2022-12-02 | BWBR0029172 | Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing

This commit is contained in:
Coornhert 2022-12-02 12:00:00 +00:00
parent b41198bbaa
commit fd8215fa97

View file

@ -11,13 +11,13 @@ citeertitel: Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbedi
# Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing
*In dit besluit is het besluit van 18 juli 2008, nr. CPP2008/1425M geactualiseerd naar aanleiding van de herziening van Successiewet 1956 per 1 januari 2010. De wijzigingen (in de terminologie) per 1 januari 2010 zijn verwerkt. Door de herziening is onderdeel 9 (premieaftrek) vervallen. Dat wordt nader toegelicht in onderdeel 1 onder Wijzigingen per 2010. Onderdeel 11 (Heffing van erfbelasting en inkomstenbelasting bij ongevalsuitkeringen ineens) is niet meer opgenomen in dit besluit. Dat onderdeel is in het besluit over vrijstellingen opgenomen.*
*In dit besluit is het besluit van 18 juli 2008, nr. CPP2008/1425M geactualiseerd naar aanleiding van de herziening van Successiewet 1956 per 1 januari 2010. De wijzigingen (in de terminologie) per 1 januari 2010 zijn verwerkt. Door de herziening is onderdeel 9 (premieaftrek) vervallen. Dat wordt nader toegelicht in onderdeel 1 onder Wijzigingen per 2010. Onderdeel 11 (Heffing van erfbelasting en inkomstenbelasting bij ongevalsuitkeringen ineens) is niet meer opgenomen in dit besluit. Dat onderdeel is in het besluit over vrijstellingen opgenomen.*
## 1. Inleiding
Dit besluit bevat het beleid over de toepassing van artikel 13 van de Successiewet. Verkrijgingen krachtens levensverzekering of derdenbeding als gevolg van of na het overlijden van een persoon gelden civielrechtelijk niet als erfrechtelijke verkrijgingen. Ze zijn materieel gezien wel gelijk te stellen aan erfrechtelijke verkrijgingen. Deze verkrijgingen worden als fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de heffing van erfbelasting betrokken (artikel 13 van de Successiewet).
In het kader van de herziening van de Successiewet is artikel 13 gewijzigd. Artikel 23 (premieaftrek) is vervallen per 1 januari 2010. Vanaf 2010 geldt voor artikel 13 het uitgangspunt dat een verzekeringsuitkering door overlijden van de erflater, is belast voor zover de verkrijging kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater. De uitwerking wordt toegelicht aan de hand van het voorbeeld van een echtpaar dat is gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. De echtgenoten hebben een levensverzekering gesloten die uitkeert bij het overlijden van één van hen. De premies zijn uit de gemeenschap betaald. Één van de echtgenoten komt te overlijden, waardoor de verzekering uitkeert.
In het kader van de herziening van de Successiewet is artikel 13 gewijzigd. Artikel 23 (premieaftrek) is vervallen per 1 januari 2010. Vanaf 2010 geldt voor artikel 13 het uitgangspunt dat een verzekeringsuitkering door overlijden van de erflater, is belast voor zover de verkrijging kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater. De uitwerking wordt toegelicht aan de hand van het voorbeeld van een echtpaar dat is gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. De echtgenoten hebben een levensverzekering gesloten die uitkeert bij het overlijden van één van hen. De premies zijn uit de gemeenschap betaald. Één van de echtgenoten komt te overlijden, waardoor de verzekering uitkeert.
Voor de uitkering is de helft van de betaalde premies ontrokken aan het vermogen van de erflater (artikel 23 van de Successiewet, zoals dat gold tot 2010). Tot 2010 werd dan de gehele uitkering belast met successierecht (afgezien van de partnervrijstelling). Er was voor de uitkering immers «iets» aan het vermogen van de erflater onttrokken. Op de uitkering kon de helft van de betaalde premies in mindering worden gebracht, want dat deel van de premies is afkomstig uit het vermogen van de langstlevende echtgenoot/begunstigde.
@ -37,7 +37,7 @@ Voor artikel 13 van de Successiewet is van belang of door premiesplitsing voor d
### . Rapport van Verbond van Verzekeraars over premiesplitsing in verband met erfbelasting
Naar aanleiding van het toenmalige premiesplitsingsbesluit heeft het Verbond van Verzekeraars een rapport opgesteld over premiesplitsing voor de Successiewet. Over de inhoud van dit rapport (Premiesplitsing i.v.m. successierecht d.d. 24 juni 1999) is overleg gevoerd met de Belastingdienst. Het rapport bevat naast methoden voor premiesplitsing ook een aantal meer juridische onderwerpen die eveneens betrekking hebben op de premiesplitsing. De uitgangspunten van het rapport kunnen worden gevolgd, ook voor zover die niet direct betrekking hebben op de actuariële premiesplitsing. De nog geldende toezeggingen en goedkeuringen uit het rapport zijn opgenomen in dit besluit.
Naar aanleiding van het toenmalige premiesplitsingsbesluit heeft het Verbond van Verzekeraars een rapport opgesteld over premiesplitsing voor de Successiewet. Over de inhoud van dit rapport (Premiesplitsing i.v.m. successierecht d.d. 24 juni 1999) is overleg gevoerd met de Belastingdienst. Het rapport bevat naast methoden voor premiesplitsing ook een aantal meer juridische onderwerpen die eveneens betrekking hebben op de premiesplitsing. De uitgangspunten van het rapport kunnen worden gevolgd, ook voor zover die niet direct betrekking hebben op de actuariële premiesplitsing. De nog geldende toezeggingen en goedkeuringen uit het rapport zijn opgenomen in dit besluit.
### 2.1. Belangrijke elementen
@ -51,7 +51,7 @@ Voor de beantwoording van de vraag of er iets is onttrokken aan het vermogen van
### 2.2. Verschuldigdheid
Bij de beoordeling van de vraag of voor een verzekeringsuitkering een onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden, is onder meer van belang door wie de verzekeringspremie aan de verzekeraar verschuldigd was. Volgens vaste jurisprudentie wordt aangesloten bij de verschuldigdheid van de premie, en niet bij de betaling. Het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 1954, BNB 1954/140, geldt volgens latere uitspraken van gerechtshoven nog steeds als leidraad.
Bij de beoordeling van de vraag of voor een verzekeringsuitkering een onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden, is onder meer van belang door wie de verzekeringspremie aan de verzekeraar verschuldigd was. Volgens vaste jurisprudentie wordt aangesloten bij de verschuldigdheid van de premie, en niet bij de betaling. Het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 1954, BNB 1954/140, geldt volgens latere uitspraken van gerechtshoven nog steeds als leidraad.
Met verschuldigdheid van premie wordt in dit kader bedoeld verschuldigdheid aan de verzekeraar. De verschuldigdheid moet zijn overeengekomen tussen de verzekeraar en degene die premie verschuldigd is (hierna: de premieplichtige). Indien er twee of meer premieplichtigen zijn, blijkt de verschuldigdheid van premie door elk van hen uit:
@ -68,9 +68,9 @@ Uitgangspunt is dat duidelijk is welke premie voor rekening van welke persoon ko
Alle premieplichtigen die zijn betrokken bij de verzekeringsovereenkomst gaan ermee akkoord dat de door hen verschuldigde premie wordt geïncasseerd bij de (eerste) verzekeringnemer.
De premieplichtige voor het overlijdensdeel verzoekt de verzekeraar zich voor de incasso van de door hem verschuldigde premie te richten tot de (eerste) verzekeringnemer. De (eerste) verzekeringnemer verklaart zich akkoord met deze wijze van incasso.
Na elke mutatie van de verzekeringsovereenkomst worden de verklaringen opnieuw door de premieplichtingen afgelegd en door de betrokkenen akkoord bevonden.
De hiervoor genoemde afgegeven verklaringen zijn ook van toepassing na elke mutatie van de verzekering, tenzij de mutatie meebrengt dat die verklaringen niet meer in die vorm kunnen worden uitgevoerd of één of alle premieplichtigen bij de verzekeraar aangeven van deze eerder afgelegde verklaringen te willen afwijken. In dat geval worden de verklaringen opnieuw door de premieplichtingen afgelegd en door de betrokkenen akkoord bevonden.
Voor verzekeringen die zijn afgesloten voor 1 juli 2000, heeft de wijze van premie-incasso geen gevolgen voor de premiesplitsing.
Voor verzekeringen die zijn afgesloten voor 1 juli 2000, heeft de wijze van premie-incasso geen gevolgen voor de premiesplitsing.
### 2.3. Betaling
@ -104,7 +104,7 @@ Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het beding dat bij overlijden van ee
#### 2.5.5. Beperkte gemeenschap van goederen
Bij een beperkte gemeenschap van goederen zal aan de hand van de huwelijksvoorwaarden vastgesteld moeten worden of de premie ten laste is gekomen van het gemeenschappelijke vermogen of ten laste van het privé-vermogen van de echtgenoot van de erflater. Bij een gemeenschap van vruchten en inkomsten wordt ervan uitgegaan dat de premie indien niet anders is bepaald als een huishoudschuld ten laste komt van het gemeenschappelijke vermogen. De helft van de premie is dan onttrokken aan het vermogen van de erflater.
Bij een beperkte gemeenschap van goederen zal aan de hand van de huwelijksvoorwaarden vastgesteld moeten worden of de premie ten laste is gekomen van het gemeenschappelijke vermogen of ten laste van het privé-vermogen van de echtgenoot van de erflater. Bij een gemeenschap van vruchten en inkomsten wordt ervan uitgegaan dat de premie indien niet anders is bepaald  als een huishoudschuld ten laste komt van het gemeenschappelijke vermogen. De helft van de premie is dan onttrokken aan het vermogen van de erflater.
#### 2.5.6. Samenlevingscontract
@ -252,36 +252,36 @@ Bij een lopende verzekering met een premiesplitsing die niet voldoet aan de voor
### 6.1. Goedkeuring. Overgangsregeling
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat verzekeringen die zijn gewijzigd vóór 1 juli 2000, voor de heffing van erfbelasting worden beoordeeld aan de hand van de toen gewijzigde polisvoorwaarden. Een gedagtekend aanvraagformulier dat door alle premieplichtigen is ondertekend is in dit kader niet vereist. Voor de beoordeling van de vraag of voor de overlijdensuitkering sprake is van een onttrekking aan het vermogen van de erflater geldt de premiesplitsing zoals deze geldt na de wijziging. Verrekening van premie is in dit geval niet nodig. De goedkeuring geldt voor de volgende gevallen.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat verzekeringen die zijn gewijzigd vóór 1 juli 2000, voor de heffing van erfbelasting worden beoordeeld aan de hand van de toen gewijzigde polisvoorwaarden. Een gedagtekend aanvraagformulier dat door alle premieplichtigen is ondertekend is in dit kader niet vereist. Voor de beoordeling van de vraag of voor de overlijdensuitkering sprake is van een onttrekking aan het vermogen van de erflater geldt de premiesplitsing zoals deze geldt na de wijziging. Verrekening van premie is in dit geval niet nodig. De goedkeuring geldt voor de volgende gevallen.
### 6.2. Premieverschuldigdheid was niet goed geregeld
Dit betreft de volgende situatie. Uit de polis of een bijbehorend clausuleblad blijkt dat de partijen hebben beoogd de premie voor de overlijdensuitkering ten laste te laten komen van een andere persoon dan de verzekerde. Partijen zijn wel overeengekomen dat die andere persoon de premie van de overlijdensuitkering zal betalen en hebben zo ook gehandeld. De verschuldigdheid van de premie door die persoon was echter niet goed geregeld.
Voor deze situatie keur ik goed dat de overeenkomst van levensverzekering op het punt van de verschuldigdheid geacht wordt vanaf het moment van aangaan van de oorspronkelijke overeenkomst juist te zijn geredigeerd. De overeenkomst moet vóór 1 juli 2000 zodanig zijn gewijzigd dat de verschuldigdheid van de premie voor alle premieplichtigen blijkt uit de polis of een bij de polis behorend clausuleblad.
Voor deze situatie keur ik goed dat de overeenkomst van levensverzekering op het punt van de verschuldigdheid geacht wordt vanaf het moment van aangaan van de oorspronkelijke overeenkomst juist te zijn geredigeerd. De overeenkomst moet vóór 1 juli 2000 zodanig zijn gewijzigd dat de verschuldigdheid van de premie voor alle premieplichtigen blijkt uit de polis of een bij de polis behorend clausuleblad.
### 6.3. Premiesplitsing was niet goed geregeld
De partijen bij een overeenkomst van levensverzekering zijn blijkens de polis of een bijbehorend clausuleblad een onjuiste premiesplitsing overeengekomen.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat, bij aanpassing vóór 1 juli 2000 naar een juiste premiesplitsing, de premiesplitsing voor de overeenkomst van levensverzekering wordt geacht vanaf het moment van aangaan van de oorspronkelijke overeenkomst juist te zijn geredigeerd.
Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) goed dat, bij aanpassing vóór 1 juli 2000 naar een juiste premiesplitsing, de premiesplitsing voor de overeenkomst van levensverzekering wordt geacht vanaf het moment van aangaan van de oorspronkelijke overeenkomst juist te zijn geredigeerd.
### 6.4. Premieverschuldigdheid en premiesplitsing waren niet goed geregeld
Als voor een overeenkomst van levensverzekering zowel de premieverschuldigdheid als de premiesplitsing niet goed was geregeld gelden beide goedkeuringen.
### 6.5. Aanpassing ná 1 juli 2000
### 6.5. Aanpassing ná 1 juli 2000
Bij aanpassing ná 1 juli 2000 geldt de overgangsregeling van onderdeel 6.1 niet. Hierop gelden de volgende uitzonderingen:
Bij aanpassing ná 1 juli 2000 geldt de overgangsregeling van onderdeel 6.1 niet. Hierop gelden de volgende uitzonderingen:
Lopende winstdelende verzekeringen die vóór 1 juli 2000 zijn afgesloten. Als de premie voor de hoofdverzekeringsvorm correct is gesplitst, met uitzondering van de winstdeling, geldt het volgende. Aanpassing hoeft pas plaats te vinden op het moment dat de verzekering een wijziging (mutatie) ondergaat.
Lopende spaarhypotheekverzekeringen die vóór 1 juli 2000 zijn afgesloten. Aanpassing hoeft pas plaats te vinden bij de eerste renteherziening of andere mutatie.
Lopende winstdelende verzekeringen die vóór 1 juli 2000 zijn afgesloten. Als de premie voor de hoofdverzekeringsvorm correct is gesplitst, met uitzondering van de winstdeling, geldt het volgende. Aanpassing hoeft pas plaats te vinden op het moment dat de verzekering een wijziging (mutatie) ondergaat.
Lopende spaarhypotheekverzekeringen die vóór 1 juli 2000 zijn afgesloten. Aanpassing hoeft pas plaats te vinden bij de eerste renteherziening of andere mutatie.
Indien een hiergenoemde winstdelende- of spaarhypotheekverzekering door overlijden van de verzekerde tot uitkering komt vóórdat een renteherziening mogelijk was of andere mutatie heeft plaatsgevonden zal voor de heffing van erfbelasting gehandeld worden alsof de verzekering was aangepast aan de eisen voor premiesplitsing.
### 6.6. Geen premiesplitsing/ontoereikend huwelijksgoederenregime of samenlevingscontract
Als tot 1 juli 2000 geen premiesplitsing was overeengekomen en men alsnog een premiesplitsing wenst overeen te komen, geldt geen overgangsregeling. Ook voor situaties waarin het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract de constructie niet kan dragen geldt er geen overgangsregeling. Bij aanpassing van het huwelijksgoederenregime of samenlevingscontract gelden de algemene uitgangspunten voor de beoordeling of er een onttrekking aan het vermogen van de erflater was.
Als tot 1 juli 2000 geen premiesplitsing was overeengekomen en men alsnog een premiesplitsing wenst overeen te komen, geldt geen overgangsregeling. Ook voor situaties waarin het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract de constructie niet kan dragen geldt er geen overgangsregeling. Bij aanpassing van het huwelijksgoederenregime of samenlevingscontract gelden de algemene uitgangspunten voor de beoordeling of er een onttrekking aan het vermogen van de erflater was.
## 7. Cijfermatige uitwerking premiesplitsing
@ -289,12 +289,12 @@ Bij de uitwerking van de voorbeelden geldt het volgende. De te splitsen premie i
Gegevens van een overlijdensverzekering op twee levens:
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| --- | --- |
| Verzekerde 1 | man 30 jaar |
| Verzekerde 2 | vrouw 30 jaar |
| Looptijd | 30 jaar |
| Premie (bruto) | € 730 per jaar |
| Premie (bruto) | € 730 per jaar |
Voor het vaststellen van een premiesplitsing zijn van belang de zuiver actuariële premiebestanddelen voor:
@ -311,11 +311,11 @@ Het gedeelte van de premie voor de overlijdensverzekering op twee levens voor de
Gegevens van een gemengde verzekering op één leven:
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| --- | --- |
| Verzekerde | man 30 jaar |
| Looptijd | 30 jaar |
| Premie (bruto) | € 2.150 per jaar |
| Premie (bruto) | € 2.150 per jaar |
Voor het vaststellen van een premiesplitsing zijn van belang de zuiver actuariële premiebestanddelen voor:
@ -330,12 +330,12 @@ Het gedeelte van de premie voor de gemengde verzekering op één leven dat betre
Gegevens van een gemengde verzekering op twee levens:
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| Verzekerd kapitaal | € 100.000 |
| --- | --- |
| Verzekerde 1 | man 30 jaar |
| Verzekerde 2 | vrouw 30 jaar |
| Looptijd | 30 jaar |
| Premie (bruto) | € 2.260 per jaar |
| Premie (bruto) | € 2.260 per jaar |
Voor het vaststellen van een premiesplitsing zijn van belang de zuiver actuariële premiebestanddelen voor:
@ -353,7 +353,7 @@ Het gedeelte van de premie voor de gemengde verzekering op twee levens voor de u
Het gedeelte van de premie voor de gemengde verzekering op twee levens voor de uitkering bij overlijden van de vrouw bedraagt:
Als voorbeeld 2 (gemengde verzekering op één leven), maar na 15 jaar wordt het kapitaal met € 100.000 verhoogd. Voor het vaststellen van een premiesplitsing zijn de volgende gegevens van belang:
Als voorbeeld 2 (gemengde verzekering op één leven), maar na 15 jaar wordt het kapitaal met € 100.000 verhoogd. Voor het vaststellen van een premiesplitsing zijn de volgende gegevens van belang:
| Verzekerd kapitaal | oorspronkelijk | verhoging | na verhoging | |
| --- | --- | --- | --- | --- |
@ -393,10 +393,10 @@ Ik keur met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastinge
## 11. Ingetrokken regeling
Het volgende besluit is ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010:
Het volgende besluit is ingetrokken met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010:
18 juli 2008, nr. CPP2008/1425M.
## 12. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de plaatsing in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2010.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de plaatsing in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2010.