2012-01-01 | BWBR0002979 | Wet schadefonds geweldsmisdrijven

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent cccaaef93f
commit fdcd855884

View file

@ -20,7 +20,7 @@ Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
de commissie: de commissie, bedoeld in artikel 8, die met het beheer van het fonds is belast;
de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens wie een verzoek om een uitkering bij het fonds is ingediend.
de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens wie een aanvraag voor een uitkering bij het fonds is ingediend.
### Artikel 2
@ -28,7 +28,7 @@ de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens
**2.** In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van die wet van toepassing.
**3.** Het fonds is rechtspersoon en gevestigd te 's-Gravenhage. De voorzitter van de commissie, of degene die hem vervangt, vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte.
**3.** Het fonds is rechtspersoon en gevestigd te Rijswijk. De voorzitter van de commissie, of degene die hem vervangt, vertegenwoordigt het fonds in en buiten rechte.
### Artikel 3
@ -37,25 +37,27 @@ de benadeelde: het slachtoffer, onderscheidenlijk de nabestaande, door of namens
Uit het fonds kunnen uitkeringen worden gedaan:
a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
b. aan degene die hun woonplaats hebben op het grondgebied van één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen die ten gevolge van een aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig buiten Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel hebben bekomen;
c. aan nabestaanden van een onder *a* of *b* bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden.
b. aan een ieder die ten gevolge van een aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig buiten Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen;
c. aan nabestaanden van een onder a of b bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden;
d. aan anderen dan de onder c bedoelde personen, die de kosten van lijkbezorging hebben voldaan van een onder a of b bedoeld persoon, indien deze ten gevolge van het misdrijf is overleden.
**2.**
Voor de toepassing van het vorige lid gelden als nabestaanden:
a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de achtergebleven geregistreerde partner en de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond;
a. de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en de geregistreerde partner van de overledene;
b. andere bloed- of aanverwanten van de overledene, mits deze reeds ten tijde van het overlijden geheel of ten dele in hun levensonderhoud voorzag of daartoe krachtens rechterlijke uitspraak verplicht was;
c. degenen die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonden en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag, voor zover aannemelijk is dat een en ander zonder het overlijden zou zijn voortgezet en zij redelijkerwijs niet voldoende in hun levensonderhoud kunnen voorzien;
d. degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding, voor zover hij schade lijdt doordat na het overlijden op andere wijze in de gang van deze huishouding moet worden voorzien.
c. degenen die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonden en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag, voor zover aannemelijk is dat een en ander zonder het overlijden zou zijn voortgezet;
d. degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding;
e. bloedverwanten van de overledene in de eerste graad en in de tweede graad in de zijlijn.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf begrepen: de strafbare poging daartoe.
### Artikel 4
**1.** De uitkering wordt naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade. Een uitkering blijft achterwege indien de financiële omstandigheden waarin de benadeelde verkeert zodanig zijn, dat de schade zonder overwegend bezwaar door hem of degene van wie hij voor zijn onderhoud afhankelijk is, gedragen kan worden, met dien verstande dat bij overlijden alleen in aanmerking komen de schade door het derven van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging.
**1.** De uitkering wordt naar redelijkheid en billijkheid bepaald. Zij beloopt ten hoogste het bedrag van de door het letsel of overlijden veroorzaakte schade, daaronder begrepen immateriële schade van nabestaanden.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd. Deze bedragen kunnen verschillen naar gelang van de aard van de schade.
**2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke bedragen ten hoogste kunnen worden uitgekeerd. Deze bedragen kunnen verschillen naar gelang van de aard van de schade.
### Artikel 5
@ -63,50 +65,47 @@ Een uitkering kan achterwege blijven of op een geringer bedrag worden bepaald, i
### Artikel 6
**1.**
**1.** Het fonds houdt bij het doen van een uitkering rekening met schadevergoeding die het slachtoffer langs burgerrechtelijke weg kan verhalen of heeft verhaald en met overige vergoedingen van schade die als gevolg van het misdrijf aan het slachtoffer zijn of kunnen worden vergoed.
Geen uitkering wordt toegekend ter zake van:
**2.** In het geval dat het fonds van oordeel is, al dan niet op verzoek van de aanvrager, dat het afwachten van de procedures bedoeld in het eerste lid onredelijk lang zou duren, kan het fonds aan de aanvrager een uitkering toekennen. Het fonds stelt daarbij de voorwaarde dat het door het slachtoffer ontvangen vergoedingen bedoeld in het eerste lid, waarvan het fonds na de uitkering kennis krijgt, alsnog in mindering op het bedrag van de uitkering kan brengen.
1°. schade die langs burgerrechtelijke weg is of kan worden verhaald;
2°. schade in welker vergoeding op andere wijze is of kan worden voorzien.
**3.** Het fonds kan bij de toekenning de op grond van het eerste lid door het slachtoffer ontvangen vergoedingen in mindering brengen. Indien het fonds na de uitkering kennis krijgt van een aan het slachtoffer gedane vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan het dit bedrag alsnog in mindering op het bedrag van de uitkering brengen. Het fonds doet mededeling van deze verrekening aan de aanvrager.
**2.** In gevallen waarin het onderzoek naar de vraag of in de vergoeding van de schade niet op andere wijze kan worden voorzien, dan wel het invorderen van het bedrag van de schade, zou leiden tot ernstige vertraging in de behandeling van het verzoek, of tot van de benadeelde in redelijkheid niet te vergen kosten, kan niettemin bij de uitkering met die schade rekening worden gehouden.
**3.** Het fonds treedt voor het aan de benadeelde uitgekeerde bedrag in de rechten die deze ter zake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft. Het oefent deze rechten niet uit dan met toestemming van Onze Minister.
**4.** De Staat treedt voor het bedrag dat het fonds aan de aanvrager heeft uitgekeerd in de rechten die deze ter zake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft.
### Artikel 7
**1.** Een verzoek om een uitkering moet bij het fonds worden ingediend binnen drie jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Wordt het verzoek door een nabestaande gedaan, dan begint die termijn te lopen van de dag van het overlijden. Een na afloop van de termijn ingediend verzoek wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat het verzoek zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.
**2.** Indien een verzoek tijdig is ingediend, kan een aanvullend verzoek worden gedaan met betrekking tot schade die ten tijde van de indiening van het eerste verzoek nog niet bekend was.
Een aanvraag voor een uitkering moet bij het fonds worden ingediend binnen drie jaar na de dag waarop het misdrijf is gepleegd. Wordt de aanvraag door een nabestaande gedaan, dan begint die termijn te lopen van de dag van het overlijden. Een na afloop van de termijn ingediende aanvraag wordt niettemin behandeld, indien blijkt dat de aanvraag zo spoedig is ingediend als redelijkerwijs kon worden verlangd.
### Artikel 8
**1.** Op het verzoek wordt beslist door een commissie die met het beheer van het fonds is belast.
**1.** Op de aanvraag wordt beslist door een commissie die met het beheer van het fonds is belast. De commissie kan bij de beoordeling van de aanvraag afwijken van het bepaalde bij deze wet, indien toepassing ervan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
**2.** De commissie bestaat uit een meervoudige kamer en een of meer enkelvoudige kamers. De meervoudige kamer bestaat uit vijf leden, die bij koninklijk besluit worden benoemd en ontslagen. Een van die leden wordt door Onze Minister als voorzitter aangewezen. Bij koninklijk besluit kunnen tevens zoveel plaatsvervangende leden worden benoemd als nodig is. Het lid van de enkelvoudige kamer wordt op voordracht van de meervoudige kamer uit haar midden eveneens door Onze Minister aangewezen. De plaatsvervangende leden hebben geen zitting in een enkelvoudige kamer.
**2.** De commissie bestaat uit meervoudige en enkelvoudige kamers. Een meervoudige kamer bestaat uit een oneven aantal van ten minste drie leden. Een van de leden wordt door Onze Minister als voorzitter aangewezen. De voorzitter kan, gehoord de commissie, uit de leden een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.
**3.** De benoeming van de leden en plaatsvervangende leden van de commissie geschiedt voor ten hoogste vier jaar, behoudens de mogelijkheid van eerder ontslag op eigen verzoek. Herbenoeming kan tweemaal, telkens voor ten hoogste vier jaar, plaatsvinden. Het lidmaatschap eindigt bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaren.
**3.** De benoeming van de leden van de commissie geschiedt voor ten hoogste vier jaar, behoudens de mogelijkheid van eerder ontslag op eigen verzoek. Herbenoeming kan tweemaal, telkens voor ten hoogste vier jaar, plaatsvinden. Het lidmaatschap eindigt bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaren.
**4.** Verzoeken van eenvoudige aard die bij de commissie aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door de enkelvoudige kamer. Indien een verzoek naar het oordeel van deze kamer ongeschikt is voor behandeling, verwijst zij dit naar de meervoudige kamer. De enkelvoudige kamer kan ook in andere gevallen een verzoek naar de meervoudige kamer verwijzen. De verwijzing kan geschieden in elke stand van het onderzoek. De behandeling van het verwezen verzoek wordt voortgezet in de stand waain het zich bevindt.
**4.** Aanvragen van eenvoudige aard die bij de commissie aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door de enkelvoudige kamer. Indien een aanvraag naar het oordeel van deze kamer ongeschikt is voor behandeling, verwijst zij dit naar de meervoudige kamer. De enkelvoudige kamer kan ook in andere gevallen een aanvraag naar de meervoudige kamer verwijzen. De verwijzing kan geschieden in elke stand van het onderzoek. De behandeling van de verwezen aanvraag wordt voortgezet in de stand waain het zich bevindt.
**5.** Indien een verzoek naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door de enkelvoudige kamer, kan zij dit verwijzen naar een enkelvoudige kamer. De vierde en vijfde volzin van het vierde lid zijn van toepassing.
**5.** Indien een aanvraag naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door de enkelvoudige kamer, kan zij dit verwijzen naar een enkelvoudige kamer. De vierde en vijfde volzin van het vierde lid zijn van toepassing.
**6.** Aan de commissie is een secretaris verbonden, die door Onze Minister, de commissie gehoord, wordt benoemd en ontslagen.
**7.** De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op de commissie.
### Artikel 9
**1.** De daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, colleges en ambtenaren verschaffen de commissie zo spoedig mogelijk zoveel mogelijk de door haar verlangde inlichtingen. De commissie kan ook inlichtingen inwinnen bij andere personen, wanneer zij dit ter vervulling van haar taak nodig acht.
**1.** De daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, colleges en ambtenaren verschaffen de commissie zo spoedig mogelijk de door haar verlangde inlichtingen. De commissie kan ook inlichtingen inwinnen bij andere personen, wanneer zij dit ter vervulling van haar taak nodig acht.
**2.** De commissie kan getuigen en deskundigen oproepen. De benadeelde is bevoegd bij de ondervraging van de getuigen en deskundigen aanwezig te zijn; hij wordt daartoe van de voorgenomen ondervraging in kennis gesteld.
### Artikel 10
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie leggen, alvorens aan de werkzaamheden van de commissie deel te nemen, de eed of belofte af, dat zij hun taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zullen vervullen. Onze Minister geeft nadere regels betreffende de wijze waarop de eed of de belofte wordt afgelegd.
De leden van de commissie leggen, alvorens aan de werkzaamheden van de commissie deel te nemen, de eed of belofte af, dat zij hun taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zullen vervullen. Onze Minister geeft nadere regels betreffende de wijze waarop de eed of de belofte wordt afgelegd.
### Artikel 11
De leden en plaatsvervangende leden van de meervoudige kamer genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding. Vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede voor tijdverzuim, wordt voorts toegekend aan de in artikel 9, tweede lid, bedoelde getuigen en deskundigen, en aan de benadeelde indien hij op verzoek van de commissie in persoon is verschenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
Vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede voor tijdverzuim, wordt toegekend aan de in artikel 9, tweede lid, bedoelde getuigen en deskundigen, en aan de benadeelde indien hij op verzoek van de commissie in persoon is verschenen. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld.
### Artikel 12
@ -120,52 +119,39 @@ De inrichting en werkwijze van de commissie en het secretariaat worden nader ger
### Artikel 14
**1.**
De benadeelde kan binnen zes weken na de dag waarop de beslissing van de commissie is bekendgemaakt een verzoekschrift indienen bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, indien:
a. het verzoek om een uitkering is afgewezen, dan wel
b. het bedrag van de toegekende uitkering zodanig is, dat de commissie, alle ter zake dienende omstandigheden in aanmerking genomen, niet in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen.
**2.** De griffier brengt het verzoekschrift ter kennis van de secretaris van de commissie. Deze stelt in zijn archief berustende stukken die op de zaak betrekking hebben, onverwijld ter beschikking van het hof.
Vervallen
### Artikel 15
Wanneer het verzoekschrift kennelijk niet ontvankelijk of ongegrond is, kan het hof daarop terstond beslissen. In andere gevallen bepaalt de voorzitter dag en uur voor de behandeling van het verzoekschrift. Hij stelt de benadeelde in de gelegenheid het verzoekschrift in persoon of door een gemachtigde te doen toelichten.
Vervallen
### Artikel 16
**1.** De behandeling van het verzoekschrift geschiedt overeenkomstig de voorschriften gesteld bij artikel 9 van deze wet en de artikelen 27, eerste lid, 279, vierde lid, 283, eerste volzin, 286, eerste volzin, en 290, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Oproepingen en mededelingen vinden plaats op de wijze voorgeschreven krachtens de derde afdeling van de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
**2.** Onverminderd het eerste lid is de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering niet van toepassing op verzoeken ingevolge deze wet.
Vervallen
### Artikel 17
Met de behandeling van het verzoekschrift is een uit drie leden van het hof samengestelde bijzondere kamer belast. Alle verhoren kunnen ook aan een van de leden van die kamer worden opgedragen.
Vervallen
### Artikel 18
**1.** De beschikking van het hof is met redenen omkleed. Zij is niet aan enig rechtsmiddel onderworpen. Afschrift van de beschikking wordt aan de benadeelde en de secretaris van de commissie toegezonden.
**2.** Vernietigt het hof de beslissing van de commissie dan wijst het de zaak naar de commissie terug ten einde daarin opnieuw te beslissen.
**3.** Op de nadere beslissing van de commissie zijn de artikelen 13-18 van toepassing.
Vervallen
### Artikel 18a
**1.** Een ieder die in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft en die na 1 januari 2006 in een andere Lid-Staat van de Europese Unie slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, kan een verzoek om een uitkering door de desbetreffende Lid-Staat indienen bij het fonds.
**1.** Een ieder die in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft en die na 1 januari 2006 in een andere Lid-Staat van de Europese Unie slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, kan een aanvraag om een uitkering door de desbetreffende Lid-Staat indienen bij het fonds.
**2.** Het fonds zendt een verzoek tot uitkering zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde instantie van de desbetreffende Lid-Staat.
**2.** Het fonds zendt een aanvraag tot uitkering zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde instantie van de desbetreffende Lid-Staat.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het indienen van een verzoek om uitkering en de procedure van afhandeling daarvan.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het indienen van een aanvraag om uitkering en de procedure van afhandeling daarvan.
### Artikel 19
**1.** Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en de administratie van het fonds en het daarop uit te oefenen toezicht.
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting en de administratie van het fonds en het daarop uit te oefenen toezicht.
### Artikel 20
De commissie doet jaarlijks verslag aan Onze Minister over haar werkzaamheden en de aan deze wet gegeven toepassing. Onze Minister zendt dit verslag, met de opmerkingen waartoe het hem aanleiding geeft, aan de Staten-Generaal.
Vervallen
### Artikel 21
@ -179,7 +165,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvo
**1.** Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
**2.** Geen uitkering wordt toegekend ter zake van enig misdrijf dat vóór 1 januari 1973 is voorgevallen. Tenzij op grond van artikel 7, eerste lid, een langere termijn van toepassing is, kan ten aanzien van een misdrijf dat op of na 1 januari 1973, doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is voorgevallen, een verzoek, als in dat artikel bedoeld, uiterlijk twee maanden na dat tijdstip worden ingediend.
**2.** Geen uitkering wordt toegekend ter zake van enig misdrijf dat vóór 1 januari 1973 is voorgevallen. Tenzij op grond van artikel 7, eerste lid, een langere termijn van toepassing is, kan ten aanzien van een misdrijf dat op of na 1 januari 1973, doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is voorgevallen, een aanvraag, als in dat artikel bedoeld, uiterlijk twee maanden na dat tijdstip worden ingediend.
### Artikel 24