From fbefc351fd011d27aee1404eb4c0f0ee9c08efde Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Oct 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-10-01 | BWBR0007044 | Besluit overige niet-meldingplichtige gevallen bodemsanering --- .../BWBR0007044/README.md | 17 +++++++---------- 1 file changed, 7 insertions(+), 10 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-overige-niet-meldingplichtige-gevallen-bodemsanering/BWBR0007044/README.md b/amvb/besluit-overige-niet-meldingplichtige-gevallen-bodemsanering/BWBR0007044/README.md index 245da37279c..6c834771f8f 100644 --- a/amvb/besluit-overige-niet-meldingplichtige-gevallen-bodemsanering/BWBR0007044/README.md +++ b/amvb/besluit-overige-niet-meldingplichtige-gevallen-bodemsanering/BWBR0007044/README.md @@ -20,19 +20,16 @@ Vervallen De melding van degene die voornemens is de bodem te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst, kan achterwege blijven: -a. indien bij het bevoegde gezag: +a. indien het bevoegde gezag heeft vastgesteld dat geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, naar aanleiding van de resultaten van een bodemonderzoek op grond van: -1°. een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is ingediend; -2°. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet milieubeheer is ingediend; -3°. een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is ingediend, waarbij op grond van de gemeentelijke bouwverordening, bedoeld in artikel 8 van die wet, de overlegging van een onderzoeksrapport inzake de gesteldheid van de bodem is vereist; -4°. een melding als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer of een melding als bedoeld in artikel 8.41 op grond van een in artikel 8.40 van die wet bedoelde algemene maatregel van bestuur, is gedaan, en -5°. het bevoegde gezag naar aanleiding van de resultaten van een bodemonderzoek, voorgeschreven bij of krachtens een onder 1° tot en met 6° genoemde wettelijke regeling, heeft vastgesteld, dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging; -b. Indien het bevoegde gezag naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging. +1°. een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover daarbij krachtens artikel 4.4 van het Besluit omgevingsrecht in samenhang met artikel 8, derde lid, van de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening, bedoeld in dat artikel, de overlegging van een onderzoeksrapport inzake de gesteldheid van de bodem is vereist, +2°. een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, +3°. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet milieubeheer dan wel een mede op een activiteit waarvoor een zodanige ontheffing is vereist betrekking hebbende aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.3a, eerste lid, van die wet, of +4°. een melding als bedoeld in artikel 8.41 van de Wet milieubeheer op grond van een in artikel 8.40 van die wet bedoelde algemene maatregel van bestuur; +b. indien het bevoegde gezag naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit heeft vastgesteld dat geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging, of c. indien het verspreiden van onderhoudsspecie klasse 1 of 2 op land met inachtneming van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen en de daarop gebaseerde ministeriële regeling geschiedt. -**2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing indien de in dat lid, aanhef en onderdeel a, onder 7°, bedoelde resultaten van het bodemonderzoek niet meer representatief zijn om te kunnen beoordelen of de bodem ernstig verontreinigd is. Hiervan is in ieder geval sprake indien er vijf jaren zijn verstreken na voltooiing van het bodemonderzoek. - -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, onder 3° juncto 7°, kan de melding tevens achterwege blijven indien bij de in de bouwverordening op grond van artikel 8 van de Woningwet aangewezen gevallen geen bodemonderzoek is vereist. +**2.** Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing indien de in dat lid, aanhef en onderdeel a, bedoelde resultaten van het bodemonderzoek niet meer representatief zijn om te kunnen beoordelen of de bodem ernstig verontreinigd is. Hiervan is in ieder geval sprake indien er vijf jaren zijn verstreken na voltooiing van het bodemonderzoek. ### Artikel 3