2009-04-01 | BWBR0023160 | Besluit vaststelling eenmalige uitkering 2007/2008 en wijziging enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie alsmede invoering flexibel personeelssysteem voor de krijgsmacht)
This commit is contained in:
parent
a73eb68975
commit
fcc4fc37b9
1 changed files with 3 additions and 3 deletions
|
|
@ -24,7 +24,7 @@ De navolgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering 2007 ter g
|
|||
|
||||
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2007 in werkelijke dienst was alsmede de ambtenaar op 1 december 2007 was aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
|
||||
b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die in het jaar 2007 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
|
||||
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 december 2007 in dienst was van het Ministerie van Defensie;
|
||||
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 december 2007 in dienst was van het Ministerie van Defensie;
|
||||
d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 december 2007 in het genot waren van wachtgeld ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
|
||||
e. de gewezen militair die op 1 december 2007 een uitkering genoot op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede de gewezen ambtenaar die op 1 december 2007 een uitkering genoot op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -52,7 +52,7 @@ De navolgende betrokkenen hebben aanspraak op een eenmalige uitkering 2008 ter g
|
|||
|
||||
a. de militair aangesteld bij het beroepspersoneel met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2008 in werkelijke dienst is alsmede de ambtenaar die op 1 december 2008 in burgerlijke openbare dienst is om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;
|
||||
b. de militair aangesteld bij het reservepersoneel die in het jaar 2008 met aanspraak op bezoldiging in werkelijke dienst is geweest;
|
||||
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 december 2008 in dienst is van het Ministerie van Defensie;
|
||||
c. de ambtenaar aangesteld in burgerlijke openbare dienst die op 1 december 2008 in dienst is van het Ministerie van Defensie;
|
||||
d. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal en de gewezen ambtenaar, die op 1 december 2008 in het genot zijn van wachtgeld ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie;
|
||||
e. de gewezen militair die op 1 december 2008 een uitkering geniet op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen alsmede de gewezen ambtenaar die op 1 december 2008 een uitkering geniet op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
|
||||
|
||||
|
|
@ -80,7 +80,7 @@ e. voor de betrokkenen bedoeld in het eerste lid, onder e, de over de maand dece
|
|||
|
||||
**3.** De gewezen militair bedoeld in het tweede lid heeft aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering gedurende de periode dat hij aanspraak heeft op een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen. De gewezen militair heeft in enig jaar hetzij aanspraak op de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering hetzij op de in het tweede lid bedoelde jaarlijkse nominale uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** De militair die op 31 december 2005 één of meer gezinsleden had als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c en e, van de Regeling ziektekostenverzekering militairen zoals die regeling luidde op 31 december 2005, welke gezinsleden op die datum voor ziektekosten waren verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, heeft per desbetreffend gezinslid aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300. De aanspraak op deze uitkering vervalt op het moment dat het gezinslid niet meer voldoet aan de op 31 december 2005 geldende voorwaarden voor het voor ziektekosten verzekerd zijn bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht. De aanspraak op de uitkering wordt per gezinslid vastgesteld aan de hand van de situatie per 1 januari van enig jaar.
|
||||
**4.** De militair die op 31 december 2005 één of meer gezinsleden had als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c en e, van de Regeling ziektekostenverzekering militairen zoals die regeling luidde op 31 december 2005, welke gezinsleden op die datum voor ziektekosten waren verzekerd bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht, heeft per desbetreffend gezinslid aanspraak op een jaarlijkse nominale bruto uitkering ter grootte van € 300. De aanspraak op deze uitkering vervalt op het moment dat het gezinslid niet meer voldoet aan de op 31 december 2005 geldende voorwaarden voor het voor ziektekosten verzekerd zijn bij de Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht. De aanspraak op de uitkering wordt per gezinslid vastgesteld aan de hand van de situatie per 1 januari van enig jaar.
|
||||
|
||||
**5.** De in dit artikel bedoelde uitkeringen hebben geen algemeen karakter en maken geen deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairen dan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue