2004-05-12 | BWBR0002559 | Uitleveringswet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-05-12 12:00:00 +00:00
parent d42682f478
commit fca2cde48d

View file

@ -128,7 +128,7 @@ b. andere feiten, voor zover deze zowel naar het recht van de staat van wie het
**4.** De beslissing van Onze Minister op een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste en het derde lid wordt ter kennis van de staat van wie dat verzoek is uitgegaan gebracht langs diplomatieke weg, tenzij bij verdrag in een andere weg is voorzien.
**5.** Voor zover zulks bij verdrag is bepaald is de in het eerste en het derde lid bedoelde toestemming niet vereist indien de opgeëiste persoon, na het tijdstip van zijn uitlevering, gedurende een tijdvak van ten minste dertig dagen de gelegenheid heeft gehad het grondgebied van de staat van wie het verzoek om toestemming is uitgegaan te verlaten.
**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op verzoeken van een lidstaat van de Europese Unie tot verderlevering aan een derde staat van een persoon die door Nederland onder het beding, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Overleveringswet, werd overgeleverd aan de verzoekende lidstaat.
**6.** Ten aanzien van de lidstaten van de Europese Unie kan bij verdrag worden voorzien in uitzonderingen voor andere dan de in het vijfde lid bedoelde gevallen.
@ -233,7 +233,7 @@ d. de gegevens die nodig zijn voor het vaststellen van de identiteit van de opge
**3.** Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is, in verband waarmede hij voorlopig van zijn vrijheid is beroofd, of indien die persoon een in Nederland opgelegde vrijheidsstraf ondergaat, kunnen, in afwijking van het voorgaande, de stukken worden toegezonden aan de officier van justitie die met de vervolging is belast of belast is geweest.
**4.** Is voorshands niet bekend in welk arrondissement de opgeëiste persoon zich bevindt, dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie te Amsterdam.
**4.** Is voorshands niet bekend in welk arrondissement de opgeëiste persoon zich bevindt, staat de opgeëiste persoon gesignaleerd wegens een tegen hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel of is zodanig bevel reeds ontvangen, dan zendt Onze Minister de stukken toe aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam.
### Artikel 21
@ -373,6 +373,8 @@ Zodra de rechterlijke uitspraak betreffende het verzoek tot uitlevering in krach
### Artikel 35
**1.**
Indien twee of meer staten de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd, houdt Onze Minister bij de beslissing op hun verzoeken - voor zover deze ontvankelijk en voor inwilliging vatbaar zijn - rekening met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met:
a. de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd;
@ -381,6 +383,8 @@ c. de tijdstippen waarop de verzoeken tot uitlevering zijn gedaan;
d. de nationaliteit van de opgeëiste persoon;
e. de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van een van de verzoekende staten is verwijderd, vervolgens door de autoriteiten van die staat ter beschikking wordt gesteld van de autoriteiten van een andere verzoekende staat.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als de uitvoerende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie de overlevering, bedoeld in artikel 1 van de Overleveringswet, en een andere staat de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd.
### Artikel 36
Van zijn beslissing op het verzoek tot uitlevering, alsmede van de aanhouding daarvan overeenkomstig artikel 33, derde lid, geeft Onze Minister onverwijld kennis aan de officier van justitie bij de rechtbank die het verzoek heeft behandeld.