diff --git a/wet/wet-natuurbescherming/BWBR0037552/README.md b/wet/wet-natuurbescherming/BWBR0037552/README.md index 6407a2aea8f..07361cccb68 100644 --- a/wet/wet-natuurbescherming/BWBR0037552/README.md +++ b/wet/wet-natuurbescherming/BWBR0037552/README.md @@ -1092,8 +1092,9 @@ De jachtakte wordt geweigerd indien: a. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid een geweer en munitie voorhanden te hebben, van de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen, of van de hem toekomende bevoegdheden in het kader van beheer en schadebestrijding als bedoeld in paragraaf 3.4 misbruik zal maken, of zodanig gebruik zal maken dat hij een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen; b. er grond is om aan te nemen dat de aanvrager nalatig zal zijn te doen wat een goed jager betaamt bij de uitoefening van de jacht; -c. aan de aanvrager de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen is ontzegd bij een rechterlijke uitspraak die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, en de tijd waarvoor die bevoegdheid is ontzegd nog niet is verstreken, of -d. de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijgen van een jachtakte wegens één der bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, dan wel wegens een feit dat strafbaar is gesteld bij de Wet dieren, voor zover het gedragingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, 2.3, 2.5, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.13, 2.14 of 2.15 van die wet is veroordeeld, dan wel tegen hem deswege een strafbeschikking is uitgevaardigd, of indien hem wegens overtreding van het krachtens de voornoemde artikelen van de Wet dieren bepaalde een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 8.7 van de Wet dieren is opgelegd. +c. aan de aanvrager de bevoegdheid om de jacht uit te oefenen is ontzegd bij een rechterlijke uitspraak die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, en de tijd waarvoor die bevoegdheid is ontzegd nog niet is verstreken; +d. de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijgen van een jachtakte wegens één der bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten, dan wel wegens een feit dat strafbaar is gesteld bij de Wet dieren, voor zover het gedragingen als bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2, 2.3, 2.5, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.13, 2.14 of 2.15 van die wet is veroordeeld, dan wel tegen hem deswege een strafbeschikking is uitgevaardigd, of indien hem wegens overtreding van het krachtens de voornoemde artikelen van de Wet dieren bepaalde een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 8.7 van de Wet dieren is opgelegd, of +e. de aanvrager in de acht jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf als omschreven in de artikelen 92, 95, 95a, 108 tot en met 110, 115 tot en met 117, 121, 121a, 123 tot en met 124a, 131, 140 tot en met 141a, 142, 157, 164, 166, 168, 170, 179, 180, 242 tot en met 247, 248f, 249, 250, 273f, 274, 279, 281 tot en met 282b, 284 tot en met 285b, 287 tot en met 292, 300 tot en met 303, 307, 312, 317, 350, 352 of 381 tot en met 387 van het Wetboek van Strafrecht, of wegens het plegen van een misdrijf op grond van de Wet wapens en munitie of op grond van de Opiumwet. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan het jachtexamen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, moet voldoen om door Onze Minister te worden erkend. @@ -1108,6 +1109,12 @@ b. is uitsluitend van toepassing indien de houder zich bevindt in gezelschap van **7.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de aanvraag, duur, geldigheid en intrekking van de jachtakte. Bij ministeriële regeling wordt het model van de jachtakte vastgesteld. +**8.** Voor de berekening van periode van acht jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel e, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. + +### Artikel 3.28a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 3.29 **1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de verzekering, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c. De regels hebben in elk geval betrekking op de periode en het maximum bedrag waarvoor de verzekering de aansprakelijkheid dekt. @@ -1454,8 +1461,9 @@ c. wegens een feit strafbaar gesteld bij de Wet dieren voor zover het gedraginge De jachtakte wordt in elk geval ingetrokken indien: a. de ter verkrijging van de akte verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat, waren de juiste gegevens verstrekt, de akte zou zijn geweigerd; -b. blijkt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, niet langer overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dat artikelonderdeel en artikel 3.29, eerste lid, is gedekt, of -c. de houder misbruik heeft gemaakt van wapens of munitie dan wel van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, of indien er anderszins aanwijzingen zijn dat aan hem het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd. +b. blijkt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel c, niet langer overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dat artikelonderdeel en artikel 3.29, eerste lid, is gedekt; +c. de houder misbruik heeft gemaakt van wapens of munitie dan wel van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, of indien er anderszins aanwijzingen zijn dat aan hem het voorhanden hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd, of +d. sinds de verlening van de jachtakte de houder onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf als genoemd in het artikel 3.28, derde lid, onderdeel e. **5.** Het vierde lid, onderdeel a in samenhang met de aanhef, is van overeenkomstige toepassing op de valkeniersakte.