2025-01-01 | BWBR0020420 | Besluit prudentiële regels Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent a6f5707b49
commit fc8b0f723e

View file

@ -2349,6 +2349,18 @@ Artikel 132, tweede tot en met vierde lid, van de richtlijn solvabiliteit II en
a. de waarden, bedoeld in artikel 3:67, vierde lid, of 3:68, derde lid, van de wet die dienen tot dekking van de verplichtingen van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in artikel 3:198, tweede lid, onderdelen b, c en d, of derde lid, onderdelen a, b en c, van de wet;
b. de waarden, bedoeld in artikel 3:67, vierde lid, of 3:69, tweede lid, van de wet, die dienen tot dekking van de verplichtingen van een verzekeraar met beperkte risico-omvang als bedoeld in die artikelen die voortvloeien uit vorderingen van werknemers als bedoeld in artikel 3:198, vierde lid, onderdelen a, b en c, van de wet.
### Artikel 122a
De gegevens, bedoeld in artikel 3:267e, derde lid, van de wet zijn:
a. het herverzekeringscontract inclusief bijlagen, waaronder een toelichting van de wijze waarop de vordering van de cederende verzekeraar op de andere verzekeraar wordt gewaardeerd;
b. indien van toepassing, de zekerheidsovereenkomsten;
c. informatie over de geografische locatie van de vordering van de cederende verzekeraar op de andere verzekeraar en de daarmee samenhangende zekerheden;
d. een onderbouwing van de toereikendheid van het risicobeheer ten aanzien van de herverzekering;
e. een analyse van de kredietrisicos betreffende de herverzekering;
f. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank redelijkerwijs kan beoordelen of zij na herverzekering gebruik kan maken van haar bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:137;
g. een opinie van de risicobeheerfunctie van de verzekeraar over de mate waarin de verzekeraar in staat is om aan de voorwaarden met betrekking tot de herverzekering als bedoeld in dit artikel en artikel 3:267e van de wet, te voldoen.
## Hoofdstuk 12a. Beleggingsbeleid premiepensioeninstellingen
### Artikel 123
@ -2535,7 +2547,7 @@ Indien een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektron
### Artikel 133
Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.
Het onderzoek van de staten, bedoeld in artikel 130, door de accountant, uitmondend in een verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, eerste volzin, van de wet, wordt een maal per jaar uitgevoerd. De Nederlandsche Bank stelt regels waarin wordt bepaald welke staten door de accountant in zijn onderzoek worden betrokken, met dien verstande dat een beheerder, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling die een maal per jaar een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening verstrekt daarmee voldoet aan de verplichting als bedoeld in artikel 3:72, zevende lid, van de wet. De accountant waarmerkt deze staten.
### Artikel 134
@ -2693,8 +2705,9 @@ De gegevens, bedoeld in artikel 3:95, tweede lid, en 3:96, tweede lid, van de we
1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen;
3°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99a van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid, gelet op diens reputatie, van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
4°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
3°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99a van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid, gelet op diens reputatie, van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen;
4°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken; en
5°. bescheiden waaruit blijkt dat de financiële onderneming als gevolg van de gekwalificeerde deelneming zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld.
**2.**
@ -2716,6 +2729,8 @@ d. een opgave van de relevante diplomas;
e. gegevens met betrekking tot het verwerven en besturen van deelnemingen; en
f. een opgave van referenten.
**4.** De Nederlandsche Bank kan, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, andere gegevens van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar verlangen, indien die gegevens nodig zijn voor de beoordeling of er sprake is van de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 3:100, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet.
### Artikel 139
Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld in artikel 3:96, derde lid, van de wet worden uitsluitend gerekend: