2006-11-15 | BWBR0008365 | Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren

This commit is contained in:
Coornhert 2006-11-15 12:00:00 +00:00
parent 3b81efdaa6
commit fdd152bdef

View file

@ -663,21 +663,34 @@ De rechterlijk ambtenaar kan, wanneer hij wegens ziekte ongeschikt is tot het ve
a. de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd;
b. herstel van zijn ziekte binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten; en
c. na een zorgvuldig onderzoek door de functionele autoriteit het niet mogelijk is gebleken om hem bij een gerecht dan wel binnen het gezagsbereik van Onze Minister een andere taak op te dragen als bedoeld in artikel 46k, dan wel hij heeft geweigerd deze opdracht te aanvaarden.
c. naar het oordeel van de functionele autoriteit duurzame reïntegratie in de eigen arbeid, in andere passende arbeid als bedoeld in artikel 46k, eerste lid, bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister, of in passende arbeid als bedoeld in artikel 46k, eerste lid, buiten dat gezagsbereik, niet binnen een redelijke termijn is te verwachten.
**2.** Bij het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden niet in aanmerking genomen afwezigheid van een rechterlijk ambtenaar wegens door zwangerschap of bevalling veroorzaakte ziekte in de periode vanaf het begin van de zwangerschap tot de eerste dag van het zwangerschapsverlof en afwezigheid van een rechterlijk ambtenaar wegens ziekte in de periode van de eerste dag van het zwangerschapsverlof tot en met de laatste dag van het bevallingsverlof.
**2.**
Voor het berekenen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden niet in aanmerking genomen:
a. perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid als gevolg van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof; en
b. perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg.
**3.**
Voor het bepalen van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden tijdvakken van ongeschiktheid samengeteld:
Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, anders dan bedoeld in het tweede lid, samengeteld:
a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen;
b. indien zij worden onderbroken door afwezigheid wegens ziekte als bedoeld in het tweede lid; of
c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd door een periode van arbeidsgeschiktheid, die in totaal minder dan vier weken bedraagt.
a. indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen; of
b. indien de ene periode van ongeschiktheid direct voorafgaat aan en de andere periode van ongeschiktheid direct aansluit op het tijdvak gedurende welke zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, en de ongeschiktheid in deze perioden redelijkerwijs geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan het ontslag, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt dit ontslag gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid verleend ontslag.
**4.**
**5.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
Het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verlengd:
a. indien de aangifte, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet, later is gedaan dan op grond van dat artikel is voorgeschreven, met de duur van die vertraging;
b. indien de aanvraag, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, later wordt gedaan dan in of op grond van dat artikel is voorgeschreven, met de duur van die vertraging;
c. indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, op grond van het zevende lid van dat artikel is verlengd, met de duur van die verlenging; en
d. indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, op grond van artikel 24, eerste lid, of artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een tijdvak heeft vastgesteld, met de duur van dit tijdvak.
**5.** In afwijking van het eerste lid kan het ontslag, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden verleend bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt dit ontslag gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid verleend ontslag.
**6.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
### Artikel 46j
@ -689,21 +702,15 @@ c. indien een onder b bedoelde afwezigheid wordt voorafgegaan of wordt gevolgd d
### Artikel 46k
**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar kan, wanneer hij wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, door de Hoge Raad een andere taak worden opgedragen bij een gerecht dan wel binnen het gezagsbereik van Onze Minister.
**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar, die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, kan door de Hoge Raad een andere taak worden opgedragen bij een gerecht of binnen het gezagsbereik van Onze Minister, indien sprake is van passende arbeid. Onder passende arbeid wordt verstaan: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de rechterlijk ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de rechterlijk ambtenaar kan worden gevergd. De rechterlijk ambtenaar is verplicht de hem opgedragen taak te aanvaarden.
**2.** Gedurende het eerste jaar dat de rechterlijk ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, is hij verplicht een hem opgedragen taak te aanvaarden indien sprake is van passende arbeid als bedoeld in artikel 30 van de Ziektewet.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de opdracht, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden gegeven bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt een zodanige opdracht gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid gegeven opdracht.
**3.** Gedurende het tweede jaar en de daarop volgende jaren dat de rechterlijk ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, is hij verplicht een hem opgedragen taak te aanvaarden indien sprake is van gangbare arbeid als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
**3.** Indien de rechterlijk ambtenaar een andere taak wordt opgedragen die wordt vervuld in een ambt waarin hij niet voor het leven wordt benoemd, wordt hij door de Hoge Raad onderscheidenlijk bij koninklijk besluit tevens ontslagen als voor het leven benoemd rechterlijk ambtenaar.
**4.** Dit artikel is van overeenkomstige toepassing indien aan de rechterlijk ambtenaar de eigen taak wordt opgedragen onder andere voorwaarden.
**4.** Indien de rechterlijk ambtenaar een taak wordt opgedragen die wordt vervuld in een ambt waarin hij voor het leven wordt benoemd en die taak minder uren omvat dan zijn oorspronkelijke taak, wordt hij door de Hoge Raad onderscheidenlijk bij koninklijk besluit tevens ontslagen voor het meerdere aantal uren.
**5.** In afwijking van het eerste lid kan de opdracht, indien de daar bedoelde voorwaarden zijn vervuld en de rechterlijk ambtenaar daarom verzoekt, worden gegeven bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister. Voor de rechtsgevolgen wordt een zodanige opdracht gelijkgesteld met een door de Hoge Raad overeenkomstig het eerste lid gegeven opdracht.
**6.** Indien de rechterlijk ambtenaar een andere taak wordt opgedragen die wordt vervuld in een ambt waarin hij niet voor het leven wordt benoemd, wordt hij door de Hoge Raad onderscheidenlijk bij koninklijk besluit tevens ontslagen als voor het leven benoemd rechterlijk ambtenaar.
**7.** Indien de rechterlijk ambtenaar een taak wordt opgedragen die wordt vervuld in een ambt waarin hij voor het leven wordt benoemd en die taak minder uren omvat dan zijn oorspronkelijke taak, wordt hij door de Hoge Raad onderscheidenlijk bij koninklijk besluit tevens ontslagen voor het meerdere aantal uren.
**8.** Het eerste tot en met zevende lid zijn niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de raadsheren in buitengewone dienst bij en de advocaten-generaal in buitengewone dienst bij de Hoge Raad, de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechtshoven en de rechters-plaatsvervangers in de rechtbanken.
### Artikel 46ka
@ -715,7 +722,7 @@ a. gevolg te geven aan door de functionele autoriteit of een door de functionele
b. passende arbeid te verrichten waartoe hij in de gelegenheid wordt gesteld; of
c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**2.** Om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, kan de uitslag worden betrokken van de beoordeling door het in artikel 46j, eerste lid, bedoelde Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de aanvraag op grond van artikel 64 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Indien de beoordeling in de vorige volzin niet of langer dan een jaar geleden heeft plaatsgevonden, dan wel indien de rechterlijk ambtenaar en de functionele autoriteit het oneens zijn over het ontslag, kan door de functionele autoriteit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een oordeel als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen worden gevraagd en betrekt de Hoge Raad dit bij de beoordeling.
**2.** Om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid wint de functionele autoriteit het advies in van het in artikel 46j, eerste lid, bedoelde Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
### Artikel 46l
@ -740,7 +747,7 @@ b. bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld,
### Artikel 46n
**1.** Ingeval van een ontslag ingevolge de artikelen 46c, tweede en derde lid, 46l of 46m kan de Hoge Raad een voorziening treffen onderscheidenlijk kan bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister een voorziening worden getroffen waarbij de rechterlijk ambtenaar een uitkering wordt verleend die naar het oordeel van de Hoge Raad onderscheidenlijk Onze Minister met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten.
**1.** Ingeval van een ontslag ingevolge de artikelen 46c, tweede en derde lid, 46ka, 46l of 46m kan de Hoge Raad een voorziening treffen onderscheidenlijk kan bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister een voorziening worden getroffen waarbij de rechterlijk ambtenaar een uitkering wordt verleend die naar het oordeel van de Hoge Raad onderscheidenlijk Onze Minister met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten.
**2.** De uitkering is ten hoogste gelijk aan het voor de rechterlijk ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet en een krachtens artikel 54, tweede lid, getroffen besluit ter zake van werkloosheid, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet.