2005-12-14 | BWBR0017332 | Besluit EOS: demo en transitie-experimenten
This commit is contained in:
parent
57afd79557
commit
fbfb4504a0
1 changed files with 38 additions and 9 deletions
|
|
@ -19,7 +19,8 @@ citeertitel: 'Besluit EOS: demo en transitie-experimenten'
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
|
||||
b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
|
||||
b. ondernemer in de landbouwsector: een ondernemer die activiteiten verricht op het gebied van de productie, verwerking en afzet van landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van ondernemers in de visserij- en aquacultuursector en in de bosbouwsector;
|
||||
c. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
|
||||
|
||||
1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
|
||||
|
||||
|
|
@ -29,8 +30,8 @@ b. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
|
|||
|
||||
een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
|
||||
2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
|
||||
c. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen;
|
||||
d. project:
|
||||
d. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen;
|
||||
e. project:
|
||||
|
||||
1°. een voor Nederland nieuw, planmatig geheel van activiteiten, geheel of nagenoeg geheel bestemd voor het vergroten van inzicht in de geschiktheid voor toepassing in de praktijk van duurzame energiehuishouding, dat een technisch of economisch risico inhoudt en dat bestaat uit:
|
||||
|
||||
|
|
@ -41,9 +42,9 @@ d. project:
|
|||
• voor Nederland nieuwe apparaten, systemen of technieken, of
|
||||
• een voor Nederland nieuwe toepassing van apparaten, systemen of technieken;
|
||||
2°. een energietransitie-experiment, gericht op de bescherming van het milieu, dat in Nederland wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband waaraan tenminste één ondernemer en één niet ondernemer deelnemen, met als doel het beproeven van een energiesysteem, of een of meer delen daarvan, dat op een transitiepad ligt en waarbij het gaat om het bij tenminste een van de leden van het samenwerkingsverband treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van apparaten, systemen of technieken die reeds eerder zijn gedemonstreerd, maar die in Nederland nog niet gebruikelijk zijn;
|
||||
e. duurzame energiehuishouding: een energiehuishouding die economisch efficiënt is, het milieu minder zwaar belast of voorziet in beschikbaarheid van energie in voldoende mate en van voldoende kwaliteit;
|
||||
f. energiesysteem: een samenhangend geheel van winning, transport, opslag, bewerking of gebruik van energiedragers;
|
||||
g. transitiepad: een beschrijving van de transitie van een bestaand, niet duurzaam energiesysteem, of een deel daarvan, naar een ander, duurzaam energiesysteem.
|
||||
f. duurzame energiehuishouding: een energiehuishouding die economisch efficiënt is, het milieu minder zwaar belast of voorziet in beschikbaarheid van energie in voldoende mate en van voldoende kwaliteit;
|
||||
g. energiesysteem: een samenhangend geheel van winning, transport, opslag, bewerking of gebruik van energiedragers;
|
||||
h. transitiepad: een beschrijving van de transitie van een bestaand, niet duurzaam energiesysteem, of een deel daarvan, naar een ander, duurzaam energiesysteem.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen activiteiten worden aangewezen die niet tot een project worden gerekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -75,7 +76,7 @@ e. opwekking en netten.
|
|||
|
||||
**3.** Als thema binnen het streven naar een duurzame energiehuishouding worden aangewezen de door Onze Minister vastgestelde thema’s met betrekking tot de in het tweede lid, onderdelen a tot en met c, genoemde gebieden of combinaties daarvan.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van dit besluit is opgetreden.
|
||||
**4.** Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van dit besluit is opgetreden. Indien een of meerdere van de deelnemers in een samenwerkingsverband ondernemers in de landbouwsector zijn, geschiedt verstrekking en betaling van de subsidie op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -85,6 +86,21 @@ a. indien voor het project reeds door Onze Minister subsidie is verstrekt;
|
|||
b. aan de rijksoverheid;
|
||||
c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de beschikking wordt gegeven aan de aanvrager dan wel aan de tot dezelfde groep als de aanvrager behorende ondernemers meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag aan subsidie op grond van dit besluit zou worden verstrekt.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Aan een ondernemer in de landbouwsector wordt slechts subsidie verstrekt indien deze:
|
||||
|
||||
a. aan de hand van een beoordeling van de vooruitzichten kan aantonen dat het landbouwbedrijf economisch levensvatbaar is;
|
||||
b. voldoet aan de normen gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet, en
|
||||
c. over voldoende vakbekwaamheid en deskundigheid beschikt, hetgeen blijkt uit:
|
||||
|
||||
1°. het bezit van een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding of van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau, of
|
||||
2°. de omstandigheid dat de ondernemer ten minste drie jaren op een landbouwonderneming werkzaam is geweest.
|
||||
|
||||
**7.** Aan een ondernemer in de landbouwsector wordt geen subsidie verstrekt indien de investeringen zijn gericht op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden bestaan. Evenmin zal een subsidie worden verstrekt indien de productie door de investeringen verder stijgt dan op grond van productiebeperkingen of beperkingen t.a.v. communautaire steunverlening is toegestaan.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de voordelen van de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komen aan ondernemers in de landbouwsector die niet zelf de aanvrager van de subsidie zijn, geschiedt verstrekking en betaling van de subsidie op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het vierde lid bedraagt de subsidie 40 procent van de projectkosten, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van het subsidiepercentage, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6 op een lager percentage worden vastgesteld en verschillend zijn voor de vast te stellen energiethema’s.
|
||||
|
|
@ -95,6 +111,10 @@ c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de besch
|
|||
|
||||
**4.** Het te verlenen subsidiebedrag, tot stand gekomen met toepassing van het eerste tot en met het derde lid, is niet meer dan de maximaal toegestane investeringssteun, berekend op de voet van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001 C 37).
|
||||
|
||||
**5.** Indien de subsidie-ontvanger een ondernemer in de landbouwsector is, werkzaam in een bij regeling van Onze Minister aangewezen specifieke sector, bedraagt de subsidie, in afwijking van het eerste tot en met het vierde lid, ten hoogste het in die regeling genoemde percentage dat niet hoger is dan 60% en het in die regeling genoemde bedrag.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de subsidie-ontvanger een ondernemer in de landbouwsector is en een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt als bedoeld in het tweede lid, is de verhoging, bedoeld in het tweede lid, niet van toepassing voorzover de projectkosten betrekking hebben op investeringen waardoor de productiecapaciteit zal toenemen.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde extra investeringskosten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de energiebesparing, de afvang en permanente opslag van CO_2-emissies of ingebruikneming van de hernieuwbare energiebron. Punt 37 van de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001 C 37) wordt hierbij in acht genomen.
|
||||
|
|
@ -112,9 +132,18 @@ f. kosten van geleidelijk opstarten en in gebruik nemen van het project en daart
|
|||
g. kosten van tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van intellectuele eigendom;
|
||||
h. aan derden verschuldigde kosten.
|
||||
|
||||
**3.** De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger de die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
In afwijking van het eerste en tweede lid worden als projectkosten gemaakt door een ondernemer in de landbouwsector in aanmerking genomen:
|
||||
|
||||
a. de kosten van nieuwe machines en nieuw materieel, met inbegrip van computerprogrammatuur,
|
||||
b. de kosten van bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken,
|
||||
c. de algemene kosten, zoals kosten van architecten en ingenieurs, en voor het verkrijgen van octrooien en licenties, tot een maximum van 12 procent van de onder a en b bedoelde kosten, en
|
||||
d. de aankoop van grond.
|
||||
|
||||
**4.** De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger de die de kosten heeft gemaakt de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue