2018-10-07 | BWBR0006923 | Rijnvaartpolitiereglement 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2018-10-07 12:00:00 +00:00
parent 26bfa6a64f
commit fdc17b65cb

View file

@ -50,7 +50,9 @@ x. *reeks zeer korte stoten:* een reeks van ten minste 6 stoten, elk durende ong
y. *linker- en rechteroever:* de zijden van de vaarweg gezien in de richting van de bron naar de monding;
z. *stroomopwaarts:* de richting naar de bronnen van de Rijn, met inbegrip van die riviergedeelten waar de stroomrichting met het getij verandert;
aa. *ADN:* het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN);
ab. *snel schip:* een motorschip, met uitzondering van een klein schip, dat met een snelheid van meer dan 40 km per uur ten opzichte van het water kan varen (bijvoorbeeld een draagvleugelboot, een luchtkussenvaartuig of een motorschip met meervoudige romp), terwijl dit in het certificaat van onderzoek is aangetekend.
ab. *snel schip:* een motorschip, met uitzondering van een klein schip, dat met een snelheid van meer dan 40 km per uur ten opzichte van het water kan varen (bijvoorbeeld een draagvleugelboot, een luchtkussenvaartuig of een motorschip met meervoudige romp), terwijl dit in het certificaat van onderzoek is aangetekend;
ac. *Inland AIS-apparaat:* een apparaat dat op een schip is ingebouwd en in de zin van de standaard «Tracing & Tracking in de Binnenvaart» (Besluit 2006-I-21) wordt gebruikt;
ah. *ES-TRIN:* krachtens artikel 8 van de Binnenvaartwet als bijlage 1.1a van de Binnenvaartregeling opgenomen Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen. Voor de toepassing van ES-TRIN moet het begrip «lidstaat» worden opgevat als één van de Rijnoeverstaten of België.
### Artikel 1.02
@ -158,7 +160,7 @@ b. vier of meer rijen containers kan laden en uitsluitend met containers in ten
**3.** Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer het schip krachtens het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn van een certificaat of van een volgens dit reglement als gelijkwaardig erkend certificaat is voorzien, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsuitoefening in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 10.05, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn zijn toegestaan.
**4.** Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het certificaat van onderzoek vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt zijn, qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen en aan boord beschikbaar zijn, waarbij voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud uitsluitend harde zwemvesten als bedoeld in artikel 13.08, tweede lid, van ES-TRIN zijn toegestaan.
### Artikel 1.09
@ -190,7 +192,7 @@ e. de verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart;
f. de meetbrief van het schip;
g. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de tachograaf, alsmede de voorgeschreven registratiebladen van de tachograaf;
h. een radargetuigschrift dat is afgegeven of als gelijkwaardig erkend volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn; dit document hoeft niet aan boord te zijn, indien de patentkaart de vermelding «radar» bevat of een ander volgens dit reglement toegelaten vaarbevoegdheidsbewijs de overeenkomstige vermelding bevat. Indien de Centrale Commissie voor de Rijnvaart het vaarbevoegdheidsbewijs en het radargetuigschrift van een staat als gelijkwaardig heeft erkend, is het radargetuigschrift niet vereist, wanneer het vaarbevoegdheidsbewijs een overeenkomstige vermelding bevat;
i. de volgens artikel 7.06, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de radarinstallatie en de bochtaanwijzer;
i. de volgens artikel 7.06, eerste lid, van ES-TRIN vereiste verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de radarinstallatie en de bochtaanwijzer;
k. het marifoon bedieningscertificaat, bedoeld in de bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de binnenvaart;
l. de vergunning of vergunningen voor het gebruik van de frequentieruimte of het registratiebewijs voor het gebruik van de frequentieruimte;
m. het Handboek voor de marifonie in de binnenvaart, algemeen deel en regionaal deel Rijn/Moezel;
@ -203,9 +205,9 @@ s. het keuringsbewijs betreffende de kranen;
t. de bescheiden vereist door het ADN, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3;
u. bij containervervoer de door de Commissie van Deskundigen gekeurde stabiliteitsgegevens van het schip, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de onderhavige beladingstoestand en het resultaat van de stabiliteitsberekening voor de onderhavige, of een vergelijkbare vorige, dan wel een standaard beladingstoestand. De toegepaste berekeningsmethode moet daarbij opgegeven worden;
v. de verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar een schip bestemd voor bouwwerkzaamheden mag worden gebruikt;
w. op het riviergedeelte tussen Basel en Mannheim voor schepen met een lengte van meer dan 110 m het bewijs bedoeld in artikel 22a.05, tweede lid, onderdeel b, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn;
w. op het riviergedeelte tussen Basel en Mannheim voor schepen met een lengte van meer dan 110 m het bewijs bedoeld in artikel 28.04, tweede lid, onderdeel c, van ES-TRIN;
x. de overeenkomstig artikel 8a.02, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn vereiste kopieën van het certificaat van typegoedkeuring en van het proces-verbaal van de motorkenmerken van iedere motor;
y. de verklaring voor de volgens artikel 10.02, tweede lid, onderdeel a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn voorgeschreven stalen trossen;
y. de verklaring voor de volgens artikel 13.02, derde lid, onderdeel a, van ES-TRIN voorgeschreven stalen trossen;
z. de verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS-apparaat;
aa. de verklaringen die volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen zijn voorgeschreven;
ab. de bunkerverklaring als bedoeld in Bijlage 2, Deel A, artikel 3.04, eerste lid, van het Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI), met inbegrip van de kwitanties van de vergoedingstransacties van het SPE-CDNI over een periode van ten minste twaalf maanden. Indien de laatste afname van gasolie meer dan twaalf maanden geleden heeft plaatsgevonden, dient ten minste de laatste bunkerverklaring aan boord aanwezig te zijn;
@ -237,7 +239,7 @@ De in het eerste lid, onderdelen a, e en f, genoemde bescheiden moeten worden be
De aanwezigheid van de in het eerste lid, onderdeel x, bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist, wanneer op de metalen plaat tevens het nummer van de typegoedkeuring, bedoeld in Bijlage J, deel I, onderdeel 1.1.3, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn wordt vermeld.
**3.** Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in het eerste lid, onder *a*, *e* en *f*, bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voor handen zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.
**3.** Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.01, lid 1.24, van ES-TRIN, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in het eerste lid, onder *a*, *e* en *f*, bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voor handen zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.
**4.** De bescheiden en andere documenten als bedoeld in het eerste lid moeten op verzoek van de ambtenaren van de bevoegde autoriteit worden overhandigd.
@ -400,9 +402,9 @@ Een binnenschip dat is bestemd voor het vervoer van goederen, met uitzondering v
### Artikel 2.04
**1.** Een schip, met uitzondering van een klein schip, moet zijn voorzien van merken die het vlak van de grootste inzinking aangeven. Bij een zeeschip treedt de zomerzoetwateruitwatering in de plaats van het inzinkingsmerk. In het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is aangegeven op welke wijze de grootste inzinking wordt vastgesteld en de inzinkingsmerken worden aangebracht.
**1.** Een schip, met uitzondering van een klein schip, moet zijn voorzien van merken die het vlak van de grootste inzinking aangeven. Bij een zeeschip treedt de zomerzoetwateruitwatering in de plaats van het inzinkingsmerk. In de artikelen 4.04, 4.05 en 22.09 van ES-TRIN is vastgelegd op welke wijze de grootste inzinking wordt vastgesteld en de inzinkingsmerken worden aangebracht.
**2.** Een schip waarvan de diepgang 1 m kan bereiken, met uitzondering van een klein schip, moet van diepgangsschalen zijn voorzien. In het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is aangegeven op welke wijze zij worden aangebracht.
**2.** Een schip waarvan de diepgang 1 m kan bereiken, met uitzondering van een klein schip, moet van diepgangsschalen zijn voorzien. In de artikelen 4.06 en 22.09 van ES-TRIN is vastgelegd op welke wijze zij worden aangebracht.
### Artikel 2.05
@ -1109,7 +1111,7 @@ Het moet de kanalen voor het schip - - schip verkeer en voor de nautische inform
Een schip mag slechts gebruik maken van radar indien:
a. het is uitgerust met een radarinstallatie en een aanwijzer van de snelheid van de draaiing van het schip overeenkomstig artikel 7.06, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
a. het is uitgerust met een radarinstallatie en een aanwijzer van de snelheid van de draaiing van het schip overeenkomstig artikel 7.06, eerste lid, van ES-TRIN.
b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radargetuigschrift, dan wel van een ander volgens het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn afgegeven of als gelijkwaardig erkend diploma. Bij goed zicht mag echter van radar gebruik worden gemaakt teneinde hiermede te oefenen, ook zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
Een klein schip moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor het schip--schip verkeer, die goed functioneert.
@ -1122,7 +1124,7 @@ Een klein schip moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor h
**1.**
Een schip moet zijn uitgerust met een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn. Het Inland AIS-apparaat moet goed functioneren. De eerste volzin geldt niet voor de volgende schepen:
Een schip moet zijn uitgerust met een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN. Het Inland AIS-apparaat moet goed functioneren. De eerste volzin geldt niet voor de volgende schepen:
a. schepen van duwstellen en gekoppelde samenstellen, met uitzondering van het schip dat hoofdzakelijk voor het voortbewegen zorgt;
b. kleine schepen, met uitzondering van:
@ -1171,7 +1173,7 @@ c. samensteltype;
d. vaarstatus overeenkomstig bijlage 11;
e. referentiepunt voor de positie-informatie op het schip met de nauwkeurigheid van 1 m overeenkomstig bijlage 11.
**6.** Een klein schip dat AIS gebruikt, mag uitsluitend een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, een krachtens de IMO-voorschriften typegoedgekeurd AIS-apparaat van klasse A of een AIS-apparaat van klasse B gebruiken. AIS-apparatuur van klasse B moet aan de dienovereenkomstige eisen van Aanbeveling ITU-R.M 1371, aan Richtlijn 1999/5/EG (R&TTE-richtlijn) en aan de internationale norm IEC 62287-1 of 2 (inclusief DSC kanaalmanagement) voldoen. Het AIS-apparaat moet goed functioneren en de in het AIS-apparaat ingevoerde gegevens moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
**6.** Een klein schip dat AIS gebruikt, mag uitsluitend een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN, een krachtens de IMO-voorschriften type-goedgekeurd AIS-apparaat van klasse A of een AIS-apparaat van klasse B gebruiken. AIS-apparatuur van klasse B moet aan de dienovereenkomstige eisen van Aanbeveling ITU-R.M 1371, aan Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PbEU L 153) alsmede aan de internationale norm IEC 62287-1 of 2 (inclusief DSC kanaalmanagement) voldoen. Het AIS-apparaat moet goed functioneren en de in het AIS-apparaat ingevoerde gegevens moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
**7.** Een klein schip waaraan geen uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) is toegekend, hoeft de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, niet over te dragen.
@ -1858,7 +1860,7 @@ c. de zeeschipbak naast een normale duwbak is gekoppeld en er een verschil is va
**2.** De kop van een duwstel als bedoeld in het eerste lid moet zijn voorzien van ankers die in overeenstemming zijn met het Reglement onderzoek schepen op de Rijn.
**2.** De kop van een duwstel als bedoeld in het eerste lid moet zijn voorzien van ankers die in overeenstemming zijn met artikel 13.01 van ES-TRIN.
**3.** De bevoegde autoriteit kan voor korte afstanden, op de gekanaliseerde Rijn, alsmede op het Grand Canal dAlsace, voor duwstellen met een grootste lengte van 86 m met ten hoogste twee zeeschipbakken uitzonderingen toestaan.
@ -2310,10 +2312,12 @@ b. 15 m op het riviergedeelte tussen Pannerden (kmr 867,46) en het Lekkanaal (k
**4.**
Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 m, mag alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, tweede lid, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 m, mag alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 22a.05, derde lid, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voldoet.
Een schip, met uitzondering van een passagiersschip, met een lengte van meer dan 110 m, mag alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 28.04, tweede lid, van ES-TRIN voldoet. Een passagiersschip met een lengte van meer dan 110 m kan alleen dan bovenstrooms van Mannheim varen indien het aan de vereisten van artikel 28.04, derde lid, van ES-TRIN voldoet.
De door de bevoegde autoriteiten voor het te bevaren riviergedeelte tussen Bazel en Mannheim reeds verleende vergunningen voor schepen met een lengte tussen 110 m en 135 m, die op 30 september 2001 geldig waren, blijven onder de voorwaarden die in verband met de veiligheid gesteld zijn, op het betreffende riviergedeelte van kracht.
**5.** Een passagiersschip kan alleen dan benedenstrooms van Emmerich (km 885) varen indien het aan de vereisten van artikel 13.01, tweede lid, onderdeel b, van ES-TRIN voldoet.
### Artikel 11.02
**1.** Een duwstel en een gekoppeld samenstel mogen de in het tweede en derde lid genoemde afmetingen niet overschrijden. Zij mogen slechts met de toegelaten afmetingen varen indien deze zijn vermeld in het certificaat van onderzoek met opgave van de toegelaten formatie en de toegelaten belading voor de van toepassing zijnde vaarrichting.