2006-02-24 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2006-02-24 12:00:00 +00:00
parent 5bd9138568
commit fe1ceea8dc

View file

@ -9412,214 +9412,166 @@ Naar Georgië kan worden teruggekeerd.
#### 1. Datum
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 13 juli 2004.
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 14 februari 2006.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 2. Achtergrond
Op 3 juni 2004 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Irak (kenmerk DPV/AM-848661). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 29 juni 2004.
Naar aanleiding hiervan is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van personen van Iraakse nationaliteit. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 29 juni 2004.
Op 15 december 2005 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Irak. Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 20 januari 2006.
Naar aanleiding hiervan is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Irak.
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het vastgestelde beleid.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 3. Overgangsbeleid
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 27 januari 2004 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 13 juli 2004 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 4. Algemene situatie in Irak
Met Centraal-Irak wordt bedoeld het deel van de Republiek Irak dat tot 28 juni 2004 onder het bestuur en effectieve controle stond van de Coalition Provisional Authority (CPA). Op 28 juni 2004 is de bestuursmacht overgedragen aan de nieuwe Iraakse interimregering. Tot Centraal-Irak behoren het midden en zuiden van Irak met uitsluiting van Noord-Irak.
Met Noord-Irak wordt bedoeld het deel van de Republiek Irak dat thans onder de effectieve controle staat van de Koerdische partijen Koerdistaanse Democratische Partij (KDP) en Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) in het noorden van het land. Daarmee is de scheidslijn tussen Noord- en Centraal-Irak niet gewijzigd ten opzichte van de scheidslijn zoals voor de toepassing van het asielbeleid werd gehanteerd vóór de militaire interventie.
Blijkens de inhoud van het ambtsbericht is er sprake van een aanhoudend zorgwekkende veiligheidssituatie in grote delen van Centraal-Irak. Er kan worden gesteld dat het geweld in toenemende mate langs etnische, of religieuze lijnen loopt. Er zijn tientallen gewapende milities actief. Verder zijn er enige terroristische groeperingen aanwezig. In het huidige klimaat van wetteloosheid komt ook veel misdaad voor. De VN heeft de veiligheidssituatie als instabiel betiteld en benadrukt dat vooral willekeurige burgers het slachtoffer zijn van het geweld. De Iraakse veiligheidstroepen en de buitenlandse troepen zijn onvoldoende in staat de burgers bescherming te bieden. Mensenrechtenschendingen komen voor.
Vanwege de slechte veiligheidssituatie hebben veel hulporganisaties hun activiteiten in Irak gestaakt. De UNHCR heeft een beroep op de staten gedaan geen uitgeprocedeerde asielzoekers van Iraakse nationaliteit uit te zetten.
In Noord-Irak is het daarentegen nog steeds relatief veilig, de algehele situatie is er stabiel.
Daarnaast is gebleken dat België, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland geen speciaal beleid voeren ten aanzien van Irak. Alle asielaanvragen worden er op individuele merites beoordeeld. Verder is bekend dat Duitsland evenmin een speciaal beleid voert ten aanzien van Iraakse asielzoekers. Dit land is aangevangen met het heroverwegen van alle statussen verleend aan Iraakse asielzoekers; de effecten van de intrekkingen van statussen naar aanleiding van deze heroverweging zijn nu merkbaar. Voorts vindt gedwongen terugkeer plaats vanuit het Verenigd Koninkrijk. Vanuit de andere landen wordt vrijwillige terugkeer naar Irak waargenomen.
Gezien het bijzondere belang dat wordt gehecht aan het afstemmen van het Nederlandse beleid met het beleid in andere Europese landen, is, het geheel overziend, besloten het categoriaal beschermingsbeleid voor asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak te beëindigen.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
##### 4.1. Centraal-Irak
De Coalition Provisional Authority (CPA), geleid door de Verenigde Staten, heeft op 28 juni 2004 de bestuursmacht overgedragen aan de op 1 juni jl. reeds aangetreden Iraakse interimregering. Met de hervormingen op het gebied van de staatsinrichting ten behoeve van deze bestuursoverdracht is reeds veel bereikt.
Tijdens de verslagperiode was sprake van een achteruitgang van de veiligheidssituatie in het gehele land. Wel dient hierbij opgemerkt te worden dat er per regio aanzienlijke verschillen bestonden wat het aantal incidenten, de frequentie en de ernst van het geweld betreft. Terwijl gewelddadigheden zich voorheen concentreerden in het midden van Irak was in de verslagperiode ook in bepaalde plaatsen in het noorden en zuiden sprake van aanslagen.
De veiligheidssituatie in het gebied dat beleidsmatig wordt opgevat als Centraal-Irak wordt getekend door een instabiliteit in de vorm van bom- en moordaanslagen, militaire acties en vuurgevechten, kleine onlusten en criminaliteit. Dit maakt ordehandhaving moeilijk en de wederopbouw wordt er door gehinderd. Een nieuwe ontwikkeling was het sjiitisch verzet dat zich sinds april dit jaar in verschillende steden in Centraal-Irak deed gelden.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
##### 4.2. Noord-Irak
Met betrekking tot de situatie in de gebieden onder de Kurdistan Regional Government (KRG), beleidsmatig opgevat als Noord-Irak, kan worden gesteld dat in de bestuursstructuur op operationeel niveau weinig veranderd is sinds de val van Saddam Hoessein. Het KRG-bestuur van de KDP en de PUK functioneerde op gelijke wijze als voor de militaire interventie, zij het formeel onder de bevoegdheid van de CPA. Sinds 28 juni 2004 ligt de bestuursmacht van Irak in handen van de nieuwe interimregering. De tijdelijke grondwet die de basis biedt voor het Iraakse interimbestuur en van kracht is vanaf 28 juni 2004 tot een permanente grondwet is opgesteld erkent de KRG als officiële regering over het gebied dat voorafgaand aan de militaire interventie reeds onder het bestuur van de KRG viel. In de bestuursstructuur van Noord-Irak is er dus op operationeel niveau weinig veranderd, zij het dat de KDP en de PUK formeel onder de bevoegdheid werken van de CPA. Opvallend is de relatief veilige en stabiele situatie in Noord-Irak.
*Bepaling van de afkomst*
Bij de behandeling van individuele asielaanvragen geldt dat vreemdelingen geboren in Noord-Irak worden aangemerkt als zijnde afkomstig uit Noord-Irak. De in Nederland geboren kinderen van ouders die afkomstig zijn uit Noord-Irak, worden eveneens aangemerkt als zijnde afkomstig uit Noord-Irak.
De overige vreemdelingen van Iraakse nationaliteit worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Daarbij geldt voorts dat wanneer één der gezinsleden geboren is in Centraal-Irak, alle gezinsleden worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Wel dient de gezinsband reeds voor de komst naar Nederland te hebben bestaan.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 5. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 5.1. Intellectuelen en journalisten uit Noord-Irak die zich onafhankelijk opstellen en kritiek uitoefenen op de PUK en KDP
##### 5.1. Intellectuelen en journalisten die zich onafhankelijk opstellen en kritiek uitoefenen
Sinds het militair ingrijpen is ook in de KRG-gebieden sprake van verbetering wat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid betreft. Er zijn blijkens het algemeen ambtsbericht uit de verslagperiode geen berichten bekend over openbare negatieve uitspraken over de IGC, CPA, KDP, PUK, provinciale of lokale raad die tot strafrechterlijke vervolging hebben geleid, dan wel specifieke maatregelen van de kant van de autoriteiten tot gevolg hebben gehad. Voorts is bekend dat in principe leden van beide partijen op elkaars grondgebied politieke activiteiten ondernemen en dat de PUK en de KDP kantoren hebben in het hele KRG-gebied. Het kan echter nog immer niet worden uitgesloten dat er een grens is aan hetgeen in de openbaarheid gebracht kan worden.
Intellectuelen en journalisten uit Noord-Irak, die zich onafhankelijk opstellen en kritiek uitoefenen op PUK en KDP en aannemelijk maken dat zij om die reden te vrezen hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Enkel een onafhankelijke houding innemen is onvoldoende. Er bestaat immers in Noord-Irak een veelheid aan politieke partijen, die tevens de gelegenheid hebben zich te uiten in eigen media.
Er bestaat officieel weliswaar persvrijheid, doch de Iraakse pers past uit zelfbehoud zelfcensuur toe. Hoewel de situatie omtrent persvrijheid sinds april 2003 is verbeterd, vindt naar verluidt intimidatie van journalisten en media nog plaats. Volgens verschillende berichten zouden journalisten ook deze verslagperiode zijn lastig gevallen en soms gearresteerd door de Iraakse politie.
Diverse Iraakse en buitenlandse journalisten zijn tijdens de verslagperiode om het leven gekomen ten gevolge van geweld. Het gevaar van ontvoering is nog aanwezig. Bij de indertijd door de coalitie ingestelde media zijn veel journalisten weggegaan, onder meer vanwege het risico geassocieerd te worden met de VS. Voor journalisten kan het riskant zijn kritiek te uiten op militante extremistische groeperingen. Aanslagen, vergeldingsacties en bedreigingen hebben plaatsgevonden.
In de Kurdistan Regional Government (KRG)-gebieden is waargenomen dat herhaaldelijke, persoonlijke kritiek op het centrale leiderschap van de Koerdistaanse Democratische Partij (KDP) en Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) niet wordt getolereerd. Het is voorgekomen dat journalisten door de autoriteiten worden gesommeerd uitleg te geven over kritische berichtgeving over bewindslieden.
Intellectuelen en journalisten die de grenzen aan de persvrijheid die in de praktijk nog bestaan hebben overschreden en aannemelijk maken dat zij om die reden te vrezen hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Enkel een onafhankelijke houding innemen is daarvoor onvoldoende aangezien er wel enige ruimte voor kritiek blijkt te bestaan.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 5.2. Personen die vervolging vrezen van het oude regime
De val van het regime onder Saddam Hoessein heeft geleid tot een geheel nieuwe machtsstructuur en machtsverdeling. Personen die Irak hebben verlaten omdat zij vervolging vreesden van de zijde van het oude regime zullen op grond van de regimewijziging dan ook niet langer bescherming behoeven tegen dit regime. Wanneer de aangedragen problemen beperkt zijn tot vrees voor het oude regime zullen deze personen dan ook niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vreemdelingenwet.
De val van het regime onder Saddam Hoessein heeft geleid tot een geheel nieuwe machtsstructuur en machtsverdeling. Personen die Irak hebben verlaten omdat zij vervolging vreesden van de zijde van het oude regime zullen op grond van de regimewijziging dan ook niet langer bescherming behoeven tegen dit regime. Wanneer de aangedragen problemen beperkt zijn tot vrees voor het oude regime zullen deze personen dan ook niet op grond daarvan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vreemdelingenwet.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 5.3. Vrouwen die stellen te vrezen voor eerwraak
##### 5.3. Personen die stellen te vrezen voor eerwraak
Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt gegronde vrees te hebben voor eerwraak en die geen afdoende bescherming van de autoriteiten kunnen inroepen, komen, behoudens contra-indicaties, in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet.
Eerwraak komt in heel Irak voor. Met eerwraak beoogt de dader de eer van de familie te herstellen door het ongewenste gedrag van een vrouwelijk en in uitzonderlijke gevallen eveneens een mannelijk familielid te bestraffen. Eerwraak kan bestaan uit het lijfelijk straffen, maar in sommige gevallen komt doden voor. Met name in het geval van vrouwen kan het voorkomen dat het niet mogelijk is bescherming in te roepen dan wel anderszins zich aan de dreigende eerwraak te onttrekken. Wel mag worden verwacht dat aannemelijk kan worden gemaakt waarom bescherming in het individuele geval niet (effectief) kan worden geboden. Personen die aannemelijk hebben gemaakt gegronde vrees te hebben voor eerwraak en die geen afdoende bescherming kunnen inroepen, komen, behoudens contra-indicaties, in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 5.4. Personen die stellen te vrezen voor intertribale problemen
Personen die stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare intertribale problemen van een andere familie, clan of stam, worden geacht bescherming te kunnen krijgen binnen de eigen familie, clan of stam. In Noord-Irak kunnen de KDP en de PUK tevens bescherming bieden en bemiddelen bij het conflict. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt geen bescherming te kunnen krijgen, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
Personen die stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare intertribale problemen van een andere familie, clan of stam, worden geacht bescherming te kunnen krijgen binnen de eigen familie, clan of stam. Daarnaast kunnen de autoriteiten in sommige gevallen tevens bescherming bieden en bemiddelen bij het conflict. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt desondanks geen bescherming te kunnen krijgen, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vreemdelingenwet een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 5.5. Personen uit Centraal-Irak die zichtbaar voor of met de CPA werken
##### 5.5. Personen die zichtbaar samenwerken met de regering en /of de MNF
Personen uit Centraal-Irak die zichtbaar voor of met de CPA werken lopen een verhoogd risico op mensenrechtenschendingen. Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse civiele CPA-medewerkers, Iraakse tolken, of Irakezen die op andere wijze voor de CPA, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken, alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt vanwege werkzaamheden voor de CPA een gegronde vrees voor te hebben, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
Er vinden veel aanslagen plaats gericht tegen Irakezen die zichtbaar samenwerken met de regering en /of de Multi National Force (MNF). Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse politieke figuren, ambtenaren, personeel van het veiligheidsapparaat (vooral politie en leger), tolken of Irakezen die op andere wijze voor de regering, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken.
Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt vanwege werkzaamheden voor de regering en /of de MNF een gegronde vrees voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling te hebben, waartegen geen bescherming kan worden geboden, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vreemdelingenwet een verblijfsvergunning asiel worden verleend. Het enkel hebben verricht van werkzaamheden voor de regering en /of de MNF is onvoldoende om reeds tot de conclusie te leiden dat sprake is van voldoende zwaarwegende problemen.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 5.6. Schenders van mensenrechten
Bijzondere aandacht dient geschonken te worden aan personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Hierbij moet in eerste instantie gedacht worden aan leden van de voormalige Iraakse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hogergeplaatste personen in het voormalige Iraakse militaire apparaat, waaronder de gewone strijdkrachten, de Republikeinse Garde, de Fedayeen Saddam en de zogenoemde Jash (Koerdische milities, destijds gelieerd aan Saddam Hoessein; ook wel National Defence Batallions/Lichte Brigade/Fursan) alsmede de Koerdische veiligheidsdiensten en het militaire apparaat waaronder de Asayish (het Algemene Veiligheidsdirectoraat), de KDP- en PUK veiligheidsdiensten Rekkhistini Taybeti, respectievelijk Dezgay Zanyari. Tevens dient aandacht te worden besteed aan personen die gewerkt hebben in of voor de militaire industrie ten tijde van het voormalige regime en daarbij (in)direct betrokken zijn geweest bij mensenrechtenschendingen (in het bijzonder indien zij in verband kunnen worden gebracht met de productie of het gebruik van nucleaire, biologische of chemische wapens). Daarnaast kan ook gedacht worden aan peshmergas, militairen, voormalige Baath-functionarissen en hogere Baath-leden, personen die in het kader van de sjiitische opstand van 1991 mensenrechtenschendingen hebben gepleegd, lijfwachten en politiefunctionarissen, indien in het dossier aanknopingspunten te vinden zijn (verantwoordelijkheid) voor misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Bijzondere aandacht dient geschonken te worden aan personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Hierbij moet in eerste instantie gedacht worden aan leden van de voormalige Iraakse inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hooggeplaatste personen in het voormalige Iraakse militaire apparaat, waaronder de gewone strijdkrachten, de Republikeinse Garde, de Fedayeen Saddam en de zogenoemde Jash (Koerdische milities, destijds gelieerd aan Saddam Hoessein; ook wel National Defence Batallions/Lichte Brigade/Fursan) alsmede de Koerdische veiligheidsdiensten en het militaire apparaat, de Asayish (het Algemene Veiligheidsdirectoraat), de KDP- en PUK veiligheidsdiensten Rekkhistini Taybeti, respectievelijk Dezgay Zanyari. Tevens dient aandacht te worden besteed aan personen die gewerkt hebben in of voor de militaire industrie ten tijde van het voormalige regime en daarbij (in)direct betrokken zijn geweest bij mensenrechtenschendingen (in het bijzonder indien zij in verband kunnen worden gebracht met de productie of het gebruik van nucleaire, biologische of chemische wapens). Daarnaast kan ook gedacht worden aan militairen (peshmergas), voormalige Baath-functionarissen en hogere Baath-leden, leden van verboden Iraanse bewegingen (Mujahedin-Khalq, de Komala en de KDP-i), personen die in het kader van de sjiitische opstand van 1991 mensenrechtenschendingen hebben gepleegd, lijfwachten en politiefunctionarissen, indien in het dossier aanknopingspunten te vinden zijn (verantwoordelijkheid) voor misdrijven als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Bij het horen van personen die bovengenoemde functies of posities hebben bekleed, dient doorgevraagd te worden over de functie, de activiteiten en mogelijke betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen.
Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F te Schiphol.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 6. Bijzondere aandachtspunten
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.1. Categoriale bescherming
Asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak komen, behoudens contra-indicaties, op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie paragraaf C1/4.5). Het beleid van categoriale bescherming terzake asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak geldt sinds 25 november 2002.
Het categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van de personen afkomstig uit Centraal-Irak is beëindigd. De beëindiging van het categoriaal beschermingsbeleid geldt tevens voor personen die in het betreffende beleid gelijk waren gesteld met personen afkomstig uit Centraal-Irak, te weten personen geboren buiten Irak met de Iraakse nationaliteit.
Met betrekking tot vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet, zal een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning plaatsvinden. Indien deze herbeoordeling niet tot gevolg heeft dat wordt geoordeeld dat de vreemdeling op basis van één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vreemdelingenwet verblijf toekomt, zal de verblijfsvergunning worden ingetrokken, dan wel de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen. Dit geldt overeenkomstig voor de houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vreemdelingenwet en waarbij de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon op grond van het bovenstaande wordt ingetrokken.
Verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal op normale wijze plaatsvinden indien de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde is verlopen voorafgaand aan de beëindiging van het beleid van categoriale bescherming, voor zover de vreemdeling ook aan de overige vereisten voor verlening voldoet.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt niet langer een besluit in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet.
Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.3. Besluitmoratorium en ingangsdatum verblijfsvergunning
De verlenging van de wettelijke beslistermijn op grond van het inmiddels verstreken besluitmoratorium heeft tot gevolg dat, indien de verblijfsvergunning asiel wordt verleend, dit altijd geschiedt met een ingangsdatum die ligt na de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
Blijkens artikel 44, derde lid van de Vreemdelingenwet wordt de verblijfsvergunning asiel in deze gevallen verleend met ingang van de datum waarop wordt ingewilligd, maar uiterlijk met een ingangsdatum van één jaar na de datum waarop de aanvraag is ontvangen.
Indien echter een verblijfsvergunning wordt verleend op grond van het beleid van categoriale bescherming voor personen afkomstig uit Centraal-Irak, wordt de vergunning nimmer verleend met een ingangsdatum eerder dan de ingangsdatum van dat beleid (25 november 2002).
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
##### 6.4. Veilig land van herkomst
##### 6.3. Veilig land van herkomst
Irak wordt niet beschouwd als een veilig land van herkomst.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.5. Veilig derde land / land van eerder verblijf
##### 6.4. Veilig derde land / land van eerder verblijf
Irak wordt niet beschouwd als een veilig derde land.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.6. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
##### 6.5. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Gezien de algehele situatie in Irak wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief in Noord-Irak tegengeworpen aan personen die in Centraal-Irak een gegronde vrees voor vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 EVRM hebben.
Gezien de algehele situatie in Irak wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen aan personen die in Irak een gegronde vrees voor vervolging of behandeling in strijd met artikel 3 EVRM hebben.
Aan personen die vanwege kritiek op de PUK een gegronde vrees hebben voor problemen van de PUK, kan in beginsel een vlucht- of vestigingsalternatief worden tegengeworpen in het KDP-gebied. Dit geldt omgekeerd eveneens voor personen die de KDP vrezen vanwege kritiek die is gericht op de KDP.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.7. Traumatabeleid
##### 6.6. Traumatabeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in paragraaf C1/4.4 is van toepassing.
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.8. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
##### 6.7. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Irak kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.9. Driejarenbeleid
##### 6.8. Driejarenbeleid
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 6.10. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
##### 6.9. Iraakse Fayli-Koerden en Irakezen van Iraanse afkomst
Het gestelde in C1/5/13.3 is van toepassing. In paragraaf 5.6 van dit hoofdstuk is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen.
De nieuwe concept-nationaliteitswet bevat voorwaarden om de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden te laten herleven. Ook is in de Transitional Administrative Law (TAL) en in de grondwet een aantal aspecten van de nationaliteitswetgeving opgenomen. De concept-nationaliteitswet is nog niet geheel voltooid. Het is in de praktijk voor Fayli-Koerden nog niet mogelijk om via de centrale overheid in Bagdad het Iraakse staatsburgerschap terug te krijgen. De decreten van de Revolutionaire Commandoraad (onder meer decreet 666 van 1980), die de ontneming van het Iraakse staatsburgerschap betroffen, zijn komen te vervallen.
In het KRG/PUK-gebied geldt naar verluidt een speciale regeling voor de terugkeer van Fayli-Koerden. Hier is een commissie ingesteld bestaande uit twee Fayli-Koerden, waaronder de PUK-minister van Samenwerking en Internationale Relaties, die bevoegd is een echtheidscertificaat te ondertekenen. Volgens deze minister kan de aanvrager op basis van dit certificaat zijn Iraakse burgerschap terugvorderen. Deze procedure geldt alleen voor Fayli-Koerden in dit gebied.
Hoewel de implementatie met betrekking tot het laten herleven van de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden (in Centraal-Irak) nog niet is afgerond, geven bovenstaande ontwikkelingen aanleiding om Fayli-Koerden aan wie onder het regime van Saddam Hoessein de Iraakse nationaliteit is ontnomen, niet langer als staatloos te beschouwen in het kader van de asielbeoordeling. Op basis van de Iraakse regelgeving kan worden aangenomen dat zij de iure de Iraakse nationaliteit hebben. Daarbij is de omstandigheid dat het verkrijgen van de de facto nationaliteit nog niet in alle gevallen mogelijk is, geen grond om voor de beoordeling van de aanvraag niet van de Iraakse nationaliteit uit te gaan. De asielaanvragen van deze personen zullen dan ook op gebruikelijke wijze getoetst worden naar aanleiding van het beleid zoals in dit hoofdstuk neergelegd, waarbij wordt aangenomen dat zij de iure de Iraakse nationaliteit hebben.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
##### 6.11. Iraakse Fayli-Koerden en Irakezen van Iraanse afkomst die in de jaren 70 of 80 naar Iran zijn gedeporteerd
Deze paragraaf ziet specifiek op Iraakse Fayli-Koerden en Irakezen van Iraanse afkomst die in de jaren 70 of 80 naar Iran zijn gedeporteerd vanuit Irak en in Iran hebben verbleven. De nieuwe concept-nationaliteitswet bevat voorwaarden om de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden te laten herleven. Ook is in de tijdelijke grondwet een aantal aspecten van deze conceptversie opgenomen. Welke procedures Fayli-Koerden dienen te doorlopen om daadwerkelijk over de Iraakse nationaliteit te kunnen beschikken, is nog niet bekend. De decreten van de Revolutionaire Commandoraad (onder meer decreet 666 van 1980), die de ontneming van het Iraakse staatsburgerschap betroffen, zijn komen te vervallen.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
###### 6.11.1. Nationaliteit
Voor de toetsing aan het Vluchtelingenverdrag (en de overige gronden van artikel 29 Vreemdelingenwet) is niet alleen van belang of betrokkene de facto de Iraakse nationaliteit bezit, maar tevens of betrokkene de jure de Iraakse nationaliteit bezit. Fayli-Koerden die afkomstig waren uit Irak en gedeporteerd zijn naar Iran is bij de deportaties de facto de Iraakse nationaliteit ontnomen. Slechts wanneer betrokkene zelf stelt dat de Iraakse nationaliteit hem niet is ontnomen (en wellicht nog in het bezit is van een Iraakse nationaliteitsbewijs of paspoort) kan in redelijkheid worden aangenomen dat hij de Iraakse nationaliteit (nog) heeft.
Vervolgens dient te worden bezien of de vreemdeling de Iraanse nationaliteit heeft. Voor personen die uit Irak zijn gedeporteerd is dat niet snel mogelijk. Wel kan hiervan sprake zijn wanneer het in Iran geboren, meerderjarige kinderen van gedeporteerden betreft. Indien betrokkene Iraanse (verblijfs)documenten heeft overgelegd (bijvoorbeeld een zogenoemde groene kaart), kan bij het Bureau Land en Taal van het GC KAO worden nagegaan of deze kunnen worden onderzocht met het oog op het vaststellen van verblijf in Iran en het vaststellen van een eventuele Iraanse nationaliteit.
###### 6.11.2. Beoordeling van de aanvraag
Het enkele feit dat betrokkene in de jaren 70 of begin jaren 80 is gedeporteerd, is onvoldoende reden om op dit moment een gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. Asielaanvragen van staatloze personen, geboren in Centraal-Irak van wie de plaats van het gewoon verblijf is gelegen in Irak en Iran zullen niet onder het beleid van categoriale bescherming vallen aangezien zij geacht worden de bescherming in te kunnen roepen van Iran.
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 7. Procedurele aspecten
Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Het onderzoek met betrekking tot gestelde feiten dient te worden opgestart bij het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dit is ook van toepassing indien het onderzoek wordt verricht door derden, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zie C5/24.
Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde feiten dient te worden opgestart bij het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Dit is ook van toepassing indien het onderzoek wordt verricht door derden, zoals het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Zie C5/24.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
#### 8. Terugkeer en uitzetting
##### 8.1. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt niet langer een besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 8.2. Terug- en overnameovereenkomsten
Met Irak is geen overeenkomst gesloten met betrekking tot de terugname van eigen onderdanen.
200413416-07-200413-07-2004200413416-07-200413-07-200418-07-2004
20063822-02-200614-02-20062006/1020063822-02-200614-02-20062006/1024-02-2006
##### 8.3. Praktische aspecten terugkeer
Naar Irak is terugkeer praktisch mogelijk.
### [8/47]. Het asielbeleid ten aanzien van Iran