2010-10-10 | BWBR0003642 | Wet voorkoming verontreiniging door schepen

This commit is contained in:
Coornhert 2010-10-10 12:00:00 +00:00
parent 7099feb4f9
commit fcaeb1314a

View file

@ -26,7 +26,7 @@ g. richtlijn havenontvangstvoorzieningen: de bij regeling van Onze Minister aang
h. schadelijke stof: een stof die, indien zij in zee terecht komt, gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de mens, schade kan toebrengen aan het mariene milieu, de recreatiemogelijkheden die de zee biedt kan schaden of storend kan werken op enig ander rechtmatig gebruik van de zee en die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is aangewezen;
i. schip: elk vaartuig, van welk type ook, dat op zee wordt gebruikt waaronder begrepen draagvleugelboten, luchtkussenvoertuigen, afzinkbare vaartuigen en drijvend materieel, alsmede installaties gedurende de tijd dat zij drijven, behoudens wanneer het schip als hierboven bedoeld boven de zeebodem is geplaatst voor het instellen van een onderzoek naar de aanwezigheid van delfstoffen of voor het winnen daarvan;
j. Nederlands schip: een schip dat op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren;
k. buitenlands schip: een schip, niet zijnde een Nederlands schip;
k. buitenlands schip: een schip, niet zijnde een Nederlands schip en een schip als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES;
l. pleziervaartuig: schip, bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing;
m. vissersvaartuig: schip, uitgerust of met commercieel oogmerk gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
n. scheepsafval: afval, met inbegrip van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en valt onder de reikwijdte van de Bijlagen I, IV en V van het Verdrag, alsmede ladinggebonden afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en verwerking van lading als afval overblijft, met inbegrip van stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal, houten platen, papier, karton, draad en stalen banden;
@ -44,7 +44,9 @@ w. havenafvalplan: het plan, bedoeld in artikel 6, derde lid, eerste volzin.
### Artikel 2
Deze wet is van toepassing op Nederlandse en, in de gevallen bij of krachtens deze wet bepaald, buitenlandse schepen.
**1.** Deze wet is van toepassing op Nederlandse en, in de gevallen bij of krachtens deze wet bepaald, buitenlandse schepen en schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de krachtens deze wet gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 3
@ -162,6 +164,8 @@ b. de geldigheid van het certificaat en de verlenging van de geldigheidsduur daa
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bij de aanvraag van een certificaat te verstrekken gegevens en te overleggen bescheiden en modellen van certificaten, alsmede nadere regels met betrekking tot de bij de aanvraag van een certificaat te verstrekken gegevens en te overleggen bescheiden en de aanwijzing van natuurlijke personen of rechtspersonen krachtens het derde lid.
**6.** Dit artikel is ook van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 8a
De inspecteur-generaal kan, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een staat die partij is bij het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld, een certificaat afgeven aan een buitenlands schip of dat schip aan een ter verkrijging van een certificaat vereist onderzoek onderwerpen.
@ -204,6 +208,8 @@ f. het schip van naam verandert of een ander letterteken of nummer krijgt, in we
**4.** De exploitant zendt een vervallen of ingetrokken certificaat zo spoedig mogelijk aan de inspecteur-generaal.
**5.** Dit artikel is ook van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 10
**1.**
@ -236,9 +242,9 @@ d. de eisen die van toepassing zijn nadat een schip aan een onderzoek is onderwo
**3.** Elk aldus vervaardigd en voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een aantekening in het journaal zal in een gerechtelijke procedure in Nederland als bewijs van de feiten, vermeld in de aantekening, worden toegelaten.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de krachtens het eerste lid gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich in een Nederlandse haven bevinden.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de krachtens het eerste lid gestelde regels ook van toepassing worden verklaard op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES en buitenlandse schepen gedurende de tijd dat deze zich in een Nederlandse haven bevinden.
**5.** Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op buitenlandse schepen, die zich in een Nederlandse haven bevinden.
**5.** Het bepaalde in het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES en buitenlandse schepen die zich in een Nederlandse haven bevinden.
### Artikel 12
@ -264,7 +270,7 @@ c. iedere vlek van schadelijke stoffen die vallen onder de reikwijdte van de Bij
**8.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de informatie, bedoeld in het zesde lid, alsmede met betrekking tot de bevoegde autoriteit aan welke en de wijze waarop moet worden gemeld in Nederland.
**9.** Het eerste, vijfde, zesde, zevende en achtste lid zijn van toepassing op buitenlandse schepen, indien het voorval of de gebeurtenis zich voordoet in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone.
**9.** Het eerste, vijfde, zesde, zevende en achtste lid zijn van toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES en, indien het voorval of de gebeurtenis zich voordoet in de Nederlandse territoriale zee of de Nederlandse exclusieve economische zone, buitenlandse schepen.
**10.** Het tweede, derde, vierde en achtste lid zijn eveneens van toepassing op buitenlandse schepen.
@ -301,7 +307,7 @@ b. er aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikba
**1.** De kapitein van een schip dat een haven aandoet die is aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, geeft de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen af bij een havenontvangstvoorziening.
**2.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen.
**2.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen en schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 12d
@ -309,7 +315,7 @@ b. er aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikba
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de kapitein van afgifte afzien, indien aan boord van het schip voldoende afzonderlijke opslagcapaciteit beschikbaar is voor al het scheepsafval dat reeds aan boord is en nog tijdens de voorgenomen reis van het schip zal ontstaan.
**3.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen.
**3.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen en schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 12e
@ -322,7 +328,7 @@ b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen, in bij di
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de kapitein van een schip dat een haven aandoet waar overwegend gelegenheid wordt geboden voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van zeegaande pleziervaartuigen en die niet is aangewezen krachtens artikel 6, met dien verstande dat in een dergelijke haven de afgifte geschiedt bij de daartoe bestemde voorziening.
**3.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen.
**3.** Dit artikel is ook van toepassing op buitenlandse schepen en schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Paragraaf 4. Verlaten van een haven
@ -352,7 +358,7 @@ b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen, in bij di
### Artikel 14
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de divisie Scheepvaart. Zij oefenen ten aanzien van Nederlandse schepen hun taak overal ter wereld uit.
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de divisie Scheepvaart. Zij oefenen ten aanzien van Nederlandse schepen en schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES hun taak overal ter wereld uit.
**2.** Met het toezicht op de naleving, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast de bij besluit van Onze Minister voor bepaalde taken aangewezen ambtenaren van andere diensttakken. Indien deze ambtenaren ressorteren onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen door Onze Minister en de Minister van het andere ministerie tezamen.
@ -402,6 +408,8 @@ i. indien de ambtenaar wordt belemmerd in de uitoefening van zijn taak.
**2.** Het eerste lid, onderdelen e, f, g en i, is van overeenkomstige toepassing op een buitenlands schip, dat zich in een Nederlandse haven bevindt.
**3.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 21
Een ambtenaar van de divisie Scheepvaart is bevoegd een buitenlands schip, dat zich in een Nederlandse haven bevindt en dat de vlag voert van een staat die partij is het Verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld, aan te houden indien daartoe een verzoek wordt gedaan door de bevoegde autoriteiten van de vlaggestaat van dit schip wegens een overtreding van de in die staat ter uitvoering van het desbetreffende verdrag gestelde wettelijke regels.
@ -430,6 +438,8 @@ Afdeling 5.3.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de in
**5.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een buitenlands schip, dat zich in een Nederlandse haven bevindt.
**6.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES.
### Artikel 24
De ambtenaren van de divisie Scheepvaart zijn bevoegd ter uitvoering en handhaving van de aanhouding de nodige maatregelen te nemen en de nodige aanwijzingen te geven.
@ -559,6 +569,26 @@ Het bevel is dadelijk uitvoerbaar en wordt onverwijld aan de kapitein betekend.
**5.** Het eerste lid is ook van toepassing op buitenlandse schepen, voorzover de in dat lid bedoelde voorschriften zich mede richten tot buitenlandse schepen.
### Artikel 37a
**1.**
Ten aanzien van handelingen door schepen als bedoeld in artikel 2 van de Vaartuigenwet 1930 BES geldt het volgende:
a. Handelingen in strijd met de voorschriften gesteld krachtens de artikelen 5, eerste lid, en 12, eerste, zesde, zevende en achtste lid, van deze wet, voor zover opzettelijk begaan, zijn misdrijven en worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
b. Handelingen als bedoeld in onderdeel a, die geen misdrijven zijn, zijn overtredingen en worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
c. Handelingen in strijd met de voorschriften gesteld krachtens de artikelen 10, eerste lid, en 11, eerste lid, en de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 11, tweede lid, van deze wet, voor zover opzettelijk begaan, zijn misdrijven en worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
d. Handelingen als bedoeld in onderdeel b, die geen misdrijven zijn, zijn overtredingen en worden gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
**2.**
Als bijkomende straf kan worden opgelegd:
a. gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin de overtreding is begaan voor een tijd van ten hoogste een jaar; of,
b. verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel 35 van het Wetboek van Strafvordering BES.
**3.** Met het opsporen van de in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren, belast de door Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister, aangewezen ambtenaren.
## Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
### Artikel 38