2016-01-01 | BWBR0019070 | Besluit Wfsv

This commit is contained in:
Coornhert 2016-01-01 12:00:00 +00:00
parent 42b048da70
commit fc256a745f

View file

@ -33,7 +33,7 @@ a. *het sectorpremiepercentage:* het percentage van het loon dat op grond van ar
b. *de verzekerde loonsom:* het totaalbedrag van het loon, bedoeld in artikel 26 van de Wfsv, waarover het UWV in een kalenderjaar ten gunste van een sectorfonds de in dat artikel bedoelde premies ontvangt, met uitzondering van de uitkeringen, de toeslag en het loon waarop artikel 28, tweede lid, van de Wfsv van toepassing is;
c. *de werkloosheidslasten:* hetgeen op grond van artikel 104, eerste lid, van de Wfsv ten laste van een sectorfonds komt, met uitzondering van hetgeen meer bedraagt dan het op grond van artikel 105, eerste lid, van de Wfsv vastgestelde maximum;
d. *het lastenplafond:* het percentage van de verzekerde loonsom waarin de werkloosheidslasten tot uitdrukking komen, dat op grond van artikel 105, eerste lid, van de Wfsv wordt vastgesteld als maximum;
e. *het dekkingssaldo:* het verschil tussen het feitelijke vermogen van een sectorfonds en de op grond van artikel 120, achtste lid, van de Wfsv aan te houden reserve;
e. *het vermogen:* het feitelijke vermogen van een sectorfonds met inbegrip van reserves voor zover op grond van artikel 120, achtste lid, van de Wfsv reserves worden gevormd;
f. *overige ziekengeldlasten:* de lasten van ziekengeld als bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv, toegekend voor 1 januari 2012, of de lasten van uitkeringen op grond van de Ziektewet als bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel g, van de Wfsv, toegekend vanaf 1 januari 2012 en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen;
g. *overige WGA-lasten:* WGA-uitkeringen als bedoeld in artikel 117b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv die vóór 1 januari 2012 zijn toegekend aan werknemers, die uit de dienstbetrekking waaruit de WGA-uitkering is ontstaan recht hadden op een uitkering op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van de Ziektewet, en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen;
h. *WGA-staartlasten:* door het UWV te betalen WGA-uitkeringen als bedoeld in artikel 117b, derde lid, onderdeel h, van de Wfsv, aan werknemers, die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in een dienstbetrekking stonden van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv waarbij die dag is gelegen vóór de dag van ingang van het eigenrisicodragen en de uitvoeringskosten en andere kosten in verband met deze uitkeringen.
@ -70,13 +70,13 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
**2.** Het UWV stelt voor de dekking van de overige ziekengeld- en WGA-lasten, bedoeld in artikel 2.1a, en de WGA-staartlasten, bedoeld in artikel 2.1b, een opslagpercentage vast, waarmee het sectorpremiepercentage met betrekking tot dat sectorfonds wordt verhoogd.
**3.** Indien in een sectorfonds op 31 december van het jaar waarin het sectorpremiepercentage wordt vastgesteld naar verwachting van het UWV een positief of negatief dekkingssaldo aanwezig zal zijn, stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, in dat kalenderjaar en de daaropvolgende kalenderjaren een zodanig sectorpremiepercentage vast dat het overschot dan wel tekort binnen drie kalenderjaren na die datum is ingelopen onderscheidenlijk aangezuiverd.
**3.** Indien in een sectorfonds op 31 december van het jaar waarin het sectorpremiepercentage wordt vastgesteld naar verwachting van het UWV een positief of negatief vermogen aanwezig zal zijn, stelt het UWV, in afwijking van het eerste lid, in dat kalenderjaar en de daaropvolgende kalenderjaren een zodanig sectorpremiepercentage vast dat het overschot dan wel tekort binnen drie kalenderjaren na die datum is ingelopen onderscheidenlijk aangezuiverd.
**4.** De toepassing van het derde lid leidt niet tot het heffen van een negatieve sectorpremie.
**5.** Voorzover een positief dekkingssaldo door de toepassing van het vierde lid niet binnen de termijn van drie kalenderjaren kan worden ingelopen, geldt een zodanig langere termijn tot 31 december van enig jaar dat het overschot wel kan worden ingelopen.
**5.** Voorzover een positief vermogen door de toepassing van het vierde lid niet binnen de termijn van drie kalenderjaren kan worden ingelopen, geldt een zodanig langere termijn tot 31 december van enig jaar dat het overschot wel kan worden ingelopen.
**6.** Indien de toepassing van het derde lid leidt tot vaststelling van een sectorpremiepercentage boven het lastenplafond behoeft de aanzuivering van een negatief dekkingssaldo niet binnen de termijn van drie kalenderjaren te geschieden. In dat geval wordt het sectorpremiepercentage vastgesteld op ten minste het lastenplafond.
**6.** Indien de toepassing van het derde lid leidt tot vaststelling van een sectorpremiepercentage boven het lastenplafond behoeft de aanzuivering van een negatief vermogen niet binnen de termijn van drie kalenderjaren te geschieden. In dat geval wordt het sectorpremiepercentage vastgesteld op ten minste het lastenplafond.
**7.** Indien een sectorfonds bestaat uit onderdelen die niet afzonderlijk worden beheerd, terwijl het deel van de premie dat ten gunste komt van het sectorfonds voor elk van die onderdelen afzonderlijk wordt vastgesteld, zijn het eerste tot en met het zesde lid met betrekking tot deze onderdelen gezamenlijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat onder het sectorpremiepercentage wordt verstaan het gewogen gemiddelde van de voor die onderdelen afzonderlijk vastgestelde sectorpremiepercentages.
@ -331,9 +331,7 @@ Indien een werkgever, zonder dat er sprake is van een overgang van een ondernemi
### Artikel 2.17b
**1.** Indien voor een grote of middelgrote werkgever het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, op verzoek van de werkgever wordt beëindigd met ingang van 1 juli 2014 of later en dit verzoek is ingediend na 20 maart 2014, of na laatstgenoemde datum het eigenrisicodragen van rechtswege is geëindigd of door de inspecteur is beëindigd zonder aanvraag van de werkgever, is artikel 2.17a van toepassing.
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2016.
Vervallen
### Artikel 2.18
@ -383,49 +381,6 @@ Artikel 47, eerste lid, van de Wfsv is van overeenkomstige toepassing bij een di
**3.** Het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, derde lid, van de Wfsv wordt naar beneden afgerond op één decimaal.
## Hoofdstuk 2b. Aanwijzing persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie en aanwijzing voorzieningen bij beoordeling arbeidsbeperkte in de
### Artikel 2.24
**1.** Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen de persoon die deel heeft uitgemaakt van de doelgroep van het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra, nadat hij zich daartoe schriftelijk meldt bij het UWV om opgenomen te worden in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d, eerste lid, van de Wfsv.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien die persoon duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 1a:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
### Artikel 2.25
**1.**
Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen:
a. de persoon die op de laatste dag van de periode waarin hij onderwijs genoot, deel uitmaakt van de doelgroep van:
1º. een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
2º. de entreeopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
en van wie op eigen verzoek op of na 18 juli 2015 door UWV het arbeidsvermogen is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
b. de persoon, die op 31 december 2014 een geldende indicatiebeschikking had op grond van artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening zoals die wet op die dag luidde, waarvan de geldigheid op of na 1 januari 2015 is verstreken en die geen geïndiceerde is blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening, zoals die wet met ingang van 1 januari 2015 luidt;
c. de persoon, die op of na 1 juli 2015 een aanvraag heeft ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van Hoofdstuk 1A van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, en van wie door UWV is vastgesteld dat hij niet een jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 1a:1 van die wet, en dat hij tevens niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet;
d. de persoon, niet zijnde een persoon als bedoeld in onderdeel a, b of c, die door het college wordt ondersteund bij de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, van wie op eigen verzoek door UWV is beoordeeld en door UWV is vastgesteld dat hij wegens ziekte of gebrek niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
**2.** Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 10 september 2014 tot en met 17 juli 2015 het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde onderwijs geheel of gedeeltelijk genoot en in die periode tevens dat onderwijs heeft beëindigd, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door het UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
**3.** Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 10 september 2014 tot en met 31 december 2014 de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde aanvraag heeft ingediend voor een recht op arbeidsondersteuning op grond van Hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, maar van wie door UWV is vastgesteld dat geen recht op arbeidsondersteuning is ontstaan, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
**4.** Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen de persoon die in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde aanvraag heeft ingediend voor een recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van Hoofdstuk 1A van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, maar van wie door UWV is vastgesteld dat hij niet een jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 1a:1 van die wet, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
**5.** Als een persoon die voldoet aan een vastgestelde indicatie als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv, wordt aangewezen de persoon die voor 10 september 2014 een aanvraag heeft ingediend voor een recht op arbeidsondersteuning op grond van Hoofdstuk 2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten maar van wie door UWV heeft vastgesteld dat geen recht op arbeidsondersteuning is ontstaan op grond van het enkele feit dat die persoon voor 1 januari 2015 de leeftijd van achttien jaar, bedoeld in artikel 2:15, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, nog niet heeft bereikt, zolang die persoon nog niet door UWV is beoordeeld en nog niet door UWV is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet.
### Artikel 2.26
**1.**
Onder een voorziening als bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, wordt verstaan:
a. de vervoersvoorziening, de intermediaire activiteit, de meeneembare voorziening of de noodzakelijke persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Wet WIA;
b. de voorzieningen, die het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk acht voor de arbeidsinschakeling en heeft verstrekt op grond van artikel 10 van de Participatiewet.
**2.** De vaststelling door het UWV dat een persoon een arbeidsbeperkte is, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, vindt plaats op verzoek van het college van burgemeester en wethouders dan wel op aanvraag van betrokkene zelf.
## Hoofdstuk 3. De financiering van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering en de vrijwillige nabestaandenverzekering
### Artikel 3.1