2009-07-21 | BWBR0017294 | Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
This commit is contained in:
parent
65d678d318
commit
fd9262c5ee
1 changed files with 177 additions and 5 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
|
|||
bwb_id: BWBR0017294
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2009-06-12'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017294
|
||||
citeertitel: Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -20,7 +20,11 @@ a. de wet: de Wet milieubeheer;
|
|||
b. afvalstoffenlijst: afvalstoffenlijst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling Europese afvalstoffenlijst;
|
||||
c. afvalstroomnummer: afvalstroomnummer als bedoeld in artikel 9, eerste lid;
|
||||
d. meldingsinstantie: instantie als bedoeld in de artikelen 10.38, derde lid, en 10.40, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. route-inzameling: inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen volgens een vooraf bepaalde route waarbij de afvalstoffen tijdens het vervoer worden samengevoegd met gelijksoortige afvalstoffen die worden afgegeven door verschillende personen.
|
||||
e. route-inzameling: inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen volgens een vooraf bepaalde route waarbij de afvalstoffen tijdens het vervoer worden samengevoegd met gelijksoortige afvalstoffen die worden afgegeven door verschillende personen;
|
||||
f. *Raad voor Accreditatie:* Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;
|
||||
g. *regelmatige afvalstoffen:* afvalstoffen die regelmatig tijdens hetzelfde proces ontstaan en een constante samenstelling hebben;
|
||||
h. *korrelvormige afvalstoffen:* afvalstoffen, niet zijnde monolithische afvalstoffen;
|
||||
i. *monolithische afvalstoffen:* afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met een beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De ontvangstmelding
|
||||
|
||||
|
|
@ -140,13 +144,62 @@ b. een nummer dat de persoon die de afvalstoffen in ontvangst neemt, vaststelt.
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor de categorieën van gevallen waarin de afgifte betrekking heeft op bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b.
|
||||
**1.** De in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet gestelde verplichting geldt niet voor de categorieën van gevallen waarin de afgifte betrekking heeft op bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b en niet geschiedt aan een persoon die een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder a, van de wet drijft om die afvalstoffen te laten storten.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die een omschrijving als bedoeld in artikel 10.39, eerste lid, onder a, van de wet verstrekt, vermeldt daarbij de van toepassing zijnde code van de afvalstoffenlijst.
|
||||
|
||||
**3.** Degene die ten behoeve van het verstrekken van een omschrijving gebruik maakt van schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens omtrent aard, eigenschappen en samenstelling van de afvalstoffen, bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar na de laatste afgifte van afvalstoffen waarop die omschrijving betrekking heeft.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van een omschrijving.
|
||||
Een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige afvalstoffen aan een persoon die een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder a, van de wet drijft, worden afgegeven om te worden gestort, bevat tevens:
|
||||
|
||||
a. gegevens over de bron en oorsprong van de afvalstoffen;
|
||||
b. gegevens over het proces waarbij de afvalstoffen zijn ontstaan, bestaande uit een beschrijving en de kenmerken van grondstoffen en producten;
|
||||
c. een beschrijving van de behandeling van de afvalstoffen die is toegepast of, bij het ontbreken daarvan, een motivering waarom geen behandeling is toegepast;
|
||||
d. indien van toepassing: gegevens over het uitlooggedrag van de afvalstoffen;
|
||||
e. gegevens over de eigenschappen van de afvalstoffen die specifiek van belang zijn voor het zo nodig treffen van aanvullende voorzorgsmaatregelen op de plaats waarop de afvalstoffen zullen worden gestort;
|
||||
f. voor zover het gevaarlijke afvalstoffen betreft waarop artikel 4, eerste lid, van de Regeling Europese afvalstoffenlijst van toepassing is, een vermelding van de in het tweede lid van dat artikel bedoelde eigenschappen die de afvalstoffen bezitten;
|
||||
g. gegevens over de resultaten van de ter bepaling van de samenstelling en het uitlooggedrag van de afvalstoffen uitgevoerde analyse of, bij het ontbreken daarvan, een motivering of gegevens waaruit blijkt dat er geen verplichting bestaat tot het uitvoeren van een zodanige analyse.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het derde lid bevat een omschrijving die wordt verstrekt in gevallen waarin korrelvormige, regelmatige afvalstoffen aan een persoon als bedoeld in dat lid worden afgegeven om te worden gestort tevens:
|
||||
|
||||
a. gegevens over de spreiding in de samenstelling van de afzonderlijke afvalstoffen;
|
||||
b. gegevens over de spreiding en variabiliteit van de specifieke eigenschappen van de afvalstoffen;
|
||||
c. indien de afvalstoffen tijdens hetzelfde proces in verschillende installaties ontstaan: het aantal keren dat per installatie analyses als bedoeld in het derde lid zijn uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die ten behoeve van het verstrekken van een omschrijving gebruik maakt van schriftelijk of elektronisch vastgelegde gegevens omtrent aard, eigenschappen en samenstelling van de afvalstoffen, bewaart deze gegevens gedurende ten minste vijf jaar na de laatste afgifte van afvalstoffen waarop die omschrijving betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het verstrekken van een omschrijving.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een omschrijving verstrekt in gevallen als bedoeld in artikel 10, derde lid, draagt er zorg voor dat ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen, monsters van de betrokken afvalstoffen worden genomen, die monsters worden geanalyseerd en dat daaromtrent gegevens worden geregistreerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet voor:
|
||||
|
||||
a. afvalstoffen die voldoen aan de beschrijving die is opgenomen in tabel 1.1 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;
|
||||
b. gevaarlijke afvalstoffen die hechtgebonden asbest of door een bindmiddel gebonden asbest of in kunststof verpakte asbestvezels bevatten, en die geen andere gevaarlijke stoffen dan asbest bevatten;
|
||||
c. niet-gevaarlijke afvalstoffen die worden aangeboden op een stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen en niet in eenzelfde cel worden gestort als stabiele, niet-reactieve gevaarlijke afvalstoffen of gipsafval;
|
||||
d. afvalstoffen die uitsluitend bestaan uit deeltjes met een korrelgrootte van meer dan 40 millimeter;
|
||||
e. afvalstoffen waarvan de uitloogbaarheid en samenstelling bekend zijn;
|
||||
f. afvalstoffen ten aanzien waarvan het technisch niet mogelijk deze te testen of te onderwerpen aan passende testmethoden;
|
||||
g. afvalstoffen, behorende tot een categorie die krachtens het vijfde lid, onder b, is aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De monsterneming, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 12b.
|
||||
|
||||
**4.** De analyse van de monsters wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die beschikt over een bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar heeft gemaakt dat gedurende de periode waarin deze worden uitgevoerd, een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de betrokken persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de analyse overeenkomstig de krachtens het vijfde lid gestelde regels.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij regeling van Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. worden nadere regels gesteld omtrent de monsterneming, de analyse van monsters en de registratie, bedoeld in het eerste lid;
|
||||
b. kunnen categorieën van afvalstoffen worden aangewezen die in ieder geval worden aangemerkt als categorieën van afvalstoffen waarvan het uitlooggedrag en de samenstelling algemeen bekend zijn of ten aanzien waarvan het technisch niet mogelijk is deze te testen of te onderwerpen aan passende testmethoden.
|
||||
|
||||
**6.** Het is verboden te doen handelen in strijd met het derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. De begeleidingsbrief
|
||||
|
||||
|
|
@ -171,6 +224,125 @@ d. gevaarlijke afvalstoffen in een hoeveelheid van niet meer dan 50 kilogram.
|
|||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid. Tevens kunnen daarbij categorieën van gevallen worden aangewezen waarvoor de verplichting, bedoeld in het eerste lid, niet geldt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6a. Regels inzake de erkenning van personen of instellingen voor de monsterneming, bedoeld in
|
||||
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *accreditatie:* het bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie of een daaraan gelijkwaardig instituut in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het certificeren van personen of instellingen voor het uitvoeren van de monsterneming overeenkomstig de krachtens artikel 10a, vijfde lid, onder a, gestelde regels;
|
||||
- *certificaat:* verklaring waarmee een geaccrediteerde certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de monsterneming overeenkomstig de krachtens artikel 10a, vijfde lid, onder a, gestelde regels;
|
||||
- *erkenning:* beschikking van Onze Minister waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of instelling voor het nemen van monsters van afvalstoffen voldoet aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen;
|
||||
- *SIKB:* Stichting Kwaliteitsborging Infrastructuur Bodembeheer te Gouda;
|
||||
- *vestigingsplaats:* adres en woonplaats van een persoon of adres en woonplaats waar een instelling zetelt.
|
||||
|
||||
**2.** Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op monsterneming die wordt uitgevoerd ter bepaling van de in de omschrijving op te nemen gegevens over de samenstelling en het uitlooggedrag van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12b
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan op aanvraag een erkenning verlenen aan een persoon of een instelling voor het nemen van monsters van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikking vermeldt ten minste de naam van de persoon of instelling, de vestigingsplaats en, indien van toepassing, de naam van de natuurlijk persoon die voor de erkende persoon of instelling de monsterneming van afvalstoffen uitvoert.
|
||||
|
||||
**3.** Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt een lijst met erkende personen en instellingen beschikbaar via een bij regeling van Onze Minister aangewezen website.
|
||||
|
||||
**5.** Een erkenning is niet overdraagbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 12c
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag voor een erkenning wordt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de aanvrager;
|
||||
b. het certificaat voor de monsterneming;
|
||||
c. de vestigingsplaats van de persoon of instelling;
|
||||
d. indien van toepassing, de naam en een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden, van de natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 12b, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 12d
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent de erkenning geheel of gedeeltelijk indien de desbetreffende persoon of instelling:
|
||||
|
||||
a. niet in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert en
|
||||
b. heeft voldaan aan artikel 12c, tweede lid.
|
||||
|
||||
**3.** De erkenning wordt gebaseerd op een certificaat.
|
||||
|
||||
**4.** Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien de desbetreffende persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens deze paragraaf of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met het nemen van monsters van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12e
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek van de erkende persoon of instelling kan de erkenning worden gewijzigd. Artikel 12b, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Het verzoek wordt, door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Minister. Artikel 12c, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister beslist binnen vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Artikel 12d, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12f
|
||||
|
||||
**1.** Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 12c, tweede lid, onder d, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.
|
||||
|
||||
**2.** Met een certificaat wordt gelijkgesteld een certificaat afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.
|
||||
|
||||
**3.** Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de in artikel 12c, tweede lid, gestelde eisen wordt geboden. De artikelen 12b, vierde lid, en 12l zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 12g
|
||||
|
||||
**1.** Het is verboden monsters van afvalstoffen te nemen zonder daartoe verleende erkenning.
|
||||
|
||||
**2.** De monsters kunnen worden genomen door een natuurlijk persoon die staat vermeld op de erkenning.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover de werkzaamheid wordt uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 12h
|
||||
|
||||
Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een monsterneming van afvalstoffen te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de afvalstof.
|
||||
|
||||
### Artikel 12i
|
||||
|
||||
De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier.
|
||||
|
||||
### Artikel 12j
|
||||
|
||||
Een certificeringsinstelling meldt een schorsing of intrekking van een certificaat voor de monsterneming onverwijld aan een door Onze Minister aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een bij regeling van Onze Minister vastgesteld formulier.
|
||||
|
||||
### Artikel 12k
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de erkende persoon of instelling,
|
||||
b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en kennis omtrent de juiste en volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,
|
||||
c. indien het bewijs van certificatie voor de monsterneming is ingetrokken of niet meer geldig is,
|
||||
d. indien de erkende persoon of instelling in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen, of
|
||||
e. indien de erkende persoon of instelling of de natuurlijk persoon, bedoeld in artikel 12b, tweede lid, een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens deze paragraaf of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met de monsterneming van afvalstoffen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan een erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen, indien:
|
||||
|
||||
a. het bewijs van certificatie voor de desbetreffende werkzaamheid is geschorst, of
|
||||
b. sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e.
|
||||
|
||||
**3.** In geval van aanwijzingen dat er sprake is van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onder e, kan Onze Minister de desbetreffende persoon of instelling verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens over te leggen, die niet ouder is dan twee maanden. Indien de desbetreffende persoon of instelling niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet of kan voldoen, kan Onze Minister de erkenning voor een periode van ten hoogste twee jaar geheel of gedeeltelijk schorsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 12l
|
||||
|
||||
Onze Minister verwerkt de schorsing en intrekking van de erkenning in de lijst, bedoeld in artikel 12b, vierde lid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue