2007-10-03 | BWBR0003227 | Wet geluidhinder

This commit is contained in:
Coornhert 2007-10-03 12:00:00 +00:00
parent e16e8efe02
commit fc89e3d617

View file

@ -53,7 +53,7 @@ een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze wet geen deel uit van een
*geluidsbelasting in dB(A) vanwege een weg*: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;
*geluidsbelasting in dB*: geluidsbelasting in L_den op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.0019.00 uur, van 19.0023.00 uur en van 23.0007.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
*geluidsbelasting in dB*: op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting in L_den op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.0019.00 uur, van 19.0023.00 uur en van 23.0007.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
*geluidsbelasting Lnight*: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 23.0007.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);
@ -118,21 +118,20 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning als bedoel
### Artikel 1b
**1.** In afwijking van artikel 1 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs en medische kleuterdagverblijven, de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.0023.00 uur (avond) of de periode 23.0007.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
**1.** In afwijking van artikel 1 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, vanwege een weg of vanwege een spoorweg, van de gevel van onderwijsgebouwen en medische kleuterdagverblijven, de waarde van de geluidsbelasting over de periode 19.0023.00 uur (avond) of de periode 23.0007.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
**2.** In afwijking van artikel 1 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen bij de bepaling van de geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein buiten beschouwing gelaten het geluid van windturbines welke duurzame energie opwekken.
**3.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen is de geluidsbelasting L_night vanwege een industrieterrein, vanwege een weg en vanwege een spoorweg, niet van toepassing ten aanzien van de gevel van basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, instellingen voor hoger beroepsonderwijs en medische kleuterdagverblijven voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
**3.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen is de geluidsbelasting L_night vanwege een industrieterrein, vanwege een weg en vanwege een spoorweg, niet van toepassing ten aanzien van de gevel van onderwijsgebouwen en medische kleuterdagverblijven voor zover genoemde gebouwen in de betrokken periode niet als zodanig worden gebruikt.
**4.**
In afwijking van artikel 1 wordt onder wijziging van een spoorweg in deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan de afzonderlijke omstandigheid die bestaat uit:
a. een verhoging van de intensiteit in het toekomstig maatgevende jaar van minder dan 45% ten opzichte van het driejaars gemiddelde voorafgaand aan de verandering, van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
b. een verhoging van 20% of minder van de verkeerssnelheid van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, in één of meer perioden van het etmaal;
c. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
d. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
e. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 107 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
a. een wijziging van de intensiteit, de verkeerssnelheid of een combinatie van beiden in het toekomstig maatgevende jaar van door Onze Minister te bepalen categorieën spoorvoertuigen op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten als gevolg waarvan de geluidemissie van de betreffende spoorgedeelten of de combinatie daarvan onafgerond niet meer dan 1,0 dB toeneemt ten opzichte van de gemiddelde geluidemissie, bepaald volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, van de drie jaren voorafgaand aan de wijziging;
b. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan twee meter;
c. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter, dan wel
d. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 107 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie.
**5.**
@ -465,7 +464,7 @@ b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwp
### Artikel 52
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestaande zone: een zone rond een op 1 augustus 2006 bestaand industrieterrein.
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestaande zone: een zone rond een op 1 januari 2007 bestaand industrieterrein.
#### Paragraaf 2. Continueren, wijzigen en opheffen van bestaande geluidszones
@ -473,7 +472,7 @@ In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestaa
**1.** Buiten een bestaande zone mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan.
**2.** De op 1 augustus 2006 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen blijven gelden.
**2.** De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen blijven gelden.
### Artikel 54
@ -556,9 +555,9 @@ b. een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwp
### Artikel 62
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 augustus 2006 aan gedeputeerde staten de binnen de gemeente voorkomende gevallen, waarin op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals het luidde op 1 augustus 2006, de geluidsbelasting van de gevel, vanwege het industrieterrein, van binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen hoger is dan 55 dB(A). Een afschrift van de melding wordt aan Onze Minister toegezonden.
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 januari 2007 aan gedeputeerde staten de binnen de gemeente voorkomende gevallen, waarin op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals het luidde op 1 januari 2007, de geluidsbelasting van de gevel, vanwege het industrieterrein, van binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen hoger is dan 55 dB(A). Een afschrift van de melding wordt aan Onze Minister toegezonden.
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het gemeentebestuur, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de zonevaststelling, bedoeld in afdeling 2, §§ 2 en 3, van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder zoals deze luidden op 1augustus 2006, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan artikel 111, eerste lid, onder a. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programma's dienen te worden opgesteld, gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
**2.** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het gemeentebestuur, met inachtneming van de regels, gegeven krachtens het derde lid, en gelet op de maatregelen, in verband met andere woningen binnen de zone voortvloeiend uit de zonevaststelling, bedoeld in afdeling 2, §§ 2 en 3, van hoofdstuk V van de Wet geluidhinder zoals deze luidden op 1 januari 2007, een programma op van maatregelen die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevels van de in het eerste lid bedoelde woningen te beperken tot 55 dB(A) en te voldoen aan artikel 111, eerste lid, onder a. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat tevens één of meer overeenkomstige programma's dienen te worden opgesteld, gericht op een beperking van de geluidsbelasting van de gevels van de bedoelde woningen tot bij de maatregel aangegeven hogere waarden.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de aard van de maatregelen die in aanmerking komen en omstandigheden waaronder dit het geval is, alsmede met betrekking tot de opzet van een programma als bedoeld in het tweede lid en het tijdstip van uitvoering daarvan. Hierbij kan tevens worden aangegeven dat gedeputeerde staten in aangegeven categorieën van gevallen bij het opstellen van een programma kunnen uitgaan van een geluidsbelasting die het gevolg is van te verwachten ontwikkelingen.
@ -675,7 +674,7 @@ b. wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.
In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover:
a. met toepassing van artikel 83, 85 of 100a voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden zijn vastgesteld, dan wel
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 83, 85 of 100a, zullen worden vastgesteld.
b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden redelijkerwijs met toepassing van artikel 83, 85 of 100a, zullen worden vastgesteld.
**3.** Indien op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is, gelden het eerste en tweede lid niet met betrekking tot de daarbij in het plan of in de zone van de betreffende weg opgenomen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
@ -706,7 +705,7 @@ Vervallen
### Artikel 79
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een besluit van burgemeester en wethouders, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.
### Artikel 80
@ -814,15 +813,15 @@ f. geluidsgevoelige terreinen:
1°. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld onder e, 3°, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of
2°. woonwagenstandplaatsen;
g. tracé: tracé als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Tracéwet;
h. aanpassing van een weg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 87d blijkt dat ten gevolge van die aanpassing de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van deze afdeling en afdeling 2 van hoofdstuk VII als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd, voorzover de geluidsbelasting voor wijziging ten minste 48 dB bedraagt;
h. aanpassing van een weg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige weg waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 87d blijkt dat ten gevolge van die aanpassing de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van deze afdeling en afdeling 2 van hoofdstuk VII als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd;
i. equivalent geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: het equivalente geluidsniveau in dB(A), bepaald volgens op grond van artikel 107 vastgestelde regels;
j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een spoorweg: de hoogste van de volgende drie waarden:
1°. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.0019.00 uur (dagwaarde),
2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.0023.00 uur (avondwaarde),
3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.0007.00 uur (nachtwaarde);
k. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
l. aanpassing van een spoorweg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB.
k. geluidsbelasting in dB(A) vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
l. aanpassing van een spoorweg: een aanpassing met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan de geluidsbelasting die op grond van deze afdeling en afdeling 2 van hoofdstuk VII als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB.
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder e, 1°, bedoelde scholen.
@ -898,44 +897,54 @@ b. in het tweede lid in plaats van «58 dB» wordt gelezen« indien het woonwage
**1.**
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, indien:
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen 48 dB, indien:
a. de geluidsbelasting vanwege deze hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze hoofdweg of wegen lager was dan of gelijk was aan 60 dB(A), of
b. deze hoofdweg na 1 januari 1982 is aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan, of
c. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
de voor de wijziging of verbreding ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
c. binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan.
**2.**
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
a. de heersende waarde;
b. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Ingeval de betrokken hoofdweg of wegen op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken hoofdweg of wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de heersende waarde. Voor de andere dan de hiervoor genoemde woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen 48 dB.
**3.** Ingeval de betrokken hoofdweg of wegen op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken hoofdweg of wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan die hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de heersende waarde.
**4.**
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden, in welke gevallen de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 111a, eerste, derde of negende lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
**5.** Indien eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied dan 63 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het voorgaande lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**5.** De krachtens het vierde lid vast te stellen waarde wordt niet hoger vastgesteld dan 58 dB bij een aanpassing van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een aanpassing van een weg in stedelijk gebied indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat. Voor andere dan de in de eerste volzin bedoelde woningen wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB. In afwijking van de eerste en tweede volzin wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde voor woningen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens die volzinnen ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde.
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde en vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen.
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het vierde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen «voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 63 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 53 dB» en dat in het vijfde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied een hogere waarde dan 63 dB» wordt gelezen: een hogere waarde dan 53 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 63 dB.
**8.**
Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat
a. het vierde lid wordt gelezen als «Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat een verhoging 5 dB niet te boven mag gaan» en
b. het vijfde lid wordt gelezen als: Indien voor het betrokken andere geluidsgevoelige gebouw eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld of indien de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan:
1°. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2° in buitenstedelijk gebied,
2°. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2° in stedelijk gebied, en
3°. 53 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°.
Voor andere dan de in de eerste volzin bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, en 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°. In afwijking van de eerste en tweede volzin wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde voor andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens die volzinnen ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde.
**9.**
De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB» en
b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB) en in de overige gevallen 58 dB.
a. in het eerste, tweede en derde lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB»,
b. het vierde lid, onder 1° en 2°, niet van toepassing is, en
c. in het vijfde lid in plaats van «58 dB bij een aanpassing van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een aanpassing van een weg in stedelijk gebied indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat» wordt gelezen «53 dB indien het woonwagenstandplaatsen betreft en 58 dB in de overige gevallen» en de tweede volzin van dat lid niet van toepassing is.
### Artikel 87g
@ -943,29 +952,37 @@ b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot won
**2.**
Ingeval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
Ingeval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken weg of wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden hoofdweg ten gevolge waarvan de hoofdweg of binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen:
a. de heersende waarde;
b. de eerder vastgestelde waarde.
a. 48 dB als de heersende waarde lager is dan of gelijk is aan 48 dB, en
b. de laagste van de volgende twee waarden als de heersende waarde hoger is dan 48 dB:
1°. de heersende waarde;
2°. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
**4.**
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en de waarde 68 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 111a, tweede of vierde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden. De krachtens dit lid vast te stellen waarde mag de waarde 68 dB niet te boven gaan.
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 68 dB vaststellen.
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden vastgesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**7.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**8.** De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen hoofdweg, vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen.
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB.
**9.**
De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat:
a. in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen «met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB», en
b. het vierde lid, onder 1° en 2°, niet van toepassing is.
### Artikel 87h
@ -1030,7 +1047,7 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
### Artikel 88
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 augustus 2006 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 maart 1986 een weg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die weg reeds woningen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de weg hoger was dan 60 dB(A).
**1.** Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek uiterlijk binnen twee jaar na 1 januari 2007 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 maart 1986 een weg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die weg reeds woningen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van de weg hoger was dan 60 dB(A).
**2.**
@ -1038,7 +1055,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing:
a. ingeval de woningen of de weg zijn geprojecteerd in een na 1 januari 1982 overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan;
b. ingeval tot aanleg of reconstructie van de weg na 1 januari 1982 is besloten met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81;
c. ten aanzien van in de gemeente voorkomende gevallen die reeds zijn gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 augustus 2006.
c. ten aanzien van in de gemeente voorkomende gevallen die reeds zijn gemeld op grond van artikel 88, eerste lid, zoals dat luidde voor 1 januari 2007.
### Artikel 89
@ -1050,7 +1067,7 @@ c. ten aanzien van in de gemeente voorkomende gevallen die reeds zijn gemeld op
**1.** Burgemeester en wethouders of indien toepassing wordt gegeven aan artikel 98 burgemeester en wethouders of de wegaanlegger leggen het ingevolge artikel 89, eerste lid, vastgestelde programma van maatregelen onverwijld voor aan Onze Minister.
**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig programma voor de woningen waarop het betrekking heeft, de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels vast, met dien verstande dat deze waarde, behoudens het derde lid, 48 dB niet te boven mag gaan. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders.
**2.** Behoudens het derde lid stelt Onze Minister na ontvangst van zodanig programma voor de woningen waarop het betrekking heeft, als de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de weg, van de gevels een waarde van 48 dB vast. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de wegbeheerder.
**3.** In bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting een hogere dan de in dat lid genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
@ -1121,7 +1138,7 @@ Ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de
a. de heersende waarde;
b. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Ingeval de weg op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde.
**3.** Ingeval de weg op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd was en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg is vastgesteld dan 48 dB, en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de te reconstrueren weg, van de gevel van woningen binnen de zone die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren de heersende waarde.
### Artikel 100a
@ -1133,16 +1150,14 @@ a. de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
1°. ten gevolge van de reconstructie de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de reconstructie ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de reconstructie een hogere geluidsbelasting ondervinden, en
3°. bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, en
b. ingeval voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of artikel 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of, indien geen toepassing is gegeven aan het betrokken artikel en de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, de waarde niet hoger mag worden gesteld dan:
1°. 58 dB bij een reconstructie van een weg in buitenstedelijk gebied en
2°. 63 dB bij een reconstructie van een weg in stedelijk gebied;
c. ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, de waarde niet hoger mag worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
2°. 63 dB bij een reconstructie van een weg in stedelijk gebied.
**2.** De krachtens het eerste lid, onder a, te stellen hogere waarde mag niet hoger worden gesteld dan 68 dB.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast.
**3.** In afwijking van het tweede lid mag de waarde ingeval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad- en milieubenadering een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
### Artikel 100b
@ -1212,7 +1227,7 @@ j. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot ee
1°. de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.0019.00 uur (dagwaarde),
2°. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.0023.00 uur (avondwaarde),
3°. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.0007.00 uur (nachtwaarde);
k. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
k. geluidsbelasting in dB(A) vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten;
l. aanpassing van een spoorweg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 87b, eerste lid, onder l, onder toepasselijkheid van het derde lid van dat artikel;
**2.** Een gymnastieklokaal maakt voor de toepassing van deze afdeling geen deel uit van de in het eerste lid, onder 1° en 2°, bedoelde scholen.
@ -1339,43 +1354,53 @@ b. de eerder vastgestelde waarde.
**1.**
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, indien:
Behoudens het tweede tot en met vierde lid is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen 48 dB, indien:
a. de geluidsbelasting vanwege binnen het tracé van deze landelijke spoorweg gelegen wegen op 1 maart 1986, van de gevel van deze woningen op dat tijdstip, onderscheidenlijk na ingebruikneming van deze wegen lager was dan of gelijk was aan 60 dB(A), of
b. binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan,
de voor de wijziging ter plaatse heersende geluidsbelasting, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft.
b. binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen na 1 januari 1982 zijn aangelegd op grond van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan.
**2.**
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
In geval eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde hoger is dan 48 dB, is de voor woningen binnen de zone van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden:
a. de heersende waarde;
b. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Ingeval de betrokken wegen op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 augustus 2006 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de heersende waarde. Voor de andere dan de hiervoor genoemde woningen binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen maximaal 48 dB.
**3.** Ingeval de betrokken wegen op 1 januari 2007 aanwezig, in aanleg of geprojecteerd waren en niet eerder een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen van de gevel van woningen is vastgesteld dan 48 dB en de heersende waarde is hoger dan 48 dB, geldt voor de woningen die op 1 januari 2007 aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd waren binnen de zone van een te wijzigen of te verbreden landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de heersende waarde.
**4.**
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden, in welke gevallen de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 111a, vijfde, zevende of negende lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
**5.** Indien eerder op grond van de Experimentenwet Stad en Milieu of de Interimwet stad-en-milieubenadering met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied dan 63 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het voorgaande lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**5.** De krachtens het vierde lid vast te stellen waarde wordt niet hoger vastgesteld dan 58 dB bij een aanpassing van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een aanpassing van een weg in stedelijk gebied, indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat. Voor andere dan de in de eerste volzin bedoelde woningen wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB. In afwijking van de eerste en tweede volzin wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde voor woningen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens die volzinnen ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde.
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**6.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het vierde en vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste, tweede of derde lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**7.** De in het eerste tot en met zesde lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen.
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het vierde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen «voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2° betreft met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot deze andere geluidsgevoelige gebouwen in stedelijk gebied de waarde 63 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 53 dB» en in het vijfde lid in plaats van «met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied een hogere waarde dan 63 dB» wordt gelezen: een hogere waarde dan 53 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 58 dB, onderscheidenlijk een hogere waarde dan 63 dB.
**8.**
Het eerste tot en met zevende lid zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat:
a. het vierde lid wordt gelezen als «Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste, tweede of derde lid, bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat een verhoging 5 dB niet te boven mag gaan», en
b. het vijfde lid wordt gelezen als: Indien voor het betrokken andere geluidsgevoelige gebouw eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld of indien de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat, wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan:
1°. 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2° in buitenstedelijk gebied,
2°. 63 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2° in stedelijk gebied, en
3°. 53 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°.
Voor andere dan de in de eerste volzin bedoelde andere geluidsgevoelige gebouwen wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde niet hoger vastgesteld dan 68 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 1° en 2°, en 58 dB voor andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°. In afwijking van de eerste en tweede volzin wordt de krachtens het vierde lid vast te stellen waarde voor andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking waartoe eerder bij of krachtens deze wet, de Experimentenwet Stad en Milieu, de Interimwet stad-en-milieubenadering of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde is vastgesteld dan de krachtens die volzinnen ten hoogste toelaatbare waarde, niet hoger vastgesteld dan die eerder vastgestelde waarde.
**9.**
De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat:
a. in het eerste en tweede lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB» en
b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot woningen in buitenstedelijk gebied de waarde 58 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot woningen in stedelijk gebied de waarde 63 dB» wordt gelezen: deze waarde indien het woonwagenstandplaatsen betreft 53 dB en in de overige gevallen 58 dB.
a. in het eerste, tweede en derde lid in plaats van «48 dB» telkens wordt gelezen «indien het woonwagenstandplaatsen betreft 48 dB en in de overige gevallen 53 dB»;
b. het in het vierde lid, onder 1° en 2°, gestelde niet van toepassing is, en
c. in het vijfde lid in plaats van «58 dB bij een wijziging van een weg in buitenstedelijk gebied en 63 dB bij een wijziging van een weg in stedelijk gebied, indien voor de betrokken woning eerder toepassing is gegeven aan artikel 83 of 84, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 september 1991 of de heersende waarde 53 dB niet te boven gaat» wordt gelezen «53 dB indien het woonwagenstandplaatsen betreft en 58 dB in de overige gevallen» en de tweede volzin van dat lid niet van toepassing is.
### Artikel 106h
@ -1383,35 +1408,43 @@ b. in het vierde lid in plaats van «de verhoging 5 dB en met betrekking tot won
**2.**
In geval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen, is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen het tracé van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, de laagste van de volgende twee waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 48 dB niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar aangemerkt blijft:
In geval eerder bij of krachtens deze wet of de Spoedwet wegverbreding een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de betrokken wegen, is vastgesteld dan 48 dB, is de voor woningen binnen het tracé van een te wijzigen landelijke spoorweg ten gevolge waarvan binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen worden aangepast, ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen:
a. de heersende waarde;
b. de eerder vastgestelde waarde.
a. 48 dB als de heersende waarde lager is dan of gelijk is aan 48 dB en
b. de laagste van de volgende twee waarden als de heersende waarde hoger is dan 48 dB:
1°. de heersende waarde;
2°. de eerder vastgestelde waarde.
**3.** Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het eerste lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze de waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
**4.**
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB en de waarde 68 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
Onze Ministers kunnen een hogere dan de in het tweede lid bedoelde waarde vaststellen, met dien verstande dat de verhoging 5 dB niet te boven mag gaan, behoudens in gevallen waarin:
1°. ten gevolge van de aanpassing van de weg de geluidsbelasting van de gevel van ten minste een gelijk aantal woningen elders met een ten minste gelijke waarde zal verminderen, en
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 90 of artikel 111, tweede of derde lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden.
2°. de wegbeheerder heeft verklaard dat hij financiële middelen ter beschikking stelt uiterlijk voor afloop van de aanpassing van de weg ten behoeve van de toepassing van artikel 111a, zesde of achtste lid, met betrekking tot woningen die door de aanpassing van de weg een hogere geluidsbelasting ondervinden. De krachtens dit lid vast te stellen waarde mag 68 dB niet te boven gaan.
**5.** In afwijking van het derde lid kunnen Onze Ministers met overeenkomstige toepassing van artikel 90, vierde lid, een hogere waarde dan 68 dB vaststellen.
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden gesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**6.** Indien eerder bij of krachtens deze wet een hogere waarde dan 68 dB is vastgesteld, mag de vast te stellen hogere waarde, in afwijking van het vierde lid, niet hoger worden vastgesteld dan de eerder vastgestelde waarde.
**7.** Onze Ministers kunnen slechts toepassing geven aan het derde tot en met vijfde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de verwachte geluidsbelasting van de gevel van de betrokken woningen, vanwege binnen het tracé van de landelijke spoorweg gelegen wegen, tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende waarde, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
**8.** De in het eerste tot en met zevende lid gestelde regels zijn mede van toepassing binnen de zone van een aan te leggen landelijke spoorweg, vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen.
**9.** De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB.
**9.**
De in het eerste tot en met vierde en zevende en achtste lid gestelde regels zijn mede van toepassing met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van andere geluidsgevoelige gebouwen, met dien verstande dat:
a. in het derde en vierde lid in plaats van «de waarde 68 dB» telkens wordt gelezen: met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 1° en 2°, de waarde 68 dB, onderscheidenlijk met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°, de waarde 58 dB, en
b. het in het vierde lid, onder 1° en 2°, gestelde niet van toepassing is.
### Afdeling 3. Overige spoorwegen
### Artikel 107
In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoorwegen kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, voor gevallen waarin geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VI, afdeling 2a, of hoofdstuk VII, afdeling 2, omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in hoofdstuk VI, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoorwegen kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, voor gevallen waarin geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VI, afdeling 2a, of hoofdstuk VII, afdeling 2, omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in de hoofdstukken VI of VIIIA, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
## Hoofdstuk VIII. Andere geluidszones
@ -1451,7 +1484,7 @@ Bij intrekking of wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld i
**6.** Indien artikel 110f van toepassing is geven burgemeester en wethouders slechts toepassing aan het derde en vierde lid voorzover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 110f, derde lid, niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting.
**7.** Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, benodigd is in verband met de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg of de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of een provincie of de vaststelling of wijziging van een zone langs een industrieterrein dat als industrieterrein van regionaal belang is aangewezen bij provinciale milieuverordening, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de weg of spoorweg dan wel het industrieterrein van regionaal belang is gelegen bevoegd tot vaststelling van de hogere waarde. Het tweede tot en met zesde lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het tweede en zesde lid in plaats van «burgemeester en wethouders» moet worden gelezen «gedeputeerde staten» en in het tweede lid in plaats van «gemeente» telkens moet worden gelezen: provincie.
**7.** Wanneer het besluit, bedoeld in het eerste lid, benodigd is in verband met de aanleg of wijziging van een hoofdspoorweg of de aanleg of reconstructie van een weg in beheer bij het Rijk of een provincie of de vaststelling of wijziging van een zone rond een industrieterrein dat als industrieterrein van regionaal belang is aangewezen bij provinciale milieuverordening, zijn gedeputeerde staten van de provincie waarbinnen de weg of spoorweg dan wel het industrieterrein van regionaal belang is gelegen bevoegd tot vaststelling van de hogere waarde. Het tweede tot en met zesde lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het tweede en zesde lid in plaats van «burgemeester en wethouders» moet worden gelezen «gedeputeerde staten» en in het tweede lid in plaats van «gemeente» telkens moet worden gelezen: provincie.
### Artikel 110b
@ -1500,7 +1533,16 @@ van toepassing is op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoel
**2.** Indien in een bepaald gebied een of meer van de in het eerste lid genoemde onderdelen van deze wet of van het krachtens die onderdelen bepaalde van toepassing zijn, terwijl voor dat gebied tevens uit anderen hoofde van Rijkswege een saneringsprogramma ter zake van het voorkomen of bestrijden van geluidhinder moet worden opgesteld, draagt Onze Minister zorg voor de noodzakelijke onderlinge afstemming en samenhang van de te treffen maatregelen.
**3.** Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister bepalen, dat bij de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen van de gevels van de woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en de grens van geluidsgevoelige terreinen op de resultaten een door hem aan te geven correctie kan worden toegepast.
**3.**
Het eerste en tweede lid zijn uitsluitend van toepassing indien voor een woning, ander geluidgevoelig gebouw of geluidgevoelig terrein:
a. een hogere waarde zal worden vastgesteld, en
b. voor dezelfde woning, ander geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein, de geluidsbelasting, vanwege tenminste een andere geluidsbron als bedoeld in het eerste lid, in de toekomstige situatie de voorkeurswaarde overschrijdt.
**4.** Het eerste en tweede lid worden alleen toegepast ten aanzien van geluidsbronnen als bedoeld in het eerste lid waarvan de geluidsbelasting in de toekomstige situatie de voorkeurswaarde overschrijdt.
**5.** Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid kan Onze Minister bepalen, dat bij de berekening en meting van de onderscheidene geluidsbelastingen van de gevels van de woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en de grens van geluidsgevoelige terreinen op de resultaten een door hem aan te geven correctie kan worden toegepast.
### Artikel 110g
@ -1508,7 +1550,7 @@ Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, a
### Artikel 110h
Indien voorafgaand aan 1 augustus 2006 een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een weg of een spoorweg in dB(A) is vastgesteld en die waarde ook na 1 augustus 2006 geldt, wordt die waarde omgerekend tot de waarde voor de geluidsbelasting L_den overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
Indien voorafgaand aan 1 januari 2007 een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een weg of een spoorweg in dB(A) is vastgesteld en die waarde ook na 1 januari 2007 geldt, wordt die waarde omgerekend tot de waarde voor de geluidsbelasting L_den overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.
### Artikel 110i
@ -1529,57 +1571,54 @@ b. in andere gevallen: 35 dB(A).
**2.** Indien met betrekking tot gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege een weg, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels, ingeval het een weg betreft die na 1 januari 1982 is of wordt aangelegd en is opgenomen in een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld bestemmingsplan, dan wel na dat tijdstip ingevolge een besluit, genomen met toepassing van de artikelen 79 tot en met 81, is aangelegd, maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 33 dB bedraagt.
**3.** Indien met betrekking tot de gevels van woningen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A), met toepassing van artikel 90, tweede lid, een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
**3.** Indien met betrekking tot de gevels van woningen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A) en met toepassing van artikel 90, tweede lid, een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
### Artikel 111a
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, vierde of vijfde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 33 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB bedraagt.
**1.** Indien met toepassing van artikel 87e, tweede lid of derde lid, 87f, vierde of vijfde lid, of 87h, derde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege wegen ten hoogste 33 dB, onderscheidenlijk vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB bedraagt.
**2.** Indien met toepassing van artikel 87g, derde tot en met zesde lid, of 87i, derde tot en met vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
**3.**
Indien met toepassing van artikel 87e, zesde lid, 87f, achtste lid of 87h, zesde lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
Indien met toepassing van artikel 87e, zesde lid, 87f, achtste lid of 87h, zesde lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
a. leslokalen van basisscholen,
b. theorielokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
c. theorielokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°,
e. onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°,
a. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen,
b. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°,
c. onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 3°, ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
a. theorievaklokalen voor scholen voor voorgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
b. theorievaklokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°,
ten hoogste 33 dB bedraagt.
a. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen,
b. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°, ten hoogste 33 dB bedraagt.
**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing, indien met toepassing van artikel 87g, negende lid of 87i, achtste lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege de hoofdweg of vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen wegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die hoofdweg gelegen spoorwegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, met dien verstande dat in plaats van «28 dB» wordt gelezen «38 dB» en in plaats van «33 dB» wordt gelezen: 43 dB.
**5.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, vierde of vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB, onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 33 dB bedraagt.
**5.** Indien met toepassing van artikel 106d, tweede lid of derde lid, 106e, derde lid, of 106g, vierde of vijfde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 55 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen in geval van geluidsbelasting vanwege spoorwegen ten hoogste 35 dB, onderscheidenlijk vanwege wegen ten hoogste 33 dB bedraagt.
**6.** Indien met toepassing van artikel 106f, derde tot en met vijfde lid, of 106h, derde tot en met zesde lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 63 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
**7.**
Indien met toepassing van artikel 106d, zesde lid, 106e, zesde lid of 106g, achtste lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
Indien met toepassing van artikel 106d, zesde lid, 106e, zesde lid of 106g, achtste lid, met betrekking tot de gevels van in aanbouw zijnde of aanwezige andere geluidsgevoelige gebouwen voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen binnen:
a. leslokalen van basisscholen,
b. theorielokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs,
c. theorielokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
d. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 2°, onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 3°,
a. leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen,
b. onderzoeks- en behandelingsruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen, bedoeld in artikel 106b, eerste lid, onder e, 2°,
c. onderzoeks-, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 106b, eerste lid, onder e, 3°, ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
ten hoogste 28 dB bedraagt, onderscheidenlijk binnen:
a. theorievaklokalen van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voorgezet onderwijs,
b. theorievaklokalen van instellingen voor hoger beroepsonderwijs,
c. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 106, eerste lid, onder e, 2°,
ten hoogste 33 dB bedraagt.
a. theorievaklokalen van onderwijsgebouwen,
b. ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten van ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 106b, eerste lid, onder e, 2°, ten hoogste 33 dB bedraagt.
**8.** Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing, indien met toepassing van artikel 106f, achtste lid, of 106h, negende lid, met betrekking tot de gevels van andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere geluidsbelasting dan 53 dB vanwege de landelijke spoorweg of vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen spoorwegen, onderscheidenlijk een hogere geluidsbelasting dan 48 dB vanwege binnen het tracé van die landelijke spoorweg gelegen wegen, als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, met dien verstande dat in plaats van «28 dB» wordt gelezen «38 dB» en in plaats van «33 dB» wordt gelezen: 43 dB.
**9.**
Indien met betrekking tot de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen waarvan de geluidsbelasting vanwege de weg op 1 maart 1986 hoger was dan 55 dB(A) en waarvoor met toepassing van artikel 87f, vierde, vijfde, zevende of achtste lid, of artikel 106g, vierde, vijfde, zevende of achtste lid, voor de eerste maal een hogere geluidsbelasting dan 48 dB, vanwege de weg als de ten hoogste toelaatbare is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels in afwijking van het eerste, derde, vijfde en zevende lid, maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting:
a. binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt,
b. binnen de leslokalen en theorielokalen van onderwijsgebouwen, de onderzoeks- en behandelruimten van ziekenhuizen en verpleegtehuizen, bedoeld in 87b, eerste lid, onder e, 2°, en de onderzoeks, behandelings-, recreatie- en conversatieruimten, alsmede woon- en slaapruimten van gebouwen, bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder 3°, bij gesloten ramen ten hoogste 38 dB bedraagt, onderscheidenlijk
c. binnen de theorievaklokalen van onderwijsgebouwen en de ruimten voor patiëntenhuisvesting, alsmede recreatie- en conversatieruimten voor ziekenhuizen en verpleeghuizen als bedoeld in artikel 87b, eerste lid, onder e, 2°, bij gesloten ramen ten hoogste 43 dB bedraagt.
**10.** Ingeval voor de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen eerder een hogere waarde voor de geluidsbelasting is vastgesteld, treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van die gevels in afwijking van het eerste, derde, vijfde, zevende en negende lid, maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, binnen de woning bij gesloten ramen na de aanpassing ten hoogste de waarde die voor de aanpassing van de weg ingevolge het bij of krachtens deze wet voor de onderscheiden situaties bepaalde, dan wel ingevolge het krachtens artikel 3 van de Woningwet bepaalde ten hoogste toelaatbaar was, bedraagt.
### Artikel 112
Indien met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen toepassing is gegeven aan artikel 100a treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woningen maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen na de reconstructie ten hoogste bedraagt:
@ -1761,7 +1800,7 @@ In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is t
**1.**
Voor zover in de kosten van de maatregelen die in verband met de vaststelling van een bij een industrieterrein behorende zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals dat luidde op 1 augustus 2006 dan wel in verband met het toepassing geven aan artikel 46 of 55, eerste lid, met het oog op de beperking van de geluidsbelasting van woningen binnen die zone krachtens Afdeling 2, van hoofdstuk V zijn vastgesteld, niet op andere wijze wordt voorzien, komen deze kosten:
Voor zover in de kosten van de maatregelen die in verband met de vaststelling van een bij een industrieterrein behorende zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 zoals dat luidde op 1 januari 2007 dan wel in verband met het toepassing geven aan artikel 46 of 55, eerste lid, met het oog op de beperking van de geluidsbelasting van woningen binnen die zone krachtens Afdeling 2, van hoofdstuk V zijn vastgesteld, niet op andere wijze wordt voorzien, komen deze kosten:
a. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van op het tijdstip van de vaststelling van de zone al aanwezige of in aanbouw zijnde woningen ten aanzien waarvan Afdeling 2, § 5, van hoofdstuk V, van toepassing is: ten laste van het Rijk;
b. voor zover het maatregelen betreft ten behoeve van op het tijdstip van de vaststelling van de zone geprojecteerde woningen: ten laste van de exploitanten van de op het industrieterrein op dat tijdstip al gevestigde inrichtingen en de betrokken gemeente, ieder voor de helft, met dien verstande dat het ten laste van de exploitanten van bedoelde inrichtingen komende gedeelte der kosten over hen verdeeld wordt zoveel mogelijk naar evenredigheid van het aandeel der onderscheidene inrichtingen in de geluidproduktie van het industrieterrein op bedoeld tijdstip;
@ -1795,7 +1834,7 @@ c. ten aanzien waarvan het gemeentebestuur bij die gelegenheid heeft verklaard d
### Artikel 126a
In afwijking van de artikelen 125 of 126 kan Onze Minister volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels in gevallen waarin een maatregel als bedoeld in die artikelen tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan in die artikelen genoemd, de subsidies verstrekken ten behoeve van die maatregel op basis van door hem vastgestelde normbedragen.
In afwijking van de artikelen 125 of 126 kan Onze Minister volgens bij ministeriële regeling te stellen regels in gevallen waarin een maatregel als bedoeld in die artikelen tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan in die artikelen genoemd, de subsidies verstrekken ten behoeve van die maatregel op basis van door hem vastgestelde normbedragen.
### Artikel 127
@ -1889,7 +1928,7 @@ Vervallen
**1.** Indien het besluit in de zin van artikel 110a, eerste lid, wordt genomen door burgemeester en wethouders en gepaard gaat met de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan vangt, in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen dat besluit aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het besluit in de zin van artikel 28 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Indien niet binnen die termijn is beslist, vangt de beroepstermijn aan met ingang van de dag na die waarop de termijn is verstreken.
**2.** Indien het besluit in de zin van artikel 110a, eerste lid, wordt genomen door burgemeester en wethouders en gepaard gaat met een besluit overeenkomstig artikel 81, vangt in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen dat besluit aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het raadsbesluit.
**2.** Indien het besluit in de zin van artikel 110a, eerste lid, wordt genomen door burgemeester en wethouders en gepaard gaat met een besluit overeenkomstig artikel 81, vangt in afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht, de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen dat besluit aan met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het besluit overeenkomstig artikel 81.
### Artikel 146