From fcb3311be48669018d265a8a29edcf3c5c18d446 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Nov 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-11-01 | BWBR0002672 | Wet op de vennootschapsbelasting 1969 --- wet/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969/BWBR0002672/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969/BWBR0002672/README.md b/wet/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969/BWBR0002672/README.md index e2820525d52..b833bec970c 100644 --- a/wet/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969/BWBR0002672/README.md +++ b/wet/wet-op-de-vennootschapsbelasting-1969/BWBR0002672/README.md @@ -1432,7 +1432,7 @@ b. deze natuurlijk persoon of rechtspersoon een positie in aandelen, winstbewijz Voor de toepassing van het tweede lid: -a. kan van een samenstel van transacties eveneens sprake zijn ingeval transacties zijn aangegaan op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een gereglementeerde effectenbeurs die gelegen of werkzaam is in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie; +a. kan van een samenstel van transacties eveneens sprake zijn ingeval transacties zijn aangegaan op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht vergelijkbaar systeem dat gelegen of werkzaam is in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie; b. wordt met een samenstel van transacties gelijkgesteld een transactie die betrekking heeft op de enkele verwerving van een of meer dividendbewijzen of op de vestiging van kortlopende genotsrechten op aandelen. **4.** De dividendbelasting die op grond van artikel 9.2, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet als voorheffing in aanmerking wordt genomen, wordt als voorheffing aangewezen van de kredietinstelling, bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, indien die instelling een bedrag ter grootte van die dividendbelasting overmaakt naar de geblokkeerde rekening van degene bij wie die dividendbelasting niet als voorheffing in aanmerking wordt genomen. De dividendbelasting die op grond van artikel 9.2, vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet als voorheffing in aanmerking wordt genomen, wordt als voorheffing aangewezen van de beheerder van de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 19g, derde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, indien die beheerder een bedrag ter grootte van die dividendbelasting aanwendt ter verkrijging van een of meer geblokkeerde rechten van deelneming in die instelling ten behoeve van degene bij wie die dividendbelasting niet als voorheffing in aanmerking wordt genomen.