2010-01-01 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
a66c441a11
commit
fd3e96f20c
1 changed files with 60 additions and 57 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Wet educatie en beroepsonderwijs
|
|||
bwb_id: BWBR0007625
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1999-10-06'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-12-17'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007625
|
||||
citeertitel: Wet educatie en beroepsonderwijs
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -58,15 +58,15 @@ w. bevoegd gezag:
|
|||
3. wat een instelling als bedoeld in de artikelen 1.4.1 dan wel 1.4a.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
|
||||
4. wat een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
|
||||
x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.8.1;
|
||||
y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
|
||||
z. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;
|
||||
aa. personeel:
|
||||
y. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;
|
||||
z. personeel:
|
||||
|
||||
1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven;
|
||||
2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 3.1.2, 3.2.1, 3.3.1, 4.1.1, 4.1.2 tot en met 4.1.6, 4.3.1 tot en met 4.3.5, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
|
||||
bb. uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget;
|
||||
cc. sociaal-fiscaalnummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
dd. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 9f van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank.
|
||||
aa. uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget;
|
||||
bb. sociaal-fiscaalnummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder k, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
cc. meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
dd. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -92,7 +92,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 1.3.1
|
||||
|
||||
**1.** Aan regionale opleidingencentra worden opleidingen educatie en beroepsonderwijs verzorgd.
|
||||
**1.** Aan regionale opleidingencentra worden opleidingen beroepsonderwijs verzorgd en worden tot op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip opleidingen educatie verzorgd. Vanaf het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, kunnen aan regionale opleidingencentra opleidingen educatie worden verzorgd.
|
||||
|
||||
**2.** Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van artikel 2.1.1 voor bekostiging in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -483,11 +483,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.3
|
||||
|
||||
De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt op grond van de Wet participatiebudget waaruit een bedrag moet worden besteed bij regionale opleidingencentra als bedoeld in artikel 12 van de Wet participatiebudget, besluit voor 1 november 2009 ten behoeve van het kalenderjaar 2010 welk deel van die uitkering zal worden bestemd voor educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
|
||||
De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt op grond van de Wet participatiebudget waaruit een bedrag moet worden besteed bij regionale opleidingencentra als bedoeld in artikel 14 van de Wet participatiebudget, besluit jaarlijks voor 1 november tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar, welk deel van die uitkering zal worden bestemd voor educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Tot 1 januari 2011 berust in afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht de betaling van de bedragen aan de regionale opleidingencentra voor opleidingen educatie op een door het college met het bevoegd gezag van het desbetreffende regionale opleidingencentrum gesloten overeenkomst of overeenkomsten. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
**1.** Tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip berust in afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht de betaling van de bedragen aan de regionale opleidingencentra voor opleidingen educatie op een door het college met het bevoegd gezag van het desbetreffende regionale opleidingencentrum gesloten overeenkomst of overeenkomsten. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,7 +520,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding educatie aan de Informatie Beheer Groep, tezamen de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een opleiding educatie aan Onze Minister, tezamen de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
|
||||
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
|
||||
b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
|
||||
|
|
@ -539,7 +539,7 @@ l. indien van toepassing de reden van uitstroom.
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
|
||||
**5.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -549,19 +549,22 @@ l. indien van toepassing de reden van uitstroom.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.6b
|
||||
|
||||
**1.** De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid, op in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. De Informatie Beheer Groep kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onze Minister kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6c
|
||||
|
||||
**1.** De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan Onze Minister de gegevens inzake educatie die Onze Minister nodig heeft voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan de inspectie de gegevens inzake educatie die de inspectie nodig heeft voor het toezicht op het onderwijs.
|
||||
Gegevens inzake educatie uit het basisregister onderwijs kunnen worden gebruikt door:
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, worden op een zodanige wijze verstrekt, dat de deelnemers aan een opleiding educatie niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de begrotings- en beleidsvoorbereiding;
|
||||
b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan ten behoeve van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds het persoonsgebonden nummer van een deelnemer gebruiken in het verkeer met een instelling.
|
||||
**2.** Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een opleiding educatie.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en tweede lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.3.6d
|
||||
|
||||
|
|
@ -569,7 +572,7 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik
|
|||
|
||||
a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
c. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
c. verwerking van de gegevens, bedoeld in 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in onderdeel a, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Titel 4. Bekostiging van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
|
||||
|
||||
|
|
@ -679,7 +682,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een beroepsopleiding aan de Informatie Beheer Groep, tezamen met de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
Het bevoegd gezag verstrekt het persoonsgebonden nummer van iedere deelnemer aan een beroepsopleiding aan Onze Minister, tezamen met de volgende gegevens van de deelnemer:
|
||||
|
||||
a. geslacht, geboortedatum en postcode van de woonplaats;
|
||||
b. de datum van inschrijving of einde inschrijving;
|
||||
|
|
@ -705,7 +708,7 @@ o. indien van toepassing de reden van uitstroom.
|
|||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 8.1.8, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
|
||||
**7.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**8.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds.
|
||||
|
||||
|
|
@ -715,31 +718,34 @@ o. indien van toepassing de reden van uitstroom.
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.5b
|
||||
|
||||
**1.** De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, op in het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van artikel 2.5.5c, eerste lid, kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
**1.** Onze Minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze Minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd artikel 2.5.5c, tweede lid, kan Onze Minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Informatie Beheer Groep naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in het eerste lid, redenen heeft om aan te nemen dat een bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet, meldt zij dit aan Onze Minister. Indien Onze Minister een onderzoek door de inspectie nodig acht, verstrekt de Informatie Beheer Groep ten behoeve van dit onderzoek de persoonsgebonden nummers en andere gegevens van deelnemers aan een beroepsopleiding aan de inspectie. De inspectie meldt de uitkomst van het onderzoek aan Onze Minister en de Informatie Beheer Groep. Indien de inspectie constateert dat het bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet, meldt zij de uitkomst van het onderzoek aan Onze Minister, tezamen met de voor die uitkomst relevante gegevens die aan de inspectie werden verstrekt.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister naar aanleiding van de toetsing, bedoeld in het eerste lid, redenen heeft om aan te nemen dat een bevoegd gezag in strijd handelt of heeft gehandeld met het bepaalde bij of krachtens deze wet en een onderzoek daarnaar door de inspectie nodig acht, verstrekt Onze Minister ten behoeve van dit onderzoek de persoonsgebonden nummers en andere gegevens van deelnemers aan een beroepsopleiding aan de inspectie. De inspectie meldt de uitkomst van het onderzoek aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5c
|
||||
|
||||
**1.** De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan Onze Minister de gegevens inzake beroepsonderwijs die Onze Minister nodig heeft voor de bekostiging van instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding. Voorzover de door het bevoegd gezag aan de Informatie Beheer Groep verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken. De Informatie Beheer Groep neemt in dat geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens op in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, aan de inspectie de gegevens inzake beroepsonderwijs die de inspectie nodig heeft voor het toezicht op het onderwijs.
|
||||
Gegevens inzake beroepsonderwijs uit het basisregister onderwijs kunnen worden gebruikt door:
|
||||
|
||||
**3.** Onverminderd artikel 2.5.5b, derde lid, worden de gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op een zodanige wijze verstrekt, dat de deelnemers aan een beroepsopleiding niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
a. Onze Minister voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de bekostiging van instellingen en de begrotings- en beleidsvoorbereiding;
|
||||
b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van het toezicht op het onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Voor zover de door het bevoegd gezag op grond van artikel 2.5.5a verstrekte gegevens naar het oordeel van Onze Minister onjuist of onvolledig zijn, kan Onze Minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van deze gegevens afwijken, in welk geval de door Onze Minister vastgestelde gewijzigde gegevens worden opgenomen in het basisregister onderwijs, nadat het desbetreffende besluit tot vaststelling van de bekostiging onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**3.** Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, ziet uitsluitend op gegevens die niet herleid of herleidbaar zijn tot individuele deelnemers aan een beroepsopleiding, onverminderd artikel 2.5.5b, derde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de desbetreffende gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden Onze Minister gegevens als bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, kan gebruiken tezamen met het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling, alsmede welke gegevens dit gebruik kan betreffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5d
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is bevoegd het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, te raadplegen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens als bedoeld in artikel 2.5.5a, tweede lid, Onze Minister kan raadplegen tezamen met het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt voorts bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden Onze Minister het basisregister onderwijs kan raadplegen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding gebruiken in het verkeer met die instelling, al dan niet tezamen met de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan ten behoeve van de uitvoering van subsidieregelingen van het Europees Sociaal Fonds het persoonsgebonden nummer van een deelnemer gebruiken in het verkeer met een instelling.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.5e
|
||||
|
||||
|
|
@ -748,7 +754,7 @@ Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik
|
|||
a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de Leerplichtwet 1969;
|
||||
b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin;
|
||||
c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin;
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
d. verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht en in artikel 8.1.8a, vierde lid, bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -1882,12 +1888,11 @@ d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b
|
|||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. De toelating tot de opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen c en d, staat niet open voor volwassenen die:
|
||||
De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. De toelating tot de opleidingen educatie, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen c en d, staat tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip niet open voor volwassenen die:
|
||||
|
||||
a. inburgeringsplichtig zijn in de zin van artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet inburgering, of
|
||||
b. behoren tot de categorie personen voor wie bij regeling van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie per 1 januari 2007 een voorziening in het kader van inburgering is getroffen en die niet in het kader van die regeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, hebben afgelegd.
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.3.4, in acht.
|
||||
a. inburgeringsplichtig zijn in de zin van artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet inburgering,
|
||||
b. behoren tot de categorie personen voor wie bij regeling van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie per 1 januari 2007 een voorziening in het kader van inburgering is getroffen en die niet in het kader van die regeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, hebben afgelegd, of
|
||||
c. vrijwillige inburgeraar zijn in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel r, van de Wet inburgering en die niet het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, hebben afgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1895,13 +1900,13 @@ Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkoms
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
|
||||
|
||||
**3.** Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het leerlingadministratienummer.
|
||||
**3.** Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan Onze Minister de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats en, indien aanwezig, het leerlingadministratienummer.
|
||||
|
||||
**4.** De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het burgerservicenummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het burgerservicenummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door Onze Minister uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag neemt de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
|
||||
|
||||
**6.** Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn burgerservicenummer, neemt het bevoegd gezag dit burgerservicenummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het burgerservicenummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
|
||||
**6.** Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn burgerservicenummer, neemt het bevoegd gezag dit burgerservicenummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan Onze Minister onder opgave van het burgerservicenummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -1962,13 +1967,13 @@ b. dat de deelnemer binnen 8 weken na de aanvang van de periode van 5 weken geen
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag stelt tevens uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van 8 weken vast of de deelnemer voor het einde van die periode weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan de Informatie Beheer Groep de deelnemer die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt het indien die deelnemer voor het einde van de periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen de datum ervan.
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag meldt uiterlijk de vijfde werkdag na afloop van een periode van 8 weken aan Onze Minister de deelnemer die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken zonder opgave van geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen. Tevens meldt het indien die deelnemer voor het einde van de periode van 8 weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen de datum ervan.
|
||||
|
||||
**6.** De periode van 5 weken en de periode van 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd. Zij wordt geacht niet te zijn onderbroken door deze vakantieweken.
|
||||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vijfde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokken deelnemer aan de Informatie Beheer Groep zijn verstrekt aan deze betrokkene. Het bevoegd gezag geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in het eerste lid, gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of voor de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten van betrokkene op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene tegen de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, open staat.
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vijfde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokken deelnemer aan Onze Minister zijn verstrekt aan deze betrokkene. Het bevoegd gezag geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in het eerste lid, gevolgen heeft voor de studiefinanciering van betrokkene op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of voor de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten van betrokkene op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene tegen de mededeling, bedoeld in het vijfde lid, open staat.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het bevoegd gezag van een bijzondere instelling aan de Informatie Beheer Groep de in het vijfde lid bedoelde mededeling heeft gedaan, kan de deelnemer binnen 6 weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het zevende lid, bij het bevoegd gezag schriftelijk bedenkingen uiten tegen die mededeling.
|
||||
**8.** Indien het bevoegd gezag van een bijzondere instelling aan Onze Minister de in het vijfde lid bedoelde mededeling heeft gedaan, kan de deelnemer binnen 6 weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het zevende lid, bij het bevoegd gezag schriftelijk bedenkingen uiten tegen die mededeling.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -1992,17 +1997,17 @@ c. die bij de instelling wordt verwijderd.
|
|||
|
||||
### Artikel 8.1.8a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan de Informatie Beheer Groep van de gegevens van degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, en die het onderwijs of de educatie aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan Onze Minister van de gegevens van degene die voldoet aan artikel 8.1.8, eerste lid, onderdelen a en b, en die het onderwijs of de educatie aan de instelling gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt.
|
||||
|
||||
**2.** De Informatie Beheer Groep neemt de op grond van dit artikel door het bevoegd gezag verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
**2.** Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door het bevoegd gezag verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
|
||||
**3.** De Informatie Beheer Groep bericht burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft onverwijld na ontvangst van de opgave, bedoeld in het eerste lid, dat een zodanige opgave heeft plaatsgevonden.
|
||||
**3.** Onze Minister bericht burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft onverwijld na ontvangst van de opgave, bedoeld in het eerste lid, dat een zodanige opgave heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim aan het betrokken bevoegd gezag en aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft de ter zake van die betrokkene geregistreerde gegevens.
|
||||
**4.** Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim aan het betrokken bevoegd gezag en aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft de ter zake van die betrokkene geregistreerde gegevens.
|
||||
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft melden aan de Informatie Beheer Groep telkens de status van de behandeling van de ter zake van de betrokkene gedane opgave, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**5.** Burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft melden aan Onze Minister telkens de status van de behandeling van de ter zake van de betrokkene gedane opgave, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** De Informatie Beheer Groep neemt de op grond van dit artikel door burgemeester en wethouders verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
**6.** Onze Minister neemt de op grond van dit artikel door burgemeester en wethouders verstrekte gegevens op in het meldingsregister relatief verzuim.
|
||||
|
||||
**7.** Het betrokken bevoegd gezag en burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft, zijn bevoegd het meldingsregister relatief verzuim te raadplegen voor zover het betreft de ter zake van die betrokkene geregistreerde gegevens.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2069,7 +2074,7 @@ b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven a
|
|||
|
||||
### Artikel 8.3.2
|
||||
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 8.1.8a of op grond van artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
|
||||
**1.** Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge artikel 8.1.8 heeft gemeld of waarover zij op grond van artikel 8.1.8a of op grond van artikel 24f, derde en vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht beschikken. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in artikel 8.3.1 bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969. Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, scholen en instellingen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2115,6 +2120,8 @@ c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, regist
|
|||
|
||||
**2.** Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan artikel 10b9 van de Wet op het voorgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8a. Medezeggenschap van deelnemers en ouders; landelijke geschillencommissie medezeggenschap
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Het bestuur
|
||||
|
||||
### Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
|
||||
|
|
@ -2363,10 +2370,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue