2007-08-11 | BWBR0020469 | Beleidsregel Scholenplanning voortgezet onderwijs 2007 en 2008
This commit is contained in:
parent
855df8cd6a
commit
fbee271d71
1 changed files with 8 additions and 88 deletions
|
|
@ -63,11 +63,7 @@ Het bevoegd gezag van een school kan met ingang van 1 augustus 2006 binnen een
|
|||
|
||||
a. het intrasectorale programma ‘Techniek Breed’;
|
||||
b. het intersectorale programma ‘ICT-route’;
|
||||
c. het intersectorale programma ‘Technologie in de gemengde leerweg’ met drie uitstroomvarianten:
|
||||
|
||||
1. richting Techniek,
|
||||
2. richting Economie, en
|
||||
3. richting Zorg en Welzijn;
|
||||
c. het intersectoraal programma ‘Technologie in de gemengde leerweg’;
|
||||
d. het intersectorale programma ‘Intersectoraal’ met drie uitstroomvarianten:
|
||||
|
||||
1. Technologie & Dienstverlening,
|
||||
|
|
@ -79,14 +75,6 @@ e. het intersectorale programma ‘Sport, Dienstverlening en Veiligheid’.
|
|||
|
||||
###### 2.3.1.1. Kaders en randvoorwaarden Techniek Breed
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Techniek Breed per 1 augustus 2007 of 1 augustus 2008 wil aanbieden dient respectievelijk in het schooljaar 2007–2008 en in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag van de school dient toestemming te hebben voor het aanbieden van ten minste twee afdelingen in de sector Techniek;
|
||||
b. de leerlingen worden in het vrije deel van de door hun gekozen leerweg opgeleid volgens het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast te stellen examenprogramma Techniek Breed. Voor leerlingen van de gemengde leerweg geldt dat zij hiernaast nog een tweede keuzevak volgen;
|
||||
c. de leerlingen volgen het gemeenschappelijk deel van de door hun gekozen leerweg en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens;
|
||||
d. de leerlingen volgen in het sectordeel van hun leerweg de sectorvakken behorende bij de sector Techniek, dat wil zeggen wiskunde en natuur- en scheikunde I en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens; en
|
||||
e. de leerlingen nemen deel aan het centraal examen Techniek Breed.
|
||||
|
||||
####### 2.3.1.1.1. Kaders en randvoorwaarden Techniek Breed in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Techniek Breed per 1 augustus 2008 wil aanbieden dient in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
|
@ -106,14 +94,6 @@ b. de onderdelen b tot en met e in 2.3.1.1.1., zijn van overeenkomstige toepassi
|
|||
|
||||
###### 2.3.1.2. Kaders en randvoorwaarden ICT-route
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma ICT-route per 1 augustus 2007 of 1 augustus 2008 wil aanbieden dient respectievelijk in het schooljaar 2007–2008 of in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag van de school dient toestemming te hebben voor het aanbieden van een afdeling in een of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn;
|
||||
b. de leerlingen worden in het vrije deel van de door hun gekozen leerweg opgeleid volgens het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast te stellen examenprogramma ICT-route. Voor leerlingen van de gemengde leerweg geldt dat zij hiernaast nog een tweede keuzevak volgen;
|
||||
c. de leerlingen volgen het gemeenschappelijk deel van de door hun gekozen leerweg en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens;
|
||||
d. de leerlingen volgen in het sectordeel van hun leerweg de sectorvakken behorende bij een sector die de school aanbiedt en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens. Ook is het mogelijk een combinatie van sectorvakken uit de sectoren Economie en Zorg en Welzijn te volgen, indien de school beschikt over deze twee sectoren. De leerlingen volgen in dat geval in het sectordeel van hun leerweg één van de sectorvakken behorende bij de sector economie en één sectorvak behorende bij de sector Zorg en Welzijn en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens; en
|
||||
e. de leerlingen nemen deel aan het centraal examen ICT-route.
|
||||
|
||||
####### 2.3.1.2.1. Kaders en randvoorwaarden ICT-route in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma ICT-route per 1 augustus 2008 wil aanbieden, dient in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
|
@ -133,9 +113,9 @@ b. De onderdelen b tot en met e in 2.3.1.2.1., zijn van overeenkomstige toepassi
|
|||
|
||||
###### 2.3.1.3. Kaders en randvoorwaarden Technologie in de gemengde leerweg
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Technologie in de gemengde leerweg per 1 augustus 2007 of per 1 augustus 2008 wil aanbieden dient respectievelijk in het schooljaar 2007–2008 en in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Technologie per 1 augustus 2008 wil aanbieden, dient in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag van de school dient toestemming te hebben voor het aanbieden van de gemengde leerweg in een of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn;
|
||||
a. Het bevoegd gezag dient voor de betreffende school toestemming te hebben voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn;
|
||||
b. de leerlingen worden in het vrije deel van de door hun gekozen leerweg opgeleid volgens het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast te stellen examenprogramma Technologie in de gemengde leerweg. De leerlingen volgen hiernaast nog een tweede keuzevak;
|
||||
c. de leerlingen volgen het gemeenschappelijk deel van de door hun gekozen leerweg en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens;
|
||||
d. de leerlingen volgen in het sectordeel van hun leerweg de sectorvakken behorende bij de sector waarvan zij de uitstroomvariant volgen en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens; en
|
||||
|
|
@ -143,14 +123,6 @@ e. de leerlingen nemen deel aan het centraal examen Technologie in de gemengde l
|
|||
|
||||
###### 2.3.1.4. Kaders en randvoorwaarden Intersectoraal met de uitstroomvarianten Technologie & Dienstverlening (sector Techniek en Zorg en Welzijn), Technologie & Commercie (sector Techniek en Economie) en Dienstverlening & Commercie (sector Zorg en Welzijn en Economie)
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat een uitstroomvariant van het programma Intersectoraal per 1 augustus 2007 of 1 augustus 2008 wil aanbieden dient respectievelijk in het schooljaar 2007–2008 of in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag van de school dient toestemming te hebben voor het aanbieden van een afdeling in of meer van de sectoren Techniek, Economie en Zorg en Welzijn;
|
||||
b. de leerlingen worden in het vrije deel van de door hun gekozen leerweg opgeleid volgens het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast te stellen examenprogramma Technologie & Dienstverlening, Technologie & Commercie of Dienstverlening & Commercie. Voor leerlingen van de gemengde leerweg geldt dat zij hiernaast nog een tweede keuzevak volgen;
|
||||
c. de leerlingen volgen het gemeenschappelijk deel van de door hun gekozen leerweg en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens;
|
||||
d. de leerlingen volgen in het sectordeel van hun leerweg twee van de sectorvakken behorende bij een sector die de school aanbiedt en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens. Ook is het voor de uitstroomvariant ‘Dienstverlening en Commercie’ mogelijk een combinatie van sectorvakken uit de sectoren Economie en Zorg en Welzijn te volgen, indien de school beschikt over beide sectoren. De leerlingen volgen in dat geval in het sectordeel van hun leerweg één van de sectorvakken behorende bij de sector economie en één sectorvak behorende bij de sector Zorg en Welzijn en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens; en
|
||||
e. de leerlingen nemen deel aan het centraal examen Intersectoraal.
|
||||
|
||||
####### 2.3.1.4.1. Kaders en randvoorwaarden Intersectoraal met de uitstroomvarianten Technologie & Dienstverlening (sector Techniek en Zorg en Welzijn), Technologie & Commercie (sector Techniek en Economie) en Dienstverlening & Commercie (sector Zorg en Welzijn en Economie) in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat een uitstroomvariant van het programma Intersectoraal per 1 augustus 2008 wil aanbieden, dient in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
|
@ -178,44 +150,14 @@ b. de onderdelen b tot en met e in 2.3.1.4.1., zijn van overeenkomstige toepassi
|
|||
|
||||
###### 2.3.1.5. Kaders en randvoorwaarden Sport, Dienstverlening en Veiligheid
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Sport, Dienstverlening en Veiligheid per 1 augustus 2007 of per 1 augustus 2008 wil aanbieden dient respectievelijk in het schooljaar 2007–2008 of in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
Het bevoegd gezag van de school dat het programma Sport, Dienstverlening en Veiligheid in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg per 1 augustus 2008 wil aanbieden dient in het schooljaar 2008–2009 aan de volgende voorwaarden te voldoen:
|
||||
|
||||
a. het bevoegd gezag van de school dient toestemming te hebben voor het aanbieden van een afdeling in een of meer van de sectoren Economie en Zorg en Welzijn;
|
||||
a. Het bevoegd gezag dient voor de betreffende school toestemming te hebben voor het aanbieden van afdelingen in twee of meer van de sectoren Economie en Zorg en Welzijn op de vestiging waar het programma zal worden aangeboden;
|
||||
b. de leerlingen worden in het vrije deel van de door hun gekozen leerweg opgeleid volgens het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vast te stellen examenprogramma Sport, Dienstverlening en Veiligheid;
|
||||
c. de leerlingen volgen tevens het gemeenschappelijk deel van de door hun gekozen leerweg en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens;
|
||||
d. de leerlingen volgen in het sectordeel van hun leerweg twee van de sectorvakken behorende bij de sectoren Economie of Zorg en Welzijn en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens. Ook is het mogelijk een combinatie van sectorvakken uit de sectoren Economie en Zorg en Welzijn te volgen, indien de school beschikt over beide sectoren. De leerlingen volgen in dat geval in het sectordeel van hun leerweg één van de sectorvakken behorende bij de sector Economie en één sectorvak behorende bij de sector Zorg en Welzijn en nemen deel aan de daarvoor bestaande centrale examens; en
|
||||
e. de leerlingen nemen deel aan het centraal examen Sport, Dienstverlening en Veiligheid.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Inschrijving en bekostiging leerlingen in overbruggingsvoorziening
|
||||
|
||||
Tot op het moment dat de experimentele programma’s gereguleerd zijn en nieuwe elementcodes zijn gepubliceerd geldt er een tijdelijke oplossing voor de inschrijving van de leerlingen. Aan deze tijdelijke oplossing kunnen geen toekomstige bekostigingsrechten worden ontleend.
|
||||
|
||||
In de overbruggingsvoorziening worden bovengenoemde programma’s aan de scholen toegekend met inachtneming van de artikelen 25 en 29, zesde lid, van de WVO en binnen een regionaal arrangement. Artikel 25 biedt de Minister de mogelijkheid om scholen de gelegenheid te bieden van de inrichtingsvoorschriften af te wijken en andere examenprogramma’s te ontwikkelen dan die in de bestaande regelgeving zijn vastgelegd. De bestaande afdelingsstructuur, zoals deze wettelijk is geregeld in artikel 10c van de WVO blijft echter de grondslag. Dat betekent dat scholen hun leerlingen in moeten schrijven op één van de onderliggende afdelingen waarvoor de school een licentie heeft.
|
||||
|
||||
De bekostiging van de nieuwe programma’s is dienovereenkomstig.
|
||||
|
||||
De uitwerking van het bovenstaande naar de verschillende programma’s is als volgt:
|
||||
|
||||
a. Techniek Breed: de leerlingen worden ingeschreven bij een of meerdere afdelingen in de sector techniek waarvoor de school een licentie heeft;
|
||||
b. Technologie in de Gemengde Leerweg: de leerlingen worden ingeschreven bij een of meerdere afdelingen in de gemengde leerweg waarvoor de school een licentie heeft;
|
||||
c. ICT-Route in het Vmbo: de leerlingen worden ingeschreven bij een of meerdere afdelingen in de sectoren techniek, economie of zorg en welzijn waarvoor de school een licentie heeft;
|
||||
d. Intersectoraal: de leerlingen worden ingeschreven bij een of meerdere afdelingen in de sectoren techniek, economie dan wel zorg en welzijn;
|
||||
e. Sport, Dienstverlening en Veiligheid: de leerlingen worden ingeschreven bij een of meerdere afdelingen in de sectoren economie dan wel zorg en welzijn.
|
||||
|
||||
Leerlingen kunnen alleen ingeschreven worden bij afdelingen en leerwegen waarvoor het betreffende programma is ontwikkeld. Onder leerlingen worden zowel geïndiceerde als niet-geïndiceerde leerlingen verstaan.
|
||||
|
||||
Van de inschrijving in een van de afdelingen techniek zijn de afdelingen grafische techniek, Rijn-, binnen- en kustvaart en haven en vervoer uitgezonderd, tenzij de school in deze sector geen andere licenties heeft.
|
||||
|
||||
Deze overbruggingsvoorziening komt te vervallen op het moment dat de hierboven genoemde programma’s worden gereguleerd. De registratie- en bekostigingssystemen zullen in dat geval dienovereenkomstig worden aangepast.
|
||||
|
||||
Scholen waaraan een theoretische leerweg is verbonden, kunnen leerlingen die hierbij staan ingeschreven onderdelen aanbieden van bovengenoemde programma’s of een van de programma’s in zijn geheel als extra vak. De leerlingen blijven ingeschreven staan als leerling van de theoretische leerweg, scholen ontvangen hiervoor geen extra vergoeding.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Overbrugging voor huidige projectscholen
|
||||
|
||||
De scholen die betrokken waren bij de ontwikkeling van de nieuwe programma’s hebben voor de duur van de projectperiode ontheffing gekregen van de artikelen 25 en 29 van de WVO, vanwege de noodzakelijke afwijkingen van inrichtings- en examenvoorschriften. Tot de inwerkingtreding van de wettelijke verankering zal de ontheffing van inrichtingsvoorschriften worden gecontinueerd. Alle projectscholen ontvangen hier individueel bericht over. Na wettelijke verankering treedt er een overgangsperiode op, waarbij scholen ontheffing van inrichtingsvoorschriften kunnen krijgen. Deze ontheffing geldt voor maximaal zes schooljaren. Binnen deze termijn moet de school zorgen dat voldaan kan worden aan de planprocedure respectievelijk de deelname aan een regionaal arrangement.
|
||||
|
||||
De projectscholen die de voormalige experimenten op hun school continueren, dienen alle examenkandidaten in 2007 en later deel te laten nemen aan de centrale examens voor deze programma’s. De ontheffing voor examenvoorschriften wordt derhalve niet verlengd.
|
||||
|
||||
### 3. Aanvraagprocedure regionale arrangementen
|
||||
|
||||
In afwijking van de data van indiening genoemd in hoofdstukken II en III, kunnen aanvragen voor het verkrijgen van toestemming voor het aanpassen van het onderwijsaanbod op basis van een regionaal arrangement gedurende de gehele periode van 1 augustus 2006 tot en met 1 maart 2008 worden ingediend bij de Centrale Financiën Instellingen, Unit BVO, Postbus 606, 2700 ML in Zoetermeer.
|
||||
|
|
@ -237,9 +179,7 @@ h. (indien van toepassing) een schriftelijke verklaring van geen bezwaar van sch
|
|||
|
||||
Voor een goede besluitvorming en een tijdige afhandeling van de aanvraag is het van groot belang dat de bovengenoemde documenten (volledig ingevuld) daadwerkelijk bij de aanvraag worden gevoegd.
|
||||
|
||||
Een definitieve en complete aanvraag voor goedkeuring op 1 augustus 2007 of op 1 augustus 2008 dient uiterlijk op 1 maart 2007 of 1 maart 2008 te zijn ingediend.
|
||||
|
||||
Binnen vijf maanden na de datum van indiening van de aanvraag kan de beschikking van de Minister tegemoet worden gezien.
|
||||
Een definitieve en complete aanvraag voor goedkeuring op 1 augustus 2008, dient uiterlijk op 1 januari 2008 te zijn ingediend. Binnen zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag kan de beschikking van de Minister tegemoet worden gezien.
|
||||
|
||||
### 4. Aanvraagprocedure smal regionaal arrangement voor nevenvestiging zorg
|
||||
|
||||
|
|
@ -356,7 +296,7 @@ Het bruto potentieel wordt berekend door vermenigvuldiging van: het verwachte de
|
|||
|
||||
Het bruto potentieel voor de betreffende onderwijssoort in de betreffende prognoseperiode minus het aantal leerlingen waarvoor binnen redelijke afstand (zie punt 6) plaatsruimte zal zijn op een gelijksoortige school van dezelfde richting conform artikel 69, derde lid, van de WVO.
|
||||
|
||||
Er kan worden afgeweken van het gestelde in element 10 (deelnamepercentage betrokken richting) van de modelprognose als er sprake is van een aanvraag in het kader van het ‘nieuw voor oud’-beleid (onderdeel 3.2) of een regionaal arrangement (onderdeel 3.3). De in deze gevallen te hanteren berekening is beschreven in de bovengenoemde onderdelen.
|
||||
Er kan worden afgeweken van het gestelde in element 10 (deelnamepercentage betrokken richting) van de modelprognose als er sprake is van een aanvraag in het kader van een regionaal arrangement (onderdeel 3.3). De in deze gevallen te hanteren berekening is beschreven in de bovengenoemde onderdelen.
|
||||
|
||||
De CFI-publicaties Deelnamepercentages voortgezet onderwijs, Statistisch Materiaal voor het Plan van Scholen en Verdeling naar richting in het basisonderwijs zoals genoemd in de bovenstaande onderdelen 8, 9 en 10 zijn op aanvraag (digitaal) verkrijgbaar bij CFI, via het algemene informatienummer voortgezet onderwijs 079-3232444.
|
||||
|
||||
|
|
@ -389,27 +329,7 @@ Voor toekenning van een school of afdeling geldt het uitgangspunt dat een aangev
|
|||
|
||||
#### 3.2. ‘Nieuw voor oud-beleid’
|
||||
|
||||
Om het vmbo-aanbod beter af te stemmen op de vraag van de leerling, ouders en andere belanghebbenden kan een nieuwe afdeling worden aangevraagd als er reeds aan de school of scholengemeenschap verbonden afdelingen worden opgeheven. Toekenning van een afdeling is in dat geval mogelijk als wordt voldaan aan de onderstaande criteria:
|
||||
|
||||
1. De aanvraag wordt gedaan door het bevoegd gezag van een school voor vbo of een scholengemeenschap met ten minste vbo;
|
||||
2. De aanvrager toont aan dat de gevraagde afdeling past binnen het kader van het gewenste en levensvatbare aanbod in de regio. Het oordeel van de provincie en de organisaties bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de WVO zal worden meegenomen bij de besluitvorming;
|
||||
3. a. Twee reeds aan de school of scholengemeenschap verbonden afdelingen die op de teldatum voorafgaand aan de opheffing tenminste 10 leerlingen per afdeling tellen, worden uiterlijk per 1 augustus 2009 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) en per 1 augustus 2010 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) op schoolniveau vrijwillig opgeheven.
|
||||
b. Met vrijwillige opheffing wordt gelijkgesteld beëindiging van een afdeling op een hoofdvestiging, nevenvestiging of – bij een scholengemeenschap ROC–VO met ten minste vbo – een erkende locatie waar alle leerjaren worden aangeboden tot en met het afsluitend onderwijs, terwijl de afdeling elders op de school of scholengemeenschap nog wel gehandhaafd blijft.
|
||||
c. Onder vrijwillige opheffing wordt verstaan een bestuursbesluit om uiterlijk per 1 augustus 2009 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) en per 1 augustus 2010 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) geen leerlingen meer toe te laten in het derde en vierde leerjaar van de betreffende afdeling, dan wel een bestuursbesluit om uiterlijk per 1 augustus 2008 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) en per 1 augustus 2009 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) geen leerlingen meer toe te laten in het derde leerjaar en per 1 augustus 2009 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) en per 1 augustus 2010 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) geen leerlingen meer toe te laten in het vierde leerjaar van de betreffende afdeling. Bij beëindiging op een hoofdvestiging, nevenvestiging of erkende locatie (bij een ROC-VO) is deze omschrijving van overeenkomstige toepassing.
|
||||
d. Verder mag bij de vaststelling van het aantal vrijwillig opgeheven afdelingen – indien van toepassing – één afdeling meetellen die reeds per 1 augustus 2005 of 1 augustus 2006 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) respectievelijk per 1 augustus 2006 of 1 augustus 2007 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) vrijwillig is opgeheven, mits het aantal leerlingen van die afdeling in het derde en vierde leerjaar tezamen per 1 oktober 2004 of 1 oktober 2005 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2008–2010) respectievelijk per 1 oktober 2005 of 1 oktober 2006 (voor wat betreft een aanvraag voor het Plan van Scholen 2009–2011) op schoolniveau respectievelijk (bij beëindiging) op de betreffende vestiging of locatie tenminste 10 bedroeg.
|
||||
e. In bijzondere situaties kan het voldoende zijn wanneer één reeds aan de school of scholengemeenschap verbonden afdeling vrijwillig wordt opgeheven. Hierbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan de situatie waarin de aanvraag voortvloeit uit een schriftelijk regionaal plan in het kader van een herschikking, waarbij samenwerkende scholen de opheffing van afdelingen over meerdere scholen spreiden. Dit regionale plan dient in voorkomende gevallen bij de aanvraag te worden overgelegd.
|
||||
f. Verder kan gedacht worden aan de positie van een school met een gering aantal afdelingen. Het oordeel van de provincie en de organisaties bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de WVO zal worden meegenomen bij de besluitvorming.
|
||||
|
||||
Opheffing van een afdeling in het kader van artikel 107 WVO wordt niet in aanmerking genomen;
|
||||
4. Het te verwachten aantal leerlingen voor de gevraagde afdeling bedraagt ten minste 50% van de geldende stichtingsnorm voor een nieuwe afdeling;
|
||||
5. Het is toegestaan voor het verlangde onderwijs aanbod een (goed onderbouwde) schoolprognose te overleggen. Dit cijfermateriaal zal dan in aanmerking worden genomen bij de beoordeling van de aanvraag op het element 10 van de modelprognose indirecte meting (deelnamepercentage betrokken richting). Voor alle overige elementen van de indirecte meting kan het desbetreffende cijfermateriaal niet plaatsvervangend zijn.
|
||||
6. De aanvrager toont schriftelijk aan overleg te hebben gevoerd met de andere scholen voor vbo, scholengemeenschappen met ten minste vbo en AOC’s in de regio. De regio’s zijn door de betrokken provincie in de zogenaamde regiobeschrijvingen opgenomen; deze dienen te worden aangehouden.
|
||||
|
||||
Het overleg dient in elk geval betrekking te hebben gehad op de mate waarin de omliggende scholen, ook van andere richtingen, nadelige gevolgen zullen ondervinden van toekenning van de gevraagde afdeling. De aanvrager toont schriftelijk aan dat deze gevolgen niet van dien aard zijn dat bij die omliggende scholen een substantieel verlies van leerlingen zal optreden. Als dit wel dreigt te gebeuren, wordt schriftelijk aangetoond dat met dergelijke scholen afspraken zijn gemaakt ter compensatie van de negatieve gevolgen van toekenning van de gevraagde afdeling.
|
||||
|
||||
Als schriftelijk bewijs van bovenstaande elementen wordt in ieder geval geaccepteerd een door alle betrokkenen geaccordeerd verslag van een desbetreffend overleg.
|
||||
|
||||
Wanneer de aanvrager schriftelijk bij de Minister van OCenW aantoont dat aan de criteria onder 1 tot en met 6 wordt voldaan, kan de Minister beslissen dat de gevraagde afdeling in het Plan van Scholen 2008–2010 of 2009–2011 wordt opgenomen met jaartal zoals bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de WVO.
|
||||
200715209-08-200727-07-2007VO/B&B/2007/22911200715209-08-200727-07-2007VO/B&B/2007/2291111-08-200701-08-2007
|
||||
|
||||
#### 3.3. Regionaal ondersteunde aanvragen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue