2019-01-01 | BWBR0046571 | Omzetbelasting, toelichting Tabel I
This commit is contained in:
parent
f03c997475
commit
fbc3560fde
1 changed files with 1 additions and 129 deletions
|
|
@ -10,7 +10,7 @@ citeertitel: Omzetbelasting, toelichting Tabel I
|
|||
|
||||
# Omzetbelasting, toelichting Tabel I
|
||||
|
||||
*Dit besluit is een actualisering van het besluit van 22 december 2017, nr. 2017-16288 (Omzetbelasting. Toelichting Tabel I). Er is een aantal tekstuele wijzigingen en nieuwe inhoudelijke aanwijzingen opgenomen.*
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,128 +41,12 @@ De relevante inhoudelijke aanwijzingen betreffen:
|
|||
− post b 17 (het optreden door uitvoerende kunstenaars): het schminken van bezoekers op bedrijfsfeesten, festivals en dergelijke gelegenheden kwalificeert niet als een optreden door een uitvoerend kunstenaar; de diensten van een tolk die voor blinde en slechtziende theaterbezoekers verslag doet van hetgeen op het podium van een voorstelling gebeurt is geen optreden in de zin van de post;
|
||||
− post b 21 (het langs elektronische weg leveren of uitlenen van uitgaven als bedoeld in post a 30 enz.): vanaf 1 januari 2020 is het verlaagde btw-tarief op deze diensten van toepassing.
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 3 juli 2023, nr. 2023-14699, (Stcrt. 2023, 19179). In onderdeel 2 van post a 6 (geneesmiddelen) is met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een goedkeuring opgenomen voor een radiofarmaceuticum waarvoor op grond van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning is vereist.
|
||||
|
||||
## 2. Gebruikte begrippen en afkortingen
|
||||
|
||||
Waar in het besluit het begrip ‘levering’ wordt gebruikt, moeten daaronder ook de intracommunautaire verwerving en invoer worden begrepen.
|
||||
|
||||
De in dit besluit gehanteerde term ‘aan de hand van het spraakgebruik’ moet worden gelezen als synoniem van ‘naar maatschappelijke opvattingen’.
|
||||
|
||||
| Btw | Omzetbelasting |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Btw-richtlijn | Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU L 347 van 11 december 2006) |
|
||||
| HvJ | Hof van Justitie van de Europese Unie |
|
||||
| HR | Hoge Raad |
|
||||
| Uitvoeringsbeschikking | Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 |
|
||||
| Uitvoeringsbesluit | Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 |
|
||||
| Wet | Wet op de omzetbelasting 1968 |
|
||||
|
||||
## 3. Algemene opmerkingen bij de tabelposten
|
||||
|
||||
### 3.1. Btw-tarief bij invoer
|
||||
|
||||
De manier waarop het btw-tarief bij invoer wordt bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de wet. Uit dit artikel blijkt dat voor de bepaling van het btw-tarief de omzetbelastingwetgeving (en niet de douanewetgeving) bepalend is. Het verlaagde btw-tarief bij invoer is van toepassing als de goederen zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De douanewetgeving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij wordt aangesloten.
|
||||
|
||||
### 3.2. Samengestelde prestaties
|
||||
|
||||
#### 3.2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Bij transacties die uit meerdere leveringen en/of diensten bestaan (samengestelde prestaties) moet voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van één levering of één dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen en/of diensten.
|
||||
|
||||
Elke prestatie (levering of dienst) moet normaliter als onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Op dit uitgangspunt bestaan twee uitzonderingen. Er is sprake van één enkele prestatie als (1) een prestatie bijkomend is bij een hoofdprestatie en (2) als prestaties één ondeelbare economische prestatie vormen.2HvJ 18 januari 2018, C-463/16 (Stadion Amsterdam CV), ECLI:EU:C:2018:22 en HvJ 2 juli 2020, C-231/19 (Blackrock Investment Management (UK)), EU:C:2020:513.
|
||||
|
||||
Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is het feit dat door de leverancier van de goederen of diensten één prijs in rekening wordt gebracht niet van doorslaggevende betekenis. Het gaat om de zienswijze van de modale consument. Het berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing zijn.
|
||||
|
||||
Bij een samengestelde prestatie bepalen de meest kenmerkende elementen van die prestatie of het geheel is aan te merken als één enkele prestatie en hoe die prestatie moet worden gekwalificeerd, rekening houdend met de zienswijze van de modale consument.
|
||||
|
||||
#### 3.2.2. Bijkomende prestaties bij een hoofdprestatie
|
||||
|
||||
Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale consument geen doel op zich vormen, maar een middel zijn om de hoofdprestatie optimaal te kunnen gebruiken of om deze zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of naast de hoofdprestatie ook andere prestaties worden afgenomen, zal er sneller toe leiden dat die andere prestaties als bijkomende prestaties worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
Als binnen de kring van afnemers van de hoofdprestatie het belang bij het afnemen van de bijkomende prestatie onderling verschilt, is dat een aanwijzing dat geen sprake is van een bijkomende prestatie.3HR 13 oktober 2017, nr. 15/05195, ECLI:NL:HR:2017:2598. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat een afzonderlijke vergoeding voor de bijkomende prestatie wordt berekend en voor de omstandigheid dat de afnemer een keuze heeft om de bijkomende prestatie al dan niet af te nemen.4HR 17 augustus 2018, nr. 16/05128, ECLI:NL:HR:2018:1318.
|
||||
|
||||
Als sprake is van één enkele prestatie die bestaat uit twee te onderscheiden elementen waarvan het ene het hoofdelement en het andere het bijkomende element vormt en waarvoor – als zij afzonderlijk werden verricht – verschillende tarieven zouden gelden, moet die enkele prestatie worden belast naar het btw-tarief dat geldt voor de hoofdprestatie.5HvJ C-463/16 (Stadion Amsterdam CV), eerder aangehaald.
|
||||
|
||||
#### 3.2.3. Eén ondeelbare economische prestatie
|
||||
|
||||
Prestaties kunnen zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij vanuit de positie van de modale consument, objectief gezien één ondeelbare economische prestatie vormen, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Een aanwijzing daarvoor is dat de prestaties afzonderlijk niet het vereiste praktische nut hebben voor de afnemer.
|
||||
|
||||
Eén ondeelbare economische prestatie moet worden belast naar het btw-tarief dat geldt voor de overheersende prestatie. De overheersende prestatie bepaalt het karakter van de prestatie.
|
||||
|
||||
#### 3.2.4. Splitsen vergoeding
|
||||
|
||||
Bij een samengestelde prestatie tegen één vergoeding die voor de tarieftoepassing in zelfstandige delen moet worden gesplitst, bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:
|
||||
|
||||
– de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen (marktwaardemethode);
|
||||
– de vergoedingen voor de verschillende deelprestaties zijn in beginsel evenredig aan de bedragen die voor de verschillende prestaties als zodanig in rekening zijn gebracht/ontvangen;
|
||||
– de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden toegerekend op basis van de verhouding van de inkoopprijzen of kostprijzen;
|
||||
– de toerekening van de vergoeding aan de verschillende deelprestaties moet worden geschat op basis van een methodiek die een objectief en reëel beeld geeft van de waarde van de afzonderlijke prestaties.
|
||||
|
||||
De belastingplichtige moet bij de splitsing van een vergoeding de marktwaardemethode hanteren. Als dat niet mogelijk is of wordt aangetoond dat splitsing op basis van de werkelijke kosten of op basis van een andere methode een objectief en reëel beeld geeft van de vergoeding voor de afzonderlijke prestaties, kan de vergoeding via een andere methode gesplitst worden.6Zie in dit verband HR 23 februari 2007, nr. 42 387, ECLI:NL:HR:2007:AZ9108.
|
||||
|
||||
## 4. Bijzondere situaties
|
||||
|
||||
### 4.1. Verpakkingen
|
||||
|
||||
Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Bij het begrip ‘verpakkingen’ kan worden gedacht aan:
|
||||
|
||||
– wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van goederen);
|
||||
– kratten.
|
||||
|
||||
Verpakkingen zijn voor de modale afnemer niet meer dan een onderdeel van de producten die hij koopt. De verpakking gaat op in de levering van het product. Cadeauverpakkingen zijn in de regel een vorm van bijkomend dienstbetoon.
|
||||
|
||||
Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige gebruikswaarde hebben, moeten onder omstandigheden wel afzonderlijk worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verpakking een geldswaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het verpakte product aanzienlijk is (en die ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie).
|
||||
|
||||
### 4.2. Verpakte combinaties van goederen
|
||||
|
||||
Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden aangeboden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een kerstpakket dat een verpakte combinatie vormt van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren (verlaagd btw-tarief), alcoholische dranken (algemeen btw-tarief) en gebruiks- of cadeauartikelen (algemeen btw-tarief). Voor de tarieftoepassing moeten de goederen die tot de combinatie behoren steeds afzonderlijk in aanmerking worden genomen, mits deze goederen ook afzonderlijk voor de modale consument te verkrijgen zijn.
|
||||
|
||||
### 4.3. Candy novelties
|
||||
|
||||
’Candy novelties’ bestaan uit een combinatie van goederen waarbij bepaalde goederen onder het verlaagde btw-tarief vallen (meestal snoepgoed) en andere goederen (meestal speelgoed) onder het algemene btw-tarief. Candy novelties worden voor één prijs verkocht en op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen worden het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.
|
||||
|
||||
Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan variëren. Bijvoorbeeld:
|
||||
|
||||
– chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;
|
||||
– speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd;
|
||||
– plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes en dergelijke kunnen maken;
|
||||
– ‘feest’pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom en dergelijke en speelgoedpoppetjes of ballonnen.
|
||||
|
||||
Voor de tarieftoepassing op een als candy novelty aan te merken combinatie van goederen geldt als uitgangspunt dat de verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgegaan. Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet de candy novelty worden belast naar het algemene btw-tarief.
|
||||
|
||||
Als de verkoopprijs (inclusief btw) van een candy novelty minder dan € 1,50 bedraagt, kan op de levering ervan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in de praktijk opgedane ervaringen van uitgegaan dat het snoepgoed het kenmerkende element van de prestatie is en het bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen is bedoeld om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit geldt ook bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig op de markt wordt gebracht voor een prijs die lager is dan € 1,50.
|
||||
|
||||
### 4.4. Pensionstalling van paarden
|
||||
|
||||
De door het Gerechtshof ’s-Hertogenboschbepaalde driedeling in acht nemende, kan de ondernemer uitgaan van de navolgende toedeling van het bedrag dat aan de klant in rekening wordt gebracht voor de pensionstalling van paarden.7Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 20 maart 2008, nr. 06/00369, ECLI:GHSHE:2008BD1421.
|
||||
|
||||
*Ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten- als een binnenrijbaan (rijaccommodatie)*:
|
||||
|
||||
| – | 1/3 verhuur box | vrijgesteld van btw |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – | 1/3 gelegenheid bieden tot sportbeoefening | verlaagd btw-tarief |
|
||||
| – | 1/3 overige prestaties | algemeen btw-tarief |
|
||||
|
||||
*Ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een buitenrijbaan:*
|
||||
|
||||
| – | 35% verhuur box | vrijgesteld van btw |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – | 12,5% gelegenheid bieden tot sportbeoefening | verlaagd btw-tarief |
|
||||
| – | 52,5% overige prestaties | algemeen btw-tarief |
|
||||
|
||||
*Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan:*
|
||||
|
||||
| – | 35% verhuur box | vrijgesteld van btw |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| – | 65% overige prestaties | algemeen btw-tarief |
|
||||
|
||||
Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn. Wanneer een ondernemer van deze richtlijn wenst af te wijken omdat naar zijn mening de bij hem aanwezige situatie wezenlijk afwijkt van de hiervoor opgenomen richtlijnen, dient hij dit aannemelijk te maken.
|
||||
|
||||
### 4.5. Bezorgkosten
|
||||
|
||||
Als de ondernemer goederen levert en hij ook degene is die zich verbonden heeft de goederen bij de klant te bezorgen, is voor wat de bezorging betreft sprake van een bijkomende prestatie die opgaat in de levering van de goederen. Bij levering van goederen naar verschillende btw-tarieven moeten de bezorgkosten naar verhouding van de vergoedingen exclusief de bezorgkosten worden toegerekend.
|
||||
|
||||
## 5. Toelichting op de tabelposten
|
||||
|
||||
Hierna worden de tabelposten waar nodig toegelicht.
|
||||
|
|
@ -327,12 +211,6 @@ Onder de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ als bedoeld in artikel 1, e
|
|||
|
||||
Het verlaagde btw-tarief geldt ook voor homeopathische geneesmiddelen en kruidengeneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning is verleend. De door het College ter beoordeling van geneesmiddelen voor Nederland toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer. Voor de reguliere geneesmiddelen is dit een RVG-nummer, voor homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In de Regeling Geneesmiddelenwet is aangegeven aan welke voorwaarden (ten aanzien van aanduiding en dergelijke) homeopatische geneesmiddelen moeten voldoen.
|
||||
|
||||
Met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) keur ik het volgende goed:
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat de levering van een radiofarmaceuticum waarvoor op grond van artikel 40, derde lid, onderdeel i, van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel lll, van die wet, kan delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief.
|
||||
|
||||
Deze goedkeuring werkt terug tot 1 januari 2019. Indien de leverancier een verzoek doet op een teruggaaf van de btw op grond van deze goedkeuring, dient de aan de afnemer uitgereikte factuur te worden gecorrigeerd. Voor de correctie van de factuur is het bepaalde in onderdeel 3.5.1 van het besluit Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Onder ’voorbehoedmiddelen’ worden verstaan alle niet als geneesmiddelen aan te merken anticonceptiva. De (anticonceptie)pil zoals omschreven in de Geneesmiddelenwet valt als geneesmiddel al onder de post. Als voorbehoedmiddel in de zin van de post kunnen worden aangemerkt het spiraaltje, het pessarium, het condoom (het klassieke condoom en het vrouwencondoom) en de zaaddodende pasta.
|
||||
|
||||
Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Uit praktische overwegingen keur ik het volgende goed.
|
||||
|
|
@ -2152,10 +2030,4 @@ Met nieuwswebsites in deze post worden websites en apps bedoeld waarop nieuws, a
|
|||
|
||||
## 6. Ingetrokken regelingen
|
||||
|
||||
Het besluit van 22 december 2017, nr. 2017-16288 (Omzetbelasting. Toelichting Tabel I) is met de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken.
|
||||
|
||||
## 7. Inwerkingtreding
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue