang zijn voor het bijhouden van het register.
|
||||
|
||||
|
|
@ -838,7 +844,7 @@ Een kentekenbewijs bestaat uit een of meer bij algemene maatregel van bestuur aa
|
|||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de ingevolge het eerste lid gestelde eisen aan de aanvrager van een kentekenbewijs niet gelden ten aanzien van de aanvrager van een kentekenbewijs, afgegeven ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 38.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een kentekenbewijs is afgegeven aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet behoeft te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register of waarvan de onderneming niet behoeft te zijn ingeschreven in het handelsregister, wordt degene die bij de aanvraag als gemachtigde van die rechtspersoon is opgetreden, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet mede als houder van het motorrijtuig of de aanhangwagen aangemerkt in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel *n*.
|
||||
**4.** Indien een kentekenbewijs is afgegeven aan een in Nederland gevestigde rechtspersoon die niet behoeft te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register of waarvan de onderneming niet behoeft te zijn ingeschreven in het handelsregister, wordt degene die bij de aanvraag als gemachtigde van die rechtspersoon is opgetreden, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet mede als houder van het motorrijtuig of de aanhangwagen aangemerkt in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel o.
|
||||
|
||||
**5.** De in het vierde lid bedoelde gemachtigde dient in Nederland woonachtig te zijn en dient de leeftijd van achttien jaren te hebben bereikt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1273,7 +1279,7 @@ Het is verboden ten opzichte van een motorrijtuig of een aanhangwagen opzettelij
|
|||
Een keuringsbewijs wordt door degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsrapporten is belast, afgegeven op aanvraag en tegen betaling op de door deze vastgestelde wijze van het door deze vastgestelde tarief indien het motorrijtuig of de aanhangwagen heeft voldaan aan:
|
||||
|
||||
a. de eisen die ingevolge artikel 71 voor wat betreft bouw, inrichting en staat van onderhoud aan dat voertuig worden gesteld, voor zover deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven, en
|
||||
b. indien het een voertuig betreft dat is bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van personen per bus waarop de Wet personenvervoer 2000 betrekking heeft, de eisen die ingevolge artikel 104, aanhef en onderdeel a, van die wet voor wat betreft inrichting en uitrusting aan dat voertuig worden gesteld.
|
||||
b. indien het een voertuig betreft dat is bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van personen waarop de Wet personenvervoer 2000 betrekking heeft, de eisen die ingevolge artikel 104, aanhef en onderdeel a, van die wet voor wat betreft inrichting en uitrusting aan dat voertuig worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat voor nader aangewezen groepen van motorrijtuigen - zolang gerekend vanaf het tijdstip waarop deze voertuigen voor het eerst op de weg zijn toegelaten, nog geen bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn die ten hoogste drie jaren bedraagt, is verstreken - ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde eisen die betrekking hebben op het bestrijden van luchtverontreiniging. Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald op welk tijdstip een voertuig geacht wordt voor het eerst op de weg te zijn toegelaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1573,7 +1579,7 @@ Indien het voor een motorrijtuig of een aanhangwagen afgegeven kentekenbewijs in
|
|||
|
||||
Het rijbewijs dient:
|
||||
|
||||
a. te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering,
|
||||
a. te voldoen aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen inzake inrichting, uitvoering en invulling,
|
||||
b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, en
|
||||
c. behoorlijk leesbaar te zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1585,10 +1591,10 @@ c. behoorlijk leesbaar te zijn.
|
|||
|
||||
Artikel 107 is niet van toepassing op bestuurders van:
|
||||
|
||||
a. bromfietsen, invalidenvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid;
|
||||
a. bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid;
|
||||
b. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat aan die bestuurders rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden;
|
||||
c. motorrijtuigen, gedurende de tijd dat door die bestuurders een rijproef wordt afgelegd in het kader van een onderzoek, door of vanwege de overheid ingesteld, naar hun rijvaardigheid of geschiktheid, voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd en overigens is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden;
|
||||
d. motorrijtuigen, indien aan die bestuurders in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend of indien zij behoren tot het gezin van een persoon aan wie in Nederland de status van diplomatiek of consulair ambtenaar is toegekend, en aan hen door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden;
|
||||
d. motorrijtuigen, indien die bestuurders vreemdelingen in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 zijn, die op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot diplomatiek of consulair personeel dan wel op grond van hun hoedanigheid van of betrekking tot personeel in dienst van een in Nederland gevestigde internationale organisatie houder zijn van een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt identiteitsbewijs voor geprivilegieerden en aan wie door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden;
|
||||
e. motorrijtuigen, indien die bestuurders lid zijn van een krijgsmacht of behoren tot de civiele dienst van een krijgsmacht die in het kader van het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, in Nederland is gelegerd, dan wel behoren tot het gezin van een lid van een krijgsmacht als hiervoor bedoeld of tot het gezin van een tot de civiele dienst van zodanige krijgsmacht behorende persoon, en aan hen door het daartoe bevoegde gezag in de Staat van herkomst of één van zijn samenstellende delen een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden;
|
||||
f. motorrijtuigen, indien die bestuurders buiten Nederland woonachtig zijn en zij zich bevinden in het internationaal verkeer, mits aan hen door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden alsmede, in de gevallen waarin zulks is vereist op grond van internationale overeenkomsten die Nederland binden, aan hen buiten Nederland een internationaal rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden;
|
||||
g. motorrijtuigen, indien die bestuurders in Nederland woonachtig zijn en aan hen door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, anders dan in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden, zo lang sedert de dag waarop zij zich in Nederland hebben gevestigd, nog geen 185 dagen zijn verstreken;
|
||||
|
|
@ -1630,7 +1636,7 @@ c. indien het rijbewijs is afgegeven aan een houder die op de datum van afgifte
|
|||
|
||||
**1.** Motorrijtuigen mogen slechts worden bestuurd door personen die de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, invalidenvoertuigen, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen.
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een lagere minimumleeftijd dan die in het eerste lid genoemd, worden vastgesteld voor het besturen van bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, landbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid, niet zijnde stoom- en motorwalsen.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid geldt niet voor degene aan wie rijonderricht wordt gegeven in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1657,7 +1663,9 @@ a. het motorrijtuig waarmee rijonderricht wordt gegeven, niet voldoet aan de daa
|
|||
b. degene aan wie rijonderricht wordt gegeven, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
|
||||
c. niet wordt voldaan aan de overigens bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van het geven van rijonderricht gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel *b*, geldt niet voor zover het rijonderricht betreft dat plaatsvindt in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
**2.** Het eerste lid geldt niet voor zover het rijonderricht aan bestuurders van bromfietsen betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel *b*, geldt niet voor zover het rijonderricht betreft dat plaatsvindt in het kader van een opleiding voor beroepschauffeur, mits is voldaan aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1670,7 +1678,7 @@ Een rijbewijs wordt op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde
|
|||
a. de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en
|
||||
b. blijkens een overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door of vanwege de overheid ingesteld onderzoek dan wel blijkens een eerder aan hem afgegeven rijbewijs of een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde eisen, beschikt over een voldoende mate van rijvaardigheid en geschiktheid.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvrager van een rijbewijs dient zich te legitimeren met een op zijn naam gesteld identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° of 2°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel met een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat nog geldig is. Gelijke verplichting geldt voor degene ten aanzien van wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, wordt ingesteld.
|
||||
**2.** De aanvrager van een rijbewijs dient zich te legitimeren met een op zijn naam gesteld reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Paspoortwet, met een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 2°, van de Wet op de identificatieplicht dan wel met een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur. Gelijke verplichting geldt voor degene ten aanzien van wie een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt ingesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Aan degene die vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 is, en geen onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt een rijbewijs slechts afgegeven indien hij rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l van die wet. Voor de uitvoering hiervan is de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht aan degene die is belast met de afgifte van het rijbewijs, kosteloos de noodzakelijke opgaven en inlichtingen te verstrekken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1678,7 +1686,7 @@ b. blijkens een overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde r
|
|||
|
||||
**5.** In de gevallen waarin het rijbewijs overeenkomstig artikel 116 wordt afgegeven door de burgemeester dan wel de aanvraag overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 113, eerste lid, wordt ingediend bij de burgemeester, wordt het in het eerste lid bedoelde tarief vastgesteld bij plaatselijke verordening. In de overige gevallen worden het tarief en de wijze van betaling daarvan vastgesteld door de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**6.** Voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het onderzoek naar de rijvaardigheid en geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden door het met dat onderzoek belaste gezag persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid verwerkt.
|
||||
**6.** Voor zover dit noodzakelijk is ten behoeve van het onderzoek naar de rijvaardigheid en geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden door het met dat onderzoek belaste gezag persoonsgegevens betreffende iemands rijvaardigheid en gezondheid verwerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 112
|
||||
|
||||
|
|
@ -1703,7 +1711,7 @@ d. van wie ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorsch
|
|||
|
||||
**3.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen vergewist zich ervan dat de bij de aanvraag van een rijbewijs over te leggen bescheiden aan de daaraan gestelde eisen voldoen en dat ook overigens aan de met betrekking tot de aanvraag gestelde voorwaarden wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het derde lid.
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste tot en met het derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
|
|
@ -1711,7 +1719,7 @@ Het is verboden voor het verkrijgen van een rijbewijs opzettelijk onjuiste opgav
|
|||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel *b*, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te begeleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel *b*, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te begeleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen, en die in het kader van de aanvraag van een nieuw rijbewijs of een vervangend rijbewijs de beschikking krijgt over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel *d*, is bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1741,23 +1749,37 @@ De burgemeester van de gemeente waar de aanvrager op het tijdstip van de aanvraa
|
|||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens artikel 131, vierde lid, geeft degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen bij wijziging in de personalia van de houder van een rijbewijs, bij wijziging van de omvang van de uit het rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden alsmede na ongeldigverklaring van het rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel *e*, een nieuw rijbewijs af.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval van wijziging van de personalia van de houder en van wijziging van de omvang van de uit het rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden wordt het nieuwe rijbewijs niet afgegeven dan nadat het eerder aan de houder afgegeven rijbewijs is ingeleverd bij degene die belast is met de afgifte van het nieuwe rijbewijs.
|
||||
Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een nieuw rijbewijs af:
|
||||
|
||||
a. bij vernieuwing van het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs;
|
||||
b. bij wijziging van de omvang van de uit het eerder afgegeven rijbewijs voortvloeiende bevoegdheden, met uitzondering van de in artikel 131, vierde lid, bedoelde schorsing van de geldigheid;
|
||||
c. bij wijziging van de personalia van de houder;
|
||||
d. na ongeldigverklaring van het eerder afgegeven rijbewijs op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**2.** Het nieuwe rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het eerder afgegeven rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die is belast met de afgifte van het nieuwe rijbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
**1.** Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor rijbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, vervangende rijbewijzen af.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangend rijbewijs af voor:
|
||||
|
||||
a. rijbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn;
|
||||
b. rijbewijzen die verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan.
|
||||
|
||||
**2.** Het vervangende rijbewijs treedt in de plaats van het eerder afgegeven rijbewijs en wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die belast is met de afgifte van het vervangende rijbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
**3.** Indien de houder van een verloren geraakt rijbewijs waarvoor een vervangend rijbewijs is afgegeven, na de afgifte van het vervangende rijbewijs weer in het bezit komt van dat verloren geraakte rijbewijs, dient hij dat rijbewijs in te leveren bij degene die het vervangende rijbewijs heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
**1.** De gemeenten zijn ter zake van de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester en de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend, een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding aan de Dienst Wegverkeer verschuldigd ter zake van de kosten die verband houden met het beheer en de instandhouding van het rijbewijzenregister, het verstrekken van gegevens uit dat register aan de in artikel 127, eerste en tweede lid, bedoelde autoriteiten, het ongeldig verklaren van rijbewijzen alsmede ter zake van de kosten die verband houden met de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend.
|
||||
**1.** De gemeenten zijn ter zake van de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester en de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend, een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding aan de Dienst Wegverkeer verschuldigd ter zake van de kosten die verband houden met het beheer en de instandhouding van het rijbewijzenregister, het verstrekken van gegevens uit dat register aan de in artikel 127, eerste en tweede lid, bedoelde autoriteiten, het ongeldig verklaren van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer alsmede ter zake van de kosten die verband houden met de afgifte van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer, waarvoor de aanvraag bij de burgemeester is ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld met betrekking tot de wijze van afdracht van de vergoeding.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1788,7 +1810,7 @@ b. door omwisseling tegen een rijbewijs dat aan de houder door het daartoe bevoe
|
|||
c. gedurende de tijd dat aan de houder de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd;
|
||||
d. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen;
|
||||
e. door het overlijden van de houder en
|
||||
f. door ongeldigverklaring, voor de categorie of categorieën waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft.
|
||||
f. door ongeldigverklaring, voor de categorie of categorieën waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft dan wel, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur, voor dat deel van de geldigheidsduur.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1825,7 +1847,9 @@ d. in het in het eerste lid, onderdeel *e*, bedoelde geval door degene die is be
|
|||
|
||||
**1.** Indien het rijbewijs niet voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven, ongeldig is verklaard dan wel indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur, wordt door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen een nieuw rijbewijs afgegeven dat geldig is voor de categorie of categorieën of voor dat deel van de geldigheidsduur waarop de ongeldigverklaring geen betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
**2.** Indien de ongeldigverklaring verband houdt met de noodzaak de rijbevoegdheid die voortvloeit uit een of meer categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, te beperken door het stellen van eisen aan het motorrijtuig of aan de bestuurder daarvan, wordt door degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen een nieuw rijbewijs afgegeven waarin de noodzakelijk geachte beperkingen ten aanzien van de rijbevoegdheid zijn aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1854,7 +1878,7 @@ b. voor de handhaving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschrifte
|
|||
|
||||
**2.** Aan de met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten buiten Nederland worden in de bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en tegen betaling van het door deze dienst vastgestelde tarief, inlichtingen uit het register verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gehouden om in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen aan de Dienst Wegverkeer op de door deze dienst te bepalen wijze mededeling te doen van feiten die van belang zijn voor het bijhouden van het register.
|
||||
**3.** De autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn bevoegd tot het invoeren, wijzigen en verwijderen van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens die van belang zijn voor het bijhouden van het register.
|
||||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
|
|
@ -2163,7 +2187,7 @@ e. indien hem ter zake van een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift
|
|||
|
||||
### Artikel 161
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
**1.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet dan wel krachtens artikel 5:19, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs waarvan ingevolge een der artikelen 130, tweede lid, of 164 de overgifte is gevorderd, waarvan ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan ingevolge een der artikelen 120, derde lid, 124, vierde lid, 131, derde lid, onderdeel b, 132, vijfde lid, of 180, derde lid, van deze wet een verplichting tot inlevering bestaat, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en het door te geleiden naar het betrokken parket van het openbaar ministerie dan wel naar degene bij wie de houder dat rijbewijs had dienen in te leveren.
|
||||
|
||||
**2.** De in artikel 159, onderdeel a, bedoelde personen die bij de uitoefening van de bij of krachtens deze wet aan hen verleende bevoegdheden de beschikking krijgen over een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren ingevolge artikel 123, eerste lid, aanhef en onderdeel d, zijn bevoegd dat rijbewijs in te nemen en door te geleiden naar de instantie die het heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2253,7 +2277,7 @@ De artikelen 165 en 166 zijn mede van toepassing op de eigenaar of houder van ee
|
|||
|
||||
### Artikel 168
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 160, voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde verplichting tot het doen stilhouden van een motorrijtuig en het vierde, vijfde en zesde lid, en van de artikelen 162, eerste lid, 163 en 164 wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel *m*, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.
|
||||
Voor de toepassing van artikel 160, voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde verplichting tot het doen stilhouden van een motorrijtuig en het vierde, vijfde en zesde lid, en van de artikelen 162, eerste lid, 163 en 164 wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk X. Bestuursdwang
|
||||
|
||||
|
|
@ -2375,11 +2399,11 @@ b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categor
|
|||
|
||||
### Artikel 176
|
||||
|
||||
**1.** Overtreding van de artikelen 41, eerste lid, onderdelen *c* en *d*, en 61, eerste lid, onderdelen *a* en *b*, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
|
||||
**1.** Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c en d, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
|
||||
|
||||
**2.** Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
**3.** Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, 8, 9, eerste, tweede, en vierde tot en met zesde lid, 41, eerste lid, onderdelen *a* en *b*, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel *c*, 74, 114, 138, 162, derde lid, 163, tweede, zesde, achtste en negende lid, en van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
**3.** Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, 41, eerste lid, onderdelen *a* en *b*, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel *c*, 74, 114, 138, 162, derde lid, 163, tweede, zesde, achtste en negende lid, en van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 177
|
||||
|
||||
|
|
@ -2387,7 +2411,7 @@ b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categor
|
|||
|
||||
Overtreding van:
|
||||
|
||||
a. de artikelen 5, 9, zevende lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid , 60, eerste en tweede lid, 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste en tweede lid, 110, 110*b*, 124, vierde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 135, 141, derde lid, 150, tweede lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,
|
||||
a. de artikelen 5, 9, achtste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid , 60, eerste en tweede lid, 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste en tweede lid, 110, 110*b*, 124, vierde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 135, 141, derde lid, 150, tweede lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,
|
||||
b. het bepaalde ingevolge de artikelen 57, derde lid, 70i, derde lid en 131, derde lid, onderdeel b,
|
||||
c. de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover niet begrepen in artikel 176, derde lid, en
|
||||
d. het bepaalde krachtens deze wet, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt,
|
||||
|
|
@ -2416,9 +2440,9 @@ wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tw
|
|||
|
||||
**6.** Bij het opleggen van de bijkomende straf, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, wordt de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde ingevolge artikel 164 vóór het tijdstip waarop de bijkomende straf ingaat, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van die straf geheel in mindering gebracht.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van dit artikel wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel *m*, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.
|
||||
**7.** Voor de toepassing van dit artikel wordt met de bestuurder van een motorrijtuig gelijkgesteld degene die overeenkomstig de in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, bedoelde voorwaarde geacht wordt het motorrijtuig onder onmiddellijk toezicht van de bestuurder te besturen.
|
||||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het zesde lid wordt onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, waarvan de houder in Nederland woonachtig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 179a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue