diff --git a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md index 062910660fa..d2b3f6e8806 100644 --- a/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md +++ b/amvb/mijnbouwbesluit/BWBR0014394/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mijnbouwbesluit bwb_id: BWBR0014394 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2003-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2016-12-21' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014394 citeertitel: Mijnbouwbesluit --- @@ -23,7 +23,8 @@ b. schade: aantasting van de in artikel 49, tweede en derde lid, van de wet bedo c. mijnbouwactiviteiten: activiteiten waarop artikel 49, eerste en vijfde lid, van de wet van toepassing is; d. de uitvoerder: de in artikel 41, vierde lid, van de wet bedoelde persoon; e. veiligheid: veiligheid van personen en bescherming van zaken, voor zover hieromtrent geen regels zijn gesteld bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet; -f. inspecteur-generaal der mijnen: inspecteur-generaal der mijnen als bedoeld in artikel 126, tweede lid, van de wet. +f. inspecteur-generaal der mijnen: inspecteur-generaal der mijnen als bedoeld in artikel 126, tweede lid, van de wet; +g. veiligheids- en milieukritische elementen: onderdelen van een installatie, met inbegrip van computerprogramma’s, die tot doel hebben zware ongevallen te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken, of waarvan het uitvallen een zwaar ongeval zou kunnen veroorzaken of substantieel zou kunnen bijdragen tot het ontstaan van een zwaar ongeval. ### Artikel 2 @@ -57,7 +58,7 @@ h. werken voor het verblijf van bij mijnbouwactiviteiten betrokken personen die **1.** De uitvoerder stelt een werkplan vast waarin alle in een vergunningsgebied uit te voeren mijnbouwactiviteiten staan vermeld. -**2.** Het werkplan is een jaarlijks voortschrijdend vijfjarenplan. De uitvoerder dient het plan in bij de inspecteur-generaal der mijnen binnen vier weken na verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de wet en vervolgens jaarlijks voor 1 november van het jaar, voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het plan betrekking heeft. +**2.** Het werkplan is een jaarlijks voortschrijdend vijfjarenplan. De uitvoerder dient het plan in bij de inspecteur-generaal der mijnen binnen vier weken na verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de wet en vervolgens jaarlijks voor 1 november van het jaar, voorafgaand aan het eerste kalenderjaar waarop het plan betrekking heeft. **3.** Ingrijpende afwijkingen van de in het eerste kalenderjaar opgenomen mijnbouwactiviteiten waarop het desbetreffende werkplan betrekking heeft, worden tenminste vier weken voor de verrichting van de desbetreffende activiteit ter kennis gebracht van de inspecteur-generaal der mijnen. @@ -78,6 +79,8 @@ b. vervoer met een helikopter, met dien verstande dat ten hoogste aanspraak word **2.** Indien bij het verrichten van mijnbouwactiviteiten ernstige schade dreigt te ontstaan of is ontstaan, kan op aanwijzing van de inspecteur-generaal der mijnen het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde vervoer plaatsvinden tussen 0.00 uur en 24.00 uur. +**3.** De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 6 of 25 van de wet dan wel degene die een verkenningsonderzoek uitvoert of voornemens is uit te voeren, voorziet ambtenaren als bedoeld in de artikelen 129 en 131 van de wet, in de bij ministeriële regeling omschreven gevallen van transport, een verblijfplaats, maaltijden en andere benodigdheden. + ### Artikel 7 **1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de aanvraag om een ontheffing of vergunning bij of krachtens de wet geschiedt en omtrent de gegevens en de bescheiden, welke daarbij worden overgelegd. @@ -270,7 +273,7 @@ q. een beschrijving van de mogelijke omvang en verwachte aard van de schade door r. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om bodembeweging te voorkomen of te beperken, en s. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om schade door bodembeweging te voorkomen of te beperken. -De onderdelen m tot en met s zijn niet van toepassing op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de bijlage bij de wet is vastgelegd. +De onderdelen m tot en met s zijn niet van toepassing op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee. **2.** In het winningsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt per onderdeel toegelicht welke overwegingen bij de gemaakte keuze van belang zijn geweest, voor zover relevant. @@ -307,7 +310,7 @@ g. een risico-analyse omtrent bodembeweging als gevolg van de opslag. **2.** Artikel 24, eerste lid, onderdelen d tot en met g, en onderdelen l, q, r en s, alsmede artikel 24, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het eerste lid, onderdeel g, en de onderdelen q, r en s niet van toepassing zijn op voorkomens die gelegen zijn aan de zeezijde van de lijn die in de bijlage bij de wet is vastgelegd. -**3.** Dit artikel is niet van toepassing indien § 3.5 van dit besluit van toepassing is. +**3.** Dit artikel is niet van toepassing indien § 3.5 van dit besluit van toepassing is. ### Artikel 27 @@ -405,7 +408,7 @@ c. het milieu in de directe nabijheid van het opslagcomplex, en is in overeenste **4.** De keuze van de monitoringstechnologie in het monitoringsplan wordt gebaseerd op de beste praktijken die bij het opstellen van de ontwerp-vergunning beschikbaar zijn. -**5.** Voorts wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden het monitoringsplan drie maanden voor aanvang van de injectie van CO_2 te actualiseren en om de vijf jaar te actualiseren op basis van wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico, wijzigingen in de beoordeelde risico’s voor het milieu en de volksgezondheid, nieuwe wetenschappelijk kennis en verbeteringen inzake de beste beschikbare techniek. Het geactualiseerde monitoringsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister. De monitoring wordt uitgevoerd volgens het goedgekeurde monitoringsplan. +**5.** Voorts wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden het monitoringsplan drie maanden voor aanvang van de injectie van CO_2 te actualiseren en om de vijf jaar te actualiseren op basis van wijzigingen in het beoordeelde lekkagerisico, wijzigingen in de beoordeelde risico’s voor het milieu en de volksgezondheid, nieuwe wetenschappelijk kennis en verbeteringen inzake de beste beschikbare techniek. Het geactualiseerde monitoringsplan wordt ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister. De monitoring wordt uitgevoerd volgens het goedgekeurde monitoringsplan. ### Artikel 29g @@ -480,7 +483,7 @@ f. een raming van de financiële bijdrage, bedoeld in artikel 31j, eerste lid, o **3.** De vorm waarin de zekerheid wordt gesteld behoeft de voorafgaande instemming van Onze Minister. De vergunninghouder doet hiertoe ten minste zes maanden voordat de zekerheid gesteld zal worden een aanvraag. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag. -**4.** Onze Minister stemt in indien de zekerheid  in zodanige vorm is gesteld dat naar het oordeel van Onze Minister vaststaat dat de Staat daarmee gedurende de gehele periode alle verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zo nodig ook zelf kan nakomen ten laste van de vergunninghouder. Onder financiële zekerheid in dit artikel wordt eveneens verstaan een uit oogpunt van zekerheid voor de Staat gelijkwaardige voorziening. +**4.** Onze Minister stemt in indien de zekerheid in zodanige vorm is gesteld dat naar het oordeel van Onze Minister vaststaat dat de Staat daarmee gedurende de gehele periode alle verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zo nodig ook zelf kan nakomen ten laste van de vergunninghouder. Onder financiële zekerheid in dit artikel wordt eveneens verstaan een uit oogpunt van zekerheid voor de Staat gelijkwaardige voorziening. **5.** Voor aanvang van injectie van CO_2 toont de vergunninghouder Onze Minister aan dat de zekerheid in overeenstemming met de wet en dit artikel is gesteld. @@ -529,7 +532,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking to **5.** Onze Minister kan de instemming onder beperkingen geven en aan zijn instemming voorschriften verbinden. -**6.** Het meetplan beslaat de termijn van de winning en de daarop volgende dertig jaren. De uitvoerder actualiseert het meetplan gedurende de periode van winning en de daarop volgende vijf jaren jaarlijks en verstrekt daarvan voor 1 november afschrift aan Onze Minister. Onze Minister kan de uitvoerder een aanwijzing geven omtrent de tijdstippen waarop en de plaatsen waar gemeten wordt. +**6.** Het meetplan beslaat de termijn van de winning en de daarop volgende dertig jaren. De uitvoerder actualiseert het meetplan gedurende de periode van winning en de daarop volgende vijf jaren jaarlijks en verstrekt daarvan voor 1 november afschrift aan Onze Minister. Onze Minister kan de uitvoerder een aanwijzing geven omtrent de tijdstippen waarop en de plaatsen waar gemeten wordt. **7.** @@ -549,9 +552,9 @@ c. de meetmethoden. **2.** De uitvoerder overlegt de resultaten van de eerste meting, bedoeld in artikel 30, achtste lid, uiterlijk twee weken voor de aanvang van de winning aan de inspecteur-generaal der mijnen. -**3.** De uitvoerder overlegt de resultaten van de metingen twaalf weken na het verrichten van de metingen aan de inspecteur-generaal der mijnen. +**3.** De uitvoerder overlegt de resultaten van de metingen alsmede een analyse van die resultaten twaalf weken na het verrichten van de metingen aan de inspecteur-generaal der mijnen. -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van en de wijze van verstrekking van de meetresultaten. +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inhoud van en de wijze van verstrekking van de meetresultaten en de analyse daarvan. ### Artikel 32 @@ -686,6 +689,10 @@ Deze paragraaf heeft betrekking op mijnbouwinstallaties die boven oppervlaktewat **3.** Een ontheffing wordt slechts geweigerd in het belang van de landsverdediging. +### Artikel 44a + +Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag voor een ontheffing, als bedoeld in artikel 43, vierde lid, van de wet en omtrent de wijziging of intrekking van deze ontheffing. + ### Artikel 45 **1.** Het is verboden een mijnbouwinstallatie te plaatsen in gebieden die druk worden bevaren en bij ministeriële regeling zijn aangegeven. @@ -711,7 +718,9 @@ b. de aanwezigheid van obstakels in de onmiddellijke omgeving van de locatie waa ### Artikel 49 -Onmiddellijk na het plaatsen van de mijnbouwinstallatie, verstrekt de uitvoerder aan de inspecteur-generaal der mijnen nauwkeurige gegevens omtrent de locatie van de mijnbouwinstallatie. +**1.** Onmiddellijk na het plaatsen van de mijnbouwinstallatie, verstrekt de uitvoerder aan de inspecteur-generaal der mijnen nauwkeurige gegevens omtrent de locatie van de mijnbouwinstallatie. + +**2.** In het geval een bestaande productie-installatie de Nederlandse wateren binnenkomt of verlaat, stelt de exploitant van de productie-installatie de inspecteur-generaal der mijnen binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn, die in ieder geval vóór de datum waarop de productie-installatie de Nederlandse wateren binnenkomt of verlaat ligt, hiervan op de hoogte. ### Artikel 50 @@ -997,13 +1006,13 @@ Bij ministeriële regeling worden regels dan wel nadere regels gesteld omtrent: a. de inhoud van het in artikel 74 bedoelde werkprogramma, voor zover het betreft het aanleggen, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat, en het tijdstip waarop het werkprogramma aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt gezonden alsmede de gegevens en bescheiden die daarbij worden overgelegd; b. de inhoud van de in artikel 76 bedoelde rapporten en de wijze waarop deze rapporten ter kennis van de inspecteur-generaal der mijnen worden gebracht. -### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan op mijnbouwinstallaties +### Afdeling 5.4. Milieu en rampenbestrijdingsplan #### Paragraaf 5.4.1. Algemeen ### Artikel 78 -Deze afdeling is van toepassing op mijnbouwinstallaties. +Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwinstallaties. ### Artikel 79 @@ -1018,7 +1027,7 @@ f. sanitair afval: 1°. spoelwater en ander afval, afkomstig van toiletten en wasruimtes; 2°. spoelwater, afkomstig uit verblijven voor de voorlopige verzorging van gewonden en zieken; -3°. ander afvalwater, indien vermengd met spoelwater als bedoeld onder 1° of 2°; +3°. ander afvalwater, indien vermengd met spoelwater als bedoeld onder 1° of 2°; g. vuilnis: etensresten, alle soorten huishoudelijke afvalstoffen en vast afval, voortvloeiende uit de bedrijfsvoering. ### Artikel 80 @@ -1109,25 +1118,161 @@ b. regels gesteld die slechts kunnen inhouden: **3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de in het tweede lid bedoelde maatregelen. +#### Paragraaf 5.4.1a. Rapport inzake grote gevaren en overige documenten + +### Artikel 84a + +Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen. + +### Artikel 84b + +**1.** + +Een rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in artikel 45c van de wet, de volgende gegevens: + +a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42 en 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit; +b. een intern rampenplan, bedoeld in artikel 84d; +c. overige informatie. + +**2.** Een exploitant van een productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een exploitant van een productie-installatie overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn. + +**3.** De exploitant van een productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie. + +**4.** Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 84c + +**1.** + +Een rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie bevat naast de documenten bedoeld in artikel 45g van de wet, de volgende gegevens: + +a. een veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42 en 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit; +b. een intern rampenplan, bedoeld in artikel 84d; +c. overige informatie. + +**2.** Een eigenaar van een niet-productie-installatie raadpleegt een ondernemingsraad als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden of een personeelsvertegenwoordiging als bedoeld in artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden bij het opstellen van het rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie. Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, voert een eigenaar overleg met de belanghebbende werknemers. Over het rapport wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn. + +**3.** De eigenaar van een niet-productie-installatie voldoet aan de maatregelen die zijn vastgesteld in het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende installatie. + +**4.** Het rapport inzake grote gevaren is aanwezig op het mijnbouwwerk. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de overige informatie, bedoeld in het eerste lid. + +### Artikel 84d + +**1.** + +Een intern rampenplan bevat de volgende gegevens: + +a. een noodplan als bedoeld in artikel 3.37v van het Arbeidsomstandighedenbesluit; +b. een op grond van artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit, op te stellen brandbestrijdingsplan; +c. een rampenbestrijdingsplan als bedoeld in artikel 85; +d. een analyse van de doeltreffendheid van de respons op olielekken. + +**2.** Bij het opstellen van het intern rampenplan als bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met de risicobeoordeling van zware ongevallen die tijdens het opstellen van het meest recente rapport inzake grote gevaren is uitgevoerd. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over een intern rampenplan. + +**4.** Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie stelt bij een zwaar ongeval het intern rampenplan onverwijld in werking. + +**5.** Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie beschikt over de noodzakelijke apparatuur en deskundigheid ter uitvoering van het intern rampenplan. + +### Artikel 84e + +**1.** Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor boorgatactiviteiten als bedoeld in artikel 45l van de wet, waarborgt op onafhankelijke wijze dat het ontwerp en de controlemaatregelen voor de boorgaten te allen tijde geschikt zijn voor de verwachte boorgatomstandigheden. + +**2.** Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van de regeling als bedoeld in het eerste lid nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling. + +### Artikel 84f + +**1.** Een regeling voor onafhankelijke verificatie voor installaties als bedoeld in artikel 45l van de wet, waarborgt op onafhankelijke wijze dat de veiligheids- en milieukritische elementen die worden vermeld in de risicobeoordeling voor de installatie als beschreven in het rapport inzake grote gevaren, geschikt zijn en dat de planning van inspecties en testen van de veiligheids- en milieukritische elementen geschikt en bijgewerkt zijn en verlopen zoals voorzien. + +**2.** Een onafhankelijke verificateur dient voldoende onafhankelijk en deskundig te zijn. + +**3.** De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een productie-installatie getroffen voordat het ontwerp is voltooid. + +**4.** De regeling voor onafhankelijke verificatie wordt voor een niet- productie-installatie getroffen voordat de activiteiten worden gestart. + +**5.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de selectie van de onafhankelijke verificateur, over het ontwerp van de regeling alsmede welke informatie moet worden voorgelegd over de regeling. + +### Artikel 84g + +**1.** Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie nemen binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn op basis van het advies van de onafhankelijke verificateur passende maatregelen en reageren op het advies van de onafhankelijke verificateur. + +**2.** Een eigenaar van een niet-productie-installatie en een exploitant van een productie-installatie stellen het Staatstoezicht op de Mijnen in kennis van het advies van de onafhankelijke verificateur en de reactie op het advies, binnen een bij ministeriële regeling vast te stellen termijn. + +#### Paragraaf 5.4.1b. Kennisgevingen + +### Artikel 84h + +Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken die gebruikt worden voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen. + +### Artikel 84i + +**1.** + +Een kennisgeving als bedoeld in artikel 45m van de wet, bevat de volgende informatie: + +a. een op basis van artikel 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor een voorgenomen installatie; +b. overige informatie. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving. + +### Artikel 84j + +**1.** + +Een kennisgeving als bedoeld in artikel 45n van de wet, bevat de volgende informatie: + +a. gegevens van het ontwerp van de boorgat; +b. de voorgestelde boorgatactiviteiten; +c. het werkprogramma, bedoeld in artikel 74; +d. een op basis van artikel 2.42 en 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor werkzaamheden; +e. de bevindingen en opmerkingen van de onafhankelijke verificateur en de reactie van de exploitant en de door hem genomen maatregelen ten gevolge daarvan; +f. overige informatie. + +**2.** De exploitant voldoet in geval van een boorgatactiviteit aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgeving van de boorgatactiviteit. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving. + +### Artikel 84k + +**1.** + +Een kennisgeving, bedoeld in artikel 45p van de wet, bevat de volgende informatie: + +a. een op basis van artikel 2.42 en 2.42f van het Arbeidsomstandighedenbesluit op te stellen veiligheids- en gezondheidsdocument voor gelijktijdig uit te voeren werkzaamheden; +b. overige informatie. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de kennisgeving. + +### Artikel 84l + +**1.** Een exploitant van een productie-installatie en eigenaren van niet-productie-installaties voldoen aan de maatregelen die zijn vastgesteld in de kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 84j en 84k. + +**2.** Een exploitant van een voorgenomen productie-installatie houdt rekening met de opmerkingen van het Staatstoezicht op de mijnen ten aanzien van de kennisgeving van het ontwerp voor deze installatie, in het rapport inzake grote gevaren voor de productie-installatie. + #### Paragraaf 5.4.2. Rampenbestrijdingsplan +### Artikel 84m + +Deze paragraaf is van toepassing op mijnbouwwerken. + ### Artikel 85 -**1.** De uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elke mijnbouwinstallatie die in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van delfstoffen in het continentaal plat of de territoriale zee. +**1.** Een uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elk mijnbouwwerk dat in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van stoffen. -**2.** Het rampenbestrijdingsplan behoeft de instemming van Onze Minister. +**2.** Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning of opslag bestemd mijnbouwwerk wordt ten minste iedere vijf jaar herzien. -**3.** Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie wordt ten minste iedere vijf jaar herzien. - -**4.** Het rampenbestrijdingsplan wordt voor de eerste maal ten minste vier weken voor de aanvang van de opsporing, winning of opslag ingediend bij Onze Minister en, in het geval, bedoeld in het derde lid, vervolgens telkens vijf jaar nadat instemming is verkregen. - -**5.** Onze Minister kan zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden in het belang van het milieu of de veiligheid van de scheepvaart of de visserij. - -**6.** De instemming is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen vier weken na ontvangst van het plan een beslissing heeft genomen. De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. +**3.** Het rampenbestrijdingsplan wordt voor de eerste maal ten minste vier weken voor de aanvang van de opsporing, winning of opslag, ingediend bij het Staatstoezicht op de mijnen en, in het geval, bedoeld in het tweede lid, onverwijld na de herziening. ### Artikel 86 -**1.** Een rampenbestrijdingsplan bevat een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen ter bestrijding of ter beperking van de gevolgen van voorvallen op een mijnbouwinstallatie dan wel in de omgeving daarvan, die een ernstig gevaar opleveren voor het milieu of voor de veiligheid van de scheepvaart of visserij. +**1.** Een rampenbestrijdingsplan bevat een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen ter bestrijding of ter beperking van de gevolgen van voorvallen op een mijnbouwwerk dan wel in de omgeving daarvan, die een ernstig gevaar opleveren voor het milieu of voor zover van toepassing voor de veiligheid van de scheepvaart of visserij. **2.** @@ -1140,16 +1285,20 @@ d. wie belast is met het toezicht op het feitelijk verrichten van de in onderdee ### Artikel 87 -**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet op een mijnbouwinstallatie, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan. +**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet op een mijnbouwwerk, wordt onmiddellijk uitvoering gegeven aan het rampenbestrijdingsplan. -**2.** Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum. +**2.** Zodra daartoe de mogelijkheid bestaat, meldt de uitvoerder het voorval aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. ### Artikel 88 -**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet in de omgeving van een mijnbouwinstallatie, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en het Kustwachtcentrum. +**1.** Indien zich een voorval als bedoeld in artikel 86, eerste lid, voordoet in de omgeving van een mijnbouwwerk, meldt de uitvoerder het voorval onmiddellijk aan de inspecteur-generaal der mijnen en bij een voorval op een mijnbouwinstallatie, aan het Kustwachtcentrum. **2.** De uitvoerder verleent op aanwijzing van Onze Minister zoveel mogelijk hulp en bijstand bij het bestrijden van het voorval of het beperken van de gevolgen ervan. +### Artikel 88a + +De exploitant van een productie-installatie die in Nederland is gevestigd of diens dochteronderneming doet op verzoek van het Staatstoezicht op de mijnen verslag over de omstandigheden van elk zwaar ongeval dat zich buiten de Europese Unie heeft voltrokken en waar deze bij betrokken is geweest. + ### Artikel 89 De werkzaamheden ter bestrijding van voorvallen als bedoeld in artikel 86, eerste lid, of ter beperking van de gevolgen ervan geschieden onder toezicht van een daartoe aangewezen deskundig persoon en door vakkundig personeel, dat daartoe voldoende geoefend en geïnstrueerd is. @@ -1194,7 +1343,7 @@ e. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 94. ### Artikel 94 -**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in artikel 44 of 45 wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. +**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister een pijpleiding in de territoriale zee of op het continentaal plat aan te leggen. Indien de pijpleiding zal worden aangelegd in een gebied als bedoeld in artikel 44 of 45 wordt de vergunning verleend door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Defensie respectievelijk Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. **2.** De vergunning wordt geweigerd indien de pijpleiding niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 93 gestelde eisen. @@ -1213,7 +1362,7 @@ Artikel 94 is van overeenkomstige toepassing op een pijpleiding waarvan het aanl ### Artikel 96 -**1.** Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval artikel 94, vierde lid, of 95 van toepassing is, binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn. +**1.** Onze Minister beslist over de aanvraag om een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en, in geval artikel 94, vierde lid, of 95 van toepassing is, binnen de in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn. **2.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 94, eerste lid. @@ -1315,7 +1464,7 @@ De artikelen 94 tot en met 104 zijn van overeenkomstige toepassing op een kabel, ### Artikel 107 -Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de paragrafen 6.1 tot en met 6.4, respectievelijk paragraaf 6.5 van toepassing. +Op een samenstel van een pijpleiding en een kabel zijn de paragrafen 6.1 tot en met 6.4, respectievelijk paragraaf 6.5 van toepassing. ## Hoofdstuk 7. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens @@ -1384,7 +1533,7 @@ d. per mijnbouwwerk: de hoeveelheden en soorten stoffen die zijn teruggehaald en **1.** -De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks voor 15 maart de volgende gegevens: +De uitvoerder verstrekt Onze Minister per voorkomen, waarin koolwaterstoffen zijn aangetroffen, jaarlijks voor 15 maart de volgende gegevens: a. de door de uitvoerder voor het voorkomen gebezigde naam; b. de opsporings- of winningsvergunning of opsporings- of winningsvergunningen waaronder het voorkomen is gelegen; @@ -1413,7 +1562,7 @@ j. de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdelen b en k, voor zover De in artikel 123, tweede lid, van de wet bedoelde instellingen beheren de op grond van -paragraaf 7.1. verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. +paragraaf 7.1. verstrekte gegevens zorgvuldig. De instellingen zijn verplicht de gegevens in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen omtrent het eerste lid nadere regels worden gesteld. @@ -1469,7 +1618,7 @@ g. voorschot: voorschot als bedoeld in artikel 140 van de wet. ### Artikel 121 -**1.** Het vermogen van het fonds bedraagt per 1 januari van elk kalenderjaar ten minste € 250 000. +**1.** Het vermogen van het fonds bedraagt per 1 januari van elk kalenderjaar ten minste € 250 000. **2.** @@ -1477,10 +1626,10 @@ De sectoren, genoemd in onderstaande tabel, dragen overeenkomstig de in die tabe | *Sector* | *Aandeel* | | --- | --- | -| Olie- en gaswinning | € 125 000 | -| Zoutwinning | €  75 000 | -| Opslag van stoffen | €  50 000 | -| Verkenningsonderzoek | €    0 | +| Olie- en gaswinning | € 125 000 | +| Zoutwinning | € 75 000 | +| Opslag van stoffen | € 50 000 | +| Verkenningsonderzoek | € 0 | **3.** Indien op 1 januari van enig kalenderjaar het vermogen waarover het fonds beschikt minder bedraagt dan het vermogen waarover het fonds op grond van het eerste lid dient te beschikken, wordt het tekort, voor zover niet veroorzaakt door de op een mijnbouwondernemer verhaalbare voorschotten, door de in het tweede lid genoemde sectoren aangevuld. Het aandeel van iedere sector wordt bepaald naar evenredigheid van de schadevergoedingen die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het fonds zijn betaald in verband met de mijnbouwactiviteiten van de tot die sectoren behorende mijnbouwondernemers. @@ -1568,7 +1717,7 @@ Onze Minister beslist op het verzoek binnen zes weken na ontvangst daarvan. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inrichting en de administratie van het fonds, alsmede het op die inrichting en administratie uit te oefenen toezicht. -## Hoofdstuk 9. Splitsen en samenvoegen van vergunningen +## Hoofdstuk 9. Splitsen, afsplitsen en samenvoegen van vergunningen ### Paragraaf 9.1. Algemeen @@ -1592,6 +1741,20 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder vergunning: opsporingsvergunning, winnings Een aanvraag om splitsing wordt niet ingewilligd indien dat ertoe leidt dat een voorkomen van delfstoffen of aardwarmte dan wel een voorkomen voor het opslaan van stoffen in het oorspronkelijke vergunningsgebied zich door deze splitsing in twee of meer verschillende vergunningsgebieden zal bevinden. +### Paragraaf 9.2a. Afsplitsen van winningsvergunningen + +### Artikel 136a + +**1.** Op een aanvraag als bedoeld in artikel 143, achtste lid, eerste volzin, van de wet van de houder van een winningsvergunning wijzigt Onze Minister de winningsvergunning door van het gebied waarop die vergunning betrekking heeft, af te splitsen een gebiedsdeel dat de vergunninghouder wil doen overgaan op een ander en verleent Onze Minister aan deze vergunninghouder een winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel. + +**2.** De op grond van het eerste lid verleende winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel geldt tezamen met de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst voor hetzelfde gebied als waarvoor de winningsvergunning voorafgaand aan de afsplitsing geldt. + +**3.** Het tijdvak waarvoor de op grond van het eerste lid te verlenen vergunning geldt, eindigt op het tijdstip waarop het tijdvak van de winningsvergunning waarvan dat deel is afgesplitst eindigt. + +### Artikel 136b + +Een aanvraag om afsplitsing van een winningsvergunning wordt niet ingewilligd indien dat ertoe leidt dat een voorkomen van delfstoffen of aardwarmte dan wel een voorkomen voor het opslaan van stoffen in het oorspronkelijke vergunningsgebied zich door deze afsplitsing in twee of meer verschillende vergunningsgebieden zal bevinden. + ### Paragraaf 9.3. Samenvoegen van vergunningen ### Artikel 137 @@ -1634,11 +1797,18 @@ b. indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, be **2.** Een aanvraag om splitsing of samenvoeging van opslagvergunningen kan mede worden geweigerd indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet. +**3.** + +Een aanvraag om afsplitsing van winningsvergunningen kan mede worden geweigerd: + +a. in het belang van het doelmatig en voortvarend winnen; +b. indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, bedoeld in artikel 147, tweede lid, van de wet. + ### Artikel 142 -**1.** Met toepassing van paragraaf 9.2 verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van paragraaf 9.2 verleende vergunningen onherroepelijk worden. +**1.** Met toepassing van paragraaf 9.2 verleende vergunningen vervangen met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treden, de te splitsen vergunning. De te splitsen vergunning vervalt op het tijdstip waarop de met toepassing van paragraaf 9.2 verleende vergunningen onherroepelijk worden. -**2.** De met toepassing van paragraaf 9.3 verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van paragraaf 9.3 verleende vergunning onherroepelijk wordt. +**2.** De met toepassing van paragraaf 9.3 verleende vergunning vervangt met ingang van het tijdstip waarop zij in werking treedt, de samen te voegen vergunningen. De samen te voegen vergunningen vervallen op het tijdstip waarop de met toepassing van paragraaf 9.3 verleende vergunning onherroepelijk wordt. ### Artikel 143 @@ -1650,9 +1820,20 @@ b. indien deze in overwegende mate strekt tot vermindering van de afdrachten, be **4.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op het verzoek tot instemming, bedoeld in het tweede lid. +### Artikel 143a + +**1.** Voor zover het niet verenigbaar is met het bij of krachtens de wet bepaalde om aan de winningsvergunning voor een afgesplitst gebiedsdeel de beperkingen en voorschriften te verbinden, die zijn verbonden aan de winningsvergunning waarvan dat gebiedsdeel is afgesplitst, kan Onze Minister aan de winningsvergunning voor het afgesplitste gebiedsdeel aangepaste voorschriften en beperkingen verbinden. + +**2.** + +Onze Minister kan voorschriften en beperkingen aanpassen als bedoeld in het eerste lid, mede met het oog op: + +a. het planmatig beheer of gebruik van delfstoffen, aardwarmte en andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater; +b. mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. + ### Artikel 144 -De wijze waarop een aanvraag om splitsing of samenvoeging geschiedt en de gegevens en de bescheiden, welke daarbij worden overgelegd, geschiedt bij ministeriële regeling te stellen regels. +De wijze waarop een aanvraag om splitsing, afsplitsing of samenvoeging geschiedt en de gegevens en de bescheiden, welke daarbij worden overgelegd, geschiedt bij ministeriële regeling te stellen regels. ## Hoofdstuk 10. De veiligheid van groeven @@ -1775,6 +1956,37 @@ De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 146 en 151 verricht per Indien een groeve tijdelijk buiten gebruik wordt gesteld, is artikel 160, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing. +## Hoofdstuk 10a. Retributies + +### Artikel 161a + +**1.** De bedragen, verschuldigd op grond van artikel 133, eerste lid, van de wet zijn vaste bedragen. + +**2.** + +De bedragen, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden in rekening gebracht voor het op aanvraag verlenen, wijzigen of intrekken van: + +a. een vergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Mijnbouwwet; +b. een instemming met een winningsplan als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet; +c. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingswet met betrekking tot een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht; +d. een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid, eerste volzin, van de Mijnbouwwet; +e. een vergunning als bedoeld in artikel 94, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit; +f. een instemming als bedoeld in de artikelen 39, tweede lid, en 55, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit; +g. een ontheffing krachtens dit besluit of een krachtens dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, die betrekking heeft op een productie-installatie, een niet-productie-installatie, een pijpleiding of een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet; +h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +i. een melding als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw; +j. een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. + +**3.** + +De bedragen die krachtens artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in rekening worden gebracht voor de uitvoering van taken door de inspecteur-generaal der mijnen en de bedragen die krachtens het eerste lid in rekening worden gebracht worden onderscheiden: + +a. per exploitant, eigenaar of netbeheerder, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen actieve en niet-actieve exploitanten of eigenaren; +b. per activiteit, en +c. afhankelijk van de locatie op land of op zee, de eigenschappen en de grootte van de productie- installatie, de niet-productie-installatie, de pijpleiding of het gastransportnet, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. + +**4.** Onze Minister brengt de bedragen in rekening en verzendt een beschikking daartoe aan de desbetreffende exploitant, eigenaar of netbeheerder. + ## Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen ### Artikel 162 @@ -1896,7 +2108,7 @@ b. zijn niet van toepassing de artikelen 94, 95 en 97. ### Artikel 171 -Een werkplan als bedoeld in artikel 20 van het Mijnreglement 1964 of 28 van het Mijnreglement continentaal plat dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Mijnbouwwet geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in artikel 4. +Een werkplan als bedoeld in artikel 20 van het Mijnreglement 1964 of 28 van het Mijnreglement continentaal plat dat is opgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Mijnbouwwet geldt gedurende het eerste kalenderjaar waarin die wet in werking is getreden als een werkplan als bedoeld in artikel 4. ### Artikel 172 @@ -1914,13 +2126,13 @@ Een werkplan als bedoeld in artikel 20 van het Mijnreglement 1964 of 28 van het **1.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 40, vierde lid, van het Mijnreglement continentaal plat geldt als een in artikel 51, vijfde lid, bedoelde ontheffing. -**2.** Een verklaring als bedoeld in 36ja, eerste lid, van het Mijnreglement 1964 of 40, derde lid, van het Mijnreglement continentaal plat blijft geldig tot het tijdstip waarop de geldigheid van de verklaring verloopt. +**2.** Een verklaring als bedoeld in 36ja, eerste lid, van het Mijnreglement 1964 of 40, derde lid, van het Mijnreglement continentaal plat blijft geldig tot het tijdstip waarop de geldigheid van de verklaring verloopt. -**3.** Een ontheffing als bedoeld in de artikelen 36k, vijfde lid, en 36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964 of 41, vierde lid, en 42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat geldt als een in artikel 52, zesde lid, bedoelde ontheffing. +**3.** Een ontheffing als bedoeld in de artikelen 36k, vijfde lid, en 36l, zesde lid, van het Mijnreglement 1964 of 41, vierde lid, en 42, vijfde lid, van het Mijnreglement continentaal plat geldt als een in artikel 52, zesde lid, bedoelde ontheffing. ### Artikel 175 -**1.** Een boorprogramma als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964 of 59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat en een werkprogramma als bedoeld in de artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964 of 63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat gelden als een werkprogramma als bedoeld in artikel 74. +**1.** Een boorprogramma als bedoeld in de artikelen 27, eerste lid, van het Mijnreglement 1964 of 59, eerste lid, van het Mijnreglement continentaal plat en een werkprogramma als bedoeld in de artikelen 32b, tweede lid, van het Mijnreglement 1964 of 63b, tweede lid, van het Mijnreglement continentaal plat gelden als een werkprogramma als bedoeld in artikel 74. **2.** Een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in artikel 25 respectievelijk 34, tweede lid, van het Mijnreglement 1964 of in artikel 64 van het Mijnreglement continentaal plat gelden als een boorregister en een boorprofiel als bedoeld in artikel 75, eerste lid, respectievelijk 109, eerste lid, onderdeel a.